Liefdesverklaring

Een boekenkast van vijftien meter hoog (Lootsstraat 34, Amsterdam). Overigens hebben boeken natuurlijk niet zo veel met taal te maken. Ze zijn slechts één van de manieren waarop een taal leeft.

De NASA heeft nooit geantwoord op mijn in puber-Engels geschreven open sollicitatie, dus astronaut werd ik niet. Voor tropenarts had ik het verkeerde vakkenpakket en bij de auditie op de toneelschool bleek ik een te houten klaas. Helaas was ik wel lenig genoeg voor militaire dienst en na die ellende was de keuze tussen Nederlands en geschiedenis.

Het werd het laatste. Eén reden was dat de historici schriftelijke cursussen hadden die ik al kon doen in de kazerne. De andere reden was dat mijn vader leraar Nederlands was en dat je rond je twintigste niet wil lijken op je ouwe heer. Bovendien had ik mijn vader zien afbranden in het middelbaar onderwijs. Geen aantrekkelijk carrièreperspectief. Dus koos ik geschiedenis, meer bepaald de oudheidkunde. Een mooi vak, verrijkt met archeologie en de literatuur van een dozijn oude talen, zodat er om elke hoek altijd iets verbazingwekkends op ontdekking ligt te wachten. Het is echter wel mijn vierde keus en ik overdenk nog weleens wat er zou zijn gebeurd als ik Nederlands had gestudeerd. Een vak dat ik altijd mooi ben blijven vinden.

Nederlands is namelijk een elegante taal, met prachtige woorden als breedte, eenheid, afwijking en evenredig. Een grappige taal ook, vol wonderlijke uitdrukkingen (“zo nijdig als een spin”) en curieuze zegswijzen (“ga zo door en je zult spinazie eten”). Ik herkende deze humor pas toen ik betrokken raakte bij het onderricht voor anderstaligen – een mens blijft nieuwe dingen ontdekken in het Nederlands. Een taal die nu eens klinkt als gure Zeeuwse herfstwind en dan weer als zwoele Caraïbische lentebries. Een taal die zich voortdurend verrijkt met elementen uit andere talen, zoals het iranisme dat ik van een vluchtelinge leerde: “zoals we nu en duidelijk zien”.

Is het Nederlands de taal waarin ik woon, zijn literatuur bepaalt mijn landschap. Nou ja, zo nu en dan. Toen ik onlangs enige tijd in Harlingen woonde en dagelijks naar Leeuwarden spoorde, dacht ik elke keer dat ik naar het station wandelde aan Ina Damman. Ik ben naar Foudgum gegaan om het huis van Piet Paaltjens te bekijken, ik ben van het Sneker Café gefietst naar Greonterp. In Beetsterzwaag heb ik Vondel herdacht.

De Nederlandse literatuur, althans het wat oudere deel, is me dierbaar. Christiaan Weijts trapte me op het hart toen hij zich anderhalf jaar geleden in een geruchtmakende column in het Handelsblad negatief uitliet over Karel ende Elegast, een tekst die ik, ook al bracht hij me niet dichter bij mijn astronautschap, op de middelbare school met geweldig veel plezier heb gelezen. Ongetwijfeld kennen ook andere talen prachtige poëzie, maar een zin als “zoals jij loopt … zal geen regel ooit lopen” ben ik nergens ooit tegengekomen.

Als ik nu alsnog neerlandistiek zou gaan studeren, zou ik moeilijk kunnen kiezen uit de mogelijke specialismen. Het is een mer à boire. De oudheidkundige in mij is aangetrokken tot de oudste taalfasen en de Indo-Europeanistiek, maar nu in mijn omgeving kinderen opgroeien vind ik taalverwerving niet minder interessant. Ik zou meer willen weten over fonetiek, al was het maar om te begrijpen waarom mijn uitspraak van vreemde talen zo belabberd blijft. De allerrecentste literatuurgeschiedenis zou ik zoveel mogelijk vermijden, want alle hedendaagse auteurs staan bij mij onder de verdenking ten behoeve van de belangen des boekhandels te zijn opgehypet. Misschien zou ik mijn ergernis uitleven in een scriptie met als vraag waarom er zoveel meer literaire prijzen zijn voor fictie dan voor nonfictie. Vrijwel zeker zou ik echter nooit toekomen aan die scriptie omdat tijdens mijn studie de dialectiek of de psycholinguïstiek me meer blijken te boeien. Of het Jiddisch. Trouwens, ik zou ook weleens meer willen weten over de verschillen in spreekstijl tussen vrouwen en mannen.

Zou ik wat meer tijd hebben, ik zou zeker weer gaan studeren en ik kan me slechtere keuzes voorstellen dan alsnog doen wat ik vijfendertig jaar geleden heb laten liggen. Ik geef echter toe dat mijn redenen niet werkelijk rationeel zijn: de rijkdom en de humor van het Nederlands, een literatuur die me aanspreekt, de ontdekkingsvreugde van de nog niet verkende uithoeken van de neerlandistiek. Dat zijn drie irrationele argumenten, maar ja, liefde is nou eenmaal irrationeel.

[Oorspronkelijk verschenen op Neerlandistiek]

40 gedachtes over “Liefdesverklaring

  1. FrankB

    Een taal die een zin als “Ik zal zingen om de zon te laten opkomen” kan produceren moet wel mooi zijn.
    Slory dicht(te) in vier talen. Dat kunnen er niet zoveel. Neerlandistiek studeren is dus niet genoeg.

    1. Inderdaad. Het is een van de zaken die me ervan weerhouden. Ik blijf van mening dat wie het goed voor heeft met Nederland, ALLE maatregelen terugdraait die op het gebied van onderwijs en wetenschap zijn genomen sinds 1980.

      En dit bedoel ik serieus. Er zullen een handvol verbeteringen zijn geweest, al schieten die me nooit te binnen, maar het gros van de maatregelen heeft geleid tot verschraling en verslechtering.

      Dat is des te opmerkelijker omdat in de derde sector van OCW, de culturele sector dus, de oogst een stuk minder slecht is. Zonder Halbe Zijlstra zou ik zelfs durven zeggen dat het ministerie het doorgaans goed doet op het gebied van cultuur. Op het gebied van onderwijs en wetenschap zijn goede maatregelen echter vooral onbedoelde bijeffecten van de slechte. Een verklaring heb ik niet.

      1. Lara

        Docent Nederlands worden kan je nog wel: “De student betaalt ook wettelijk collegegeld als hij:

        al wel een diploma aan een bekostigde instelling in Nederland heeft behaald, maar voor de 1e keer een opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg volgt.”

      2. FrankB

        “doorgaans”
        Er is nogal wat kaalslag geweest in muziekkringen.

        “Een verklaring heb ik niet.”
        In het onderwijs moe(s)ten vernieuwingen vaak samen gaan met bezuinigingen. Of vernieuwingen ook verbeteringen zijn (denk aan bv. studiehuis) wordt nooit nagegaan. Soms zal dat wel zo zijn (geweest), maar onderwijskunde heeft voor de politiek al te vaak als verkooppraatje gediend. De werkelijke bedoeling was dus nog wel eens een andere dan de gegeven bedoeling.

      3. Roger van Bever

        Ik heb in mijn vrije tijd een aantal cursussen gedaan bij de OU, genoeg voor de bachelor Cultuurwetenschappen. Twee grote nadelen: hun programma’s veranderen voortdurend en zijn inmiddels niet meer betaalbaar. De OU was bedoeld voor tweedekansers en voor oudere mensen die een ‘tweede liefde’ wat studies betreft wilden beginnen. De kosten lopen inmiddels volledig uit de hand. Ook die van de van de HOVO-cursussen en die zijn meer gericht op een vrij beperkt aantal onderwerpen en zijn vaak moeilijk bereikbaar voor oudere mensen. Zelfs jouw cursussen, Jona, waarvan ik er graag enkele zou willen volgen, worden praktisch alleen in het volledig in het westen des lands gegeven. Dit is geen verwijt, maar het maakt het voor veel mensen wel moeilijk om er aan deel te nemen. De laatste jaren heb he de MOOC’s, een vooruitgang voor velen die zich moeilijk kunnen verplaatsen.
        Ik vind dus dat er twee problemen zijn voor OCW: aanbod, maar vooral spreiding en meer initiatief voor internet.

        1. Roger van Bever

          Sorry, correctie:
          zin 7 : 1 x ‘van de’ schrappen.
          zin 11: ‘in het volledig’ schrappen
          zin 14: ‘heb he’ moet zijn ‘heb je’

    2. Henriette Broekema

      Weer een taalfout: daarvoor ….voor ! Ik wilde dat er een knop op deze site was waarmee je alle fouten in je eigen stukje kon herstellen. Ik zie het pas als het hier onverbiddelijk en onuitwisbaar staat. Compliment voor alle deelnemers, die erin slagen zulke prachtige foutloze reacties te plaatsten.

      1. Robbert

        Wanneer kun je spreken van een “taalfout”? Als een regel of gewoonte niet gevolgd wordt? Ik zou er niet mee zitten. Ik vind een “taalfout” pas belangrijk als die een tekst minder begrijpelijk maakt.

            1. Henriette Broekema

              O, ik sta sprakeloos! Dank hiervoor! Ik zat me er zo vreselijk druk te maken, vooral na dat geklungel van gisteren!

              1. FrankB

                U bent de enige niet. Om het geklungel te beschrijven waar ik me af en toe schuldig aan maak heb ik de term internetdyslexie uitgevonden. Ik lijd er regelmatig aan.

  2. Henk Smout

    Ik was tien of twaalf. De Brabantse tak van de familie wilde weten wat ik op school voor talen leerde. Als ik dan zei “Frans”, dan hadden zij zo duidelijk zichtbaar heilig respect. Dan ging ik verder met “Nederlands”, en dan werd ik uitgelachen.

  3. sara

    ‘Liefde is nu eenmaal irrationeel’…? Ik waag dit te betwijfelen.
    Er schijnt zo iets te bestaan als de logica van het gevoel, tevens titel van een boek van Arnold Cornelis. Ik heb het nooit kunnen uitlezen om allerlei redenen, maar het heeft iets intrigerends: ‘de nesteling der emoties in de stabiliteitslagen in de cultuur’.
    Een citaat: ‘Achteraf zien we in waarom de wereld van de taal een grotere aantrekkingskracht heeft dan de wereld van de waarneming, het is juist omdat de taal het systeem van mogelijkheden bespeelt, terwijl de waarneming afhangt van de feitelijkheid. We begrijpen dan waarom Plato de waarneming zag als een gevaar en als een vorm van misleiding.’
    Ach, even iets om over na te denken op een zondag met slecht weer.

    1. FrankB

      Emotie en ratio zijn te onderscheiden, maar daarom nog niet gescheiden. Het tegendeel is het geval. Ik heb even geen zin om het op te zoeken, maar zonder emoties kunnen mensen geen beslissingen nemen. Ergens op internet heb ik over iemand gelezen wiens emoties waren aangetast door een verwonding aan de hersens. Die was letterlijk besluiteloos.
      Dat menselijke waarneming onbetrouwbaar is weten we dankzij allerlei grappige visuele illusies. Wat Plato niet besefte is dat de menselijke ratio eveneens betrouwbaar is, gegeven de menselijke voorliefde voor drogredenen (er zijn hele lijsten van op internet te vinden en voor mensen die wel van voetbal houden maar het niet te serieus nemen zijn ze zelfs onmisbaar) en argumenteren voor een vooraf bepaalde conclusie.
      Dan lijkt de taal die men spreekt ook nog eens invloed te hebben op het menselijk denken en dus op het wereldbeeld. Ik heb dan ook besloten dat “waarheid” een onmogelijk begrip is (maar onwaarheid niet).

  4. jan kroeze

    Hoogleraar nederlands Appel hoorde ik een tijdje geleden op de radio (in taalstaat) beweren dat vooral jonge vrouwen tegenwoordig de gewoonte zouden hebben om het einde van een zin in de hoogte te laten gaan. Hopelijk snappen mensen wat ik daarmee bedoel, ik kan het niet anders zeggen.

  5. ras400517317

    Ik had ook wel graag een taal willen studeren. Nederlands bijvoorbeeld, maar Duits stond ook hoog op mijn wensenlijstje. Maar ja, met H.B.S.-B moest je dan eerst twee jaar Latijn en Grieks doen om voor het colloquium doctum te slagen. Daarover had mijn leraar Duits me niet ingelicht. Toen ben ik maar medicijnen gaan studeren.
    Willem Kloos zat ooit in hetzelfde schuitje. Hij zat op dezelfde school als ik – alleen zeventig jaar eerder – en had zo’n beetje hetzelfde lesprogramma gevolgd. Nou, gymnastiek was er bij hem nog niet bij, denk ik. Maar hij wilde heel graag naar de Universiteit om Nederlands te studeren en dus ging hij na zijn HBS-tijd klassieke talen leren bij zijn leraar geschiedenis, Willem Doorenbos. Dat is hem dus goed gelukt!
    Maar nu verneem ik, dat leraren Nederlands zelf de literatuur van voor 1880 niet meer hoeven te kennen. Kloos dus nog net wel. En de belangstelling voor de studie Nederlands is ook al tanende. De Nederlandse literatuur kunnen we voor de komende generaties dus wel op de schroothoop zetten.
    Tenzij! Tenzij alle mensen die het Nederlands een warm hart toedragen nu eens leesgroepen Nederlandse literatuur gaan organiseren. Van Karel ende Elegast tot en met de Vijftigers. (De rest komt via de televisie wel aan bod.) Eens in de maand een verhaal, groep gedichten, roman lezen en dan gezamenlijk bespreken. Liefst met een neerlandicus met hart voor de zaak erbij. Bij mij kunnen belangstellenden zich aanmelden!

  6. Robbert

    Taal is een intrigerend fenomeen. Geregeld maak ik twee kleinkinderen mee, rond de drie. De ene peuter spreekt een beginnend maar begrijpelijk Nederlands met “Zuidlimburgse” accenten. Wekelijks zien we vooruitgang. De trefzekerheid van haar taal valt ons op. De andere spreekt naast een beginnend Nederlands ook Japans, waarop hij moeiteloos overgaat, terwijl hij Engelse woorden oppikt: zijn ouders spreken Engels met elkaar. Onze eigen peuters spraken Nederlands met ons en een mengsel van Fante en Engels met de Ghanese kok. Prachtig om mee te maken. Veel eerder dan het spreken komt het luisteren en het begrijpen van de taal door de kleintjes. Opa Rob.

  7. Jeroen

    “Vrijwel zeker zou ik echter nooit toekomen aan die scriptie omdat tijdens mijn studie de dialectiek of de psycholinguïstiek me meer blijken te boeien. Of het Jiddisch. Trouwens, ik zou ook weleens meer willen weten over de verschillen in spreekstijl tussen vrouwen en mannen.”

    Vanwaar die drang tot een universitaire studie? Als je dit interesseert, en je wilt het weten dan zijn er toch legio mogelijkheden om hier kennis van te nemen? De boeken en studies zijn vaak te koop of opvraagbaar en vakgenoten reageren in mijn ervaring meestal enthousiast op vragen die gesteld zijn uit interesse.
    Ik ben er zondermeer zeker van dat je 90 procent van je kennis over de Klassieke Oudheid pas nà de studietijd hebt opgedaan (ik noem maar een percentage, maar je snapt wat ik bedoel).

    Lang leve de zelfstudie!

  8. Roger van Bever

    k vind in principe alle talen mooi, dood of levend. Dat wij Nederlands zo mooi vinden komt omdat we erin wonen en in leven. Het is een deel van onze identiteit en nu bedoel ik niet de ‘identiteit’ waar men het tegenwoordig zo vaak over heeft, de enge nationalistische identiteit, die nergens op gebaseerd is dan op gebrek aan openheid voor anderen die deze identiteit ‘zouden ontberen’.
    Het is een stuk van onze eigenheid die het waard is om te koesteren. Je eigen taal, ook je dialect, blijft je ‘moedertaal’, dat kun je je hele leven lang niet wegcijferen. Ik ben in de praktijk tweetalig Nederlands en Frans en kan zeggen dat ik de meest belangrijke Romaanse talen (Italiaans, Spaans, Portugees) vloeiend genoeg spreek, zij het niet perfect, om een gesprek op niveau aan te gaan en dat ik een krant of tijdschrift in deze talen voor ca. 99 % kan lezen en dan ook dagelijks doe. Maar Nederlands in de Vlaamse variant blijft mijn moedertaal.
    Een taal is meer dan lezen en spreken, het is ook een toegangspoort tot een totaal ander cultuurgebied. Het geeft je toegang tot de geschiedenis van een bepaald land en zijn tradities en gewoonten. Ik ben al een tijd bezig met Hongaars en dat gaat heel moeizaam, maar het geeft een inzicht hoe ingenieus een taal in elkaar zit. Ik heb er geen enkel voordeel bij en kan er niets meer mee aanvangen op mijn leeftijd. Het enige wat ik erbij ervaar is hoe fijn het is om een taal te bestuderen en hoe rijk en mooi een taal kan zijn. En dat maakt mij gelukkig.
    Ik heb uiteindelijk voor geneeskunde met specialisatie gekozen. Ook daar waren veel tekstboeken nog in het Duits, Frans of Engels. Door mijn humaniorastudie heb ik Latijn en Grieks gestudeerd en dat heeft mij veel geholpen bij mijn studies Frans (Frans MO-A en Tolk-Vertaler Frans) die ik na mijn beroepsleven – dat ik vanwege gezondheidsredenen eerder heb moeten beëindigen – nog heb afgerond. Maar er zijn momenten dat ik Herman Pleij en Frits van Oosterom benijd. En dat ik spijt heb dat ik geen Klassieke, Romaanse of Germaanse talen heb gestudeerd.
    Ik zou willen eindigen met een gedicht van Guido Gezelle, dat m.i de schoonheid en de expressiekracht en mogelijkheden van het Nederlands belichaamt:
    MOEDERKEN
    ‘t En is van u
    hiernederwaard,
    geschilderd of
    geschreven,
    mij, moederken,
    geen beeltenis,
    geen beeld van u
    gebleven.

    Geen teekening,
    geen lichtdrukmaal,
    geen beitelwerk
    van steene,
    ‘t en zij dat beeld
    in mij, dat gij
    gelaten hebt,
    alleene.

    o Moge ik, u
    onweerdig, nooit
    die beeltenis
    bederven,
    maar eerzaam laat
    ze leven in
    mij, eerzaam in
    mij sterven.

    Guido Gezelle
    (4/5/1891)

    Toelichting:
    hiernederwaard: hier op aarde
    geschreven: (misschien) gegraveerd
    lichtdrukmaal: foto (zelfgevormd woord)
    gelaten: nagelaten
    ————————-
    Nederlanders, Vlamingen, Surinamers, Zuid-Afrikanen, houdt onze Nederlandse taal in ere!
    Zij verdient het!

        1. Henk Smout

          Wat ik het eerst hoorde weet ik niet meer, ik herinner me wel het eerste bewust gehoorde Duits in mijn leven en het eerste Frans. Het eerste Duits was “Ach so!” met de beginklinker van het eerste woord meteen op volle kracht (glottisslag).
          “Tiepetiepetie!” hoorde ik en mijn moeder legde toen uit dat die Franse mevrouw zei: “petit! petit! petit!”

  9. Dirk

    Grappig. Ik heb Nederlands gestudeerd maar had achteraf gezien liever oudheidkunde (of Latijn) gedaan. Om niet af te branden in het middelbaar onderwijs heb ik na de unief een pilotenopleiding gevolgd, omdat dat het dichtste was dat ik na 10 jaar taalonderwijs bij de ultieme droom (astronaut) zou komen. De lokroep van het onderwijs bleef echter en nu sta ik al 12 jaar tevreden in het lager onderwijs, met de droom om ooit dat Latijn nog te doen. Tenzij de ESA me eerst belt.

  10. Roger van Bever

    Zo’n houding heb ik ook lange tijd gehad en ik nam mij voor alleen nog auteurs van voor 1950 te lezen. Maar dat hou je toch niet vol. En als ik moet kiezen tussen Marcellus Emants en Arnon Grunberg kies ik toch voor deze laatste.

  11. Johan overduin

    Ja, de Franse taal is de mooiste die er is! Het Nederlands is slechts een dierengeluid(Joseph Luns)Dat waren nog eens tijden.

    1. FrankB

      Echt niet. Russisch en Oekraiens zijn mooier.

      De briefscene uit Evgenij Onegin.
      De sterfscene uit Boris Godunov.
      Het eerste deel van Shostakovich’ Dertiende (gereciteerd door Jevtusjenko zelf mag ook).
      Het meest aangrijpend is wellicht Maria’s scene aan het einde van Mazeppa.

      Vergeleken daarmee is Frans aanstellerig, evenals Italiaans.

  12. Dirk

    Ik zal eens vloeken: Duits is werkelijk prachtig.

    In Germaanse in Antwerpen lag de nadruk op moderne en hedendaagse literatuur, in adoratie van Boon, Claus en Joyce. De enige twee vakken over oudere teksten of talen (Old English en Het hoofse feest) werden treiterachtig tegelijkertijd geprogrammeerd. Een van de redenen dat ik het beu was. Ik las liever Karel ende Elegast.

  13. A. Harmens

    Even los van het belang van de studie Nederlands. Dit stuk en alle reacties lezende, denk ik dat het toch zo mooi zou zijn als universiteiten ook eens wat meer werk zouden maken van het leren van Nederlands aan buitenlandse studenten. In Nederland is het mogelijk om er jaren te studeren zonder welke kennis van de Nederlandse taal dan ook. Uit eigen ervaring weet ik dat dit in een land als Italië onmogelijk is zonder kennis van de Italiaanse taal.

  14. Nog even dit: heeft gezever over taalfouten met de liefde voor de taal te maken? Waarschijnlijk wel, al vind ik die verbeterdrang zelf nogal overbodig (maar ik zou niet graag een hedendaags werkstuk nakijken. Als ik daaraan denk begrijp ik die verbeterdrang al een stuk beter).
    Jona’s liefdesverklaring aan het Nederlands raakt een snaar, zoveel is duidelijk. En terecht. Wat een prachtig instrument om je gedachten te ordenen en over te brengen! Dat geldt natuurlijk voor elke taal. Ik vraag me af of tweetalig opgevoede kinderen de finesses van beide talen even goed leren beheersen. Die van mij groeiden door omstandigheden ooit drietalig op maar uiteindelijk bleef er maar een taal echt hangen. Een werd vergeten en de andere – Engels – bleef bruikbaar maar miste de finesses van de ‘moeder’taal.

Reacties zijn gesloten.