Onwennige gastvrijheid

Het mausoleum van Abd al-Azim
Het mausoleum van Abd al-Azim

Reyy is een voorstad van Teheran, al zeggen de mensen ter plekke dat het andersom is: het jonge Teheran is een voorstad is van het oeroude Reyy. Het stadje is inderdaad zo oud als de geschreven geschiedenis: het was bewoond in de Achaimenidische tijd en wordt genoemd in de religieuze teksten van de joden en zoroastriërs. In de Vroege Middeleeuwen was het een metropool en omdat hier veel mensen woonden, kwam Abd ol-Azim hier de sjiitische leer verkondigen.

Abd ol-Azim was niet de eerste de beste. Hij was een afstammeling van Hassan, die op zijn beurt de zoon was van Mohammeds dochter Fatima en kalief Ali. Veel mensen keken naar deze familie voor advies en de familiehoofden, de imams, gelden tot op de huidige dag in de sjiitische islam als onfeilbare bronnen van gezag. Het was de tiende imam, Ali al-Hadi, die zijn verwant Abd ol-Azim zo rond het midden van de negende eeuw naar de grote stad Reyy zond. Hij schreef er twee boeken en wordt door de sjiitische geleerden als een betrouwbare overleveraar van anekdotes over het leven van de profeet Mohammed.

Abd ol-Azim is in feite de tegenpool van zijn tijdgenoot Abu Yazid, waarover ik vrijdag al blogde, die een mysticus was wiens uitleg van de islam inhield dat de gelovige moest streven naar eenwording met God. Dit zal voor de gemiddelde mens onhaalbaar zijn en de weg van de gewone gelovige zal er meer op gericht zijn in het dagelijkse leven het goede te doen. Voor hen zijn er de schriftgeleerden die de tradities over het leven van de profeet uitleggen – zoals Abd ol-Azim.

Zijn graf in Reyy is een serene plek. Je hoeft geen moslim of gelovige te zijn om er rust te vinden en ik zou er uren hebben kunnen zitten mijmeren. Het is niet bepaald een toeristentrekpleister. Vreemd is dat niet, want het mausoleum is een spiegelpaleis van een soort waarvan er in Iran dertien in een dozijn gaan. De combinatie van een gouden koepel, twee minaretten en een hoop tegelwerk zal ook de handboeken niet ingaan als een van de grote innovaties van de negentiende-eeuwse architectuur. Omdat het geen plek is die in de reisgids drie sterren zou krijgen, komen er in Reyy weinig vreemdelingen en is men niet gewend aan westerse bezoekers, al waren we zeker welkom. De ietwat onwennige gastvrijheid ontroerde me.

Zelfportret van een beeldhouwer
Zelfportret van een beeldhouwer

Ik was bijvoorbeeld nogal gecharmeerd van enkele reliëfs bij de ingang, waar de medewerkers van de moskee waren afgebeeld: een geestelijke met een tulband, een man met een staf wiens functie ik niet weet, de voorname sleutelbewaarder en de steenhouwer. Ik moest erom lachen dat de ambachtsman zijn zelfportret had geplaatst bij de drie hoge heren – het was een grapje dat niet zou hebben misstaan in een gotische kathedraal – en ik besloot er een foto van te maken, maar de portier gebaarde me om even naar hem toe te komen. Hij legde me iets uit waarvan ik alleen begreep dat hij wilde weten waar ik vandaan kwam, belde vervolgens door dat ik uit Holland kwam, gaf me daarna zijn fiat om door te gaan met fotograferen en wees me nog op twee reliëfs die ik niet had gezien. Onwennige gastvrijheid.

Een reisgenote had een soortgelijke ervaring. In wat meer traditionele heiligdommen worden vrouwen geacht een chador te dragen. Dat is niet het zware, donkere gewaad dat in de westerse media zo wordt genoemd (al zijn die er wel in Iran), maar een lichte, meestal witte omhulling. Mijn reisgenote vertelde me dat ze verschillende keren advies had gekregen over de wijze waarop ze haar chador moest dragen.

Ik weet het: u kunt deze twee incidenten negatief uitleggen. “Waar bemoeit zo’n portier zich mee, dat je toestemming zou moeten vragen om foto’s te maken?!” of “Wat beledigend, dat een vrouw niet zelf mag bepalen hoe ze haar kleren draagt!” Zo kun je de voorbeelden inderdaad uitleggen, maar je kunt ze ook beschouwen als de reacties van mensen die verrast zijn door buitenlandse gasten, daardoor niet goed weten hoe ze zich een houding moeten geven en vervolgens schipperen tussen strijdige verlangens: enerzijds willen ze dat er geen gekke dingen gebeuren en anderzijds willen ze gastvrij zijn.

U mag dit voorbeeld met vijf vermenigvuldigen voor elke dag die u in de islamitische republiek doorbrengt. U zult altijd dingen verkeerd doen en soms zal men u corrigeren, maar vrijwel altijd geeft de gastvrijheid de doorslag.

Een gedachte over “Onwennige gastvrijheid

  1. FCS

    Jona,
    Voor jouw informatie: het boek van (Tacitus) Vincent Hunink is nog niet beschikbaar. Het haalt de boekenweek dus niet en komt waarschijnlijk op 19 maart as uit.
    m.vr gr.
    FCS.

Reacties zijn gesloten.