Lamartine in Beit ed-Din

De kamer van Lamartine in Beit ed-Din

De Fransman Alphonse de Lamartine (1790-1869) was zo iemand die in alles was geïnteresseerd en alles probeerde. Hij was soldaat, hij was dichter, hij was oriëntalist, hij was reiziger, hij was abolitionist, hij was historicus, hij was diplomaat en hij was ook nog een van de leiders van de burgerlijke revolutie van 1848. In juli 1832 verliet hij Frankrijk voor een reis naar het Heilig Land, waarvandaan hij pas in september 1833 zou terugkeren. Onderweg trok hij door het Ottomaanse Rijk, waar hij zich aandiende bij Bashir Shihab II, de heerser van het emiraat Libanon.

Die was in deze jaren bezig zijn paleis in Beit ed-Din te bouwen. Ik blogde al eens over dat paleis. Het bestaat uit drie delen:

  • een zeer rijk gedecoreerd woongedeelte, waar Bashir ook recht sprak;
  • een iets minder rijk gedecoreerd deel voor staatszaken met ontvangstzalen voor voorname en minder voorname gasten;
  • en – op dat moment in aanbouw – een algemeen voorhof waar iedere gast enkele dagen kon blijven.

Lees verder “Lamartine in Beit ed-Din”

Irak kort (3): Foto’s en hoeden

In Irak wil iedereen met je op de foto. Dat is niet alleen in Irak zo, het is de hobby van alle mensen in het gehele Midden-Oosten. Libanezen zoeken daarvoor graag gekke momenten en proberen er iets humoristisch van te maken. In het xenofiele Iran zwermen hele schoolklassen op je af en proberen de kinderen meteen hun Engels uit. Ik dacht dat de Perzen het meest cameraverliefd waren, maar de Iraki’s spannen de kroon.

Het blijft hier ook niet bij één foto: de mannen van onze escorte willen bij elke ruïne die we bekijken een nieuwe foto, en daarna nog een keer met ook de bewakers van die ruïne erbij. Die puinhopen zeggen hun verder niets, maar ze vinden het weer wel leuk dat vreemdelingen lopen te stuiteren als ze iets bijzonders zien of ontdekken. (Gisteren fotografeerde ik op een opgraving twee piekfijn bewaard gebleven Akkadische koningsinscripties die nog nooit zijn gepubliceerd. We stuiterden terug naar ons busje.)

Lees verder “Irak kort (3): Foto’s en hoeden”

Verdoemde steden

Adam Elsheimer, Philemon en Baucis

Gisteren wees ik op de parallel tussen het verhaal van Maria van Amnia en de sage van Filemon en Baukis. Nu ik er opnieuw over wil beginnen, schiet me te binnen dat ik daar al eens eerder over heb geschreven: u leest de volledige sage, vertaald en wel, hier. De parallel gaat echter verder dan alleen deze twee verhalen. De sage van Filemon en Baukis is namelijk een voorbeeld van een bij wel meer volken bekend verhaal dat we zouden kunnen aanduiden als “de verdoemde stad”.

In dit verhaal brengen de goden, uiteraard incognito, een bezoek aan de aarde. Overal constateren ze de zondigheid van de mensen, maar een arm echtpaar onthaalt ze gastvrij. Op dit punt kan de verteller het verhaal naar believen uitbreiden. Als Ovidius het bijvoorbeeld heeft over Filemon en Baukis, wijdt hij uit over de pogingen van de twee arme mensen om een fatsoenlijk maal op tafel te scheppen. Na een kras voorbeeld van de rechtschapenheid van de betrokkenen onthullen de goden hun ware identiteit en nemen de mensen mee, naar buiten de stad. Als ze omkijken, zien ze dat hun stad is verwoest: de goden straften de stad maar redden de enige rechtvaardigen.

Lees verder “Verdoemde steden”

Onwennige gastvrijheid

Het mausoleum van Abd al-Azim
Het mausoleum van Abd al-Azim

Reyy is een voorstad van Teheran, al zeggen de mensen ter plekke dat het andersom is: het jonge Teheran is een voorstad is van het oeroude Reyy. Het stadje is inderdaad zo oud als de geschreven geschiedenis: Rhagai, zoals het ooit heette, was bewoond in de Achaimenidische tijd en wordt genoemd in de religieuze teksten van de joden en zoroastriërs. In de Vroege Middeleeuwen was het een metropool en omdat hier veel mensen woonden, kwam Abd ol-Azim hier de sjiitische leer verkondigen.

Abd ol-Azim was niet de eerste de beste. Hij was een afstammeling van Hassan, die op zijn beurt de zoon was van Mohammeds dochter Fatima en kalief Ali. Veel mensen keken naar deze familie voor advies en de familiehoofden, de imams, gelden tot op de huidige dag in de sjiitische islam als onfeilbare bronnen van gezag. Het was de tiende imam, Ali al-Hadi, die zijn verwant Abd ol-Azim zo rond het midden van de negende eeuw naar de grote stad Reyy zond. Hij schreef er twee boeken en wordt door de sjiitische geleerden als een betrouwbare overleveraar van anekdotes over het leven van de profeet Mohammed.

Lees verder “Onwennige gastvrijheid”

Filemon en Baukis

Adam Elsheimer, Filemon en Baukis

“Filemon en Baucis” is een club in Utrecht waar, zo lezen we, iemand van Marokkaanse afkomst niet welkom was. Dat is wel heel ironisch. Philemon en Baucis – voor de spelling van de eigennamen, zie helemaal beneden – zijn namelijk de hoofdpersonen in een antieke sage over twee stervensarme mensen die als enigen in hun stadje de wetten der gastvrijheid respecteren. Dat je de deur krijgt gewezen in een naar uitgerekend dit tweetal genoemde club, is onverdraaglijk ironisch.

Hieronder de sage, zoals verteld door de Romeinse dichter Ovidius (Metamorfosen 8.626-724) in de prachtvertaling van Marietje d’Hane-Scheltema.

Lees verder “Filemon en Baukis”