Het oudst-bekende verhaal van de wereld (4)

[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgamesj nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen; zondag rond ik af. Het eerste deel was hier.]

Nadat ze de cederbomen hadden omgehakt en een vlot hadden gemaakt, voeren koning Gilgamesj en zijn vriend Enkidu weer terug naar de stad Uruk. Enkidu stond aan het roer en Gilgamesj stond vooraan, met het hoofd van Humbaba. Het was een enorme reis: als je de landkaart pakt, zie je dat ze begonnen in het land dat nu Libanon heet en dat ze toen eerst naar het noorden voeren, door Syrië, dat ze daarna het vlot en de bomen over het land moesten dragen door wat nu Turkije heet, dat ze toen de rivier de Eufraat bereikten en daarover verder gingen, opnieuw door Syrië en toen nog een stuk door Irak. De Eufraat stroomde langs Uruk, dus ze hoefden het vlot en de bomen niet nog een keer op hun schouders mee te dragen.

Toen ze in Uruk kwamen, was iedereen blij, vooral Ninsun, de buffelgodin die ook de moeder was van Gilgamesj. Van het hout maakten ze mooie kamers in het paleis. Alle mensen keken naar Gilgamesj en Enkidu en dachten: “Wat een stoere mannen zijn dat, dat ze zo ver hebben gereisd, een monster hebben verslagen en het beste hout van de wereld naar onze stad hebben gebracht.” En het waren niet alleen mensen die vol bewondering keken naar de twee vrienden.

De mensen dachten toen dat er heel veel goden waren. De zonnegod beschermde de koning en Ninsun was er voor de buffels. We zullen nog horen over Ea, de slimme god die de gewone mensen beschermde. Er was een godin die zorgde voor de moeders en er waren goden voor de hemel, voor de bomen, voor de maan… Noem maar iets of er was wel een god die het beschermde. De mooiste godin was Isjtar, die er niet alleen voor zorgde dat mensen van elkaar hielden maar ook de soldaten beschermde in de oorlog. Ze was dus de godin van de liefde én van de haat.

Isjtar (Louvre, Parijs; voor volwassenen is er deze afbeelding)

Het was Isjtar die naar Gilgamesj kwam en hem zei dat ze graag de vriendin wilde zijn van die stoere koning. Gilgamesj dacht na. Isjtar was de godin van de liefde, en dat was mooi, maar ze was ook de godin van de haat, en dat was gevaarlijk. Bovendien: hij had toch al een goede vriend met wie hij alles samen deed? Dus hij stuurde Isjtar weg.

Isjtar was woedend! Eerst had ze vrienden met Gilgamesj willen zijn, nu werd ze zijn vijand. En ze had een verschrikkelijk plan: ze liet de Hemelstier los. Dat was een vreselijk monster, nog erger dan Humbaba. Wild trapte het beest om zich heen, klaar om alles te verwoesten: niet alleen het paleis van Gilgamesj, maar ook zijn stad. Hij begon ook de rivieren leeg te drinken, zodat er niets meer groeide op de akkers en de boeren geen graan meer konden verbouwen. De mensen dreigden van de honger om te komen. De Hemelstier stampte op de grond en de aarde scheurde open – wel honderd, tweehonderd mensen vielen in de kloof.

Snel kwamen Gilgamesj en Enkidu aangerend! Enkidu struikelde en viel bijna in de kloof, maar daardoor kwam hij ook onder de Hemelstier en hij kon hem goed vast grijpen. Even stond het enorme monster stil en dat was precies wat Gilgamesj nodig had. Hij plantte zijn dolk in de machtige stierennek en zo doodden ze ook dit monster.

Enkidu en Gilgamesj jagen op de Hemelstier (Pergamonmuseum, Berlijn; voor volwassenen is er deze afbeelding)

Er was een groot feestmaal in Uruk. Iedereen had vlees te eten, wat vroeger heel bijzonder was. Maar Isjtar was nu natuurlijk nog bozer en ineens wist ze wat ze moest doen om Gilgamesj nóg meer pijn te doen: ze zorgde ervoor dat Enkidu ziek werd.

Ze hadden vroeger al dokters, maar die wisten nog niet zo veel als tegenwoordig. Ze deden hun best, maar het hielp niet. Enkidu kreeg koorts, hoge koorts, en wist dat hij dood ging. “Het is een straf,” zei hij. “We hebben cederhout gestolen. Ik zei dat we Humbaba moesten doden. We hebben ook de Hemelstier gedood.” Daarna werd de koorts zo hoog dat hij begon te ijlen en niet veel later ging Enkidu dood. Gilgamesj en zijn moeder Ninsun en alle mensen van Uruk huilden.

Om hem te begraven legden ze eerst een dam in de Eufraat. Daarna bouwden ze een graf in de droge rivier, waarin ze het lichaam neerlegden, samen met allerlei mooie geschenken. En toen haalden ze de dam weer weg, zodat de rivier het graf bedekte.

[Morgen meer. Met dank aan Kees Huyser voor de beeldbewerking]

9 gedachtes over “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (4)

    1. Nee, het enige wat we hebben afgesproken is dat Humbaba en Enkidu steeds hetzelfde gekleurd zouden zijn. Gilgamesj is iets lastiger om steeds hetzelfde in te kleuren.

  1. wilfrieddierick

    Jona, waarom telkens die terzijdes over het feit dat mensen toen in (boze) geesten en goden geloofden? Als je het verhaal van Roodkapje vertelt zeg je toch ook niet dat wolven niet kunnen praten. En kinderen hoef niet te vertellen dat er allerlei soorten goden ‘waren’. Dat horen ze, als het zo te pas komt, wel gedurende het verhaal.

  2. Robert

    “voeren koning Gilgamesj en zijn vriend Enkidu weer terug naar de stad Uruk. ”

    Hadden de luisteraars toen echt geen idee van de kaart of is dit zo’n geval van een sprookjesverhaal, waarbij het niet uitmaakt waar ‘far far away’ eigenlijk ligt?

    Nogal een tripje per vlot, door de Middellandse Zee, rond Afrika, de Perzische Golf op..

    1. FrankB

      Nee. De eerste Europeaan (om precies te zijn: Feniciër) die rond Afrika voer leefde ongeveer twee millennia later.

    2. Jeroen

      Er staat ook dat ze wel een stukje over land moesten lopen.

      Nu je kan je via de Eufraat een aardig stukje noordwestwaarts komen, maar er zitten inderdaad wel meerdere dichterlijke vrijheden in dit epos..

  3. Ellen

    Wat een ontzettend leuk en goed idee om dit epos voor kinderen te schrijven.
    Dat is genieten geblazen voor ze!
    En ik geniet er zelf ook weer van.

Reacties zijn gesloten.