Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?

Het nieuwe blad (foto Mohsen Goudarzi; Ahmed Shaker heeft een andere foto)

Eerst maar even dit. Je hebt middeleeuwse handschriften en middeleeuwse handschriften. Als we even afzien van hun kwaliteiten als materieel object (hoe is het vervaardigd, is het geïllustreerd, is het professioneel geschreven?), wordt de waarde bepaald door de inhoud van de tekst. Om eens iets te noemen: als handschrift B is overgeschreven van handschrift A, is handschrift B minder belangrijk dan handschrift A (“elimineerbaar”).

Eén van de absolute topstukken is de Codex Sana’a 1. Die is in 1972, toen een lekkend dak restauratie noodzakelijk maakte, ontdekt in een afgesloten vertrek bij een van de bibliotheken van de Grote Moskee van Sana’a in Jemen. Dat is een van de oudste moskeeën ter wereld: het staat vast dat ze tussen 705 en 715 is uitgebreid en ze dus daarvóór moet zijn gesticht. In de eeuwenlang vergeten, afgesloten kamer werden 15.000 oude islamitische teksten gevonden en misschien was het vertrek wel wat de joden een geniza noemen: een opslagruimte van religieuze geschriften die te versleten zijn voor gebruik maar die je uit respect toch ook niet weggooit.

Hoe dat ook zij, de Codex Sana’a 1 is heel oud. Drie jaar geleden kwam er een koolstofdatering van het leer waarop ze is geschreven, een datering die werd gegeven als zou de tekst met 99% zekerheid dateren van vóór 671, met 95,5% zekerheid van vóór 661 en met 75% van vóór 646. Dit is niet de wijze waarop koolstofdateringen normaal worden gepresenteerd: die bestaan meestal uit een datum met een marge van plus/min zo-en-zoveel jaren. Ik vermoedde dat voor deze ongebruikelijke presentatie was gekozen omdat er een kans leek te zijn dat het perkament was vervaardigd vóór het optreden van de profeet Mohammed, wat dan een aanwijzing zou vormen voor de theorie dat (een deel van) de Koran ouder is dan de islam. Mijn goede vriend Richard, die alles weet over de islam én radiocarbondateringen, schreef daar destijds drie leuke stukken over, waarvan u het eerste hier vindt. (En lees, als u toch bezig bent, ook dit.)

De Codex Sana’a 1 is dus niet zomaar heel oud maar oer-, oeroud. En wat meer is: ze bevat lezingen die niet gebruikelijk zijn. Niet dat er staat dat moslims naast Allah ook een handvol godinnen mogen vereren, zo schokkend is het niet, maar wel afwijkingen van wat in eigentijdse edities van de Koran staat.

Deze “normale” tekst is pas later ontstaan, toen derde kalief Othman (r. 644-656) opdracht gaf een standaard-editie te maken. De bladen van de Sana’a-1-codex zijn dan ook later afgeschraapt (“een razuur”) en opnieuw beschreven, dit keer met de geautoriseerde tekst van het heilige boek. De “ondertekst” is wat de Codex Sana’a 1 maakt tot een wetenschappelijk topstuk. In zoverre het ontstaan van de islam wereldgeschiedenis is, is dit manuscript belangrijk voor de hele mensheid. Deze tekst werpt licht op de ontstaansfase van de religie, vóór Othman het geloof herdefinieerde; het is alleen vergelijkbaar met de wijze waarop de Dode Zee-rollen een jodendom documenteren vóór de rabbijnen het standaardiseerden.

Tachtig bladen zijn bekend. Ze zijn in de vroege jaren tachtig gefotografeerd en gerestaureerd door een Duits team. De meeste bladen worden bewaard in een van de bibliotheken van de Grote Moskee; de Jemenitische autoriteiten hebben enkele andere bladen verkocht via veilinghuis Sotheby’s, dat eveneens foto’s heeft gemaakt; er is een ongepubliceerd proefschrift dat de fotografie compleet maakt.

En nu is er zomaar ineens een blad te zien in het Louvre, afdeling Abu Dhabi. De ontdekker, Ahmed Shaker, wijst erop dat de afmetingen en het leer lijken op die van de Sana’a-1-codex en dat de tekst, een gedeelte van de vijfde soera, niet is overgeleverd in de tachtig al bekende bladen. De laatste regel van het Louvre-manuscript breekt precies daar af waar een van de bladen uit Sana’a vervolgt. Dat het blad in Abu Dhabi onderdeel is van de bijzondere codex, is eergisteren bevestigd door Mohsen Goudarzi, een van de officiële onderzoekers. (Hij is overigens een van de onderzoekers die verantwoordelijk is voor de zojuist genoemde wonderlijke koolstofdatering.)

Maar dit is toch eigenlijk wel heel verontrustend. We hebben dus foto’s van tachtig bladen uit diverse bronnen en blijkbaar heeft niemand het eenentachtigste blad gezien. Het kan uiteraard illegaal vanuit Sana’a zijn verkocht, kort na de ontdekking, toen er nog geen foto’s waren. Maar hoe is het dan in het Louvre gekomen? Dit riekt naar handel in illegale oudheden en als dat zo is, moet het blad terug naar Sana’a: het is namelijk na 1970 gevonden en verhandeld, en er ligt een UNESCO-conventie die bepaalt dat teruggave dan verplicht is.

Een andere verklaring is dat het manuscript via Sotheby’s is verkocht maar dat het veilinghuis er geen foto van heeft gemaakt. Shaker lijkt dit de geloofwaardigste verklaring te vinden.

Er is nog een derde mogelijkheid, die Shaker niet overweegt: het blad kan een vervalsing zijn. Dit valt gelukkig te onderzoeken: een koolstofdatering zou ruwweg identiek moeten zijn aan de al bestaande dateringen en de inkt zou hetzelfde spectrometrische profiel moeten hebben. Zoals altijd geldt dat een manuscript zonder geldige provenance wetenschappelijk waardeloos is.

Kortom, het is alsof een schilderij van een Rembrandt of een Vermeer wordt gevonden en meteen blijkt dat óf het Rijksmuseum het illegaal heeft aangekocht, óf het veilinghuis zijn werk niet heeft gedaan óf dat het museum een vervalsing heeft verworven. Zoals ik al zei: het is allemaal heel verontrustend.

4 gedachtes over “Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?

  1. A. Harmens

    Toch weet je niet zeker of de geëradeerde tekst ouder is dan de nu als canoniek geldende tekst van de Koran. Misschien zijn er nog oudere canonieke teksten van de Koran geweest (hoewel heel veel ouder niet mogelijk is) die niet overgeleverd zijn.

    Verder vraag ik me wie het blad nu bezit (even los van de eigendomskwestie), het Louvre of van de Verenigde Arabische Emiraten?

  2. FrankB

    “deze ongebruikelijke presentatie”
    Er kan heel goed een prozaischer reden zijn. Je schrijft zelf al dat de ouderdom van de codex van groot belang is. Deze presentatie komt daaraan tegemoet door waarschijnlijkheden aan jaartallen te koppelen, want hoe ouder hoe groter het belang.

    1. Erik Bouwknegt

      Tis een Koran, Arabisch dus. Het gebruikte schrift lijkt me een hidjazi māʾil variant van het Arabische alfabet. Hidjazi is de verzamelnaam voor een aantal vrij hoekige stijlen die in gebruik waren ten tijde van Mohammed in het westen van het Arabisch Schiereiland (d.w.z. incl. de streek waarin Mekka en Medina liggen). Māʾil betekent schuin.

Reacties zijn gesloten.