Het Nibelungenmuseum van Worms

Hagen en het Rijngoud (standbeeld in Worms)

Volgens de Gallo-Romeinse kroniekschrijver Prosper Tiro maakte de Romeinse generaal Aetius in het jaar 435 een einde aan de heerschappij van de Bourgondische leider Gundihar:

Rond deze tijd versloeg Aetius Gundihar, de koning van de Bourgondiërs die woonden in de Gallische provincies. Toen hij om vrede smeekte, werd die hem verleend. Gundihar genoot echter niet lang van die vrede, aangezien de Hunnen hem en zijn volk uitroeiden.

Dit incident vormt de historische kern van het tweede deel van het Nibelungenlied, het nationale gedicht van Duitsland. Het is een duistere tekst over onheil en loyaliteit, die eerst de ondergang beschrijft van de stralende held Siegfried en in de tweede helft de verschrikkelijke wraak die zijn echtgenote Kriemhild neemt op degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van haar man. De eerste helft speelt in Worms, de residentie Gunther, en de tweede helft in het paleis van koning Etzel – namen waarin we Gundihar en Attila herkennen. Het is zeker mogelijk dat Attila als jonge man heeft deelgenomen aan de door Prosper Tiro vermelde veldtocht die resulteerde in de dood van koning Gundihar.

Het Nibelungenmuseum

Worms heeft een klein museum voor het Nibelungenlied. Ik heb het tweemaal bezocht, in 2005 en in 2009, dus mijn informatie kan wat verouderd zijn. In elk geval was ik beide keren onder de indruk van de expositie, die staat opgesteld in twee middeleeuwse stadstorens. Het museum moet minstens twee problemen oplossen:

  • hoe bereik je mensen die het gedicht niet hebben gelezen?
  • hoe breng je in beeld wat in de eerste plaats een tekst is?

Het antwoord is eenvoudig, elegant, adequaat en overtuigend. Je komt het Nibelungenmuseum binnen met een koptelefoon en klimt in een toren langs twaalf beeldschermen. Als je ervoor staat, kun je kijken naar scènes uit Fritz Langs beroemde Nibelungen-films uit 1924, Siegfried en Kriemhilds Rache (1924). Omdat het betrekkelijk primitieve cinema is, geven die een wonderlijk “authentiek” gevoel. Op je koptelefoon hoor je tegelijk uitleg over het gedicht, over de relatie tussen de IJslandse Völsunga-saga en het Duitse Nibelungenlied, over invloed en over de bewerkingen, inclusief de wijze waarop Wagner de materie naar zijn hand zette.

Er is speciaal aandacht voor de inconsistente manier waarop de nationaalsocialisten omgingen met het Nibelungenlied. Enerzijds stelden ze Siegfried voor als de perfecte Germaanse held, anderzijds prezen ze diens moordenaar Hagen als voorbeeld van trouw. Ik weet niet wat ik daarvan moet denken. Persoonlijk denk ik dat de twaalfde-eeuwse dichter dubbelzinnig is in zijn opvattingen over wat heldendom is en dat de inconsistentie van de nationaalsocialisten die van het gedicht zelf is. Of beter: de ene soort heldhaftigheid sluit de andere niet uit. Niet iedereen kan een mythische drakendoder zijn, anderen stijgen boven zichzelf uit door loyaliteit aan een leenheer, aan een Staufische koning, aan een eed of (heel modern) aan een ideaal.

Meer toerisme

Wat ik maar zeggen wil: Worms’ Nibelungenmuseum zet aan tot denken. Het is het waard om even te stoppen. En omdat alles wat met de Nibelungen te maken heeft, in tweevoud komt – twee historische lagen; twee delen; een IJslandse en een Duitse versie; een held en een heldin; twee locaties – wijs ik erop dat Xanten een Siegfriedmuseum heeft, dat minder gaat over het gedicht dan over het Nachleben van Siegfried van Xanten en Hagen van Tronje.

Vergeet in Worms niet de Dom te bekijken. Het voorportaal speelt een rol in het Nibelungenlied. Bekijk er ook het Raschi-huis en het archeologisch museum in het Andreasstift. Dat laatste museum bevindt zich in het gebouw waar Luther ooit Karel V trotseerde. Toegegeven, de hervormer heeft nooit “Hier steh’ ich, ich kann nicht anders” gezegd, maar het is een interessante plek. Zoals ik al zei: Worms en het Nibelungenmuseum zijn een bezoek waard.

PS

Jaap van Vredendaal maakte een heel erg mooie vertaling van het Nibelungenlied, waarover ik hier blogde.

Siegfried

Kriemhilds Rache

4 gedachtes over “Het Nibelungenmuseum van Worms

  1. Het merkwaardige aan het Nibelungen-verhaal is, dat niemand ooit de moeite heeft genomen te bewijzen dat Gundahar en Gunther dezelfde persoon zijn, of dat Dietrich von Bern Theoderik de Grote is. Het verhaal uit het Nibelungenlied wijkt nogal scherp af van de Romeinse bronnen, niet alleen in historische, maar ook in verhaaltechnische zin: de Bourgondiërs verdedigden hun thuisland, terwijl de Nibelungen sneuvelden in de stad van hun vijand.

    Hoewel de conclusie dat het verhaal radicaal veranderd werd door heldenzangers voor de hand ligt, is deze veranderde versie vervolgens tot een opmerkelijk homogeen saga-corpus uitgewerkt en is er geen spoor meer te vinden van de oorspronkelijke geeurtenssen (behalve de namen van de hoofdpersonen).

    Een alternatieve theorie, in de jaren ’80 opgesteld door amateurwetenschapper Heinz Ritter-Schaumburg, meent dat de Nibelungen niets met de Bourgondiërs te maken hebben, en Dietrich von Bern niets met Theoderik de Grote. In plaats daarvan waren zij lokale Rijnlandse vorstjes.

    Ik heb enig onderzoek naar deze saga’s en Ritters theorie gedaan, en verwachtte een statig en geleerd werk uit de 19e eeuw te vinden waarin een erudiete professor met Duitse gründlichkeit precies uiteenzette waarom Dietrich von Bern precies Theoderik de Grote is, en de Nibelungen de Bourgondiërs zijn. Zo’n werk bestaat niet; ik heb zelfs nooit maar een simpel paragraafje met argumenten gevonden. Iedereen heeft altijd maar aangenomen dat deze identificaties kloppen. Ik zeg niet dat deze aanname fout is, maar wel dat de methode niet erg wetenschappelijk is.

    Voor degenen die geīnteresseerd zijn is hier een link naar een oud artikel van mijn hand over deze kwestie:
    http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/tvg/#page=445&accessor=toc&source=110 (Tijdschrijft voor Geschiedenis 1997)

  2. Marcel Meijer Hof

    Siegfried: Fijn fimpje ! (nog twee uur te gaan – later vandaag).

    Die Nibelungen: Deutsches Erbgut in bester Tradition. Bij de Nederlandse Reisopera ooit nog meegewerkt aan een deel van de kostumering. De twee reuzen op cothurnen, een dubbel kinderkoor (werkplaats der dwergen) om aan te kleden (ARBO-wetgeving) en ruim twintig goudkleurige jassen over elkaar heen om de held te bedekken ONDER het goud … met een goudkleurige hoge hoed als Tarnkappe. Het hele project nam meerdere jaren in beslag.

    Op dit moment is voor zulke producties geen geld meer beschikbaar.

    Xanten is ook zeker een omweg waard.

  3. Vorige week ben ik in Worms geweest. Dat viel tegen. De Dom is prachtig, buiten kijf, maar verder zijn er slechts wat middeleeuwse restanten te zien. Onder meer delen van de aloude stadswal. In een van die delen heeft men middels twee overkappingen het Nibelungen Museum ondergebracht. Verschrikkelijk: de oude stadsmuur wordt hierdoor verkracht. Het Museum is door de strot van de bewoners geduwd, men wilde de stadswal niet verminken. Toch gebeurd.
    De stad is in de oorlog platgebombardeerd. En daarna volgeplempt met naargeestige, vijftiger jaren architectuur.

  4. Worms heeft wel de oudste joodse begraafplaats van Europa (uit 1178 meen ik). Zeer bijzonder, echter ik kon hem niet bezoeken omdat even daarvoor een geesteszieke vrouw er het een en ander vernield had.

Reacties zijn gesloten.