Beeldredactie

Lionel Royer, Vercingetorix werpt zijn wapens neer aan de voeten van Caesar (1899)

De rust in de stiltecoupé werd vrijdagmiddag wreed doorbroken door een bulderende lach. Enkele passagiers keken verstoord naar de onverlaat die de gewijde rust had verstoord. Dat was ik. Ik had op het station het NRC Handelsblad gekocht en had net de recensie herlezen die ik een paar weken geleden had ingediend: “Een nieuwe vertaling van Julius Caesar. Plaats maar begin april, dan is het de Week van de Klassieken”.

De vorig jaar verschenen vertaling van het oeuvre van Caesar in de Landmark-reeks benadert de volmaaktheid. In mijn recensie noem ik diverse punten, maar het komt erop neer dat de redactie gewoon goed heeft nagedacht: wat heeft, in dit digitale tijdperk, een lezer nog nodig in een boek? Ik heb dat hier vaak genoeg uitgelegd: het boek verliest op alle punten van het internet, tenzij de auteur systeem in de informatie kan aanbrengen. Op het wereldwijde web staat alle informatie immers rijp en groen door elkaar. (Ik weet het, lieve lezer: er zijn ook boeken voor mensen die houden van het boek als boek, maar ik schreef mijn stuk voor de Boekenbijlage en niet voor de Lifestyle-rubriek.)

Wat de Landmark-reeks zo verschrikkelijk goed maakt, is dat ze naast een nieuwe vertaling met een gedegen inleiding ook zorgt voor adequate toelichting: voetnoten en margenoten, landkaarten die niet zijn gerecycled uit eerdere boeken maar wél zijn toegesneden op de informatiebehoefte van de lezer, appendices die deels online staan en kunnen worden geactualiseerd. En verdraaid goed illustratiemateriaal.

Ik wees speciaal op één punt. De Landmark-boeken zadelen de lezer niet op met “de rechtenvrije achttiende-eeuwse schilderijen en negentiende-eeuwse gravures die je nog weleens in historische tijdschriften ziet”. Wat illustreer je immers als je een verouderde reconstructie toont? Oké, je toont met een schilderij dat je niet van de straat bent en dat mag, maar zoals gezegd schrijf ik niet voor het lifestyle-supplement.

Maar neem het plaatje hierboven, dat weleens wordt gebruikt als de capitulatie van Vercingetorix bij Alesia ter sprake komt. Er klopt gewoon helemaal niets van en dan heb ik het niet over de Romeinen die lijken te zijn weggelopen uit een katholiek passiespel. De halfnaakte Galliër rechts vooraan suggereert weer eens dat de Galliërs barbaren waren en herhaalt de stereotypering dat de blanke Europeanen de beschaving over de wereld verspreidden. Maar los van accuratesse: dat eeuwige gebruik van rechtenvrij beeldmateriaal geeft publicaties over de Oudheid vaak een goedkoop, sleazy uiterlijk.

Waarom bulderde ik van de lach? Omdat de beeldredactie van de krant het schilderij dat ik hierboven plaatste, ook bij mijn recensie had afgedrukt. Was het een stille hint dat de beeldredacteur mijn kritiek niet helemaal kon delen? Was het gewoon nonchalance? Of hebben we in de humaniora inmiddels het punt bereikt dat het alleen nog maar gaat om uiterlijke vormen, zelfs als die haaks staan op de inhoud? Dat laatste zou wel triest zijn. Maar in de trein kon ik erom lachen.

33 gedachtes over “Beeldredactie

  1. Zo scherp als jij soms bent kun jij dus ook vrolijk zijn.
    Zat je wel in een praat coupe?

    Er zijn tenslotte ook notoire klagers over het ontbreken van rust is de stiltecoupes …

    Vrolijke voorjaarsgroet,

  2. Manfred

    Uiterlijke vormen, inhoud? De layouter dacht ‘help, we hebben nog een plaatje nodig want dat moet van het format’, selecteert wat trefwoorden uit de tekst en zwengelt de googlemachine aan.

    1. Ik sluit het niet uit, maar ik sluit ook niet uit dat ze een grapje hebben uitgehaald. Ik herinner me hoe het NOS-journaal ooit een actievoerder in beeld bracht die ervoor had geijverd Amsterdam één dag autovrij te maken. Hij werd gefilmd op de Weesperstraat, met achter hem voortdurend rijdende auto’s. “De dag is een groot succes.”

      En je herinnert je hoe in sportprogramma’s de coach van dienst werd geïnterviewd en dan werd uitgezoomd om een open deur in beeld te krijgen. Nu gaan de geïnterviewden daarom bij interviews voor die “sponsor walls” staan.

  3. Marcel Meijer Hof

    Gezien mijn ervaringen met NRC-Handelsblad vrees ik dat in ieder geval het licht daar langzaam dooft. Gelukkig zijn er evenwel mensen die de lamp elders brandend houden. Lachen is gezond en, mits niet smalend, zelden aanstootgevend.

    1. Henk Smout

      In de jaren tachtig stond in NRC Handelsblad ooit een foto met als bijschrift: “Jan Timman schuift met een pion.” De stelling op het bord was herkenbaar, Timman was bezig om met de loper van b4 het paard op c3 te slaan.

  4. eduard

    Ik denk dat er door veel redacteuren intens wordt neer gekeken op illustraties. Ik leverde een keer ironisch commentaar op een illustratie van het beleg van Lachish door een kunstenaar die echt wel goed was in het weergeven van mensen, paarden en ruimte, maar die nogal slordig omging met de toch zo rijkelijk aanwezige informatie in het BM. Ik kreeg een reactie van die kunstenaar zelf, het bleek dat hij nog geen maand van tevoren de opdracht van de redacteur had ontvangen, en geen contact kon hebben met de auteur van het boek waarvoor deze en nog een aantal andere illustraties gemaakt zouden worden. Een ander voorbeeld is het boekje The Art of War van Martin van Creveld, waarin hij in gepopulariseerde vorm op de trom slaat van zijn idee dat oorlogvoering niet zozeer door technologische ontwikkeling maar door culturele ontwikkeling verandert, geïllustreerd met … afbeeldingen van technologische ontwikkeling.

    1. Ik zou het niet doen. Tenzij je het doet om te illustreren hoe de Oudheid steeds een ander gezicht krijgt door ideeën uit het heden, ongeveer zoals je een beeld van Jan Pietersz Coen kunt gebruiken om te vertellen dat we er nu anders over denken.

  5. Twee opmerkingen:

    1. ” Er klopt gewoon helemaal niets van en dan heb ik het niet over de Romeinen die lijken te zijn weggelopen uit een katholiek passiespel. ”

    Dit vind ik een op zijn minst tendentieuze, misschien zelfs een beledigende opmerking richting katholieken. Herinner je je mijn opmerking over mijn aversie tegen de passiespelen enkele blogs geleden Die aversie leek je te delen, maar je noemde het Roomse kitsch. Je vroeg jezelf af hoe het mogelijk was dat de EO dit kon doen. Hoewel ik agnost ben, maar wel in mijn jeugd katholiek was, trof mij dit heel diep. Kun je een beetje afstand nemen van dit denigrerend jargon? Wij wonen hier in de Bible Belt, maar wij zullen altijd de mensen die hier wonen respecteren, welke godsdienst ze ook hebben. Alsjeblieft, Jona, we leven niet meer in de 16e eeuw, de tijd van de godsdiensoorlogen. Ik weet niet hoeveel van je volgers protestant zijn of katholiek of niets, maar is dit nu zo rampzalig, die afbeelding, die het NRC geplaatst heeft. Mij heeft het niet gestoord, het ging mij om de inhoud van de recensie, die ik goed vond. Je had het boek misschien wel vijf bolletjes mogen geven wat mij betreft. Ik heb ook een aantal Landmark’s uitgaven van andere schrijvers en vind ze buitengewoon goed.
    2. In Frankrijk is Vercingetorix nu eenmaal het symbool geworden van het Franse nationalisme. Dat is eigen aan de negentiende eeuw. Ik heb trouwens boeken gelezen o.m. van Goudineau, die Vercingetorix in een veel relativerender kader plaatsen. Vermindert de waarde van je recensie door het feit dat ze er deze afbeelding bijgeplaatst hebben? Er zijn Romeinse munten die een beter beeld geven van hoe hij er uitzag. Had je dan liever gehad dat ze die munten erbij hadden geplaatst? Een mooi schilderij, want het is niet slecht, ook al klopt er niets van, trekt aandacht voor je recensie, daar zou je alleen blij moeten mee zijn. Nederland heeft toch ook zijn Isingsplaten!

    1. mnb0

      Er is niets mis met passiespelen. Er is wel iets mis met de veronderstelling dat die historisch accuraat (moeten) zijn. De sneer is niet gericht aan gelovigen, maar aan simpele zielen (dikke kans dat de meesten van het ongelovig zijn) die die mallote veronderstelling – plus de evenzeer mallote veronderstelling dat dat schilderij een geschikte illustratie oplevert – zonder na te denken accepteren.

      “is dit nu zo rampzalig, die afbeelding, die het NRC geplaatst heeft”
      Voor wie het vak Oudheidkunde serieus neemt wel, ja. Het is net zo malloot als de journalist die de Oerknal als een explosie omschrijft (en dat is nou nog eens een sneer richting Bijbelgordel, waar nogal wat creationisten deze fout hersenloos begaan – zie bv. Logos.nl). Het is een symptoom van fundamenteel onbegrip en onwetendheid, van intellectuele luiheid, zo niet rechtstreekse oneerlijkheid. Het staat u niet dat u dat onder het tapijt wil vegen door u voor te doen als het mikpunt van een sneer die niet voor u bestemd is, zoals de mijne dat wel is.

      1. henktjong

        Integendeel: er is van alles mis met passiespelen. Ziet (en zag) er niet uit, slecht geacteerd en de boodschap is ook niet om over naar huis te schrijven. En ik ben dus niet katholiek.

        1. Peter J.I.

          Waar hebben ‘we’ het (en als katholiek durf ik toevoegen: in hemelsnaam, bij deze) over? De passiespelen in Tegelen worden eens in de vijf jaren gespeeld voor ten hoogste om en nabij de 50.000 toeschouwers tijdens 25 voorstellingen samen: een verwaarloosbare minderheid in een mediacratie als de ‘onze’. Zo bezien zijn ze niet eens een rimpeling in Neêrlands culturele vijver.
          Opzet van het project is, dat de rollen gespeeld worden door amateurs die uiteraard niet de pretentie hebben de randstedelijke acteurselite naar de kroon te steken. In dit opzicht laten de passiespelen zich vergelijken met wat de plaatselijke toneelclub op de planken brengt of met de harmonie of fanfare die ‘het’ uiteraard ook niet halen bij het KCO. Men kan daar schamper over doen (‘Ziet [en zag] er niet uit, slecht geacteerd’) waarmee men intussen buitengewoon simpel het eigen gelijk haalt of: geen groter vermaak dan leedvermaak. De boodschap is de katholiek katechetische waarbij het beeld nu eenmaal een belangrijke rol speelt (niet ongelijk aan wat de ontwerpers van het Bijbels Openluchtmuseum voor ogen stond toen ze ermee in wat de Heilige Landstichting zou worden aan de slag gingen): voor de doelgroep van allereerst gelovigen het lijden en sterven van Christus aanschouwelijk maken en dat conform Ignatius van Loyola’s ‘Geestelijke Oefeningen’ (geen wonder daarom dat juist zijn Jezuïeten veel werk maakten van het schooltoneel in en door het zogenoemde ‘jezuïetendrama’). Wat is er trouwens tegen het laten beleven van een verhaal voor de duur van de voorstelling of retorisch vragenderwijs: is dat niet de essentie van literatuur, zijnde (met Coleridge) ‘that willing suspension of disbelief’?
          Zoals de vier evangeliën geen wetenschappelijke studies zijn maar geloofsgetuigenissen, zijn de passiespelen allereerst die: expressies van geloof en zo bezien (opnieuw vergelijkenderwijs) ‘levende’ kruiswegstaties die nog altijd in iedere rk-kerk te zien zijn. Net dat is het m.i. wat de toeschouwers ervaren, wanneer ze naar het passiespel kijken: het gezamenlijk volgen van de kruisweg zoals ook ik dat doe tijdens de vastentijd waarin we in mijn parochiekerk op gezette tijden voorbij de veertien (in de mijne trouwens vijftien) staties gaan en zo’n gang is op zijn wijze een passiespel.
          Voor zijn ‘Il vangelo secondo matteo’ (uit 1964) werkte Pier Paolo Pasolini met amateurs waarbij hij de rol van Maria aan zijn moeder gaf en die van Philippus aan de toen nog jonge filosoof Giorgio Agamben. Hij situeerde de handeling in het Umbrië van Franciscus en gebruikte naast uiteraard die van Bach (!) muziek uit diverse tradities (o.a. de Missa Luba). Het indrukwekkende resultaat (althans in mijn ogen) is een passiespel als dat in Tegelen of in Pasolini’s eigen woorden (in de engelse vertaling): ‘The Point is that…I, a non-believer, was telling the story through the eyes of a believer’. Dat is waarom passiespelen zijn wat ze zijn.

          1. Dat ben ik helemaal met je eens. Je moet een cultuuruiting in haar context zien.

            Ik ben het echter ook eens met wie zegt dat er minder leuke aspecten aan zitten. Als het lijdensverhaal _de enige keer_ is waarop mensen iets te horen krijgen over de Oudheid, is er stevige kans dat de impliciet overgedragen noties blijven hangen. Het probleem dat ik ongewild heb aangekaart, zit niet bij de passiespelen, maar bij het ontbreken van adequate voorlichting over de Romeinen als Romeinen.

      2. Wat heeft dat plaatje van Jona Lendering nou te maken met de oerknal. Bovendien begrijp ik niet waarom je mij aanvalt op een onderwerp dat hier helemaal niet aan de orde is. Ik ben geen creationist en weet aardig veel over natuurkunde en kosmologie. U moest zich schamen: mij beschuldigen van oneerlijkheid, intellectuele luiheid en fundamenteel onbegrip. Of meent dat respect tonen voor andermans geloof betekent dat ik iets onder het tapijt veeg? U kent me niet eens.

    2. Je leest teveel in mijn eerste opmerking. De invloed van passiespelen op ons beeld van Romeinse soldaten is een heel bekende. Dat we denken dat legionairs een uniform droegen, komt doordat in een passiespel hetzelfde knippatroon werd gebruikt.

      W.b. het tweede: het vermindert mijn recensie niet dat het plaatje het verhaal tegenspreekt. Het is dus geen 0-1-tegendoelpunt, maar 0-0. Maar een andere afbeelding zou wel iets hebben kunnen toevoegen, en dan was het 1-0 geweest. Ik denk dat hier een afbeelding van de wijze van presentatie in het geciteerde boek een meerwaarde had gehad: kijk, zo ziet een hedendaagse vertaling eruit.

  6. mnb0

    De meest treffende weergave van deze gebeurtenis lijkt mij nog altijd

    Wat dat plaatje dan precies treft staat open voor meningsverschillen.

  7. Frans

    Asterix! Ik wist dat ie zou komen! Ik heb ooit een Nederlandse vertaling van de Bello Gallico gezien met een plaatje uit Asterix en de Belgen op de kaft. (Vond ik niet zo geslaagd, ook al ben ik dan een stripfanaat.) Ik denk dat Goscinny en Uderzo ons beeld van de Romeinen minstens zo veel hebben beïnvloed als de passiespelen.

  8. Evert van Ginkel

    Ik heb het artikel voor me liggen en zie eigenlijk geen kwaad in het plaatsen van deze afbeelding. Maker en datering staan er keurig bij. Wie denkt: dit is een zorgvuldige reconstructie van de gebeurtenis, gebaseerd op modern wetenschappelijk onderzoek, behoort toch al niet tot de doelgroep van het artikel. Ikzelf zie het, maar misschien impliciet/intuïtief, in de categorie die Jona hierboven zelf noemt: `om te illustreren hoe de Oudheid steeds een ander gezicht krijgt door ideeën uit het heden’. Zo laat ik zelf zonder veel scrupules schilderijen van Alma-Tadema (tja, ik vind ze net als het Vercingetorixschilderij een genot om naar te kijken) of beelden uit, jawel, de Passiespelen als illustratie bij schrijfsels van mijn hand over de Romeinen plaatsen, daarbij rekenend op het interpretatiekader van mijn lezertjes.

  9. Die sneer kan door ex-katholieken wél als voor hen bestemd beschouwd worden, ook als ze agnost c.q. atheIst zijn. Ik zelf zal nooit of te nimmer een groep uitzonderen. JL heeft het niet over andere groepen dan over de katholieken. Het is wel een feit dat JL juist de katholieke passiespelen noemt, die ikzelf ook niet zo apprecieer. Met de katholieke passiespelen is wel iets mis, namelijk dat ze het volk op een sentimentele, niet wetenschappelijke manier, een verhaal laten beleven dat 2000 jaar geleden plaats gehad zou hebben, waarin de simpele zielen geloven alsof het 100% zo gebeurd zou zijn. In dat opzicht is ‘The Passion ‘ van de EO eerder een gelegenheid om de BN’ers te laten schitteren dan om op een ‘historisch’ verhaal te vertellen. Net zo als bij de katholieken zijn deze passiespelen het toppunt van obscurantisme!

    Wat het tweede gedeelte van uw antwoord betreft: ik lees al mijn hele bewuste leven over kosmologie en sterrenkunde en ik durf te zeggen dat ik er vrij goed van op de hoogte ben. Ik veeg dus helemaal onder het tapijt van wat dan ook. Ik maak me werkelijk zorgen over u, die zegt dat een wetenschapper te zijn: u schrift mensen bedoelingen toe op een nogal giftige en apodictische manier die ze helemaal niet hebben, Ik schuif niets onder het tapijt. Soms krijg ik de indruk dat u met uw vrij giftige reacties op andere mensen die reageren op deze blog u de kool en de geit wil sparen, want u pakt JL vaak stevig aan, maar dat wordt vaak gevolgd door een apologie van zijn standpunten, die mij op zijn minst dubbelhartig voorkomt.

  10. Johan Leestemaker

    @Jona Lendering.

    Waarde Jona. Wat ik niet begrijp, nee, sterker niet WIL begrijpen, is waarom u zo onzorgvuldig en nonchalant met uw eigen waardes en belangen omgaat.
    Nog maar enkele dagen geleden overlaadde u ons hier met een, verward, verhaal over uw onaangename gevoelen waar het de kwaliteit van de journalistiek betreft, zeker in het geval van uw vakgebied.

    Uw relaas nu lezende over de wijze waarop u uw (uitnemende, laat daar geen misverstand over bestaan wat mij aangaat) artikel dat het Handelsblad gisteren publiceerde, aangeleverd hebt (a) en (b) daarbij in acht nemend de vererende wijze waarop het Handelsblad u aanduidt in dat artikel, lijkt me dat er slechts één persoon aansprakelijk is voor de wijze waarop de krant de selectie van de inderdaad volstrekt idiote (ad literam) illustratie heeft gemaakt. Namelijk uzelf.

    U heeft namelijk en kennelijk verzuimd, als uw relaas tenminste klopt én volledig is, een ¨if … then¨ clausule aan te brengen in uw overeenkomst met het Handelsblad. Gelet op uw reputatie bij, en de kennelijke erkenning (acknowledgement) daarvan door de krant. lijkt me dat u een ferme poot hebt om op staan in het bedingen van een ¨if .. then¨ clausule bij de publicatie van uw bijdragen aan het Handelsblad. Indien u een tip wilt, omtrent de inwinning van adequate juridische steun bij het formuleren van dat soort voorwaarden dan weet u me wel te vinden. Graag zal ik u daaromtrent (vrijwillig en onbezoldigd) van advies dienen.

    In deze tijden van extreem verder verfijnde manipulatie van de publieke opinie, lijkt me een stellige stellingname richting journalistiek en nieuwsmedia, zeker ook door u, geen overbodige luxe.

    Aansluitend bij mijn vorige bijdrage aan dit BLOG: ook journalisten hebben ¨clear boundaries¨ nodig, en leren alleen, indien we als publiek niet aarzelen om de nodige grenspalen de grond in te (doen/helpen) jagen indien ¨clear¨ door die beroepsgroep omgezet wordt in ¨fuzzy¨.

    Dat is niet meer en niet minder dan eenvoudige, maar zo vaak verzuimde ¨Zivilcourage¨, ¨Bürgermut¨.

    Bien à vous,

    JL

  11. henktjong

    Stelling: de 19e en 20e eeuwse verbeeldingen van historische gebeurtenissen hebben voor een verwrongen en foutief beeld van het verleden gezorgd. Het feit dat nog steeds moderne geschiedenissen met deze afbeeldingen geïllustreerd worden betekent dat die discrepantie nog steeds niet onderkend wordt en dat het beeld van het verleden nog steeds bepaald wordt door bewijsbaar verkeerde interpretaties. Inmiddels is er, vooral via internet, een gigantische hoeveelheid illustratiemateriaal beschikbaar om iets wat in 200 BC, 600 NC en 1300 speelt ook met tijdeigen materiaal te illustreren. Dat dit niet of nauwelijks gebeurt is luiheid.

  12. Theo Joppe

    Dit schilderij uit 1899 is toch juist een prima illustratie van het ‘Nachleben’ van Caesar’s werken en hun voortdurende relevantie, en dus ook van deze vertaling? Daar waren we allemaal toch zo voor, inclusief Jona?
    Het is ook nooit goed: plaats je hier een ‘verantwoord’ plaatje (zeg, een luchtopname van een Gallisch oppidum), dan ben je een stoffige classicus die niet met de tijd meegaat. Maar een (vrij bekende) illustratie van de vergaande invloed van De Bello Gallico door de eeuwen heen is meteen ‘sleazy’. Wat is het nou?
    Ik kan het alleen maar met Evert van Ginkel eens zijn.

    1. Ik snap het tweede deel niet goed. Heb ik ooit geprotesteerd over een luchtopname van een oppidum?

      Wat betreft het eerste deel: wat vaak onder de vlag van “Nachleben” wordt gepresenteerd, is doorgaans alleen maar artistieke receptie. Dat is leuk, maar het raakt de kern niet. Wat we nodig hebben is een bestudering van de feitelijke maatschappijstructuren en hun continuïteiten. Ik moet daar ook maar eens over bloggen, maar mijn hoofd loopt om.

      1. Theo Joppe

        Mijn punt is simpel: wat had je dan wél gewild als illustratie bij je recensie? Een beeldredacteur kan niet op alle gebieden thuis zijn (laat staan specialistisch), dus dan weet hij/zij dat voor een volgende keer. Zoals gezegd, ik vond deze keuze niet slecht.

        Overigens is het gewoon niet waar dat publicaties over het ‘Nachleben’ van de Klassieken met name over artistieke receptie zouden gaan. Er zijn en worden hele bibliotheken volgeschreven over die (al dan niet werkelijke) invloed op latere tijd, op alle mogelijke terreinen. Dus dat is allicht te kort door de bocht?

        1. (1)
          Ik zou zelf een pagina uit het boek hebben gekozen. Dan begrijpen mensen hoe een vertaling er in de eenentwintigste eeuw behoort uit te zien.

          (2)
          Touché. Wat ik in feite bedoelde is de bewuste façade, waarin de latere generaties aansluiting zoeken bij (= inspiratie ontlenen aan) de Oudheid. Dit in tegenstelling tot de veel belangrijkere invloed die je onbewust ondergaat (tenzij je er bewust van wordt en besluit ermee te breken).

  13. roepers

    Ik denk dat het probleem is dat er te weinig hedendaagse kwalitatief goede afbeeldingen onder een vrije licentie beschikbaar zijn. De auteurswet is er op gericht om het moment dat een afbeelding in het publieke domein komt zo lang mogelijk uit te stellen zodat de uitgevers er zo lang mogelijk van kunnen profiteren. Het duurt namelijk na de dood van de auteur nog zeventig jaar voor dat het auteursrecht vervalt. De reden die aangevoerd wordt is dat nabestaanden enige bestaanszekerheid dienen te krijgen. Dit argument wordt nooit van stal gehaald als het gaat om pensioenen. De Algemene Nabestaanden Wet is in de jaren negentig afgeschaft, in dezelfde tijd dat het bescherming van het auteursrecht is uitgebreid van 50 jaar tot 70 jaar na de dood van de auteur.

    Mijn oplossing is in dit geval dat bij gesubsidieerde projecten zoals het Limesproject de afbeeldingen en teksten die geproduceerd worden geplaatst worden in het publieke domein, zodat ze vrij te gebruiken zijn. De Amerikaanse overheid heeft al een dergelijke praktijk. Tijd om het hier te lande ook maar eens in te voeren.

    1. Ja, dat klopt ongeveer. Overigens is het hilarisch dat de limes vorige maand de wereld liet weten dat ze 290 foto’s of zo rechtenvrij gaven. Livius doet er deze zomer 80.000.

  14. roepers

    Worden ze ook expliciet aan Commons (https://commons.wikimedia.org/wiki/Hoofdpagina) gedonneerd. Dat is namelijk een manier om beeldredacties en dergelijke te confronteren met het vrije materiaal. Ik plaats foto’s op Flickr.com onder een vrije licensie. Tot mijn verbazing is het wel eens gebruikt door de regionale zender. Verstandig is ook om daar een project van te maken samen met mensen van Commons en eraan te werken dat de afbeeldingen ook worden opgenomen in artikelen op Wikipedia. Steek je licht niet onder de korenmaat, om maar eens een Bijbelse (en dus antieke) tekst te parafraseren.

Reacties zijn gesloten.