Hoe je archeologie niet moet uitleggen

Wetenschap uitleggen is een vak. Daarbij worden ook wel eens fouten gemaakt. Die zijn vaak niet makkelijk te benoemen, omdat inzicht in het vak zelf nodig is. Het voorbeeld dat ik nu geef is wat triviaal, maar heeft het voordeel dat er geen inhoudelijke kennis voor nodig is.

Om het oude Rome lagen verschillende wegen. De Via Nomentana leidde naar Nomentum, de Via Gabina naar Gabii, de Via Tusculana naar Tusculum, de Via Ardeatina naar Ardea. Je hoeft geen Latijn te kunnen om te begrijpen dat straten werden genoemd naar hun bestemming. Dat geldt ook voor wegen als de Via Portuensis (naar de portus, haven) en de Via Ostiensis (naar de riviermond, ostia). Er zijn ook straten die zijn genoemd naar hun bouwers (de Via Appia bijvoorbeeld), maar er is niet één straat vernoemd naar het landschap waar ze doorheen liep.

De straat naar Belgica (het noordelijke deel van Gallië) zou Via Belgicana hebben geheten. De straat die de Romeinse bestuurder Marcus Vipsanius Agrippa aanlegde dwars door België – van Keulen via Heerlen en Maastricht over Tongeren naar Bavay – zou vermoedelijk de Via Vipsania hebben geheten. We weten het niet zeker. Wat we wél zeker weten, is dat de straat nooit Via Belgica kan hebben geheten. Dat is namelijk potjeslatijn.

Op een mooie dag hebben de Belgische en Nederlandse provincies Limburg besloten dat de antieke weg door het antieke Belgica interessant genoeg was om er samen één project van te maken. Ik ben daar helemaal vóór, maar zou het samenwerkingsproject in geen geval Via Belgica hebben genoemd.

Dat het potjeslatijn is, kan me dan nog niet eens zoveel schelen. Ik ben geen purist. Het gaat me erom dat iedere gymnasiast – en dat zijn er tienduizenden – ogenblikkelijk ziet dat het onzin is. En mensen met een klassieke scholing zijn ook voor archeologen een belangrijke doelgroep.

Nog ongeacht hoe goed het aangeboden materiaal was, nog ongeacht hoe mooi de presentaties waren, nog ongeacht hoe relevant het onderwerp was: de projectorganisatie presenteerde zich als niet-competent, en schrok daarmee mensen af, de meest-geïnteresseerden het hardst. Het was alsof een reisbureau dat vakanties naar Berlijn aanbiedt, schrijft dat ze in Duitsland Frans spreken. Dan kan het nog zulke leuke hotels aanbieden tegen nog zo’n schappelijke prijs, je lacht en zoekt een ander reisbureau.

Van verschillende kanten is er de laatste jaren op gewezen dat de naam Via Belgica contraproductief werkt. In Maastricht is ergens een bordje met uitleg vervangen; er staat nu “Via Belgica is de naam die moderne archeologen hebben gegeven…”. Iets soortgelijks las ik eens op de website van het Thermenmuseum. De Wikipedia vermeldt dat het geen goed Latijn is. We mochten dus hopen dat de naam Via Belgica in welverdiende vergetelheid zou raken. Wat pleit er immers tegen Romeinse Weg?

Maar het liep anders. Vandaag las ik over de Via Belgica Digitalis: een op zich heel leuke app waarmee je informatie krijgt als je komt langs een oud monument. Dat zal vast een groot succes worden, vooral bij al die gymnasiasten, die echt wel weten wat “digitalis” betekent en het anders kunnen opzoeken in het woordenboek.

De ontwikkelaars van de Via Belgica Digitalis presenteren zichzelf ongeloofwaardig in de ogen van precies een van hun primaire doelgroepen, de mensen met een liefde voor de Oudheid. Tegen domheid vechten zelfs de goden vergeefs, maar dit overtreft werkelijk elk redelijk pessimisme.

10 gedachtes over “Hoe je archeologie niet moet uitleggen

  1. Casper

    Of kijk anders eens in de Wkipedia:

    Digitalis toxicity (Digitalis intoxication) results from an overdose of digitalis and causes anorexia, nausea, vomiting and diarrhoea, as well as sometimes resulting in xanthopsia (jaundiced or yellow vision) and the appearance of blurred outlines (halos). Bradycardia also occurs. Because a frequent side effect of digitalis is reduction of appetite, some individuals have used the drug as a weight loss aid.

  2. Belangrijker is, wat denken de ontwikkelaars van de app dat het betekend?

    Mijn idee: Ze hebben het anglicisme “Digitaal” verlatijnst. Dus dan wordt het logisch. Nou ja als je geen latijn kent.

    De digitale Via Belgica, Via Belgica Digitalis.

  3. Edith van den Berg

    Het geval voldoet vrij aardig aan de definitie die Barbara Tuchman geeft van dwaasheid als analytische categorie:

    “Acts have to be clearly contrary to the self-interest of the organization or group pursuing them; conducted over a period of time, not just in a single burst of irrational behavior; conducted by a number of individuals, not just one deranged maniac; and, importantly, there have to be people alive at the time who pointed out correctly why the act in question was folly.”

  4. CK

    Volgens mij zullen archeologen nog eerder hun Indiana Jones-hoed opeten dan erkennen dat ze iets aan een classicus moeten vragen. Hoeveel classici zaten er in dat Limes-projectbureau?

  5. Harm-Jan

    Zo is ook het woord digibeet ontstaan en helaas toch ingeburgerd.Met CK ben ik het wel eens (die archeologen hebben dan wel eerst van de mediadombo’s die Joneshoed wel moeten opzetten)

  6. R. van Veen

    Als ik een spelletje doe, dan handhaaf ik ook graag de spelregels, maar als iemand daar een loopje meer neemt, dan lig ik daar niet van wakker. Jona Lendering beschouwt het Latijn natuurlijk als een oude respectabele taal die ten grondslag ligt aan de moderne Romaanse talen en ik begrijp dan zijn ergernis. Zelf echter zie ik het Latijn als een betrekkelijk jonge kunstmatige taal (gebaseerd op een oude Romaanse taal) die in de 3e eeuw v.Chr. door Grieken en bewonderaars van het Grieks (Livius Andronicus, Ennius, Plautus enz.) in elkaar is geknutseld. Zo beschouwd doet het ook minder pijn als er tegen de regels gezondigd wordt.

    1. Lendering heeft geen mening over respectabele talen en de ouderdom.

      Het enige wat ik wil zeggen is dat het onverstandig is om geen rekening te houden met een doelgroep. Veel mensen met belangstelling voor de Oudheid hebben een gymnasiale achtergrond en zullen in lachen uitbarsten als ze dit potjeslatijn zien. Worden ze geconfronteerd met het verweer “dit is neolatijn”, dan zullen ze schateren en zeggen dat dat het verkeerde Latijn is als je de Oudheid wil uitleggen. Het is gewoon niet verstandig om geen rekening te houden met de kennis en de meningen van je doelgroep.

  7. R. van Veen

    Dan heb ik u verkeerd begrepen. Ik dacht dat u verdrietig was vanwege het Latijn. En dat komt omdat ik me niet kan voorstellen dat een geïnteresseerde persoon met een gymnasiale achtergrond zich door zo’n onnozelheid zou laten ontmoedigen. Ik denk dat de bezorgdheid over wat u als de doelgroep ziet in dit geval onnodig is. Misschien maakt u zich in het algemeen te veel zorgen. Vanmiddag las ik uw wenken voor het maken van een reli-thriller (ik heb uw web-site nog maar pas ontdekt). Misschien is dat (kostelijke) verhaal ook uit bezorgdheid gemaakt en ook dat is niet nodig. Ik heb uit het genre één boek gelezen (Da Vinci code) en dat staat nu niet meer in mijn boekenkast. Daarin staan wel vijf boeken van Jona Lendering. Waarom zou iemand die zelf chef-kok is zich zorgen maken over mensen die met een zak patat tevreden zijn?

Reacties zijn gesloten.