De wereld vóór god

Bekentenis: ik was al ergens halverwege mijn vierde jaar aan de universiteit toen ik me realiseerde dat ik noch bij de colleges oude geschiedenis, noch bij de colleges antieke filosofie ooit had gehoord over het Organon, de verzameling van zes teksten waarmee Aristoteles de grondslagen legde voor de logica en daarmee, indirect, voor alle latere wetenschap. Op de middelbare school had ik er wel van gehoord, aan de universiteit werd het overgeslagen. Dat zal inmiddels wel zijn verbeterd, maar in de eerste jaren na de Deetman-kaalslag was het denkbaar dat je naar een universiteit ging om iets te leren over de Oudheid en dat je daar het belangrijkste niet meekreeg. Ik heb me er later in verdiept en mijn exemplaar van Aristoteles’ Analytica Priora vertoont inmiddels sporen van intensief gebruik, maar ik blijf me onhandig voelen als het gaat over antieke filosofie.

Toch ben ik niet helemaal onwetend. Ik heb de reguliere colleges antieke filosofie, incompleet of niet, natuurlijk wel gevolgd en ben later lid geweest van een discussiegroep. Daar viel me op dat een filosoof en een historicus niet dezelfde accenten leggen. Te kort door de bocht samengevat probeert de laatste een denkbeeld te plaatsen in een historische context terwijl de eerste reflecteert over het denkbeeld zelf. Een historicus kan zich bijvoorbeeld afvragen of een opvatting niet anachronistisch aan Pythagoras is toegeschreven terwijl een filosoof nadenkt over de pythagorese mathematisering van het wereldbeeld.

De twee zijn weliswaar veel meer on speaking terms dan de classicus en de archeoloog, maar in elk geval de hier bloggende historicus voelt zich niet helemaal competent als hij een boek over filosofie moet beoordelen. Zeker als hij het nog niet uit heeft. De hier bloggende historicus kan echter óók blij worden als zo’n boek de antieke denkbeelden zó uitlegt dat de lezer wordt meegenomen bij het eigenlijke denken. Zo’n boek schreef Kees Alders, het heet De wereld vóór God en dat ik er vandaag al over schrijf is omdat ik het graag nu al onder uw aandacht breng.

Het eerste dat me opviel is de directheid waarmee Alders de lezers toespreekt: in de tweede persoon en tutoyerend. U bent dus een je. (Ik vermoed dat dit de reden is dat een bekende uitgeverij het boek niet zo zag zitten: deze directe benadering paste slecht bij de andere boeken uit dat fonds.) Het voordeel van Alders’ aanpak is echter dat hij de lezer zijn verhaal binnentrekt en dwingt tot meedenken.

Hoewel het in De wereld vóór God gaat om een kennismaking met de gedachtewereld van een ander type samenleving, krijgt de lezer toch het idee dat het gaat om ook voor hem relevante vragen. Daarbij presenteert Alders de materie in een vaker gebruikte volgorde, namelijk beginnend bij de allereerste natuurfilosofen en dan via Sokrates, Plato en Aristoteles naar de grote ethische stelsels van het hellenisme. (Deze hoofdstukken kende ik al omdat Alders ze eerder in het Engels heeft gepubliceerd in het destijds door mij geredigeerde Ancient History Magazine; daaraan heb ik een vermelding in het nawoord te danken.) Vervolgens behandelt Alders de Romeinse filosofie.

Deze volgorde is vrij gebruikelijk, maar minder gebruikelijk – hoewel niet geheel zonder parallel – is dat hij alles vergelijkt met de stelsels uit Perzië, India en China, zodat je ziet dat in voorindustriële samenlevingen overeenkomstige en verschillende ideeën konden bestaan. De wereld vóór God – bedoeld is overigens: vóór het christendom – zit dus didactisch slim in elkaar. Dat blijkt ook uit de even schoolse als functionele kaders waarmee Alders meteen onder de hoofdstuktitel de volgende pagina’s samenvat en uit zinnen als “we zijn nu toegekomen aan het misschien wel moeilijkste hoofdstukje uit dit boek” (over Parmenides).

Bij het lezen van De wereld vóór God had ik wel opnieuw de ervaring die ik al noemde: dat filosofen andere accenten leggen dan historici. Enerzijds zijn er wat trivialiteiten waar ik zelf een andere formulering zou hebben gekozen (Milete zou ik geen koloniale nederzetting noemen omdat de stad al in de Bronstijd door Griekssprekenden werd bewoond), anderzijds zijn er punten waar mij als historicus enige terughoudendheid past.

Desondanks heb ik één kanttekening – en ik verwacht niet dat ik veel meer kritiek zal hebben als ik het boek uit heb. Ik denk dat Alders’ behandeling van de filosofie van Thales, die beweerde dat alles was ontstaan uit water, rijker zou zijn geweest als hij tevens had vermeld dat het Babylonische Scheppingsepos (Enuma Elisj) een plausibel model is geweest. Er waren intern-filosofische redenen die Thales brachten tot de vraag of er één oerelement was geweest, en dat legt Alders prima uit, maar toen Thales zijn vraag eenmaal had geopperd, bood Babylonië een antwoord.

Voor het overige heb ik de indruk dat Alders het allemaal perfect uiteenzet. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit zo’n heldere uiteenzetting gezien van wat metafysica is. De uiteenzetting is bovendien des te overtuigender omdat Alders zich expliciet richt tot degenen die menen dat het gaat om vaag gezwam. Hij toont dat het wél ergens over gaat.

En nog even het voorbeeld waarmee ik begon: niet alleen weet Alders goed uit te leggen hoe Aristoteles’ logische denken in elkaar stak, hij doet dat bovendien zonder allerlei jargon. (Woorden als “syllogisme” en “modaliteit” blijven de lezer bespaard.) Meer dan dat: Alders maakt duidelijk waarom het in het filosofische stelsel van Aristoteles noodzakelijk was dat hij de logica ontwikkelde. Dit was nu een onderwerp waarover ik dacht iets te weten, maar verhip, Alders toonde me toch iets nieuws.

Kortom, Alders heeft iets moois ontdekt, is er waanzinnig enthousiast over en betrekt de lezer erbij, of dat nu een totale beginner is of een licht gevorderde leek als ik. De specialist zal wel wat verbeteringen kunnen noemen, maar zal ook zeggen dat Alders doet wat hij moet doen: de lezer diens eigen denkbeelden beter laten begrijpen. Dit is hoe ik de humaniora voor me zie en vandaar dat ik niet kon wachten om het onder uw aandacht te brengen.

Zoals gezegd: Alders had moeite een uitgeverij te vinden. Hij heeft het in eigen beheer uitgegeven. De wereld vóór God is echter leverbaar via elke boekhandel; hier is de webpagina waarmee u je het online kunt bestellen en daar kan het via een reguliere boekhandel die in het hele land levert.

52 gedachtes over “De wereld vóór god

  1. PG

    De mediterrane wereld vergelijken met Perzië, Indië en China. Kijk, dat aspect op zich is voor een leek als mij de aanschaf al ruim waard. Misschien wordt het niet méér gedaan omdat zoveel kennis voor soloauteurs moeilijk te behappen is?

    1. Er is een zekere overmoed voor nodig om dit te doen. Maar ik denk inderdaad dat de humaniora te weinig overmoedig zijn en dat de wetenschappers te vaak vluchten naar gemakzuchtig specialisme. Zó vaak zelfs dat ze specialisme beschouwen als wetenschap. Wat bizar is als je opgeeft van je brede ontwikkeling.

  2. FrankB

    “degenen die menen dat het gaat om vaag gezwam”
    Dat vind ik altijd geestig, omdat diegenen vooral hun onwetendheid, onbegrip en vooroordelen ten toon spreiden.

    https://metaphysicsofphysics.com/

    Diegenen hebben niet of nauwelijks gehoord van de beroemde briefwisseling tussen twee van de grootste giganten uit de vorige eeuw:

    https://en.wikipedia.org/wiki/Bohr-Einstein_debates

    Uiteraard kunnen we christenfundies weer eens de schuld geven van deze domheid:

    http://www.talkorigins.org/faqs/chance/metaphysics.html

    Maar dat vind ik een goedkoop smoesje – de ironie is immers dat “vaag gezwam” het directe spiegelbeeld is van christenfundie onzin.

  3. Frans

    Het doet me een beetje denken aan De wereld van Sofie, maar dan zonder het verhaal. Misschien was dat de reden dat uitgevers er niet dat uitgevers er niet aan wilden: aan de ene kant niet serieus genoeg en aan de andere kant niet spannend genoeg? (Ik doe maar een gooi.) Hoe dan ook, bedankt voor de tip, hij gaat op het verlanglijstje. Maar eerst De dageraad van Holland uitlezen.

  4. Rob Duijf

    Dit lijkt mij een interessant boek, alhoewel bij het onderwerp metafysica altijd waakzaamheid is geboden.

    ‘Meta’fysica is een kwestie van filosofie, denkwerk dus, en wat dat betreft heeft de mens in de loop van zijn bestaan heel wat bij elkaar geleuterd. Los van de vraag of het metafysische bestaat, is er de vraag of deze kan worden gekend en dus beschreven in termen van kennis.

    Immers: de beschrijving is niet gelijk aan het beschrevene. De mens is dan wel in staat de grenzen van zijn kennis te verleggen en uit te breiden, maar omdat kennis begrensd is, is deze niet in staat achter de eigen horizon te kijken. Dat wil niet zeggen dat er achter die horizon iets of niets is. Alle wijsgerige redeneringen ten spijt is dat nog altijd een dilemma en gezien de aard van het denken is het de vraag of dat vraagstuk ooit kan worden opgelost.

    Is ons brein echter – los van het denken – in staat die metafysische werkelijkheid waar te nemen? Dat lijkt me iets om je dezer dagen eens bij een knappend houtvuur en een goed glas wijn in te verdiepen. (Kaasplankje er bij, droge worst. Belgisch biertje: ook lekker…).

    Allen een fijne Sinterklaas gewenst!

    1. Frans

      Ons brein is zeker in staat los van het denken andere vormen van realiteit waar te nemen. Maar daar heb je andere drankjes voor nodig dan wijn. In het sjamanisme is het de normaalste zaak van de wereld om in je hoofd heen en weer te reizen tussen de natuurlijke en de bovennatuurlijke wereld. Denken is niet de enige manier om wijzer te worden.

      1. FrankB

        Hm, nogal wat natuurwetenschappers (maar vast niet alle) zullen bezwaar hebben tegen uw gebruik van de term “waarnemen”.

        “Denken is niet de enige manier om wijzer te worden.”
        Eerst maar eens beschrijven wat u bedoelt met denken en daarna meteen definiëren wat wijsheid is. Want voor we het beseffen geven we RobD heel erg gelijk door flink wat af te leuteren ….

        1. Rob Duijf

          ‘(…)nogal wat natuurwetenschappers (maar vast niet alle) zullen bezwaar hebben tegen uw gebruik van de term “waarnemen”.’

          Uw terechte conclusie roept dus de vraag op, wat ‘waarneming’ is.

          Een definitie zou kunnen zijn, dat waarneming registratie is: d.w.z. dat de zintuigen worden geprikkeld, die prikkeling wordt vervolgens elektrochemisch verwerkt en vastgelegd in het geheugen.

          Registratie is echter beperkt; het is niet meer dan een indruk. Stel, u loopt op het strand langs de vloedlijn en uw voeten laten een indruk achter. Die indruk is de registratie (= het geheugen van het zand) van een deel van uw voet, maar niet uw voet zelf.

          Onze waarneming is dus beperkt, begrensd. Frans stelt hierboven, dat er nog een andere, hogere, vorm van waarnemen zou kunnen zijn. Wordt deze echter ook geregistreerd, vastgelegd en dus ervaren, dan is er nog steeds sprake van beperkte waarneming.

          Hier doet zich de vraag voor, of er waarneming zou kunnen bestaan zonder registratie? Laten we deze even parkeren en ‘Waarneming’ noemen (bewust met de hoofdletter W, om aan te geven dat we mogelijk met iets anders van doen hebben). Hoe gaan we deze vraag beantwoorden? Vanuit onze beperkte geest kunnen we dat dus niet; wat nu?

          Hier komen we op een punt, waar door de eeuwen der mensheid heen (onder)zoekers stranden. Vragen stellen is geestelijk vermogen, zo leerde ons de oude Sokrates al. Misschien ligt het antwoord buiten ons beperkte denken en is er niets moeilijkers dan uiteindelijk bij die ene vraag te blijven, zonder deze zelf in te vullen op het moment dat we het antwoord schuldig moeten blijven…

          Een ding is zeker: over niets valt niets te zeggen. Over de invulling van niets kunnen we wel boekenkasten vol schrijven en elkaar de hersens inslaan. En dat doen we dan ook. Voortvarend…

        2. jan kroeze

          @frankb: is er ook iets te zeggen over luitjes die zeggen geen natuurwetenschapper te zijn ?
          Is denken feitelijk te definiëren?
          En dan nog die wijsheid,Confusius beweert dat wie veel reist wijs wordt, maar wie wijs is blijft thuis.
          Ik bedoel maar het is vaak hommeles met definities.

          1. Rob Duijf

            Mag ik?

            Denken is feitelijk te definiëren, namelijk als een complex elektrochemisch proces dat zich in het levende brein afspeelt. Dat proces kan inzichtelijk worden gemaakt, bijv. als weergave van hersengolven door het meten van spanningspotentialen of het scannen van de doorbloeding van de hersenen als weergave van hersenactiviteit bij het uitvoeren van bepaalde mentale opdrachten.

            Overigens hoeft u geen natuur-, neurowetenschapper of psycholoog te zijn om uw denken te observeren.

            Ook voor definities geldt, dat ze producten van het denken zijn, die we nodig hebben om met elkaar van gedachten te kunnen wisselen, elkaar te begrijpen en samen te werken. Als hersenproduct zijn definities echter beperkt en kunnen dus nooit de volledige weergave zijn van hetgeen ze trachten te beschrijven.

            1. jan kroeze

              @rob: denken als weergave van hersengolven vind ik simplistisch. Weet je dan zeker dat je zoiets als denken meet? Ik zie een groot meetprobleem in dezen.Van huis uit ben ik psycholoog,en een hoop van dergelijke theorieën ben ik in de loop van de tijd tegengekomen, maar ik zie niet zoveel in hersenonderzoek. Naar mijn mening wordt er te weinig verklaard en de filosofie helpt ook al niet. Dus ik snap er nog steeds erg weinig van. Wel jammer.

              1. Rob Duijf

                ‘denken als weergave van hersengolven vind ik simplistisch.’

                Dat is ook simplistisch, maar niet minder feitelijk. Onze hersenen zijn een buitengewoon complex orgaan, waarin zich veel processen afspelen. Ik ben geen specialist, maar in mijn eigen discipline heb ik wel met hersenfuncties te maken, nl auditieve en vestibulaire informatieverwerking.

                Ik zie wél de waarde van klinisch (experimenteel) onderzoek naar de ontwikkeling en werking van onze hersenen, hersenafwijkingen en hersenziekten. Met behulp van geavanceerde scantechnieken kunnen we zien welke delen van de hersenen zijn betrokken bij de verwerking van zintuigenlijke prikkels. Dat geldt ook voor het denkproces. Bij het uitvoeren van bepaalde mentale opdrachten kunnen we zien, welke hersendelen worden geactiveerd en die kunnen weer worden gerelateerd aan hersengolven. Zo kunnen we dus wel degelijk zien, wat de relatie is tussen het oplichten van een bepaald hersengebied op een moment ‘x’, en de registratie van de elektrische activiteit op dat moment.

                ‘Naar mijn mening wordt er te weinig verklaard (…)’

                Tja… verklaringen zijn er wel degelijk, hoor, al gaan ontwikkelingen nooit zo snel als we zouden willen. Bovendien zijn verklaringen wetenschappelijk gezien nooit ‘af’, maar laat je daar vooral niet door teleurstellen! Er wordt wereldwijd hersenonderzoek gedaan en we krijgen steeds meer kennis. Dat biedt interessante uitzichten op de toekomst…

                (…) en de filosofie helpt ook al niet.’

                Filosofie is geen aspirientje…

      2. Rob Duijf

        ‘(…)daar heb je andere drankjes voor nodig dan wijn.’

        Afgezien van de door mij geschetste smakelijkheid van allerlei hapjes en drankjes in een sfeervolle omgeving heb ik hier in overdrachtelijke zin natuurlijk voorgesteld om er eens rustig voor te gaan zitten en het te beschouwen. Je kunt net zo goed een fijne herfstwandeling maken in een bos vol prachtige kleuren.

        ‘Ons brein is zeker in staat los van het denken andere vormen van realiteit waar te nemen.’

        Als dat zo is, dan is dat wellicht een natuurlijk vermogen en er zijn mensen die beweren dat dat zo is. Dat is een interessant gegeven, want het zou kunnen betekenen dat daarvoor geen kunstgrepen noodzakelijk zijn, zoals het gebruik van LSD of psylocibine, of de rest van je leven ademhalingsoefeningen doen, op een been staan, of je terugtrekken in een boeddhistisch klooster om teksten te reciteren, met een belletje te rinkelen of op een toeter te blazen, om maar eens wat te noemen.

        Punt is dat ervaring ook beperking inhoudt, dus wat we geestverruiming noemen, is nog altijd geestbeperking. Daarmee is de vraag, wat er mogelijk voorbij de beperking is nog altijd niet beantwoord. Helaas begint hier wel de onzin en het geraaskal…

        1. jan kroeze

          Dat oplichten van delen van hersenen via stimuli snap ik wel, maar de vraag blijft dat je van te voren moet weten wat je laat zien en dat wordt gedefinieerd door de proefleider. Hij maakt uit wat wat is en wat dat dus voor betekenis heeft. Ik zeg: garbage in, garbage out. Je vertelt de wereld dat je dus in dit of dat deel van de hersenen iets gevonden hebt, omdat dat deel reageert op bv. bepaalde plaatjes met een betekenis die de proefleider eraan gegeven heeft (overeenkomstig met de manier waarop het in onze culuur wordt bekeken en betekenis aan wordt gegeven). Je haalt eriut wat er in wordt gestopt. Ben overigens erg benieuwd waar we ons over pakweg 50 of 60 jaar mee bezighouden. Jaren 60 was cognitieve psychologie erg in, ik noem maar wat. De kijk op elk vak verandert met de tijd. Natuurlijk komt er (gelukkig maar!) nooit een end aan!

          1. Rob Duijf

            ‘De kijk op elk vak verandert met de tijd.’

            Dat is waar Jan. Er is veel ontwikkeling in het hersenonderzoek op tal van deelgebieden. Het voert te ver om hier dieper op in te gaan.

            Via http://www.herseninstituut.nl kun je op de hoogte blijven van wat er in Nederland hieromtrent gebeurt door je aan te melden voor de nieuwsbrief.

            Er staat een uitgebreide lijst publicaties van de zestien onderzoeksgroepen op de site.

            ‘Natuurlijk komt er (gelukkig maar!) nooit een end aan!’

            Waarvan akte… 😀

            1. Kees Alders (Klokwerk-Design)

              Hersenonderzoek is naar mijn mening één invalshoek, wel een veelbelovende, maar niet totaal. Uiteindelijk zal de kaart van hoe ons brein in elkaar zit, de chemie van hoe een en ander werkt, ons kunnen helpen onszelf te genezen van geestelijke nood misschien, en ons wellicht helpen ons brein te perfectioneren wellicht. Maar waarheen we moeten gaan, en wat is de reden dat er überhaupt ooit een brein is ontstaan, waarom de klok tikt, en als je voor dat alles verwijst naar een causale oorzaak, waarom die causale oorzaak er dan eigenlijk is, dát zijn vragen waarop de neurologie het antwoord ons ook dan nog schuldig zal blijven. Die liggen meer op het morele en existentiële domein en dat blijft dan nog over voor de filosofie (en haar (deels) concurrent: religie).

              1. Rob Duijf

                ‘Hersenonderzoek is naar mijn mening één invalshoek, wel een veelbelovende, maar niet totaal.’

                Dat ben ik volkomen met je eens, Kees! Het hersenonderzoek kwam zo ter sprake n.a.v. de vraag of er EEN feitelijke definitie is van denken en zo zou je er naar kunnen kijken. Het blijft echter beperkt.

                Hoever we ook in staat zullen zijn in het brein door te dringen, ons denken is een beperkt instrument, zoals ik hierboven al aangaf. Het denken is noodzakelijk om te kunnen functioneren. We kunnen hetgeen dat binnen de grenzen van onze kennis valt, begrijpelijk maken en mits we er voor open staan kunnen we dat begrip bijstellen wanneer zich nieuwe inzichten voordoen, maar het blijft een beperkt gegeven. Aangezien filosofie en godsdienst door het denken worden voortgebracht, zijn zij in hun aard dus beperkt. Dat wat voorbij de beperking ligt, het Grote Geheel (ik geef er maar even een woord aan, maar er zijn talloze andere te bedenken), kan het denken – en dus filosofie noch godsdienst – bevatten noch verklaren.

                Kan het onkenbare dan op een andere manier worden gekend, buiten het denken om? Misschien. Er zijn door de eeuwen heen mensen geweest die beweren dat dat kan. Maar als het kan, dan zul je er nooit de hand op kunnen leggen en er kan enkele autoriteit aan worden ontleend. Filosofie kan ons helpen de grenzen van onze kennis te verkennen. Daarvoorbij ligt misschien de Wijsheid…

    2. FrankB

      “Los van de vraag of het metafysische bestaat, is er de vraag of deze kan worden gekend en dus beschreven in termen van kennis.”
      Definieer dan eerst maar eens “bestaan” en “kennis”. Voor je het weet bestaat het antwoord uit metafysica …..

      1. Rob Duijf

        ‘Voor je het weet bestaat het antwoord uit metafysica …..’

        Daar heeft u een heel sterk punt!

        Scherpte is in deze dus van belang en definities kunnen voor wederzijds begrip zorgen om te voorkomen dat we langs elkaar heen lullen.

        Een definitie van kennis zou kunnen zijn: ‘dat wat wordt gekend’, d.w.z. wat d.m.v. zintuigenlijke gewaarwording, kennisoverdracht en ervaring wordt vastgelegd en door het denken creatief kan worden verwerkt tot nieuwe kennis en ervaring.

        Er zijn echter fysische verschijnselen en processen die niet zintuigenlijk waarneembaar zijn, maar wel kunnen worden geregistreerd, vastgelegd en bestudeerd. Dit alles vindt plaats binnen het raamwerk van kennis en het denken dat van die kennis gebruikmaakt. Doorgaans wordt dat wat niet zintuigenlijk waarneembaar of registreerbaar is, tot het metafysische gerekend. Dat onderscheidt maken we in het denken, maar je kunt je afvragen of die onderscheiding werkelijk bestaat.

        Wellicht is er sprake van één Werkelijkheid (of Bestaan zo u wilt), waarvan wij slechts een deel waarnemen, ook al breiden wij onze fysieke zintuigen met technische hulpmiddelen steeds verder uit.

        We gaan er doorgaans van uit dat iets bestaat als het zich voordoet en als zodanig waarneembaar en registreerbaar is. Dat wil niet zeggen dat dat iets er wel of niet is of zou kunnen zijn als het niet waarneembaar is. In dat geval moeten we gewoon stellen dat we het niet weten. Hoogstens kunnen we op basis van eerdere kennis en ervaring voorspellingen doen, maar dit alles bevindt zich binnen de beperking van het denkraam (blijft toch een mooi Bommelwoord!).

        Hier doet zich de ongemakkelijke situatie voor, dat het begrensde denken niets kan met onbegrensdheid, oneindigheid, leegte, kortom met NIETS. We kunnen ons er geen voorstelling van maken of er een werkbaar concept van vormen.

        Toch is dat we doen, want niets biedt geen houvast, we kunnen er geen zekerheid aan ontlenen. Dus vullen we die leegte zelf in, met talloze aannames, waarbij we de sterke neiging en kennelijke behoefte hebben om deze vervolgens voor waar aan te nemen en er in te geloven. Dat wat we metafysisch noemen, krijgt daarmee een heel andere lading en betekenis en leidt tot ‘Billy’s’ vol geleuter en andere flauwe kul.

    3. Kees Alders (Klokwerk-Design)

      Wat een interessante bijdrage en een leuke discussie die dat uitlokte! Mijn stelling is dat we vaker met metafysica bezig zijn dan we denken. Transcendente metafysica echter is een ander ding, dat komt met Parmenides het verhaal in, en dat zien we eigenlijk alleen bij filosofen die erg vertrouwen op het denken, en dat zijn ze (wat mij betreft gelukkig) lang niet allemaal. Mijn stelling is dat je drie methodes hebt om begrip te krijgen: het denken, het waarnemen en het gevoel. Om ergens als filosoof iets mee aan te kunnen kan naar mijn idee geen van die drie dingen ontbreken: als we ergens over willen denken, dan moeten we ook ervaren en voelen, anders is er niets om over te denken, of kennen onze gedachten geen richting en doel. Maar we zien dat verschillende filosofen verschillend denken over wat we het beste kunnen vertrouwen. Parmenides en Plato waren filosofen van het denken, Aristoteles al meer van de waarneming, net als de Stoïcijnen, terwijl de hedonisten echt filosofen waren van het gevoel. Het één komt dan voort uit een wantrouwen naar het ander. Het mooist misschien zijn wel de filosofen die alles wantrouwen 😉 …

      1. Rob Duijf

        ‘Het mooist misschien zijn wel de filosofen die alles wantrouwen’

        Ik denk, dat dit geen eigenschap is, die we aan de filosofen moeten laten, Kees. Ik zou het ook niet zozeer wantrouwen willen noemen, maar je gezonde verstand gebruiken. Ieder gezond mens is uitgerust met een prachtig stel hersens, dus laten we daar dan ook alsjeblieft gebruik van maken! Daar kunnen we niet vroeg genoeg mee beginnen, want indoctrinatie ligt bij het kind al op de loer en dat is een vorm van zware conditionering. Heeft indoctrinatie eenmaal toegeslagen, dan is het ontzettend moeilijk om deze nog onder ogen te zien.

        Hier komen we op een punt, waar weldenkende mensen een sfeer zouden kunnen creëren waarin hun kinderen en zijzelf kunnen opgroeien als gezonde mensen die leren gebruik te maken van hun eigen kritische vermogen. Wees eerlijk: als je iets niet weet, dan weet je het niet, maar je kunt nog wel alles leten. Om er achter te kunnen komen hoe de vork van het leven dan wel in de steel zit, heeft de mens een vrije, open geest nodig. Een geest die de vrijheid heeft om vragen te stellen, om te ondervragen en je niets wijs te laten maken.

        Helaas leren we dat niet. De mens wordt vanaf zijn kindheid geconditioneerd tot het volgen van geestelijke en politieke autoriteiten die op alle niveaus ons leven bepalen met de meest flagrante onzin die je maar kunt bedenken. Het trieste is, dat we dat vaak niet meer in de gaten hebben, tot bepaalde schokkende gebeurtenissen in ons leven ons aan het denken zetten. Niet zelden echter vallen we na het zoeken van een bevredigende verklaring weer in diepe slaap. We geven onze verantwoordelijkheden uit handen aan autoriteiten die beweren iets te weten. En wij slikken het voor zoete koek, omdat we nooit geleerd hebben er een gezonde en scherpe portie twijfel op los te laten.

        Het is erg als de lamme de blinde moet leiden. Het is nog veel erger als de blinde de lamme leidt en de lamme niet in de gaten heeft dat deze niet ziende is. Vragen stellen wordt doorgaans door autoriteiten niet op prijs gesteld, want zij ontlenen hun autoriteit aan volgzaamheid. Niet voor niets werd Sokrates ‘de horzel van Athene’ genoemd…

        Kortom, als we iets niet weten en we hebben de vrijheid om onbevangen het leven te beschouwen zoals het zich voordoet, dan kan het leven ons iets leren. Dan kunnen we gaan onderzoeken en ontdekken, zonder dat de blik is vertroebeld en de geest beneveld en verdoofd door het geraaskal der benoemde dan wel zelfbenoemde autoriteiten.

        1. Kees Alders (Klokwerk-Design)

          Dag Rob, ik kon het niet méér met je eens zijn :). Maar in de training van dat denken denk ik dat het heel goed is om kennis te nemen van de oude knakkers die ik in dit boek bespreek: ze leren mensen kritisch te zijn. En mijn idee was juist om die gedachten eens wat breder te verspreiden dan alleen onder filosofen ;).

          1. Rob Duijf

            Daar is dan ook niets op tegen, Kees! Ieder kind wordt bij de hand genomen, alvorens het zijn eigen weg in het leven zoekt. De ‘oude knakkers’ zijn interessant om te lezen en niet zelden zeer vermakelijk.

            We hebben van onze geest echter een spreekwoordelijke Augiasstal gemaakt. Om die stal eens grondig schoon te spoelen en op te frissen, zodat we mogelijk iets kunnen ontdekken dat we nog niet kennen, hebben we een Hercules nodig die de poorten wijd openzet. Die Hercules is ons eigen vermogen tot kritisch nadenken en dat kan niet genoeg worden benadrukt.

            Ik wens je veel succes met je nieuwe boek en ik het ga het zeker lezen.

        2. jan kroeze

          @rob duijf: goede opmerking mbt. open geest en kritische geest en zo, maar ik ken nogal wat mensen die zulks absoluut niet interesseert. En het hun proberen te leren kan je naar mijn mening vergeten!

          1. Rob Duijf

            ‘(…) ik ken nogal wat mensen die zulks absoluut niet interesseert. En het hun proberen te leren kan je naar mijn mening vergeten!’

            Mensen die daar niet in zijn geïnteresseerd, staan er sowieso niet voor open iets nieuws te ontdekken, dus waarom zou je daar je energie in willen steken?

            Mensen die daar wèl in zijn geïnteresseerd, zouden elkaar kunnen ontmoeten op plaatsen waar ze hun vragen en inzichten met elkaar kunnen delen. Daar bestaat een al oude naam voor: ‘σχολή’, ‘scholè’.

            Een school is zoveel meer dan een leerfabriek, waar kinderen basisvaardigheden krijgen aangereikt en gekneed worden tot volgzame burgers… Het zou een vrijplaats moeten zijn, waar mensen zich kunnen ontwikkelen tot open, kritische en verantwoordelijke mensen die gezamenlijk zoeken naar een nieuw antwoord op de gigantische problemen waar we als mensheid mee worden geconfronteerd.

            1. jan kroeze

              @robduijf: je hebt gelijk : steek er geen energie in. Maar het valt me op dat er zoveel mensen rondlopen zonder enige interesse, vandaar.

              1. Rob Duijf

                Ja, helaas is dat zo…

                Misschien kunnen we onze energie beter aanwenden om de natuurlijke nieuwsgierigheid van onze kinderen en kleinkinderen te wekken en te stimuleren.

                Dat zegt dus in de eerste plaats iets over de kwaliteit waaraan wijzelf (ouders, opvoeders, onderwijzers) dienen te voldoen….

              2. Kees Alders (Klokwerk-Design)

                Ach, laten we ook weer niet ál teveel somberen: veel scholen doen prachtig werk. En dan slaat het zeker niet bij iedereen aan (helaas), bij sommigen slaat de vlam wel over. En als die nu hun best doen het te blijven verspreiden … Verbetering is zeker mogelijk, maar soms heb ik de illusie dat de mensheid stap voor stap en helaas met veel terugval toch telkens een heel tergend klein beetje wijzer wordt …

              3. Rob Duijf

                We moeten zeker niet somberen, dat heeft geen enkele zin. We moeten echter ook de ogen niet sluiten voor de tekortkomingen in het onderwijs, ook niet op hoger en universitair niveau. We hebben geen tijd om achterover te leunen.

                Het is nodig om nieuwe initiatieven te ontwikkelen en mensen op te leiden die op een nieuwe, frisse manier in het leven staan. Mensen die in staat zijn ‘out of the box’ te denken en doodlopende paden te verlaten. Wat zou onze bijdrage daar in kunnen zijn?

              4. Kees Alders (Klokwerk-Design)

                Zeker. Ik hoop met het besprokene toch een bijdrage geleverd te hebben – en mocht het publiek het willen, dan volgt er wellicht meer 😉
                Meer in de breedte denk ik dat discussies als dit, en wat daar nog van komt in de eigen kring, al een eigen bescheiden maar niet minder waardevolle bijdrage in zichzelf zijn.

              5. Rob Duijf

                ‘(…)discussies als dit, en wat daar nog van komt in de eigen kring, [zijn] al een eigen bescheiden maar niet minder waardevolle bijdrage in zichzelf(…).

                Zeker! Daarom voer ik hem ook… 😉

                Ik heb je boek inmiddels besteld Kees, maar er gaat wat verzendtijd overheen, eer ik er inhoudelijk iets over kan zeggen.

                Wellicht kunnen we hierover t.z.t. direct van gedachten wisselen? Jona heeft mijn e-mailadres.

              6. Kees Alders (Klokwerk-Design)

                Lijkt mij prima Rob. En leuk dat je het wilt lezen! Er zal ook wel wat leestijd overheen gaan denk ik ;). Maar ik hoor je graag!

  5. Roger van Bever

    Wat een goede tip, Jona! Volgens velen blijft Aristoteles de grootste filosoof van de Oudheid, volgens velen op de voet gevolgd door Plato (Alfred North Whitehead overdreef ongetwijfeld met zijn uitspraak dat Plato alle belangrijke thema’s van de filosofie heeft behandeld, en dat het werk van latere filosofen slechts voetnoten waren bij Plato’s filosofie). Aristoteles is een tijdje weggeweest, maar staat nu weer volop in de belangstelling, met name wat zijn logica betreft.

    Citaat uit De Stanford Encyclopedia of Philosophy:

    … However the logic historian John Corcoran and others have shown that the works of George Boole and Gottlob Frege—which laid the groundwork for modern mathematical logic—each represent a continuation and extension to Aristote’s logic and in no way contradict or displace it …

    Dus je enthousiaste bespreking is voor mij aanleiding om dit boek te kopen (er kunnen altijd nog een paar Billy’tjes bij). Sterk trouwens dat hij het in eigen beheer moet uitgeven. Voor de ‘memoires’ van Gijp en Astrid Holleeder staan de uigevers te springen.

    Ik wil trouwens van de gelegenheid gebruik maken om zelf ook een boekje aan te bevelen: “Geschiedenis: Gebruik en misbruik” van Margaret MacMillan, een Canadese hoogleraar geschiedenis (Mouria, 2008).
    En een vraagje te stellen: Je citeerde onlangs ‘Der neue Pauly’. Dit werk is onbetaalbaar zowel op papier als via een digitaal abonnement. Of heb je toegang tot een Univ. Bib.?

      1. Dirk

        Mij was het ook opgevallen, en ik wilde het ook opmerken, omdat ik me dan afvraag of het een onachtzaamheid is of een bewuste keuze. Daar zou een boeiend antwoord op kunnen komen.
        De vraag “en mag dat van u?” komt bij mij over als een flauwe manier om een zinloze discussie uit te lokken.

  6. Emgert Zondervan

    Een verdrietende titel, als zowel met ,,God” als met ,,wereld” kennelijk niet bedoeld wordt wat men in eerste instantie zou denken. Dat lokt niet erg naar binnen. Maar goed, ik zal het aanschaffen en kaften. Bedankt voor de aanbeveling.

Reacties zijn gesloten.