Historische taalkunde

Germaanse runentekst uit Tiel (“Van Halethwas, die de zwaardvechters zwaarden geeft”)

Een paar jaar geleden sprak ik een studente neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam die niet wist wat Gotisch was. Een medestudent wist het evenmin. Dat hoeft ook helemaal niet, maar het contrasteert wel wat met mijn vader, die de Germaanse taal nog moest leren om les te mogen geven op een middelbare school. Ik heb er weleens over geblogd. Ik zal in het midden laten of dit contrast helemaal representatief is voor het huidige hoger onderwijs, maar ik denk dat weinig mensen zullen tegenspreken dat de oude MO-opleidingen verrotte grondig waren terwijl de huidige academische opleidingen verrekte kort zijn.

Dat geldt – ik vertel de trouwe lezers van deze blog weinig nieuws – ook voor mijn eigen studietijd. Veel van wat ik had moeten leren om als oudheidkundige mijn vak te overzien, heb ik nooit onderwezen gekregen. Zoals historische taalkunde. Dat is echt een gat in mijn algemene ontwikkeling. Gelukkig zijn er alleszins toegankelijke boeken over dit onderwerp, waarop ik werd geattendeerd via de al even toegankelijke blog Neerlandistiek. Ik noem vier titels.

Lees verder “Historische taalkunde”

Liefdesverklaring

De NASA heeft nooit geantwoord op mijn in puber-Engels geschreven open sollicitatie, dus astronaut werd ik niet. Voor tropenarts had ik het verkeerde vakkenpakket en bij de auditie op de toneelschool bleek ik een te houten klaas. Helaas was ik wel lenig genoeg voor militaire dienst en na die ellende was de keuze tussen Nederlands en geschiedenis.

Het werd het laatste. Eén reden was dat de historici schriftelijke cursussen hadden die ik al kon doen in de kazerne. De andere reden was dat mijn vader leraar Nederlands was en dat je rond je twintigste niet wil lijken op je ouwe heer. Bovendien had ik mijn vader zien afbranden in het middelbaar onderwijs. Geen aantrekkelijk carrièreperspectief. Dus koos ik geschiedenis, meer bepaald de oudheidkunde. Een mooi vak, verrijkt met archeologie en de literatuur van een dozijn oude talen, zodat er om elke hoek altijd iets verbazingwekkends op ontdekking ligt te wachten. Het is echter wel mijn vierde keus en ik overdenk nog weleens wat er zou zijn gebeurd als ik Nederlands had gestudeerd. Een vak dat ik altijd mooi ben blijven vinden.

Lees verder “Liefdesverklaring”

Dat internet, dat is best belangrijk

Sint-Isidorus van Sevilla, beschermheilige van het internet

Dat internet, dat is eigenlijk best belangrijk. Althans, dat zegt Frits van Oostrom, en dat is niet de eerste de beste. Sinds 1982 is hij hoogleraar Nederlandse letterkunde, eerst in Leiden en daarna in Utrecht. Van 2005 tot 2008 was hij president van de KNAW. Iemand dus wiens oordeel ertoe doet. Als hij, zoals we in Mare lezen, bij een lezing heeft gezegd dat dat internet belangrijk is en dat de universiteiten – hij heeft het vooral over neerlandici – daar meer mee moeten gaan doen, dan spits je je oren.

Hoewel… we wisten dit al in 2000, vijf jaar na “the thousand days that built the future”. En de universiteiten hebben de afgelopen jaren verzoeken uit de samenleving in deze richting vrij systematisch genegeerd (zie ook onder: betaalsites). En ze deden niets, geheel niets, om te verhinderen dat bad information drives out good. Dat geeft Van Oostroms woorden een nogal schrille klank.

Lees verder “Dat internet, dat is best belangrijk”

Tja, Leiden

De Madurodamse, campus Leiden

De blog Neder-L, waarop een groep neerlandici dagelijks schrijft over hun vakgebied, bevatte onlangs een 1 april-grap die in elk geval mij even op het verkeerde been zette. Auteur Peter Arno Coppen kondigde vroeg in de ochtend aan dat de blog zou worden gesplitst in een gratis, publiek deel en een betaalsite. Zijn collega Marc van Oostendorp reageerde daarop als door een adder gebeten: dit had de redactie nooit afgesproken, neerlandistiek diende toegankelijk te blijven, hij was boos, zou een nieuwe blog gaan beginnen. Verschillende formuleringen maakten duidelijk dat het een grap moest zijn, maar ik heb die eerste april toch even geaarzeld.

Het zou namelijk zomaar hebben gekund. Zoals de vaste lezers van deze kleine blog weten, maak ik me nogal wat zorgen over de toekomst van de humaniora. Illustratief is, denk ik, de gang van zaken vorig jaar aan de UvA: terwijl er grote problemen waren, claimde men dat de humaniora belangrijk waren, maar toonde men dat niet. Als de UvA-geesteswetenschappers zichzelf te kijk hadden willen zetten als zelfingenomen en wereldvreemd, hadden ze dat niet efficiënter kunnen doen. Helaas geldt dat voor alle letterenfaculteiten. Een goede website waar de doorbraken in de taalkunde aan het publiek worden getoond? Is er niet. De archeologische vondsten in Kessel aangrijpen om de mensen te tonen dat archeologen en historici verschillend denken over de aard van een oudheidkundig bewijs? Doen we niet. Tonen welke hermeneutische benaderingen er bestaan? Ga maar vragen bij de theologen. Omdat vrijwel niemand de moeite neemt de humaniora uit te leggen, is het alleszins denkbaar dat er werkelijk nog eens geld gevraagd zal worden voor een blog over neerlandistiek. Men is er onprofessioneel genoeg voor.

Lees verder “Tja, Leiden”

De stylometrist gemeten

Een project als Stylene is vrij simpel belachelijk te maken. Je hoeft alleen maar de definitie te citeren die de Universiteit Antwerpen zelf geeft.

Doel van het project is de implementatie van een robuust, modulair stysteem [sic] voor stylometrie- en leesbaarheidsonderzoek op basis van bestaande technieken voor automatische tekstanalyse en zelflerende technieken, en de ontwikkeling van een web service [sic] die onderzoekers in de HSS toelaat teksten te analyseren met behulp van het systeem. Op die manier wil het project recente vooruitgang op het gebied van het computationeel modelleren van stijl en leesbaarheid beschikbaar maken voor onderzoek in de sociale en geesteswetenschappen.

Dat de onderzoekers met dit academisch holleklap hun werk onvoldoende recht doen, bleek toen ik met Stylene begon. Je voert een tekst in (hier), de computer toetst deze aan de hand van een aantal criteria en doet vervolgens uitspraken over de auteur.

Lees verder “De stylometrist gemeten”