Masada

De belegeringsdam van Masada

Bij het besturen van hun provincies werkten de Romeinen traditioneel samen met de oude lokale elites, die enerzijds het prestige hadden om hun onderdanen te bewegen Romeinse bestuursmaatregelen te aanvaarden en anderzijds op Romeinse steun waren aangewezen om aan de macht te blijven. Meestal koketteerden de notabelen met hun vriendschap met de machthebbers en namen ze de uiterlijke vormen van de romanisering al snel over: de Bataafse leider Kivilaz noemde zich trots Julius Civilis. Wie hogerop wilde, volgde het voorbeeld van de lokale elite, en binnen een generatie of twee, drie kon een gebied onherkenbaar veranderd zijn.

De Joodse Oorlog die in 66 n.Chr. begon, toont dat het mechanisme ook weleens faalde. De elite die de Romeinen in 6 n.Chr. had verwelkomd was de Romeinen behulpzaam geweest, maar een ongebruikelijk hoge belastingdruk had de gewone mensen doen verarmen en tot onrust gebracht. Daar kwam nog bij dat de Joodse godsdienst het mogelijk maakte klachten te verwoorden op een religieuze wijze die door de Romeinen niet werd begrepen: messianisme, eschatologie, apocalyptiek. Na de verwoesting van Jeruzalem moest de pacificatie opnieuw beginnen, en er was vrijwel geen elite meer om mee samen te werken.

En dan: er waren nog altijd Sicariërs die Masada bezetten, een fort op een rotsplateau tussen de woestijn en de Dode Zee. Ze hadden een paar jaar daarvoor geprobeerd hun leider te laten erkennen als messias en nadat dat was mislukt, hadden ze zich merendeels afzijdig gehouden van het conflict. In de winter van 73/74 keerden de Romeinen zich tegen hen. (Je leest weleens 72/73. Dat is verkeerd. Munten, gevonden op het platform, maken deze datering onmogelijk.) Het verhaal van de ondergang van de Sicariërs is bekend uit de Joodse Oorlog van de Flavius Josephus die op deze blog stamgast is.

Hierboven ziet u de belegeringsdam die de Romeinse soldaten van het Tiende Legioen Fretensis moesten aanleggen om Masada te bestormen. Een stevige klus, ook als het in het vroege voorjaar van 74 nog niet zo heel erg heet was. Over de dam reden de Romeinse soldaten een belegeringstoren naar de muren van het fort; de stormram beukte de muur in. De verdedigers bleken echter een tweede muur te hebben gebouwd, een demilune, die de Romeinen door vuur verwoestten. Josephus beweert dat de wind op het cruciale moment, “als door de goddelijke voorzienigheid geleid”, draaide in een voor de Romeinen gunstige richting en de Joodse muur vernietigde.

Daarna… braken de Romeinen de aanval af. Zegt Josephus. Toen de legionairs de volgende ochtend terugkeerden, bleken de 960 verdedigers, nog steeds volgens de Joodse auteur, collectief zelfmoord te hebben gepleegd. Liever dood dan dat ze in handen vielen van de legionairs. Het feit dat er, op enkele mensen na die zich hadden verstopt, geen overlevenden waren, belet Josephus niet een complete toespraak te leggen in de mond van de Sicarische leider Eleazer ben Yair, waarin deze schuldbewust erkent dat God zelf de Romeinse heerschappij had gewild en dat opstand tegen de Romeinen godslasterlijk was.

Het verhaal bevat allerlei onwaarschijnlijkheden en de archeologie heeft het deels weerlegd. De skeletten van vluchtelingen die zijn gevonden, duiden erop dat de zelfmoord niet collectief was. Josephus vertelt zijn verhaal evident vooral om zijn eigen agenda nog eenmaal te tonen: als de Sicariërs (lees: het Joodse gepeupel) hun plek hadden gekend en hadden geluisterd naar de Joodse elite (lees: mannen als Josephus), was niet alles en iedereen vernietigd.

Ondertussen is de vraag hoe Joods het garnizoen in Masada was. Josephus beweert dat het ging om Sicariërs, waarvan hij elders vertelt dat er niet-Joden bij waren. Ook het feit dat Masada nergens in de rabbijnse literatuur wordt vermeld, terwijl andere Joodse nederlagen wel worden vermeld, suggereert dat de belegerden minder Joods waren dan Josephus suggereert. Dat Masada een nationaal symbool werd van de staat Israël, is curieus (hoewel een land dat een Duitser die zijn leven lang Frans heeft gesproken als vader des vaderlands heeft, zich daar beter niet al te vrolijk over kan maken).

Het enige element uit Josephus’ verhaal dat uit een andere bron bevestiging heeft gekregen, is dat de Sicariërs onafhankelijk wilden blijven en erop rekenden dat de regio binnen afzienbare tijd inderdaad van de Romeinen bevrijd zou zijn. Het bewijs daarvoor is de echtscheidingsakte van een zekere Miriam, opgesteld in Masada en gedateerd “in het zesde jaar van de onafhankelijkheid” (71/72 n.Chr.). De klerk die het document opstelde moet hebben gedacht dat deze dateringsformule ook elders en later erkend zou worden.

Het concrete nut van de inname van Masada was voor de Romeinen ondertussen gering. Een eenheid ruiters in het dal zou voldoende zijn geweest om ervoor te zorgen dat de Sicariërs niemand lastigvielen, zich niet konden bevoorraden en hun fort vroeg of laat zouden verlaten. De moeizame constructie van een belegeringsdam en de bestorming van het fort dienden dan ook geen militair, maar een daaraan verwant belang: propaganda. Het Romeinse prestige was aangetast door de burgeroorlog van 69 en door de langdurige strijd om Jeruzalem. Het kon geen kwaad de wereld te tonen dat voor de legioenen geen berg te hoog was.

18 gedachtes over “Masada

  1. mnb0

    “zich daar beter niet al te vrolijk over kan maken”
    Juist wel! En vermengd met een beetje trots. Is er één land in de wereld dat in zijn volkslied drie nationaliteiten noemt, maar niet de eigen? Met een voorganger dat zo racistisch is dat de nazi’s het zo hadden kunnen overnemen? Die Vader des Vaderlands (die overigens beslist geen zwijger was, maar een behoorlijke kletskous – Zwijger betekent in dit verband iets anders) en het volkslied dat over hem gaat zijn symbolen van antinationalisme. Daar word ik nou vrolijk van.

    “Het kon geen kwaad de wereld te tonen”
    Laten we het belang van symboolpolitiek niet onderschatten.

  2. Naast messianisme, eschatologie, apocalyptiek was ook het exclusivisme van het jodendom iets wat de Romeinen maar moeilijk konden begrijpen. Al lees je weleens dat exclusivisme iets specifiek laatantieks is.

      1. Dat weet ik. Maar het suggereert dat exclusivisme onder de joden in de tijd van Masada niet voorkwam. En dat lijkt me onhoudbaar, zeker gelet op de ‘status aparte’ die de joden in wezen al sinds de tijd van Caesar in het Romeinse Rijk hebben gehad.

        1. Maar was die wel zo heel apart? Het is makkelijk een reeks decreten te presenteren, zoals Josephus doet, maar zo’n collectie kun je ook maken voor de erkenning van andere steden en volken. Het is te lezen als een vorm van isopoliteia: stad X (bijv. in Anatolië) garandeert de burgerlijke (religieus gedefinieerde) rechten van stad Y (in casu Jeruzalem).

          Ik volg hier Steve Mason. Ik weet dat er alternatieve lezingen zijn.

          1. In elk geval waren de joden vrijgesteld van de keizerscultus. Zo bijvoorbeeld expliciet in het edict van Decius uit 250. De Romeinse autoriteiten zagen wel in dat het zinloos was hen te vragen wierook te branden voor een beeld van de keizer. Zo’n beeld zélf was al godslasterlijk. Josephus noemt meen ik ook problemen die joden hadden met Romeinse adelaars (van de legioenstandaarden) en als ik me niet vergis zelf met tropaia (trofeeën, stokken met wapens en kurassen eraan gehangen). Hoewel natuurlijk niet iedereen even recht in de leer zal zijn geweest, lijkt me de stelling dat het joodse monotheïsme en het exclusivisme hand in hand gingen me niet al te gewaagd. De stelling dat exclusivisme iets laatantieks is, lijkt me daarentegen een petitio principii. Ik wacht op de argumentatie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s