Het graf van Daniël (bis/ter)

Graf van Daniël, Kirkuk

Het regende pijpenstelen en ik zat gefrustreerd te staren naar een tekst die niet zo snel vorderde als ik wilde, toen ik een appje kreeg van Marjon Verburg, die momenteel op reis is in Irak. Ik ben dus gewoon stervensjaloers, want Irak is (met Algerije en Afghanistan) een van de landen waar ik nog altijd heen wil. Of beter, waar ik professioneel gewoon hoor te zijn geweest.

Meer in het bijzonder kwam het appje uit Kirkuk en bovenstaande foto toont u het graf van de profeet Daniël. Of beter, een van zijn graven. Ik blogde al eens over ’s mans graf in Susa en zijn graf in Samarkand. Er zijn nog meer graven, zoals in Tarsus in Turkije en in Sidi Denaine in Marokko. De vernietiging van een graf van Daniël in Mosul door de zogenaamd Islamitische Staat werd enkele jaren geleden in één adem gerapporteerd met de destructie van het graf van Jona.

Lees verder “Het graf van Daniël (bis/ter)”

Geschiedenis van Perzië (3)

Nabonidus op een reliëf uit Harran, nu in het British Museum (vergelijk)

Ik was begonnen met een reeks over de geschiedenis van Perzië en was al ingegaan op een van onze kroongetuigen, Herodotos van Halikarnassos, op de Assyrische grondslagen van het Aziatische wereldrijk en op de inname van Babylon door Cyrus de Grote. Ik verwees daarin naar het Bijbelboek Daniël en hoewel niemand me er een vraag over heeft gesteld, wil ik toch even een mogelijke tegenwerping behandelen: de auteur van Daniël heeft het namelijk niet over de Perzische koning Cyrus maar over Darius de Mediër (Daniël 6.1).

Die kennen we verder niet. Geen enkele andere tekst uit de Oudheid noemt een Darius de Mediër, hoewel we toch duizenden en duizenden kleitabletten hebben uit deze periode. Het probleem is niet de etnische aanduiding. Perzen en Meden golden vaak als uitwisselbaar (zo duiden de Grieken het conflict dat wij “de Perzische Oorlogen” noemen, aan als “de Medische Oorlogen”). De voornaam is echter wel wat problematisch. Het is niet die van de man die in 539 v.Chr. Babylon veroverde, maar van de feitelijke organisator van het Perzische Rijk, Darius I de Grote (r.522-486 v.Chr.).

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (3)”

Geschiedenis van Perzië (2)

Rembrandts weergave van het “teken aan de wand”. De vrouw links van de koning heeft de trekken van Rembrandts echtgenote Saskia.

Het punt kan niet vaak genoeg worden gemaakt en dus maak ik het gewoon nog maar eens een keer: we hebben over de oude wereld te weinig informatie. Daaruit volgt dat we over sommige gebeurtenissen eigenlijk te weinig weten. Hoe het Perzische Rijk is ontstaan bijvoorbeeld. Het staat vast dat toen koning Cyrus de Grote in oktober 539 v.Chr. de stad Babylon innam, hij in één moeite door het hele Babylonisch Rijk kon overnemen en dus beschikte over een goedgeorganiseerde staat, maar hoe hij dit kon doen is niet goed bekend. Halfnomadische stammen uit de bergen nemen niet zomaar een wereldrijk over.

Lange tijd zou het verhaal uit Herodotos, over wie ik onlangs schreef, zijn gebruikt om dit allemaal te verklaren. Het komt erop neer dat in Iran de Meden (in West-Iran) aan de macht waren en dat de Perzen (Zuid-Iran) hun vazallen waren. Op een gegeven moment besluit de Pers Cyrus in opstand te komen – het romantische sprookje dat moet verklaren waarom, zal ik later vandaag behandelen – en hij onderwerpt zijn voormalige overheerser. Vervolgens onderwerpt hij de Lydiërs in het westen van Turkije en daarna valt hij Babylonië aan. Ook oostelijk Iran wordt onderworpen en Cyrus komt om als hij probeert Centraal-Azië te onderwerpen.

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (2)”

De Bijbel, een inleiding (3)

Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman)

Eergisteren en gisteren was ik hier bezig met een “guided tour” door de Bijbel: welke teksten zou je moeten lezen voor een eerste kennismaking met deze bibliotheek van joodse religieuze literatuur. Ik heb diverse thema’s geïntroduceerd: dat het officiële jodendom, waarvoor de geschreven literatuur belangrijk was (en dat natuurlijk niet per se representatief was voor wat de mensen werkelijk deden en geloofden), offerde aan één God, dat dit in Jeruzalem moest gebeuren en dat deze God een Verbond had gesloten met zijn uitverkoren volk (de Joden dus). Toen het Jodendom één godsdienst was in het grote Perzische Rijk, kwam daar universalisme bij: de God in Jeruzalem was er ook voor andere volken. Ik noemde ook het dualisme, ofwel het idee dat tegenover de ene God een tegenstrever stond, die in sommige religieuze teksten een kosmische tegenkracht is in een eeuwige strijd tussen goed en kwaad, maar die in andere bronnen een dienaar is van de goede God met een vreemd takenpakket.

Er is nog een ander, nieuw thema in het Jodendom van de Perzische tijd: het lezen van en discussiëren over de Wet. Het is niet helemaal duidelijk wanneer de verhalen over de Uittocht en het ontvangen van de Wet zijn geschreven (m.a.w., de eerste helft van het Bijbelboek Exodus), maar er zijn aanwijzingen dat het is gebeurd na het midden van de vierde eeuw v.Chr. Ik ben daar zelf niet van overtuigd, maar hoe dat ook zij: in de vierde eeuw wordt de discussie over de Wet belangrijker en een mooi verhaal over de herkomst zou daarin passen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (3)”

Het graf van Daniël

Het graf van Daniël in Susa
Het graf van Daniël in Susa

In Susa, in het zuidwesten van Iran, is een mooi mausoleum voor de profeet Daniël. Inderdaad, die van de leeuwenkuil en de voorspellingen aan de Babylonische koning Nebukadnezzar. Dat de bewoners van Susa geloven dat Daniël begraven zou liggen in Susa, is op het eerste gezicht wat merkwaardig, omdat de joodse profeet toch vooral met Babylon wordt geassocieerd. Waarom denken mensen dat hij desondanks ligt in Susa?

Het heeft te maken met de Arabische veroveringen en het ontstaan van de islam. De Arabieren hadden de stad ingenomen en waren al aan het plunderen, toen bij de rivier een mummie werd ontdekt. De veroveraars wilden die kapotmaken, toen iemand hun voorhield dat ze het lichaam wilden vernietigen van de profeet Daniël. Dit weerhield de moslims, en zo bleef de mummie bewaard. Het is echter wat curieus, want Daniël wordt nergens in de Koran genoemd. De gebeurtenis illustreert hoezeer de vroege islam openstond voor allerlei ideeën uit de monotheïstische religies. De islamitische leer was nog niet uitgekristalliseerd.

Lees verder “Het graf van Daniël”

Joodse literatuur (4)

Pompeius (Louvre, Parijs)

[Dit is het vierde van vier à vijf stukjes over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; het eerste is hier.]

In de tussentijd had Alexander de Grote een einde gemaakt aan het Perzische Rijk en was Judea, na een eeuw Ptolemaïsche heerschappij, in handen gekomen van de Seleukiden. Een deel van de Joden zag in de Griekse beschaving een verrijking, zocht naar aansluiting en benutte een Griekse Bijbelvertaling, de Septuagint. Daarnaast ontstonden filosofisch-getinte teksten als de Wijsheid van Jezus Sirach, geschiedwerken, toneelstukken, gebeden, hymnen, biografieën, briefliteratuur en roman. Ook Joodse groeperingen die de Griekse beschaving later zouden afwijzen, hebben er elementen aan ontleend: zelfs de sektariërs wier opvattingen zijn gedocumenteerd in de Dode Zee-rollen, aanvaardden dat de mens een ziel zou hebben.

Lees verder “Joodse literatuur (4)”