Prehistorisch Roemenië

Olltenita, godin di een pot draagt (Gurnelniţa-cultuur, 4600-3900 v.Chr.)

Le Grand Curtius – dit voor de Nederlandse lezers van deze blog – is het historische museum van de Waalse stad Luik. Afgelopen zomer ben ik er een kijkje wezen nemen en hoewel de archeologische collectie me, om de waarheid te zeggen, ietwat tegenviel, wist ik wel dat dit een plek was om nog eens terug te komen. Men probeert het publiek echt iets mee te geven, zoals wel blijkt uit de seriatie van bijlen waarover ik ooit eens heb geblogd. Gisteren was ik er opnieuw, voor de expositie “Racines, les civilisations du Bas-Danube”. Anders dan de titel suggereert, gaat het alleen om prehistorische voorwerpen uit Roemenië en niet uit Bulgarije, hoewel ook dat land toch aan de Beneden-Donau ligt.

De tentoonstelling bestaat uit twee delen. Op de bovenste verdieping liggen de vondsten uit het Neolithicum waarover ik het vandaag wil hebben, daaronder de vondsten uit de Brons- en IJzertijd. (Elke archeoloog zal glimlachen: het is namelijk niet zo gebruikelijk als voorwerpen uit de Bronstijd liggen onder die uit het Neolithicum.) Het betekent dat de afdeling boven wat ruimer van opzet is en de afdeling beneden wat krapper, maar de verdeling is logisch, aangezien de Vroege Bronstijd in Roemenië opvallend slecht is gedocumenteerd.

De iets te drukke benedenverdieping (zie de dubbele rij voorwerpen links)

Ik moest denken aan de recente theorie dat de Indo-Europese migratie vanuit het huidige Oekraïne naar het Beneden-Donau-gebied (waarover ik al eens blogde) mogelijk werd doordat in de westelijke gebieden een enorme bevolkingsneergang was geweest, mogelijk door een epidemie. Ik weet niet of ik hier een klok heb horen luiden zonder te weten waar de klepel hangt.

Het Neolithicum is de laatste fase van de Steentijd. Ooit werd het gedefinieerd als de doorbraak van de landbouw, herkenbaar aan mensen met vaste woonplaatsen, die ook aardewerk hadden. Dit waren geen zwervende jagers en verzamelaars meer. Inmiddels blijkt dat de combinatie van landbouw, sedentair verblijf en aardewerk niet altijd tegelijk doorbrak en daarom spreken we nu van neolithisering. Evengoed ontstaat een nieuwe samenleving, waarin de mens zijn voedselvoorziening in eigen hand neemt en niet langer compleet overgeleverd is aan wat de natuur biedt. Alleen het ontstaan van de steden en de Industriële Revolutie zijn even ingrijpend geweest. De neolithisering van het Beneden-Donau-gebied, als Anatolische boeren hierheen migreren, is te beschouwen als een wortel van wat onze Europese cultuur is – vandaar de naam van de expositie.

Scanteia, schaal op een voetstuk (Cucuteni-A-cultuur, 4300-4000 v.Chr.)

In het nieuwe gebied ontwikkelt zich een nieuwe cultuur, met aardewerk dat werkelijk adembenemend mooi is en (als ik het goed heb begrepen) niet lijkt op het voorafgaande aardewerk, noch in Anatolië, noch op de Balkan. Het meeste getoonde materiaal dateert uit de tijd tussen 5300 en 3900 v.Chr. en is absoluut superieur aan het ruwweg gelijktijdige Ubaid-keramiek uit Mesopotamië. Iets dergelijks valt te zeggen over de sculptuur. Voor het beeldje hieronder – het behoort tot de zogeheten Hamangiacultuur – zou ik zo snel geen parallel kunnen noemen uit het Nabije Oosten.

“De denker” van Cernavoda (Hamangia-cultuur, 5000-4600 v,Chr.)

Het zegt veel over mijn blinde vlek dat dit me verbaasde. Ik ben toch geconditioneerd om te kijken naar het Nabije Oosten en hoewel ik me er theoretisch wel bewust van ben dat niet alle culturele “eerstes” daar moeten worden geplaatst – lees maar hier – had ik me nooit gerealiseerd dat dat op het gebied van het aardewerk het Donau-gebied zo geavanceerd was.

Het is – zie opnieuw het lijstje met culturele eerstes – de regio waar de goud- en kopersmeedkunst ontstonden. Er zijn ook enkele gouden voorwerpen te zien, vergelijkbaar met wat in 2017 te zien was op de expositie over het Bulgaarse Varna in het Dordrechts Museum. Hier wreekte zich de beperking tot Roemenië, want zowel de voorwerpen uit Varna als de in Luik getoonde vondsten behoren tot de Gumelnițacultuur.

Beeldje van een zittende vrouw uit Cernavoda (Hamangia-cultuur, 5000-4600 v,Chr.)

Deze cultuur werd in de loop van het vierde millennium opgevolgd door de Cernavodăcultuur, die wordt geassocieerd met de westwaartse migratie van de Indo-Europees-sprekenden, waarna het aantal archeologische vondsten dus drastisch afneemt. Wanneer de bezoeker op de begane grond aankomt, bevindt hij zich al in het tweede millennium v.Chr. In de Bronstijd dus.

De vondsten uit deze tijd vond ik, eerlijk gezegd, niet zo verrassend, maar ze mogen er zeker zijn en ik heb er geïnteresseerd naar gekeken. Het was voor mij echter een andere museale ervaring: het feest der herkenning. Niets mis mee, maar op de bovenverdieping had ik kennis gemaakt met iets dat volkomen nieuw en onverwacht indrukwekkend was. Omdat ik er niet veel over schrijf, hier nog wat plaatjes.

Praktisch

Le Grand Curtius is op ongeveer een half uur wandelen langs de Maas vanaf het prachtige, door Calatrava ontworpen station Luik Guillemins. In de tentoonstellingsruimte in het station is op dit moment een expositie over Toetanchamon.

De tentoonstelling Racines, les civilisations du Bas-Danube duurt nog tot 26 april en wij waren vrijwel de enige bezoekers. De oudheidkundige collectie van het museum is vooral interessant als u veel van archeologie houdt en dat geldt ook voor het Archéoforum, een Romeinse villa onder het plein voor het prinsbisschoppelijk paleis.

11 gedachtes over “Prehistorisch Roemenië

  1. Yde Linsen

    “noch op de Balken.” Blijkbaar beschik ik over een verouderde atlas want ik kan dit gebied niet vinden of ik ben een pedante azijnpisser.

    1. Vroeger was het dorpje Balk in Fryslân een locatie met twee bewoningskernen, een links en een rechts van het water. Later hebben ze er een brug over geslagen. Sindsdien heet het Balk.

      1. Yde Linsen

        Ik ben razend nieuwsgierig naar het daar gevonden aardewerk maar vermoed dat het onderdoet voor het tentoongestelde in Luik.

  2. Peter Flipkens

    De tentoonstelling kadert in Europalia Roemenië. Op verschillende plaatsen in België worden tentoonstellingen over Roemenië georganiseerd. Vandaar dat er geen aandacht besteed wordt aan Bulgarije.

    1. Ja, dat heb ik ook bedacht. De zuster-expositie in Tongeren, waar ik vandaag ben geweest, heeft wel Bulgaarse voorwerpen. Het een sluit het ander natuurlijk niet uit.

  3. jan kroeze

    Die votiefgift Bujoru lijkt op een hedendaagse tractor.
    Verder fraaie beelden/foto’s.
    Het enige voorwerp dat in mijn ogen redelijk modern aandoet is die gouden schijf, die sarasau.

  4. Oltenita, de god die een pot draagt, is wondermooi gekleed en draagt een gewaad met een v-hals, of een mantel met een overslag. Vanaf de schouders naar voor-beneden toe heeft het gewaad een ingeweven patroon en bestaat verder uit verschillend gekleurde banen. Niks berenvellen: prachtig weefwerk.
    @jona: Ik weet niet of ik hier een klok heb horen luiden zonder te weten waar de klepel hangt.
    Ik heb begrepen dat het diepe balkangebied met enige regelmaat ontvolkt is geweest, hetzij door oorlogen waarbij de bevolking werd uitgemoord, hetzij door epidemieën of andere rampen. In historische tijden werd het gebied ook vanuit Europa weer bevolkt, door boeren uit Beieren bv.

Reacties zijn gesloten.