Griekse wiskunde

Griekse mathematische papyrus (Neues Museum, Berlijn)

Ik blogde afgelopen donderdag over het hellenisme en FrankB stelde de vraag waarom de hellenistische geleerden nauwelijks of geen vooruitgang boekten in de wis- en natuurkunde. Die vraag is weleens eerder gesteld geweest. Om precies te zijn een kleine eeuw geleden. Eerst was er de ontdekking geweest van de Archimedespalimpsest. Daarna waren kleitabletten gepubliceerd die toonden dat de Grieken schatplichtig waren aan de Babyloniërs. Allemaal nieuwe informatie, die leidde tot de constatering dat de creatieve periode van de Griekse wiskunde rond 300 v.Chr. voorbij was.

Dijksterhuis versus Spengler

Een van degenen die dit constateerde, was Oswald Spengler in zijn in 1918 verschenen Der Untergang des Abendlandes. Hij meende dat elke beschaving een ontwikkeling kende van groei, bloei en verval. Aangezien de Griekse wiskunde zijns inziens niet van buitenaf was beïnvloed, viel alleen maar te verwachten dat ze ooit aan creativiteit zou inboeten.

Lees verder “Griekse wiskunde”

De eerste filosofen (7): Zenon van Elea

Zenon (Vaticaanse Musea, Rome)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

Een gelopen wedstrijd

Achilleus en een schildpad besluiten een hardloopwedstrijd te houden. Natuurlijk gaat Achilleus ervan uit dat hij deze met gemak zal winnen. Hij weet immers dat hij meer dan twee keer zo snel rent als de schildpad.

Lees verder “De eerste filosofen (7): Zenon van Elea”

Achilleus en de Schildpad (in Gent)

Gent, Sint-Veerleplein

Achilleus en de Schildpad: een van de bekendste grapjes uit de oude wereld. En heel gepast voor dierendag natuurlijk. De Griekse filosoof Parmenides had het probleem neergegooid: als het zijnde is en als het niet-zijnde niet is, hoe komt het dan dat we bijvoorbeeld dingen zien groeien? Het zijnde neemt dan meer ruimte in beslag en dat betekent dat er minder is van het niet-zijnde. Maar dat is er sowieso niet.

De oplossing ligt in de atoomtheorie, maar tot je die oplossing kent zul je het denkbaar vinden dat de werkelijkheid, zoals we die zien en ervaren, een illusie is. Parmenides’ opvolger Zenon bedacht enkele paradoxen om dat te bewijzen, zoals die van Achilleus en de schildpad. U kent hem wel: als de snelvoetige renner de schildpad honderd meter voorsprong geeft, kan hij het dier nooit inhalen. Als Achilleus honderd meter verder is, is de schildpad tien meter verder, en als Achilleus die tien meter heeft afgelegd, is de schildpad weer een meter verder.

Lees verder “Achilleus en de Schildpad (in Gent)”

Klassieke literatuur (6b): filosofie

Parmenides, een van de vaders van de filosofie (Museum van Velia)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een vooral persoonlijk antwoord geven. Wie zich er werkelijk in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een collegereeks. Voor de Latijnse literatuur is er bovendien Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag vervolg ik met een stukje over de antieke filosofie – deel één was hier en het vervolg is al daar.]

Het zijnde is. Het niet-zijnde is niet. Dat klinkt logisch maar het is toch wat problematisch, althans dat was het voor de Griekse denker Parmenides van Elea (c. 500 v.Chr.). In een lang, gedeeltelijk overgeleverd gedicht betoogde hij dat als dit waar zou zijn, er geen verandering kon bestaan, aangezien dan bijvoorbeeld iets dat niet is verandert in iets dat is, of andersom. Denk maar aan een groeiende boom: er is meer, meer, meer hout – wat betekent dat er meer, meer, meer zijnde is en minder, minder, minder niet-zijnde. En dat kan natuurlijk niet.

Lees verder “Klassieke literatuur (6b): filosofie”