Theodoric

Het graf van Theodoric in Ravenna.

Twitter, dat was ooit leuk, tot schreeuwlelijkerds er de toon gingen zetten en Elon Musk er de macht overnam. Evengoed stonden er best leuke dingen, zoals de vier draadjes die de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele in 2021 en 2022 postte over de Late Oudheid. Hier is de laatste, over Theodoric, voor u vertaald in het Nederlands. Het origineel is hier.

***

1. Op deze dag in 526 na Chr., stierf Theodoric. Niet alleen had hij verschillende niet-Romeinse gemeenschappen en krijgsbenden omgesmeed tot één volk, de Ostrogoten, hij had ook Laat-Romeins Italië omgevormd tot het meest formidabele westerse koninkrijk van de vroege zesde eeuw.

Jeugd

2. Theodoric is rond 454 ergens in Midden-Europa (in Pannonië?) geboren, op een moment waarop deze regio verkeerde in een machtsvacuüm. Attila was in 453 gestorven en zijn zonen waren niet in staat het Hunnenrijk bij elkaar te houden. Dat resulteerde in de opstand van verschillende gemeenschappen tegen de Hunse overheersers.

Lees verder “Theodoric”

De slag bij Adrianopel

Het slagveld van Adrianopel, bezien vanuit het zuidwesten

Twitter, dat was ooit leuk, tot schreeuwlelijkerds er de toon gingen zetten en Elon Musk er de macht overnam. Evengoed stonden er best leuke dingen, zoals de vier draadjes die de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele in 2021 en 2022 postte over de Late Oudheid. Hier is de eerste, over de slag bij Adrianopel op 9 augustus 378, voor u vertaald in het Nederlands. Het origineel is hier; meer materiaal van Wijnendaele is daar.

***

1. Als u vandaag last heeft van de zomerhitte, denk dan even aan de soldaten die op deze dag in 378 na Chr. streden bij Adrianopel. Het Oost-Romeinse leger onder leiding van keizer Valens leed een vreselijke nederlaag tegen Gotische groepen die twee jaar eerder asiel hadden aangevraagd.

2. We weten niet precies wat de stammen der Greutungi en Tervingi ertoe had gebracht om in 376 te verzoeken de Donau te mogen oversteken. Wellicht motiveerde een combinatie van stammentwisten en de eerste berichten over de nadering van de Hunnen over de steppen ten noorden van de Zwarte Zee, de leiders om toestemming te vragen.

3. Er moet nadrukkelijk op worden gewezen dat dit geen massale migratie van alle Gotische stammen is geweest. Sommige stammen zullen nog vele generaties in hun oorspronkelijke gebieden wonen. De Gotische taal is tot ver in de Vroegmoderne Tijd gesproken op de Krim.

Lees verder “De slag bij Adrianopel”

China en Rome

Ruiter uit middeleeuws China (Jin-dynastie; Volkenkundig museum, Leiden)

In het westen lag het Romeinse Rijk, dat in de vijfde eeuw na Chr. nogal wat gebied verloor maar overleefde als het Byzantijnse Rijk. In het oosten lag China, geregeerd door diverse dynastieën, zoals de Han, de Jin, de Sui en de Tang. Daar tussenin lag Perzië, beheerst door eerst de Parthen en daarna de Sassanieden. Iets verderop regeerden de Kushana’s in Baktrië en de Punjab. Op de Centraal-Euraziatische steppe bestond de multi-etnische en meertalige federatie van de Hunnen.

De geschiedenis van deze rijken is complex maar komt erop neer dat ze elkaar in een dynamisch evenwicht hielden. En ze hadden contact, zelfs het westelijkste en het oostelijkste keizerrijk.

Lees verder “China en Rome”

Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen

Merovingische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Er zijn een paar gebieden waar de oudheidkunde momenteel vooruitgang boekt. Eén front is het DNA- en het isotopenonderzoek. De zich daar aftekenende conclusie is, zoals bekend, dat mensen vroeger beweeglijker zijn geweest dan altijd was aangenomen. Omdat mensen hun ideeën meenemen, betekent dit dat de hermeneutische buitengrens is weggevallen. De winst is dus vooral voor classici en andere filologen, die een goudmijn aan informatie erbij hebben gekregen. Dit is een echte revolutie, met een wijzigende negatieve heuristiek.

Langzaam wordt het bewijs ook sterker. We wisten al dat de landbouw en de Indo-Europese talen zijn verspreid door migratie. Tot nu toe was de verdere redenatie min of meer “als in de Prehistorie de mensen mobiel waren, waren ze dat zeker in tijden met betere schepen en betere wegen”. Het was een a fortiori-redenering. Dat is altijd onbevredigend, omdat het veronderstelt dat alle andere factoren dezelfde zijn gebleven. (Om er nog een Latijnse term tegenaan te smijten: een ceteris paribus-redenering.) Het is natuurlijk denkbaar dat in het latere tijdperk factoren een rol hebben gespeeld die we nu nog niet herkennen.

Lees verder “Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen”

MoM | Antieke migraties en migranten (1)

Een laatantieke ruiter keert terug (Nagyszentmiklós-schat, Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Migratie, dat mensen met een bepaalde identiteit elders gaan wonen bij mensen met een andere identiteit, is momenteel een belangrijk oudheidkundig thema. Eerlijk is eerlijk: dat is soms gemakzuchtig inhaken op de actualiteit. Migratie heeft immers problematische kanten die momenteel de aandacht trekken en er zijn oudheidkundigen die het belang van hun vak denken te kunnen tonen door erop te wijzen dat je ook in de Oudheid migratie had. Dan toon je je eigen irrelevantie want je loopt aan achter wat anderen belangrijk vinden in plaats van je eigen kwaliteiten te tonen. Het is zoiets als tijdens een pandemie beweren dat je ook in de Oudheid epidemieën had. Gelukkig is er ook een minder zelfdestructieve reden om je met migratie bezig te houden: de DNA-revolutie.

Door het onderzoek naar antiek DNA en het isotopenonderzoek wordt duidelijk dat de mensen vroeger buitengewoon mobiel waren, minimaal in sommige regio’s en tijdperken, wat betekent dat ideeën veel breder konden circuleren dan wel aangenomen is geweest. Wie een Latijnse tekst interpreteert, kan niet langer om Aramese parallellen heen, om het samen te vatten. Ons vak staat op de grondvesten te trillen en om die reden was “Van heinde en verre” in 2019 het thema van de Week van de Klassieken.

Maar migratie was al eerder een thema: in de negentiende eeuw. Omdat de toenmalige noties nog steeds circuleren, vandaag twee “Methode op Maandag”-stukjes over die materie.

Lees verder “MoM | Antieke migraties en migranten (1)”

De gesel Gods (6)

Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

[Voorlaatste deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en behandelde het begin van de veldslag op de Catalaunische Velden.]

De anekdote over de stroom bloed waarmee het vorige stukje eindigde oogt onwaarschijnlijk, maar zwaardwonden zijn over het algemeen vrij groot en antieke veldslagen lijken buitengewoon bloedig te zijn geweest. Als er ook nog paarden zijn doodgebloed, is er geen enkele reden om te twijfelen aan Jordanes’ macabere beschrijving.

Het landschap is licht glooiend en toen de Visigotische en Romeinse ruiters hun tegenstanders achternazetten, raakten ze het contact met de Hunnen kwijt, bijvoorbeeld door aan de andere zijde langs een heuvel te rijden. Bij het vallen van de avond bleken ze het kamp van de Hunnen te zijn gepasseerd. Thorismund, de zoon van de gesneuvelde Visigotische koning Theodoric, reed in de nacht argeloos het kampement van zijn vijanden binnen en werd maar met moeite door zijn volgelingen bevrijd. Het woord is opnieuw aan Jordanes (in de vertaling van Hein van Dolen).

Lees verder “De gesel Gods (6)”

De gesel Gods (5)

Catalaunische Velden, waar Aetius het opnam tegen Attila

[Vijfde deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en ik was gekomen tot Attila’s inval van Gallië in 451 na Chr. Hij had niet al zijn doelen kunnen bereiken en zocht een plaats om slag te leveren tegen een coalitie van de Romeinen en hun Germaanse bondgenoten, geleid door generaal Aetius.]

Attila meende dat hij een goed slagveld had gevonden op de eindeloze grasvlakte tussen het huidige Troyes en Châlons-sur-Marne: de Catalaunische Velden. Alles draaide om het bezetten van een heuvelrug. Als de soldaten van de Romeinse coalitie die als eersten bezetten, zouden hun bogen een draagwijdte krijgen waarmee ze gelijk kwamen aan de Hunnen; omgekeerd, als Attila’s krijgers de heuvelrug bezetten, dan restte de tegenstanders niets anders dan de aftocht. Jordanes, die in de zesde eeuw een Geschiedenis van de Goten schreef, doet verslag van de veldslag die hier op 20 juni 451 plaatsvond. De fragmenten zijn vertaald door Hein van Dolen.

Theodoric bezette met de Visigoten de rechtervleugel en Aetius met de Romeinen de linker. Ze lieten Sanguibanus in het midden plaatsnemen (hij was de aanvoerder van de Alanen). Dat gebeurde uit strategische voorzorg om de man in wiens moed zij weinig fiducie hadden door een massa getrouwen te omringen. Immers, wie nauwelijks kans krijgt te vluchten, strijdt noodgedwongen mee.

Lees verder “De gesel Gods (5)”

De gesel Gods (4)

Bourgondische gesp (Musée d’Archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)

[In dit vierde deel van deze zevendelige reeks over Attila de Hun maakt hij dan eindelijk zijn opwachting. Het eerste deel was hier. Ik behandelde de geleidelijke desintegratie van het West-Romeinse Rijk tot 444.]

Dat de afstammelingen van de Germaanse migranten die zich in Gallië hadden gevestigd, merendeels loyaal waren, bleek in 451, toen ze mede in het krijt traden om de Romeinse wereld te verdedigen tegen de Hunnen. De kern van deze stammenfederatie was door Oekraïne en Roemenië naar het westen getrokken, had aanvallen uitgevoerd op het Oost-Romeinse Rijk en had zich gevestigd in het gebied dat eeuwen later, toen de Magyaren dezelfde route aflegden, werd vernoemd naar hun vijfde-eeuwse voorgangers: Hunnenland ofwel Hongarije.

Door isotooponderzoek is bevestigd hoe fluïde deze etnische groep was. Daar waren al aanwijzingen voor, zoals een anekdote van de Byzantijnse auteur Priscus over een bewoner van een stad aan de Donau die erkend werd als Hunse krijger, maar nu zijn er dus ook laboratoriumresultaten die bevestigen dat mensen met een akkerbouwersvoedingspatroon hun sedentaire bestaan inruilden voor een leven als nomadische ruiter, en vice versa. Het is hoe het eeuwenlang is gegaan op de Centraal-Euraziatische steppe.

Lees verder “De gesel Gods (4)”

Een kroon van de Hunnen

Kroon (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

Ik heb het er weleens eerder over gehad: in musea vind je veel aardewerk omdat dit materiaal niet makkelijk écht kapot te krijgen is – het breekt hooguit – en ook niet zó kostbaar is dat je er bijvoorbeeld voor terugloopt om het uit een brandend huis te halen. Goud is iets anders. Als een dorp is verwoest, door mensenhanden of door natuurgeweld, gaan mensen daar nog eens naartoe om het edelmetaal veilig te stellen. Sieraden zijn daardoor in museumcollecties ondervertegenwoordigd.

In vaktermen: er is een c-transformatie geweest, een culturele handeling die ervoor zorgt dat het bodemarchief geen gewone weergave is van wat er ooit is geweest. (Je hebt ook n-transformaties, een natuurlijk proces dat er bijvoorbeeld voor zorgt dat organisch materiaal makkelijker verdwijnt dan bijvoorbeeld bakstenen of aardewerk.)

De kroon hierboven is dus zeldzaam, te zien in het Nationaal Museum in Hongarije.

Lees verder “Een kroon van de Hunnen”

Hunse bruiden

Vervormde vrouwenschedel (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

Eerlijk gezegd houd ik er niet zo van als menselijke resten in musea liggen tentoongesteld. Zo ga je niet om met de doden. Van de andere kant begrijp ik ook wel dat bijvoorbeeld mummies en het botmateriaal uit pakweg Herculaneum belangrijke informatie bieden. Vandaar dat ik toch maar een foto heb gemaakt van de schedel hierboven, die ligt in een vitrine in het Hongaarse Nationaal Museum in Boedapest (waar u, bij een bezoek, vooral het lapidarium in de kelder moet bekijken).

Wat we tot voor kort zeker wisten was dat deze vervormde schedel dateerde uit de Late Oudheid en dat het gaat om een vrouw. Meteen na haar geboorte is haar hoofd ingebonden, waardoor het deze aparte vorm heeft gekregen. Er zijn er meer gevonden. Vermoedelijk gaat het om de resten van Hunnen, de steppenomaden die vanaf de late vierde eeuw vanuit Centraal-Azië naar het westen kwamen en wel voor eeuwig geassocieerd zullen blijven met moord & doodslag, ook al is allang bekend dat de praktijk genuanceerder was. De reputatie van koning Attila als “gesel Gods” vlakken we echter niet meer uit.

Lees verder “Hunse bruiden”