Romeinenweek: Peter Connolly

De strijd om Alesia volgens Peter Connolly
De strijd om Alesia volgens Peter Connolly

Peter Connolly (1935-2012) heeft me Engels geleerd. Het moet 1978 zijn geweest toen ik zijn boek The Roman Army vond in de Apeldoornse openbare bibliotheek. Ik was veertien en had mijn eerste Engelse lessen wel gehad, maar een boek lezen in een vreemde taal was meer dan ik gewend was. De enige manier om te ontdekken wat Connolly had te melden, was het zelf te vertalen, bewapend met het Prisma-woordenboek van mijn vader.

En dat had ik hard nodig, want Connolly gebruikte woorden die ik op school nooit had gehoord. Wat was in vredesnaam een shield boss? Waartoe diende de outrigger van een schip? Wat deed je met een javelin? O ja, ik worstelde met Connolly’s woorden maar het was de moeite waard. Ik herken nu ook de slimme wetenschapsvoorlichter, die de bovenkant van zijn pagina’s gebruikte om een opwindend verhaal te vertellen over de slag bij Pydna, Julius Caesar of de crisis van het Vierkeizerjaar, en – als hij zo de aandacht van de lezers had – de details uitlegde op het onderste deel van de pagina, voorzien van talloze illustraties.

Die illustraties! Als Connolly moest uitleggen hoe een Romeins schild eruit zag, voegde hij een tekening toe van het monument van Aemilius Paullus in Delfi: en dat verklaarde alles, zelfs de shield boss. Er waren goede schetsen van, bijvoorbeeld, de onderafdelingen van een legioen en de tactieken die mogelijk waren met een manipel. En sommige tekeningen, zoals die van de belegering van Jeruzalem, konden alleen worden beschouwd als kunst. Punt.

Later zou ik ontdekken dat Connolly ook een boek had geschreven over The Greek Armies, met dezelfde opbouw, en een boek over Hannibal and the Enemies of Rome, dat iets minder geconcentreerd was op één thema maar dat het interessantste deel was van de trilogie.

Het is verbluffend hoe ik door die boeken ben beïnvloed. Toen ik in 1992 naar Italië en Griekenland fietste, koos ik de Montgenèvre-pas omdat dit volgens Connolly – die volstrekt gelijk heeft – de route was die Hannibal over de Alpen heeft genomen. Het is altijd een aangename verrassing als ik in een museum een object herken uit zijn boeken: die charmante beschilderde schaal met die oorlogsolifant en haar jong (nu in de Villa Giulia in Rome); het altaar van Domitius Ahenobarbus in het Louvre; het Dendra-harnas in het museum in Nauplion.

Nu ik dit schrijf, realiseer ik me dat Connolly’s boeken niet alleen een inleiding waren tot de antieke krijgskunst én de Engelse taal, maar ook tot musea en klassieke kunst.  “De materiële cultuur is belangrijk,” leek Connolly te zeggen, en hij legde uit waarom: ze waren niet alleen noodzakelijk als je het verleden wilde reconstrueren maar óók als je de antieke talen wilde begrijpen. Wie niet weet hoe een antieke ruiter eruitzag, legt sommige passages uit de tweede pentade van Livius gegarandeerd uit als steekspelen – geloof me, ik heb het later zien gebeuren. Natuurlijk zijn museumvoorwerpen er niet alleen omdat ze interessant zijn – ze zijn ook mooi – maar de voorwerpen van Connolly waren voor mij aanknopingspunten voor een speurtocht door musea die nu al bijna veertig jaar duurt.

En ik ben de enige niet voor wie Connolly een soort mentor was. Hij werkte samen met de eerste moderne re-enactors en profiteerde van hun inzichten. Bekend is zijn conclusie dat bepaalde oude Romeinse schilden te zwaar waren om in een gevecht aan de arm te houden en in plaats moeten zijn gebruikt als een soort draagbare houten wal. Hoewel hij zo ook wetenschappelijke publicaties deed, bleef Connolly vooral wetenschapsvoorlichter en was voorlichting het veld waarin hij uitblonk. Wie de afgelopen Romeinenweek een militaire demonstratie heeft gezien, heeft in feite Peter Connolly ontmoet.

10 gedachtes over “Romeinenweek: Peter Connolly

  1. zoi1

    Naar aanleiding van jouw artikel over Connolly ben ik meteen op jacht gegaan naar zijn boeken. Moeilijk te vinden, maar ik heb inmiddels Stad in de oudheid, Pompeii en het Griekse leger. Allemaal in het NL. Prachtige illustraties!

  2. Ron Nefs

    Jona,
    Zorg ervoor dat je 14 blijft! Nieuwsgierig, de onderste steen boven willen halen en inspirerend.
    Ga door op de door jou gekozen weg en je zult een Nederlandse Connolly zijn.
    Vriendelijke groet,

    Ron Nefs

  3. gerdien

    Welke soort olfant is de oorlogsolifant? In India en tegen Alexander duidelijke de Indische olifant, maar de olifanten van de latere Macedoniers en Hannibal? De Afrikaanse olifant heeft de reputatie moeilijk te temmen te zijn. In beide gevallen geeft de geografische verspreiding wat moeilijkheden. Of fokte men olifanten, zie dat jong?

  4. Dirk

    Als ik in de klas reconstructies wil laten zien, google ik ook altijd zijn naam erbij. Of Angus Mc Bride.

  5. Ben Spaans

    De twee Nederlandstalige edities waren mijn eerste eigen geschiedenisboeken. Een onverwacht cadeau van mijn ouders (die ze voor een prikkie in een tweedehands-boekwinkel waren tegengekomen, het was 1982 of ’83). Het Griekse Leger had ik overigens al eens uit de bieb geleend. Ze staan nog steeds in de kast, ik heb begrepen dat ze nu heel zeldzaam zijn. Dat er nog een later boek over Hannibal is wist ik niet, ik denk dat daar nooit een vertaling van gemaakt is.

    Wat betreft het Romeinse Leger ben ik later gaan denken dat er ook aandacht aan het Romeinse Leger in de 3e en 4e eeuw had moeten zijn, omdat nog zo weinig is doorgedrongen hoe anders die soldaten eruit zagen (zodat in Agora bv. die paar Romeinse soldaten een enorm anachronisme zijn.) Connolly zal er geen ruimte voor gehad hebben? Met Asterix nog vers in het hoofd was het trouwens al een schok hoe anders de legionairs er in 2e eeuw v. Chr. en nog onthutsender tijdens Caesar eruit zagen.

  6. Maurits de Groot

    Wat een prachtig en roerend verhaal. Maakt me wel benieuwd naar die boeken. Eens rondsnuffelen.

  7. Dirk

    Weet er iemand of The Roman Army, The Greek Army en het boek over Hannibal veel verschillen van Greece and Rome at War? Kwestie van te weten of het de moeite is de eerste drie te gaan zoeken.

  8. Erik Hessel

    Geweldig!!! Het Romeinse leger heb ik bijna kapotgelezen en vooral BEKEKEN. Mijn fantasie en interesse voor de oudheid gingen hand in hand. Begin jaren 80 voor een jongen van 11 een schat. Wat gaaf om te lezen dat jij ook gegrepen was door Peter zijn missie.

Reacties zijn gesloten.