De grootste oorlog uit de Oudheid (3)

De Egatische Eilanden

[Dit is de derde aflevering van een reeks over de Eerste Punische Oorlog (264-241). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten en dat de Romeinen een vloot waren gaan bouwen In het tweede deel beschreef ik hoe de Romeinen overstaken naar Afrika en hoe consul Regulus daar door de Karthagers werd verslagen.]

Het was een geweldige blamage dat Regulus krijgsgevangen was genomen, maar de operatie in Afrika was niet volledig mislukt. Enkele Numidische stammen ten westen van Karthago waren in opstand gekomen, wat betekende dat de Romeinen de volgende vijf jaar niet bang hoefden zijn voor grootschalige Karthaagse initiatieven. Bovendien verscheen de Romeinse vloot net op tijd om het expeditieleger te evacueren.

De 364 schepen keerden behouden terug naar Sicilië en de Romeinen maakten zich op voor nieuwe operaties, toen een orkaan opstak en op tachtig na alle topzware oorlogsbodems vernietigde. “De kust lag bedekt met wrakstukken en lijken,” schrijft Polybios, die toevoegt dat “niet is overgeleverd dat ooit een grotere ramp op zee heeft plaatsgevonden.” Het zou betekenen dat meer dan 100.000 opvarenden om het leven kwamen, meer dan een tiende van alle weerbare mannen uit Italië. Dat is moeilijk voorstelbaar, maar het wordt bevestigd door de officiële, door Titus Livius overgeleverde censuscijfers (die zelfs een nog grotere terugval suggereren) en er is weinig aanleiding te twijfelen aan de genoemde scheepaantallen.

Rome was echter nog in staat legers te lichten, terwijl de Karthagers hun troepen vooral nodig hadden in de strijd tegen de Numidiërs, zodat Palermo in Romeinse handen kwam. Hierna raakte de oorlog echter in een impasse. Zonder vlootoverwicht konden de Romeinen de laatste Karthaagse havens op Sicilië, Lilybaeum (het huidige Marsala) en Drepana (Trapani), niet innemen. Ook de terugval in mankracht begon zich te doen voelen.

Gedurende vele jaren sleepte de oorlog zich voort. Beide partijen hielden zich bezig met kaapvaart en het plunderen van elkaars kusten. Op een gegeven moment kwam ook daaraan een einde, doordat zowel de Karthagers als de Romeinen de economische middelen niet langer hadden om oorlogsschepen uit te rusten. Jarenlang zetten de legioenen hun belegering van de havens voort, terwijl de Karthaagse leider Hamilkar Barka de Romeinen lastigviel met guerrilla-aanvallen vanuit het gebergte ten westen van Palermo, zonder dat hij erin slaagde de belegerde steden te ontzetten. Polybios vergelijkt het met een wedstrijd tussen twee voortreffelijke boksers, waarvan een verslaggever ook niet elke klap hoeft te beschrijven, en ontslaat zichzelf daarmee van de verplichting uitgebreid in te gaan op deze oorlog: “Het verhaal zou zo saai worden dat de lezer er geen profijt van heeft.”

De oorlog sleepte zich zo voort tot 241, toen de Romeinen zich voldoende hadden hersteld van de ramp die zich een halve generatie eerder had voltrokken. Ze bouwden weer een vloot en zeilden daarmee naar het westen van Sicilië, waar ze rond het begin van de lente de laatste Karthaagse schepen in het zicht van de Lilybaion en Drepana versloegen. De vondst van bronzen scheepsrammen in de wateren bij Trapani – ik blogde er al over – vormt onverwachte bevestiging van Polybios’ verhaal over de zeeslag bij de Egatische Eilanden.

Nu de Karthaagse vloot – of beter: wat daarvan resteerde – was vernietigd, was de val van de twee steden onafwendbaar geworden en de Karthagers stemden in met een vredesverdrag, waarin ze Sicilië aan de Romeinen afstonden. Zo kwam er een einde aan een oorlog die volgens Polybios vierentwintig jaren zonder onderbreking had geduurd en daardoor de langste, meest intensieve en grootste oorlog was geweest uit de geschiedenis.

Op dat oordeel valt weinig af te dingen en het bewijst dat Polybios een eerlijk historicus is die de waarde van zijn eigen geschiedwerk weet te relativeren. Zijn verhaal over de Eerste Punische oorlog is namelijk slechts de inleiding tot zijn beschrijving van Romes groei tot hypermacht, het onderwerp waarnaar hij zelf onderzoek had gedaan. De Tweede Punische oorlog, die zoveel beroemder is dan zijn voorganger, was volgens een van zijn voornaamste chroniqueurs in feite van minder belang dan wat eraan was voorafgegaan.

5 gedachtes over “De grootste oorlog uit de Oudheid (3)

  1. Manfred

    De evacuatie was in 255 en in 241 was er sindsdien een halve generatie verstreken. Dus een hele generatie duurde in de oudheid 2×14=28 jaar.

  2. FrankB

    “Romes groei tot hypermacht”
    Niet overdrijven. Romes overheersing was altijd lokaal en in het huidige Midden Oosten nooit onbetwist.

  3. Roger van Bever

    Ze bouwden weer een vloot…

    Ik las dat in een jaar tijd in 2042 200 nieuwe schepen werden gebouwd. De financiering hiervoor is omstreden: volgens sommigen door schenkingen van zeer rijke patriciërs, volgens anderen met geleend geld van die rijke Romeinen.. Mijn bron ben ik vergeten. Weet je daar meer van, Jona?

    De schatkist van de Republiek zal, zoals je in deze blog ook aangeeft, zal ondertussen wel leeg geweest zijn. Daarvan getuigen ook de anti-luxe wetten zoals de Lex Oppia in 2015. Later zijn er nog meer anti-luxe wetten geweest. De Lex Oppia wordt uitvoerig uit de doeken gedaan in Livius A.U.C. 34, 1-8. Die wetten hadden naast hun bezuinigingsaspect ook een sociaal-moreel aspect. Luxe was geen Republikeinse waarde. Toen de indieners van de wet 20 jaar later de wet wilden afschaffen, mede doordat de Romeinse vrouwen ertegen protesteerden, was er hevig verzet tegen afschaffing door Cato. Toch werd de wet afgeschaft! Er was weer meer weelde. Tanende Republikeinse mentaliteit?
    Mooie en leerzame serie over de eerste Punische oorlog!

Reacties zijn gesloten.