Hunebed van de dag: D6 (Tynaarlo)

Hunebed D6 bij Tynaarlo

Het op vijf na noordelijkste hunebed in Nederland, hunebed D6, was het eerste dat ik zag. Althans als volwassene. Ik zou mijn ouders tekort doen als ik niet vermeldde dat ze hun kinderen D49 (de Papeloze Kerk) hebben getoond, het hunebed bij Schoonoord waarover ik al eerder blogde. Maar dat is inmiddels bijna een halve eeuw geleden. Tynaarlo was het eerste Trechterbekergraf dat ik als volwassene zag.

Ik had Simone Mooij zaliger nagedachtenis opgezocht en had besloten naar Assen te fietsen. Waarom ik de kortste weg niet nam weet ik niet meer. Misschien was het wel om eens een hunebed te bekijken. In elk geval fietste ik langs het spoor zuidwaarts en viel me de Hunebedstraat op. Meteen naast de weg zag ik het monumentje. Het was een gelukkige eerste kennismaking, want hunebed D6 is piekfijn bewaard.

Ik was niet de eerste die onder de indruk was van dit kleine hunebed, dat maar 5½ bij drie meter is. De website Hunebeddeninfo.nl beschouwt het als

een van de mooiste hunebedden van Nederland. Alle grote stenen staan en liggen nog precies op de plaats waar ze meer dan 5000 jaar geleden zijn neergezet. Geen wonder dat kunstenaars dit hunebed vaak uitkozen voor een romantisch schilderij van een oeroud graf op de heide.

Van der Sanden kent die kunstenaars. Hij vermeldt in de Gids voor de hunebedden vijf schilders uit de Haagse School die aan dit grafmonument inspiratie ontleenden, alsmede enkele tekenaars.

Bernard Beuninck: Heide met hunebed bij Tynaarlo (1901). De tekenaar moet bij de spoorwegovergang hebben gestaan. De heide is er niet langer.

Een aardig detail is dat de hunebedbouwers gebruik hebben gemaakt van een donkerroze granietstenen. Dat is nu wat moeilijk te zien. Verweerd en bedekt met mos zijn alle zwerfkeien grauw. Niettemin: het is mogelijk dat de bouwers speciaal deze stenen hebben gezocht, want rood lijkt voor de Trechterbekermensen een speciale betekenis gehad te hebben. Bijlen waren weleens ingesmeerd met rode oker of zelfs gemaakt van rode vuursteen, afkomstig van Helgoland.

Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden dat er in de omgeving van hunebed D6 nog vier hunebedden zijn geweest en vermeldt ook de vondst van barnstenen kralen, aardewerk, pijlpunten en bijlen.

Mijn eigen kennismaking met de hunebedden vervolgde even gunstig als ze begon, want niet veel later stond ik voor het hunebed van Loon, D15.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

Google Earth: hier. Bezocht op 7 mei 2017, fietsend van Groningen naar Assen, en op 9 augustus 2021, fietsend van Assen naar Groningen.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Een gedachte over “Hunebed van de dag: D6 (Tynaarlo)

  1. De combinatie D6-D15 is inderdaad een hele inspirerende manier om een hunebedtocht te beginnen.

    Bij het verdwenen hunebed D6a (ik geloof een paar 100 meter van D6 vandaan) zijn tijdens opgravingen paalsporen gevonden in het hunebed. Die palen kunnen van een (houten) voorloper zijn van het hunebed of gebruikt zijn bij de constructie van het hunebed. Als dat laatste het geval is, dan is dit zo’n beetje de enige aanwijzing dat bij de bouw van een hunebed eerst de deksteen werd geplaatst en daarna pas de draagstenen in plaats van andersom, wat de standaard aaname is.

Reacties zijn gesloten.