Het ontstaan van het Kalifaat (2)

De moskee in Damascus, de eerste hoofdstad van het Kalifaat van de Umayyaden.

In het vorige blogje noemde ik enkele complicaties bij het traditionele beeld van het ontstaan van het Kalifaat. Hier zijn er nog een paar.

Monotheïsmes

Om te beginnen Mohammeds Arabische monotheïsme. Dat hij zich richtte tot mensen die Arabisch spraken, staat als een paal boven water. Maar hij was niet de eerste Arabische monotheïst. De meeste in het Arabisch gestelde religieuze inscripties uit de Late Oudheid zijn monotheïstisch. De belangrijkste auteur over het leven van de profeet, Ibn Ishaq, vermeldt al monotheïsten die vóór Mohammed actief waren in Mekka. Een in 2019 door Ahmad al-Jallad geïdentificeerde inscriptie uit Jemen bewijst dat de god van Mekka, Allah, en de al eerder vereerde enige hemelgod Rahman, al vóór Mohammed waren “gefuseerd” tot één godheid, en dat ook de formule “In de naam van Allah, de barmhartige, de genadevolle” op dat moment al bestond.

Lees verder “Het ontstaan van het Kalifaat (2)”

Faits divers (17)

Mykeense krater (dertiende eeuw v.Chr.; Cyprusmuseum, Nicosia)

In de reeks faits divers deze keer van alles en nog wat. Daarom heet het ook faits divers natuurlijk.

Correctie

Eerst maar even een correctie. Ik blogde laatst over Al-‘Ula en vertelde toen dat de noordelijke nederzetting Hegra heette, een oude naam, waarvan ik zei dat die correspondeerde met een Perzische vorm én de bijbelse naam Hagar, de moeder van Ismaël en stammoeder van allerlei zuidelijke volken die we nu gemakshalve Arabisch noemen. Benjamin Suchard van de universiteit in Leuven attendeert me erop dat dit niet klopt.

Hegra, schrijft hij, is een weergave van het Aramese חגרא ḥegr-ā = Arabisch الحِجْر al-ḥiǧr, en dat betekent zoiets als “ommuurde plaats”. De moeder van Ismaël heet echter הָגָר hāḡār, en dat is echt een ander woord. Het zou verwant kunnen zijn met het Arabische werkwoord هاجر hāǧara, “van stad wisselen”, wat voor de stammoeder van een halfnomadisch volk natuurlijk niet zo’n gekke naam is.

Lees verder “Faits divers (17)”

Inscripties uit Arabië

Safaïtische inscriptie (Wadi Rum)

De laatste decennia zijn er tienduizenden pre-islamitische en vroegislamitische rotsinscripties op het Arabische Schiereiland gevonden en voor een deel al uitgegeven. In tot dusver nog onbekende Semitische talen, in een verscheidenheid van alfabetten in verschillende stadie van ontwikkeling. Uitgaven van zulke inscripties zien er vaak nogal ontmoedigend uit; dat zal bij andere cultuurgebieden niet anders zijn. U kent ze misschien: veel tekstjes van één of anderhalf regeltje, veel puntje puntje puntje waar letters onduidelijk waren en tussen vierkante haken één of twee letters die de uitgever meende te kunnen aanvullen. In de tentatieve vertaling is dan bij voorbeeld te lezen dat X hier begraven ligt, of dat er iets gewijd wordt aan een bepaalde godheid.

Oude en nieuwe talen uit Arabië

Maar in de handen van specialisten zijn al die inscripties uit Arabië goud waard. Hele nieuwe talen worden er ontdekt (bijv. Safaïtisch), reeds bekende talen worden bekender, de ontwikkeling van diverse alfabetten is te volgen, handelsroutes en de verbreiding van stammen en staatjes over het schiereiland worden zichtbaar. Het is niet overdreven te zeggen dat de oude geschiedenis van Arabië door die inscripties geheel moet worden herschreven, inclusief het ontstaan van de islam. Maar het is allemaal nog zo nieuw; het zal nog even duren voordat er een handzaam geschiedenisboek op tafel ligt.

Lees verder “Inscripties uit Arabië”

Ashura in 1704

Isfahan

Vanaf vanavond is het Ashura. Dan herdenken de shi’itische moslims de gewelddadige dood van Husseyn, een kleinzoon van de profeet Mohammed. In Iran zijn dan passiespelen te bewonderen. Vermoedelijk ook in andere landen met shi’itische bewoners, maar ik heb ze daar nooit bijgewoond. De westerse media  geven ook niet zoveel informatie. Dat wil zeggen, ze focussen op het interessantste beeldmateriaal. Dat zijn vaak mannen die zichzelf met scheermesjes in het voorhoofd snijden, wat erg bloederig oogt. Shi’itische geestelijken moeten er maar weinig van hebben: “als je bloed wil geven,” bromde grootayatollah Fadlallah, “doneer je dat maar aan het ziekenhuis”.

Ashura is, opmerkelijk genoeg, helemaal niet zo’n deprimerend feest. Er hangt een heel speciale sfeer, die ook op buitenstaanders indruk maakt. Wie meer over het Ashura-festival wil lezen, kan hier terecht.

Lees verder “Ashura in 1704”

Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?

Het nieuwe blad (foto Mohsen Goudarzi; Ahmed Shaker heeft een andere foto)

Maar eerst even dit. Je hebt middeleeuwse handschriften en middeleeuwse handschriften. Als we even afzien van hun kwaliteiten als materieel object (hoe is het vervaardigd, is het geïllustreerd, is het professioneel geschreven?), wordt de waarde bepaald door de inhoud van de tekst. Om eens iets te noemen: als handschrift B is overgeschreven van handschrift A, is handschrift B minder belangrijk dan handschrift A (“elimineerbaar”).

Eén van de absolute topstukken is de Codex Sana’a 1. Die is in 1972, toen een lekkend dak restauratie noodzakelijk maakte, ontdekt in een afgesloten vertrek bij een van de bibliotheken van de Grote Moskee van Sana’a in Jemen. Dat is een van de oudste moskeeën ter wereld: het staat vast dat ze tussen 705 en 715 is uitgebreid en ze dus daarvóór moet zijn gesticht. In de eeuwenlang vergeten, afgesloten kamer werden 15.000 oude islamitische teksten gevonden en misschien was het vertrek wel wat de joden een geniza noemen: een opslagruimte van religieuze geschriften die te versleten zijn voor gebruik maar die je uit respect toch ook niet weggooit.

Lees verder “Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?”

Allat, de vrouw van Allah

Allat (Museum van Aleppo)

Mijn reeks museumstukken heb ik altijd bedoeld om dingen te tonen die interessant zijn. Er moet een verhaaltje over te vertellen zijn. Als ze mooi zijn, is het meegenomen, maar het is niet mijn eerste opzet. Dit reliëf van de Arabische godin Allat is er een voorbeeld van. De ruwe zwarte steen (basalt uit de Hauran) is moeilijker tot verfijnde sculptuur om te zetten dan bijvoorbeeld marmer, maar de beeldhouwer heeft iets fraais gemaakt.

Allat  (اللات) betekent gewoon “godin”, zoals Allah gewoon “god” betekent. De gelijkenis van de twee namen suggereert dat we, zoals gebruikelijk in de Semitische wereld, te maken hebben met een normaal godenechtpaar, zoals Baäl en zijn Astarte of JHWH en zijn Asjera. In de Koran wordt Allat genoemd met Al-’Uzza en Manat als een van de drie godinnen die in Mekka bij de Kaäba werden vereerd en die een steen des aanstoots vormden voor Mohammed. De cultus beperkte zich echter niet tot het Arabische Schiereiland: Herodotos kende “Alilat” en stelde haar op gezag van een Perzische zegsman gelijk aan de liefdesgodin Afrodite (Historiën 1.131.3).

Lees verder “Allat, de vrouw van Allah”

Hulspas’ Mohammed (1)

hulspas_mohammed_en_het_ontstaan_van_de_islamHet is bijna cliché: stukjes over de historische Mohammed beginnen met een verwijzing naar de negentiende-eeuwse Franse geleerde Ernest Renan, die ooit schreef dat de islam was ontstaan en gegroeid “in het volle licht der geschiedenis”. Hij vergiste zich. Hij zag over het hoofd dat de bronnen over het optreden van de profeet Mohammed zijn geschreven door mensen die niet langer waren geïnteresseerd in de opvattingen van de persoon over wie ze schreven, maar in de op hem teruggrijpende religie.

Dat is niet hetzelfde, zoals een vergelijking met het christendom leert. Jezus en Mohammed meenden allebei dat ze leefden in een Eindtijd, en zoals u weet is die nog altijd niet aangebroken. Ook al was de Eindtijd voor de betrokkenen de kern van de zaak, voor de gelovigen ligt dat anders. Het christendom is daarom het geloof in Jezus maar niet het geloof van Jezus. Evenzo geloven moslims andere dingen dan hun profeet. De geloofsinhoud is veranderd en dat proces van verandering loopt door tot op de dag van vandaag: de gelovigen leven in een veranderende wereld en zoeken in de gevarieerde traditie van hun godsdienst naar bruikbare elementen.

Lees verder “Hulspas’ Mohammed (1)”