Europa

Europa (British Museum)
Europa (British Museum)

De mythe van Europa, die door de als stier vermomde oppergod Zeus (de Romeinse Jupiter) werd ontvoerd, is een van de bekendste uit de oude wereld. Het meisje, een prinses uit de stad Tyrus, zou worden meegenomen naar Kreta, waar ze de moeder werd van koning Minos en haar naam gaf aan het werelddeel waar ze was aangekomen. Het valt niet uit te maken of er een Fenicisch of ander oosters sprookje aan dit verhaal voorafgaat.

Hierboven is een afbeelding van Europa en de stier. Ze dateert uit de derde eeuw v.Chr., is opgegraven in Babylon en te zien in het British Museum. En hieronder is de navertelling door de Romeinse dichter Ovidius, te vinden in de Metamorphosen, in de vertaling van Marietje d’Hane-Scheltema.

                                                   De kudde liep
gehoorzaam van de bergen naar het strand, waar de prinses
vaak speelde in gezelschap van haar Tyrische vriendinnen.
Liefde en majesteit, en die in één persoon – dat treft
vaak slecht. Vandaar dat Jupiter, vader en heer der goden,
die met één hoofdknik het heelal bestiert en uit wiens hand
driedubbelflitsend vuur schiet, afzag van zijn zware scepter
en zich als stier vermomde, tussen andere stieren in,
luid loeiend en heel statig stappend over zachte grasgrond.
Zie hem, die huid van sneeuw, als sneeuw die niet betreden is
door zware voetstap of door natte zuidenwind ontluisterd;
zijn nek staat bolgespierd, halskwabben hangen zijwaarts af,
zijn hoorns zijn niet groot, maar zó, dat je zou kunnen denken
dat iemand ze bewerkt had, glanzender dan edelsteen;
zijn voorhoofd heeft niets dreigends en zijn blik niets angstaanjagends,
zijn kop getuigt van vrede. Het meisje Europa is verbaasd
dat hij zo mooi kan zijn, zo helemaal geen vechtlust uitstraalt.
Eerst durft ze hem nog niet te strelen, ook al is hij lief;
dan komt ze toch met bloemen die ze voor zijn blanke bek houdt.
Verliefd en blij likt hij haar handen om zijn hartenwens
dichtbij te lokken – nauw’lijks kan hij zich beheersen! –
en dartelt om haar heen, hoog springend in het jonge gras
en rolt zich met zijn sneeuwwit lichaam op de gouden zandgrond.
Zo, langzaam aan, verdwijnt haar angst. Hij steekt zijn borst vooruit
om door haar hand gestreeld te worden; biedt zijn hoorns, die ze
met frisse kransjes tooien mag, en dan, niet wetend wie
hij is, durft de prinses zelfs op zijn stierenrug te klimmen!
En als de god dan langzaam, weg van ’t land en droge strand,
het valse voetspoor van zijn hoeven voortzet in de branding,
loopt hij steeds verder door en draagt zijn buit over een pad
dat dwars de zee doorklieft. Vol angst ziet het ontvoerde meisje
haar land verdwijnen, achter zich; één hand omklemt zijn hoorn,
één drukt zich in zijn rug. De wind speelt met haar losse kleren…

[U vermoedde het al: dit was weer een aflevering uit mijn reeks museumstukken. De eenennegentigste alweer. De andere negentig vindt u hier. De gedachte die u martelt, wat ik hiermee toch kan bedoelen, qua Griekse verkiezingen, moet u laten varen: het is puur toeval dat ik op een voor Europa zo belangrijk moment blog over Europa. Het strand waar een en ander gebeurde, is hieronder te zien – een foto van eind oktober vorig jaar. Een mooie heldere lucht na een onweer waarover ik al eens eerder blogde.]

De Fenicische kust, gezien vanuit Tyrus-Stad
De Fenicische kust, gezien vanuit Tyrus-Stad