Een helm uit Oezbekistan

Sakische helm (Nationaal Museum, Tasjkent)

Zo’n helm als deze had ik dus nog nooit gezien. Hij bevond zich in het Nationaal Museum van Oezbeekse Geschiedenis in Tasjkent. De enige uitleg was dat hij in de buurt van Samarkand, het antieke Marakanda, was gevonden in het graf van een Sakische leider – en de Saken, dat is een van de namen van de nomaden van Centraal Eurazië. Die leefden dus op de steppe van Mongolië naar Oekraïne en hun federaties staan bekend onder namen als Skythen, Sogden, Haoma-drinkende Saken, Puntmuts-Saken, Water-Saken ofwel Pausiken, Maan-Saken ofwel Massageten, Sarmaten, Dahen en – in een latere periode – Yuezhi ofwel Kushana’s, Hunnen, Türk en Avaren. Steeds andere namen, steeds dezelfde geschiedenis van federaties die ontstaan, naar het vruchtbaardere westen trekken en weer uit elkaar vallen.

Ik heb weleens verteld over Christopher Beckwiths idee dat we de geschiedenis van Azië en Europa niet moesten conceptualiseren als een boog van wereldrijken, zoals China, Tibet, India, Perzië, Assyrië, Anatolië, Griekenland en het Romeinse Rijk, met in het noorden wat nomadische barbaren, maar als een wereldsysteem met die nomaden in het centrum, omgeven door een periferie van antieke beschavingen. Die gedachte, geopperd in een boek waar ik gemengde gevoelens bij heb, bevalt me.

Lees verder “Een helm uit Oezbekistan”

Timoer Lenk

Timoer Lenk
Timoer Lenk

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie plaatste de eerste postcommunistische leiders voor een probleem: waar laat je al die standbeelden die waren opgericht voor Lenin? De Hongaren legden een park aan waar zo’n tweehonderd van die beelden bij elkaar stonden. In de DDR verstopte Potsdam het monument achter wat bomen en verpatste Merseburg zijn beeld, zodat het nu staat in het Oost-Groningse Tjuchem. En in Oezbekistan zorgde de vorige week overleden president Islam Karimov ervoor dat de leninistische persoonsverheerlijking werd ingeruild voor de cultus van Timoer Lenk. Het was een poging een nieuw focus te geven aan een staat die zijn ideologische veren kwijt was geraakt en een nieuwe identiteit zocht.

De middeleeuwse veroveraar Timoer is in Nederland niet zo bekend, dus eerst even een korte introductie. Rond 1220 had de Mongoolse leider Djengis Khan Centraal-Azië onderworpen en de oorspronkelijke bevolking uitgemoord. Het lege land werd overgenomen door Mongools- en Turkssprekende nomaden die, toen het Mongoolse rijk na een kleine eeuw uiteenviel, nieuwe rijken vormden met nieuwe leiders. Een daarvan was Timoer Lenk (1336-1405), die een dynastie stichtte die nog een eeuw zou regeren, tot het land werd overgenomen door weer een nieuwe stam, waarover straks meer.

Lees verder “Timoer Lenk”

Mongolenstorm (1)

Nishapur: slachtoffers van de Mongoolse aanval. Let op het gat in de schedel links.
Nishapur (Iran) slachtoffers van de Mongolenstorm. Let op het gat in de schedel links.

Gisteren kwam op mijn stukje over de Samarkandse knekelkist de vraag waarom de Mongolenstorm het begin van het einde voor het christendom in Centraal-Azië markeerde. Vandaag en morgen (of overmorgen) een poging tot antwoorden.

Om te beginnen: het was in de eeuwen voor en na 1000 gebruikelijk dat veroveraars degenen die ze hadden onderworpen, onder druk zetten om de religie van de meesters over te nemen. Toen de Byzantijnen terrein wonnen in Syrië, probeerden ze de bevolking voor de Griekse orthodoxie te winnen; wie daar niet mee instemde, verhuisde. De maronitische christenen trokken in deze tijd naar Libanon. Westerse christenen die een land veroverden, zetten hun onderdanen onder druk, zoals de reconquistadores in Spanje deden. Moslims deden dat ook ten opzichte van de religieuze minderheden in hun landen, de zogeheten dhimmi‘s. Meestal maakte regelgeving met discriminerende bepalingen wel duidelijk dat er maar één superieure religie was. Geweld kwam voor maar was betrekkelijk zeldzaam.

Lees verder “Mongolenstorm (1)”

Een knekelkist uit Samarkand

Een christelijk knekelkistje (Samarkand)
Een christelijk knekelkistje (Samarkand)

Ik blogde gisteren over een fresco uit het Archeologisch Museum van Afrosiab in Samarkand. Daar ga ik nog even mee verder: hierboven een knekelkistje uit de vierde eeuw na Chr. In Centraal-Azië werden de doden lange tijd neergelegd om door honden en vogels te worden opgegeten, waarna de botten werden verzameld en apart begraven. De gewoonte bestaat nog in bijvoorbeeld Tibet.

De eerste christenen hechtten nogal aan het begraven van het gebeente. Ze geloofden immers in de lichamelijke opstanding en keurden daarom grafrituelen af waarin het lichaam volledig werd vernietigd. Terwijl in West-Europa crematie in onbruik raakte, begroeven de gelovigen in Centraal-Azië de botten van hun dierbare overledenen.

Lees verder “Een knekelkist uit Samarkand”

Het einde van de Oudheid

Drie gezanten op het Afrosiab-fresco (Samarkand)
Drie gezanten op het Afrosiab-fresco (Samarkand)

De foto hierboven is niet heel geweldig, ik weet het. De ruis is ontstaan doordat ik de foto nam in een nauwelijks verlicht vertrek: fresco’s verbleken immers als ze lang worden blootgesteld aan het volle daglicht en daarom heeft het Archeologisch Museum van Afrosiab in Samarkand deze schilderingen geplaatst in een kamer met alleen wat schemerlicht. De ruimte wordt bovendien kunstmatig gekoeld tot 17°, wat behoorlijk fris is als het buiten 30° is.

Al die zorg is terecht want de fresco’s, die in 1965 zijn opgegraven in het enorme ruïnecomplex Afrosiab, zouden werelderfgoed kunnen zijn. Het zijn er drie. De zuidelijke wand toont een processie: op olifanten, paarden en dromedarissen komt een enorme stoet mensen aan, met in hun midden koning Varkhuman, die u zo rond 650 na Chr. moet plaatsen. Er zijn ook offerdieren afgebeeld: niet alleen ganzen maar ook een prachtig opgetuigde hengst. Het is denkbaar dat Varkhuman een oeroud type offer bracht dat we het beste kennen uit India en dat daar aśvamedhá wordt genoemd: een paardenoffer waarmee een vorst zichzelf legitimeerde.

Lees verder “Het einde van de Oudheid”

Alexander in Oezbekistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort
Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Ik had vandaag eigenlijk wakker zullen worden in Tasjkent, waar ik een groep zou rondleiden. Het Nationaal Museum van Oezbekistan stond op het programma, vol interessante oudheden, culminerend in een welhaast tempelachtige zaal voor de nationale held Timoer Lenk – die overigens leefde vóór de horde van Öz Bek zich vestigde in het land dat naar hem is vernoemd. Omdat mijn vader overleed, heb ik in Nederland moeten blijven. Een vriendin begeleidt de groep nu; ik heb dinsdag de groep uitgeleide gedaan op Schiphol; en ik kan niet méér doen dan een stukje schrijven over Alexander de Grote in Sogdië – zoals Oezbekistan heette voordat de Oezbeken zich daar vestigden. Huishoudelijke mededeling voor de trouwe lezers van deze kleine blog: morgen gaan we verder met de reeks over de monotheïsering van jodendom, christendom en heidendom.

**

Hoe raakte Alexander de Grote in vredesnaam verzeild in Sogdië, een land waarvan de Grieken nauwelijks iets wisten? Het antwoord “het behoorde bij het Perzische Rijk waarmee Alexander in oorlog was” is te makkelijk: in de eerste plaats omdat de Perzische controle informeel was – anders dan in Libanon of Egypte of Turkije is er in Oezbekistan geen monumentale Perzische architectuur opgegraven. In de tweede plaats omdat de oorlog, met de dood van de Perzische koning Darius III Codomannus, in feite ten einde was. De Griekse contingenten in Alexanders leger waren in de zomer van 330 al naar huis gestuurd en werden vervangen door Griekse huurlingen.

Lees verder “Alexander in Oezbekistan”

Het einde van de reis

Een boeddhistische Alexander (Nationaal Museum, Tasjkent)

De Livius-website concentreerde zich aanvankelijk – we hebben het over de late jaren negentig – op twee gebieden waarover destijds weinig online-informatie bestond: Germania Inferior (ofwel de Lage Landen in de Romeinse tijd) en Perzië. Over beide onderwerpen schreef ik later een boek: De randen van de aarde en Alexander de Grote. Het eerste boek was makkelijker dan het tweede, want ik kende het gebied en hoefde maar een paar plekken langs te gaan. Een handvol autoritjes volstond.

Het Alexanderboek was veeleisender. In 2003 en 2004 trokken we door Turkije, door Iran en door Pakistan. Dat laatste land staat nog steeds op mijn verlanglijstje: het was zonder meer het vreemdste en daarom fascinerendste land. Ik had er langer willen blijven en ik geloof dat mijn vaste reisgenoot, met wie ik daarvoor Germania Inferior had verkend, er ook zo over denkt. We willen zien wat er van het land is geworden.

Lees verder “Het einde van de reis”

Het graf van Daniël

Het graf van Daniël in Susa
Het graf van Daniël in Sousa

In Sousa, in het zuidwesten van Iran, is een mooi mausoleum voor de profeet Daniël. Inderdaad, die van de leeuwenkuil en de voorspellingen aan de Babylonische koning Nebukadnezar. Dat de bewoners van Sousa geloven dat Daniël begraven zou liggen in Sousa, is op het eerste gezicht wat merkwaardig, omdat de joodse profeet toch vooral met Babylon wordt geassocieerd. Waarom denken mensen dat hij desondanks ligt in Sousa?

Het heeft te maken met de Arabische veroveringen en het ontstaan van de islam. De Arabieren hadden de stad ingenomen en waren al aan het plunderen, toen bij de rivier een mummie werd ontdekt. De veroveraars wilden die kapotmaken, toen iemand hun voorhield dat ze het lichaam wilden vernietigen van de profeet Daniël. Dit weerhield de moslims, en zo bleef de mummie bewaard. Het is echter wat curieus, want Daniël wordt nergens in de Koran genoemd. De gebeurtenis illustreert hoezeer de vroege islam openstond voor allerlei ideeën uit de monotheïstische religies. De islamitische leer was nog niet uitgekristalliseerd.

Lees verder “Het graf van Daniël”

Samarkand

De oude citadel van Samarkand, waar Alexander trouwde met Roxane.

U kent dat wel: in de buurt van een museum zitten mensen die u proberen wat souvenirs aan te smeren. Storend, maar als je eenmaal binnen bent, ben je ervan verlost. Zo niet in Samarkand, waar de directie van het archeologisch museum de verkopers toestemming heeft verleend hun waren aan u op te dringen in de zalen. Ik begrijp werkelijk niet wat de directie hiertoe heeft bewogen, want niet alleen is het irritant, er wordt ook voortdurend gesproken, zodat gidsen weer luider moeten spreken en er uiteindelijk Mauritshuisachtige toestanden ontstaan.

En dat is jammer, want de collectie, die we gisteren bekeken, en de opgraving, die we vandaag bezochten, is zó de moeite waard dat twee dagen te weinig is. Het is niet veel overdreven te zeggen dat Samarkand een van de belangrijkste culturele centra van Centraal-Azië is geweest, en daarmee het middelpunt van de oude wereld, die immers bestond uit een periferie van beschavingen – het Romeinse Rijk, Griekenland, Mesopotamië, Perzië, India, Tibet, China – rond een Centraal-Aziatisch centrum, waarvan Samarkand dan weer het midden vormde. De stad was, om zo te zeggen, eeuwenlang de as waarom de wereld draaide.

Lees verder “Samarkand”

De eerste Oezbeken

Shahkrisabz
Shahrisabz

In mijn reeks (1, 2, 3, 4, 5, 6) over de geschiedenis van Centraal-Azië vertelde ik gisteren hoe de Mongolen in de dertiende eeuw de etnische kaart opnieuw tekenden. De oude, Iraanse volken trokken zich terug in Perzië en Tajikistan, terwijl het gebied dat wij kennen als Turkmenistan, Oezbekistan en Kazachstan werd overgenomen door de Mongolen en de Turkse volken. Dit was, om het beeld te herhalen dat ik al tot vervelens toe heb gebruikt, de derde van de vier “grote vegen” waartoe ik de geschiedenis van Centraal-Azië probeer te reduceren.

De menselijke prijs van de Mongoolse veroveringen was immens, maar er was één positief gevolg: van Boedapest tot Burma en van Beijing tot Bagdad vormde Eurazië een eenheid, waardoor de handel kon opbloeien. Marco Polo is maar één voorbeeld van een reiziger in dit gebied. Een minder voor de hand liggend voorbeeld is de pestbacil, die in de veertiende eeuw van Tibet naar de Krim kon reizen en daarvandaan zijn verwoestende werk kon doen in West-Europa.

Lees verder “De eerste Oezbeken”