Het graf van Daniël

Het graf van Daniël in Susa
Het graf van Daniël in Susa

In Susa, in het zuidwesten van Iran, is een mooi mausoleum voor de profeet Daniël. Inderdaad, die van de leeuwenkuil en de voorspellingen aan de Babylonische koning Nebukadnezzar. Dat de bewoners van Susa geloven dat Daniël begraven zou liggen in Susa, is op het eerste gezicht wat merkwaardig, omdat de joodse profeet toch vooral met Babylon wordt geassocieerd. Waarom denken mensen dat hij desondanks ligt in Susa?

Het heeft te maken met de Arabische veroveringen en het ontstaan van de islam. De Arabieren hadden de stad ingenomen en waren al aan het plunderen, toen bij de rivier een mummie werd ontdekt. De veroveraars wilden die kapotmaken, toen iemand hun voorhield dat ze het lichaam wilden vernietigen van de profeet Daniël. Dit weerhield de moslims, en zo bleef de mummie bewaard. Het is echter wat curieus, want Daniël wordt nergens in de Koran genoemd. De gebeurtenis illustreert hoezeer de vroege islam openstond voor allerlei ideeën uit de monotheïstische religies. De islamitische leer was nog niet uitgekristalliseerd.

Dat het ondertussen niet echt kan zijn gegaan om het graf van een joodse profeet, moge ondertussen duidelijk zijn: mummificatie is immers geen joods grafritueel. Vermoedelijk gaat het om de mummie van een voorname Perzische edelman, en is dit één van de vele voorbeelden van een opportune heridentificatie van iets wat voor de Iraniërs belangrijk genoeg was om een leugentje om bestwil te vertellen. Een zoroastrisch heiligdom in Pasargadai werd op soortgelijke wijze omgedoopt tot “gevangenis van Salomo”, zodat plundering werd verhinderd.

Zo is het dus gekomen dat er in Susa een mausoleum is voor een joodse profeet. Ik kom er graag: zoals in wel meer islamitische mausolea in Iran hangt er een serene atmosfeer, waarin de traditionele propaganda (“Al-Quds for us”) helemaal niet past.

Inmiddels ben ik in Samarkand, waar ik iets ontdekte dat een zeker licht werpt op de cultus in Susa. Ook hier is namelijk een graf voor Daniël. Die duplicatie is niet wat me opviel, want ik heb heiligdommen voor het lichaam van Johannes de Doper bezocht in Damascus, Rome en in het Bulgaarse havenstadje Sozopol. Dat heiligen zich na hun dood wonderbaarlijk vermenigvuldigen, is zo vreemd niet. Job zag ik in zowel Harran als Buchara. Het punt is dat het lichaam dat men van het lichaam in Samarkand verteld dat het door de veroveraar Timoer Lenk is meegenomen uit Susa. Dat de traditie in de ene stad expliciet vermeldt waarom die in de andere niet klopt, is bij mijn weten uniek.

Graf van Daniël in Samarkand

Ik vermoed overigens dat de mummie die in de zevende eeuw van de vernietiging werd gered, van wie die ook moge zijn, nog altijd ligt in Susa. Het graf in Samarkand is namelijk niet minder dan achttien meter lang. Wat er in Samarkand ook ligt: vermoedelijk geen mummie.

Het heiligdom is bovendien gebouwd naast een heilige bron en bevindt zich op de noordelijke helling van Afrosiab, het voor-Mongoolse Samarkand. Ik denk daarom dat het in feite gaat om een antieke cultus, want lichamen met meer-dan-menselijke proporties zijn in de voor-islamitische tijd op wel meer plekken vereerd. Ook bronnen vormden toen het voorwerp van verering, terwijl de plaats waar de cultus plaatsvond, aan de rand van de pre-Mongoolse stad, eveneens duidt op een aanzienlijke ouderdom.

Een simpel scenario zou kunnen zijn dat hier een oeroude cultus was, misschien geassocieerd met een Sogdische jood of christen genaamd Daniël. Die kan men later zijn gaan beschouwen als Daniël de profeet. Nog later, toen men ontdekte dat deze tevens lag begraven in Susa, werd het verhaal bedacht van Timoer Lenk. Ik zou, om de feiten duidelijk te krijgen, eens willen zien in welke kroniek de legende van de Samarkandse Daniël staat.

Tot slot dit. Oezbekistan beroemt zichzelf op religieuze pluriformiteit en tolerantie. Ik heb inderdaad kerken en synagogen gezien, maar had het idee dat als alle geloven hier gelijk waren, de door de overheid gecontroleerde islam wat meer gelijk was dan de andere godsdiensten. Ik was dus niet verbaasd dat het heiligdom een overwegend islamitische inslag had. Iemand reciteerde voortdurend zegeningen (en ik heb wel eens mensen gehoord die het mooier deden).

Toen we wegliepen nam ik me voor een stukje te schrijven waarin ik zou constateren dat de in de reisgidsen vermelde “gemeenschappelijke verering door moslims, christenen en joden” mij nogal overdreven leek, toen ik een Russisch-orthodoxe priester de trap op zag komen lopen.

[Nog een Daniëlgraf hier.]