Paus Leo I en Attila de Hun (3)

Leo I (Archeologisch Museum, Sofia)

[Laatste van drie blogjes over de non-confrontatie tussen paus Leo I en Attila de Hun. Het eerste deel was hier.]

Attila in Italië

Attila’s invasie van Italië bood hem wat hij nodig had: enerzijds goud om de leiders van de volken in zijn superfederatie tevreden te houden, anderzijds een duidelijk succes dat bewees dat nomadisme superieur was aan een boerenbestaan en dat de Hunnen superieur waren aan de andere volken in zijn coalitie. De eerste stad die viel, was Aquileia, dat de Hunnen grondig plunderden. Altinum, Padua, Vicenza, Verona en Bergamo volgden; de keizerlijke residentie Milaan vormde de kroon op het werk.

De route is interessant, want ze toont dat Attila zo dicht mogelijk bij de Alpen bleef en de vlakte van de Po vermeed. Evengoed kampten zijn soldaten met ziektes, en dat was vermoedelijk malaria. Bovendien was er gebrek aan voedingsmiddelen: ik noemde al dat misoogsten zijn gedocumenteerd in zowel Centraal-Europa als Italië. Nadat ook Pavia was geplunderd, kwam het bericht dat een door de oostelijke keizer Marcianus uitgestuurd leger inmiddels oprukte naar de Midden-Donau. Daar lag de poesta die de Hunnen beschouwden als thuisbasis. Aangezien Attila zijn vermoedelijke doelen had bereikt, kon hij beginnen aan de terugtocht. Een opmars naar Rome heeft hij, voor zover we kunnen reconstrueren, nooit overwogen.

Lees verder “Paus Leo I en Attila de Hun (3)”

Siegfried, held van Nederland

Hagen doodt Siegfried, muurschildering uit Xanten

Een klein berichtje dat gisteren mijn aandacht trok: in Xanten wordt het Siegfriedmuseum (waarover ik wel vaker heb geschreven) bedreigd met sluiting. Nu eet men de soep doorgaans niet zo heet als die wordt opgediend. Vooralsnog wordt sluiting alleen maar onderzocht en museale collega’s uit Bocholt, aan de overzijde van de Rijn, schieten het Siegfriedmuseum te hulp, maar het is toch ietwat verontrustend. Er zijn wereldwijd slechts twee musea gewijd aan het middeleeuwse Nibelungenlied en zijn helden. En straks resteert misschien wel alleen het museum in Worms.

Toegegeven, het Siegfriedmuseum is het Louvre of het Vaticaan niet. Gevestigd in het oude gebouw van het archeologisch museum, is het vrij klein en wat onoverzichtelijk. En het gaat meer over het gebruik – en, zo u wil, misbruik – van de sage dan over de sage zelf. Daarvoor moet u in Worms zijn. Ik had in Xanten de indruk dat de loop er nooit echt in is gekomen. Maar toch. Xanten is wel de stad van Siegfried en de hoofdstad van wat in het Nibelungenlied “Nederland” heet: het noordelijke van twee koninkrijken aan de Rijn. Net als de Zwaanridder, die in zowel Nijmegen als Kleef aan land zou zijn gestapt, behoort tot Siegfried tot het gedeelde Duits-Nederlandse erfgoed. Frankisch, om zo te zeggen.

Lees verder “Siegfried, held van Nederland”

De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)

De gotische bouwstijl is het meest zichtbare aspect van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw. Dit gotische portaal naast een romaanse kerk is in Worms; het is ook de locatie van de ruzie tussen Brunhilde en Kriemhilde in het Nibelungenlied.

Was de elfde eeuw, zoals ik hierboven schreef, een overgangstijd? Tja. Alles is altijd een overgangstijd. Je kunt altijd wel iets aanwijzen dat verandert. En je kunt ook altijd continuïteiten aanwijzen. Wat zéker veranderde, was de implosie van het Kalifaat van Córdoba op het Iberische schiereiland. De instorting bood de Normandiërs de gelegenheid de Straat van Gibraltar te passeren, waarna de paus hun, zoals gezegd, zuidelijk Italië in leen gaf. Van daaruit veroverden ze Sicilië, dat tot dat moment bestuurd was geweest door een Arabische vorst. Ook de koningen van Castilië profiteerden van de crisis in het Kalifaat van Córdoba: ze rukten op naar het zuiden en veroverden in 1085 Toledo. Veertien jaar later braken de christelijke legers op nog een derde plaats de wereld van de islam binnen: de kruisvaarders veroverden Jeruzalem.

Vertalingen

Spanje, Sicilië en de “Landen van Overzee” waren de drie plaatsen waar informatie uit de Arabische cultuur eenvoudig kon overspringen naar de westerse wereld. Neem de vertaalscholen die vanaf 1125 bestonden op het Iberische schiereiland: Toledo, Barcelona en Zaragoza. In de laatste werden onder meer de Koran en de dialogen van Plato uit het Arabisch in het Latijn vertaald. De vertaalschool te Barcelona richtte zich vooral op de teksten van de Arabieren zelf. In Toledo vertaalde men de werken van Aristoteles uit het Arabisch. Ook elders waren vertaalinstituten.

Lees verder “De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)”

Het Nibelungenlied aan de IJssel

De IJssel bij Werth

Ik blog nog even over de IJssel, al is het dit keer de Oude IJssel. Dat is het deel van de rivier dat begint in Duitsland en langs Doetinchem stroomt naar Doesburg. Daar verenigt ze zich met de Gelderse IJssel, die begint in Arnhem en een zijtak is van de Rijn. Vanaf Doesburg stromen de twee rivieren gezamenlijk noordwaarts, langs Zutphen, richting IJsselmeer. De Gelderse IJssel is een kanaal, gegraven in de Vroege Middeleeuwen; Wageningse onderzoekers hebben in 2008 de ooit gangbare theorie weerlegd dat deze waterloop een van de door de Romeinen gegraven Drususgrachten zou zijn.

De Oude IJssel dus. Het gebied waar eeuwenlang ijzererts is gewonnen. De molen hierboven staat in Werth, net over de grens tussen Nederland en Duitsland, en het water is dus de bovenloop van de IJssel. We zijn hier in het gebied waar ooit de Chamaven woonden, wier naam voortleeft in het middeleeuwse graafschap Hamaland. Ook Nebisgast, een van de weinige Germaanse leiders die we bij naam kennen, kwam hier vandaan.

Lees verder “Het Nibelungenlied aan de IJssel”

De identiteiten van Hariulf

Grafschrift van Hariulf (Landesmuseum, Trier)

De Romeinse bronnen noemen eindeloos veel Germaanse volken en stammen. Een zo’n groep is die van de Bourgondiërs, die we, op gezag van de geograaf Ptolemaios van Alexandrië, in de tweede eeuw na Chr. ergens tussen de Oder-Neisse en de Weichsel kunnen plaatsen. Later, in de crisis van 406/407 (meer…), zou deze groep naar het westen trekken. Dit is een andere manier om te zeggen dat de Bourgondische elite aansluiting zocht bij het netwerk van de Romeinse elites. Ze kregen land toegewezen langs de Rijn, vrijwel zeker rond Worms, waar archeologen inderdaad Oost-Germaanse voorwerpen hebben gevonden. Het Nibelungenlied bevat echo’s uit deze tijd.

Al eerder waren Bourgondiërs naar het westen getrokken. Ze golden als de aartsvijanden van de Alamannen, zoals de Romeinen de bewoners van het huidige Baden-Württemberg aanduidden. Toen keizer Valentinianus I aan de macht was gekomen en zich in 367 via een machtsdemonstratie verder wilde legitimeren, zocht hij een van de Alamannische leiders, een zekere Macrianus, uit als vijand en rukte tegen hem op, samen met de Bourgondiërs. Ergens aan de Neckar versloegen de Romeinen en Bourgondiërs hun tegenstanders.

Lees verder “De identiteiten van Hariulf”

Het Nibelungenmuseum van Worms

Hagen en het Rijngoud (standbeeld in Worms)

Volgens de Gallo-Romeinse kroniekschrijver Prosper Tiro maakte de Romeinse generaal Aetius in het jaar 435 een einde aan de heerschappij van de Bourgondische leider Gundihar:

Rond deze tijd versloeg Aetius Gundihar, de koning van de Bourgondiërs die woonden in de Gallische provincies. Toen hij om vrede smeekte, werd die hem verleend. Gundihar genoot echter niet lang van die vrede, aangezien de Hunnen hem en zijn volk uitroeiden.

Dit incident vormt de historische kern van het tweede deel van het Nibelungenlied, het nationale gedicht van Duitsland. Het is een duistere tekst over onheil en loyaliteit, die eerst de ondergang beschrijft van de stralende held Siegfried en in de tweede helft de verschrikkelijke wraak die zijn echtgenote Kriemhild neemt op degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van haar man. De eerste helft speelt in Worms, de residentie Gunther, en de tweede helft in het paleis van koning Etzel – namen waarin we Gundihar en Attila herkennen. Het is zeker mogelijk dat Attila als jonge man heeft deelgenomen aan de door Prosper Tiro vermelde veldtocht die resulteerde in de dood van koning Gundihar.

Lees verder “Het Nibelungenmuseum van Worms”

De gesel Gods (7)

Het graf van Theodorik in Ravenna.

[Laatste deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en ik behandelde de slag op de Catalaunische Velden, waarin Aetius de Hunnen versloeg.]

Een jaar later, in 452, probeerde Attila Italië binnen te vallen, maar zijn leger was al niet meer zo groot en hij keerde terug. Deze expeditie lijkt bedoeld te zijn geweest om het prestige van de Hunnen op te vijzelen en de coalitie bij elkaar te houden. Niet veel later overleed hij, naar verluidt tijdens zijn huwelijksnacht met een prinses die Hildico heette. (Ze is een van de historische personages achter de Kriemhild van het Nibelungenlied.) De Hunse federatie spatte uit elkaar en al in 454 liepen de Ostrogoten, die tot dan toe Attila hadden gediend, over naar Rome. Later zouden ze onder leiding van koning Theodorik trekken naar Italië.

Zo eindigde de slag op de Catalaunische Velden in een Romeinse zege, zij het mede behaald door legers van Germaanse afkomst. Hoe noodzakelijk was de West-Romeinse overheid eigenlijk nog? Voor de rijksverdediging en de rechtspraak had ze weinig betekenis meer en het gezag van de keizers reikte niet ver. Dat bleek in 455.

Lees verder “De gesel Gods (7)”

Siegfried, de MacGuffin

Hagen en Gunther (Alte Nationalgalerie, Berlijn)

Of we het nu hebben over de Ilias, over het Wilhelmus, over de eed van Von Stauffenberg c.s. of over Spiderman: steeds opnieuw vernemen we dat mensen die verkeren in een geprivilegieerde positie verplichtingen hebben. De homerische helden, Willem de Zwijger, de Duitse aristocraten en Peter Parker weten dat with great power also comes great responsibility. Maar wat als dat je eigen ondergang betekent?

Die vraag komt aan de orde in het tweede deel van het Nibelungenlied. Dat begint met een uitnodiging die koning Etzel stuurt aan de Bourgondiërs in Worms. Koning Gunther wil de invitatie aannemen, al was het maar om zo zijn zuster Kriemhild terug te zien, die met Etzel is getrouwd. Gunthers leenman Hagen geeft goede raad: zijn koning moet niet gaan, want Kriemhild zou weleens wraak kunnen nemen voor de moord op haar eerste echtgenoot, Siegfried. Hagen kan het weten: hij was de dader en handelde om de eer van zijn eigen koningin en van koning Gunther te redden.

Lees verder “Siegfried, de MacGuffin”

Welkom in Xanten

De Capitolijnse Trias (Archeologisch Museum Xanten)
De Capitolijnse Trias in het Archeologisch Museum van Xanten

Xanten: vanuit Nijmegen bezien net over de Duitse grens en interessant omdat er een complete Romeinse stad is. Of beter: vijf Romeinse nederzettingen.

Vijf nederzettingen

De Romeinen kwamen hier rond 13 v.Chr. aan. Tegenover de plek waar de Lippe in de Rijn uitmondt, bouwden ze op een lage heuvel een basis voor twee legioenen, Vetera, die nog zo’n tachtig jaar dienst zou doen. Iets naar het noorden lag een stadje: veteranen moeten immers ook ergens wonen, de graanleveranciers van het Romeinse leger moesten ook ergens slapen en de inheemse bevolking moest ook ergens leven. Het heette Cibernodurum, “markt van de Ciberni” (of Cugerni), en wellicht herkent u de analogie met Nijmegen: twee legioenen op de Hunerberg en even verderop een stadje dat Batavodurum heette, “Batavenmarkt”.

Lees verder “Welkom in Xanten”

De ondergang van de Bourgondiërs

worms_burgundians1
Mantelspelden van de Bourgondiërs (Andreasstift, Worms)

Borbetomagus, het huidige Worms, lijkt ooit de stad te zijn geweest vanwaaruit de Bourgondiërs, een Germaanse stam die meestal loyaal was aan het Romeinse Rijk, een sector van de Rijngrens verdedigde. Meestal loyaal – maar niet altijd. Hun leider Gundihar lijkt zich, althans in de ogen van de Romeinse oppercommandant Aetius, nogal onafhankelijk te hebben gedragen. De chroniqueur Prosper Tiro noteert voor het jaar 435:

In deze tijd versloeg Aetius Gundihar, de koning van de Bourgondiërs die in de Gallische gewesten woonden, en toen deze smeekte om vrede, werd die hem verleend. Gundihar kon er niet lang van genieten omdat de Hunnen hem en zijn volk met wortel en tak uitroeiden.

Lees verder “De ondergang van de Bourgondiërs”