De Libanese burgeroorlogen (5)

Arafat in Beiroet.
Arafat in Beiroet.

[Dit is het vijfde deel van een serie van dertien artikelen. In het voorafgaande beschreef ik hoe een etnisch en religieus heterogene, jonge staat een instroom van Palestijnse vluchtelingen te verwerken kreeg, en ondanks een gewapend conflict opbloeide. Het eerste deel is hier.]

In 1967 meldde de Sovjet-Unie haar bondgenoot Nasser dat Israël een oorlog voorbereidde tegen Egypte. Dit was niet waar, maar de Sovjets hoopten op een lokaal conflict dat de Verenigde Staten zou dwingen te interveniëren in een regio waar geen eer aan viel te behalen. Egypte en later ook Jordanië en Syrië hapten in het aas, mobiliseerden en werden verslagen door de superieure Israëlische luchtmacht, waarna Israël de westelijke Jordaanoever bezette.

Er waren op dat moment al verschillende Palestijnse verzetsorganisaties, die samenwerkten in de PLO. Zij concludeerden dat men bij de herovering van hun land niet langer kon rekenen op Arabische regeringen, die niet alleen onbetrouwbaar waren (zie het verraad van 1948) maar ook door-en-door incompetent, corrupt en zwak (zie de overbodige nederlaag van 1967). De eerste stap naar de bevrijding van Palestina was het scheppen van een basis waarvandaan oorlog kon worden gevoerd, en dat moest Jordanië zijn. Begin 1970 leek het er inderdaad op dat de PLO zich meester ging maken van het land beoosten de Jordaan.

Koning Hoesein zag de Palestijnse staat liever ontstaan op de andere oever van de rivier, en gaf zijn leger opdracht de PLO uit te schakelen (“zwarte september”). Het hoofdkantoor van de bevrijdingsorganisatie werd nu overgebracht naar Beiroet. Steeds meer Palestijnse strijders kwamen naar Libanon en vestigden zich daar in de daar door de VN gecreëerde vluchtelingenkampen.

Dat de Palestijnen in Libanon voortaan beschikten over bewapende troepen, verergerde de toch al moeilijke verhouding tussen Libanon en de vluchtelingen. In 1968 had Israël, als represaille na een Palestijnse aanval op een El Al-vliegtuig in Athene, de luchthaven van Beiroet gebombardeerd. Als het doel was geweest Libanon duidelijk te maken dat het beter de PLO niet kon helpen, was de operatie nogal contraproductief, want Libanon stond daarna de PLO toe bases in te richten in het zuiden van het land. De uitdrukkelijke voorwaarde was dat deze niet bij burgerdoelen zouden liggen, maar de PLO hield zich daar niet aan.

Hadden de Libanezen aanvankelijk sympathie voor de Palestijnse zaak, na de  vestiging van het PLO-hoofdkwartier kwam daarin dus een kentering. Om te beginnen veranderde de aanwezigheid van 400.000 soennitische Palestijnen het demografische evenwicht dat ten grondslag had gelegen aan het Nationaal Convenant. Dit zou op zich niet tot een ramp hebben hoeven leiden, maar de acties van de soennitische Palestijnen tegen Israël lokten tegenaanvallen uit, waar vooral de Libanese sji’ieten en druzen onder leden. Bovendien begonnen de Libanese bevolkingsgroepen, nu ze werden geconfronteerd met bewapende Palestijnen, eveneens wapens aan te schaffen. De soennieten in Beiroet organiseerden een burgerwacht (de Murabitun), de maronitische christenen hadden drie milities (de Tijgers, de Reuzen en de Falange), de druzen kregen wapens uit Libië, de Libanese sji’ieten waren georganiseerd in een organisatie die Amal heette, “hoop”.

Het enige voordeel van de zaak was dat Libanon nu te verdeeld en zwak was om in 1973 deel te nemen aan de Oktoberoorlog. Twee jaar later gleed het land alsnog naar chaos weg.

[wordt vervolgd]