Caesar schreef nepnieuws, of toch niet?

Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Dat was groot nieuws, in december 2015: archeoloog Nico Roymans van de Vrije Universiteit kondigde aan bij Kessel aan de Maas de materiële overblijfselen te hebben gevonden van een gevecht dat de Romeinse veldheer Julius Caesar daar in 55 v.Chr. zou hebben geleverd met twee Germaanse stammen. In de daarop volgende weken voerden de archeologen een pittige discussie, waarbij opviel dat zowel Roymans als zijn critici aannamen dat Caesar, die het gevecht vermeldde in zijn Gallische Oorlog, zijn beschrijving bedoeld heeft als feitenverslag.

Het is inderdaad verleidelijk Caesar zo te lezen. De Gallische Oorlog is namelijk een heel toegankelijke en buitengewoon spannende tekst. Zo staat of valt het succes van de oorlog met de strijd om één Gallische nederzetting, Alesia, staat of valt het succes van die belegering vervolgens met één gevecht om één fort, staat of valt het succes van dat gevecht met één manoeuvre en herwinnen de legionairs hun moed bij de aanblik van de rode veldheersmantel van één man, Julius Caesar. Meeslepend proza! Zelfs al weet je dat de auteur de zaken zó presenteert dat hij er zelf goed van afkomt, dan nog is het makkelijk je te laten overrompelen en je kritische zin te verliezen.

Lees verder “Caesar schreef nepnieuws, of toch niet?”

Beeldredactie

Lionel Royer, Vercingetorix werpt zijn wapens neer aan de voeten van Caesar (1899)

De rust in de stiltecoupé werd vrijdagmiddag wreed doorbroken door een bulderende lach. Enkele passagiers keken verstoord naar de onverlaat die de gewijde rust had verstoord. Dat was ik. Ik had op het station het NRC Handelsblad gekocht en had net de recensie herlezen die ik een paar weken geleden had ingediend: “Een nieuwe vertaling van Julius Caesar. Plaats maar begin april, dan is het de Week van de Klassieken”.

De vorig jaar verschenen vertaling van het oeuvre van Caesar in de Landmark-reeks benadert de volmaaktheid. In mijn recensie noem ik diverse punten, maar het komt erop neer dat de redactie gewoon goed heeft nagedacht: wat heeft, in dit digitale tijdperk, een lezer nog nodig in een boek? Ik heb dat hier vaak genoeg uitgelegd: het boek verliest op alle punten van het internet, tenzij de auteur systeem in de informatie kan aanbrengen. Op het wereldwijde web staat alle informatie immers rijp en groen door elkaar. (Ik weet het, lieve lezer: er zijn ook boeken voor mensen die houden van het boek als boek, maar ik schreef mijn stuk voor de Boekenbijlage en niet voor de Lifestyle-rubriek.)

Lees verder “Beeldredactie”

Van vele boeken te maken is geen einde (2)

Het is Boekenweek, dus laat ik eens schrijven over boeken. Ooit kocht ik die sneller dan ik ze kon lezen. Ik ben inmiddels terughoudender maar veel maakt dat niet uit, want naarmate ik minder boeken koop, krijg ik er meer toegestuurd, vaak met een verzoek of ik ze op deze blog wil recenseren. Driekwart van die boeken is overbodig: je vindt dezelfde informatie sneller op het internet en dan kun je via hyperlinks nog meer vinden ook. Daar schrijf ik dus niet over. Andere boeken zijn wel de moeite waard, maar ik vind er nauwelijks tijd voor. Vandaag dan toch een paar signalementen.

Eén: de langverwachte Landmark-Caesar is er eindelijk. En dat is goed nieuws, heel goed nieuws. De Landmark-reeks is dé standaard voor vertaalde antieke teksten: nieuwe vertalingen, verhelderend beeldmateriaal, een goede inleiding, appendices, dubbele annotatie, goede landkaarten. Kortom, een feest voor wie wil lezen, nuttig voor wie informatie nodig heeft. Een boek zoals het in deze digitale tijd hoort. Ik kom er nog op terug want alle lof verdient meer dan deze ene alinea.

Lees verder “Van vele boeken te maken is geen einde (2)”

Arrianus en Ammianus

arrianus

Soms vertelt één noot meer dan een pagina tekst. Als Ammianus Marcellinus, de auteur van een magistrale militaire geschiedenis van het Romeinse Rijk in de jaren 353-378, het heeft over een “inspecteur van de kunstschatten van Rome”, legt classicus Daan den Hengst, die de Latijnse tekst heeft vertaald in mooi Nederlands, uit dat de taken van deze functionaris onvoldoende bekend zijn maar dat hij vermoedelijk toezag op historische gebouwen en oude kunstwerken. Dat lijkt het intrappen van een open deur, maar Den Hengst wijst de lezer hier op twee wezenlijke punten: enerzijds dat voor de Romeinen van de tweede helft van de vierde eeuw bewondering voor het verleden een heel serieuze zaak was en anderzijds dat we minder weten over deze periode dan we zouden willen.

Wat we wel weten, maakt nieuwsgierig. Het was in die tijd niet meer vanzelfsprekend dat de Romeinse legers elke oorlog wonnen; de traditionele, literair-geschoolde bovenlaag maakte plaats voor een gemilitariseerde elite; het christendom won aan invloed. Weliswaar probeerde keizer Julianus (reg. 360-363) het laatste proces te remmen, maar hij kwam om het leven tijdens een veldtocht tegen het Perzische Rijk, zodat zijn poging de kerstening te vertragen zonder gevolg bleef. De titel die Den Hengst heeft meegegeven aan de Nederlandse vertaling van Ammianus’ geschiedwerk, Julianus, de laatste heidense keizer, legt een accent dat de Romeinse schrijver zelf niet legt. Toen hij rond 390 zijn boek afrondde, was het conflict allang niet meer actueel. En bovendien: Ammianus was vooral krijgshistoricus.

Lees verder “Arrianus en Ammianus”