Het Parthische Rijk (2): Bestuur

Portret van een heerser uit het Parthische Rijk uit Aššur (Pergamonmuseum, Berlijn)

Van alle Iraanse dynastieën regeerden de Arsakiden het langst: bijna een half millennium heersten ze over het Parthische Rijk. In mijn vorige stukje beschreef ik hoe ze in de loop van de ruime eeuw tussen 245 en 139 v.Chr. vanuit Hyrkanië hun macht uitbreidden naar Baktrië in het oosten en naar Hyrkanië en Medië in het westen, en tot slot Babylonië en Elam. Deze laatste twee gebieden waren veel verstedelijkter dan de gebieden op de Iraanse hoogvlakte. De veroveraars zouden hun bezittingen moeten gaan organiseren.

In alle gebieden was het bestuur Griekstalig geweest en de nieuwe heersers moesten zich, als ze wilden dat hun heerschappij duurzaam was, daaraan aanpassen. De steden behielden daarom hun oude rechten en het bestuur bleef min of meer hetzelfde. Een interessant detail is de muntslag: de opschriften waren in het Griekse alfabet, ook toen de kennis van deze taal achteruit was gegaan en niemand nog goed wist hoe hij Griekse karakters moest schrijven.

Lees verder “Het Parthische Rijk (2): Bestuur”

De Meden (1): een fictief koninkrijk

Herders in het Zagrosgebergte

We moeten het eens hebben over de Meden. U kent ze van “de wetten van Meden en Perzen”, die gelden als onveranderbaar. De uitdrukking, zonder uitleg gebruikt in de Bijbel, bewijst dat in elk geval geen Jood ervan opkeek dat de twee volken in één adem werden genoemd. Ook bij de Griekse onderzoeker Herodotos zijn Meden en Perzen vrijwel synoniem. Verwante volken dus, zou je denken, en dat dacht je goed.

Hoewel de eerste notie dus klopt, vormen de Meden voor de oudheidkundige ook een probleem. Het bewijsmateriaal is nogal eens onbetrouwbaar. Het bestaat uit opgravingen, uit verwijzingen in Assyrische en Babylonische spijkerschrifttabletten, de Historiën van Herodotos, de Geschiedenis van de Perzen van Ktesias van Knidos en een handvol hoofdstukken uit de Bijbel. De moeilijkheid is dat de archeologische data niet overeenkomen met de Griekse teksten en dat het spijkerschriftbewijs nogal nietszeggend is.

Lees verder “De Meden (1): een fictief koninkrijk”

Onwennige gastvrijheid

Het mausoleum van Abd al-Azim
Het mausoleum van Abd al-Azim

Reyy is een voorstad van Teheran, al zeggen de mensen ter plekke dat het andersom is: het jonge Teheran is een voorstad is van het oeroude Reyy. Het stadje is inderdaad zo oud als de geschreven geschiedenis: Rhagai, zoals het ooit heette, was bewoond in de Achaimenidische tijd en wordt genoemd in de religieuze teksten van de joden en zoroastriërs. In de Vroege Middeleeuwen was het een metropool en omdat hier veel mensen woonden, kwam Abd ol-Azim hier de sjiitische leer verkondigen.

Abd ol-Azim was niet de eerste de beste. Hij was een afstammeling van Hassan, die op zijn beurt de zoon was van Mohammeds dochter Fatima en kalief Ali. Veel mensen keken naar deze familie voor advies en de familiehoofden, de imams, gelden tot op de huidige dag in de sjiitische islam als onfeilbare bronnen van gezag. Het was de tiende imam, Ali al-Hadi, die zijn verwant Abd ol-Azim zo rond het midden van de negende eeuw naar de grote stad Reyy zond. Hij schreef er twee boeken en wordt door de sjiitische geleerden als een betrouwbare overleveraar van anekdotes over het leven van de profeet Mohammed.

Lees verder “Onwennige gastvrijheid”