Hobby en lobby, limes en Heerlen

Aardewerk uit het Thermenmuseum

N.a.v. mijn vorige stukje was er een goede, wel vaker gestelde vraag in de reageerpanelen.

Bestond het persbericht van het Thermenmuseum dan louter uit die ene zin? Ik neem aan van niet. Waarschijnlijk is een pakkende zin gekozen, en wordt het vervolgens nader toegelicht (zoals dus inderdaad zo blijkt te zijn).

Antwoord: die nadere toelichting zat verscholen op een ontoegankelijke plek, in een rapport dat even indrukwekkend als Engelstalig was en ergens moest worden gedownload.

Drie stappen

Laat ik het anders zeggen. Het punt is dit. Je draagt informatie over in drie stappen. Eerst trek je de aandacht; daarna is er de boodschap; vervolgens is er de verdieping.

“Hé!”
“Ga weg daar!”
“Je staat te dicht bij de spoorbaan en er komt een trein aan.”

Het gaat om het tweede maar het derde is cruciaal.

Dat heeft te maken met de doelgroep. Er is een groep die een hogere informatiebehoefte heeft. Voor een culturele instelling is die belangrijk, want die mensen kunnen je signaal doorgeven. Heb je die groep niets te bieden, dan concludeert ze dat je maar wat staat te roepen. Hier is een positief stukje van iemand die het signaal uit Heerlen had willen versterken en bedenkingen kreeg.

Ik benadruk dit punt omdat dit is wat bij de limes verkeerd is gegaan: geen verdieping, steeds hetzelfde oppervlakkige verhaal. En dat mensen dus weglopen. Wat de Raad voor de Cultuur onlangs typeerde als een aanbod van hobby en lobby.

Rookgordijnen

Als dat je reputatie eenmaal is, ben je in elk geval intellectueel verloren. Vermoedelijk kun je ambtelijk achter elke vraag een vinkje zetten dat het in orde is, maar je werkzaamheden zijn betekenisloos geworden. Je kunt dan alleen nog rookgordijnen leggen. Zie de bizarre bewering dat er in Nederland geen Romeinse ruïnes zichtbaar zouden zijn.

Wat natuurlijk ook kan, is dat je lawaai gaat maken als anderen spreken. Zeg maar dat je je eigen radio harder zet om het signaal van anderen te overstemmen. Dat deed het Valkhofmuseum bijvoorbeeld als reactie op de (zoals gezegd inderdaad overtrokken) Heerlense claim. Ik beschreef het hier. Ik zou, als mijn collega’s hun persmomentje hadden, hoe vreemd ik hun verhaal ook vond, gewoon even hebben gewacht. Nijmegen heeft genoeg moois om een eigen verhaal te vertellen.

Verademing

Terug naar Heerlen. In Romeins Nederland is het Thermenmuseum een verademing. Het is degelijk, oriënteert zich internationaal (denk aan Tongeren en enkele Duitse plaatsen) en levert goed werk af. Het verbaasde me daarom dat het dit voorjaar alleen stap één en twee zette. Ja, er was een Engelstalig rapport, maar het was beter geweest om de resultaten ook aan te kondigen met een sterke uitbreiding van de website, zodat mensen met een hoge informatiebehoefte daar meteen alles konden vinden, zodat de media de nuances wél zouden doorgeven en de mensen zouden betrekken bij de puzzel, en zodat niemand vraagtekens zou plaatsen.

Laat anderen maar schreeuwen en zichzelf ongeloofwaardig maken. Heerlen hoeft zich daartoe niet te verlagen.

5 gedachtes over “Hobby en lobby, limes en Heerlen

  1. Jort Maas

    Daarnaast zijn er ook een hoop deelrapporten te downloaden. Bij het doorbladeren daarvan lijkt het rapport toch een beetje een afgeslankte versie.

  2. Huibert Schijf

    Wat Jona Lendering bij zijn verhaal over het Thermenmuseum schrijft laat zien dat voor alles vakmanschap nodig is. Een persbericht moet vooral rekening met de gemakzuchtige lezer. Ik ken het persbericht niet, maar misschien was dat niet het geval. In een vergelijkbaar blog (ruim een jaar geleden, denk ik), gaf Jona ook al een link naar het Engelstalige rapport. Zo moeilijk is dat toch niet te vinden? Ik heb het toen doorgebladerd om te zien hoe zoiets er uit ziet. Het is evident mijn vak niet en over de kwaliteit kan ik niet oordelen. Maar dat Engelstalige rapport was natuurlijk nodig voor de internationale relaties. Waar Jona gelijk in heeft is de tekort schietende middle range (sorry voor het Engels) voorlichting. Daar hadden in het Nederlands, Engels en Duits (voor de dichtbij wonende Oosterburen) uitgebreide toelichting moeten staan. Maar hoe gaat dat: nieuw klussen, te druk en ook geen geld om een bekwame editor in te huren. En dat is jammer. Wie wil weten hoe dat beter kan, moet eens naar de website van het British Museum kijken. Die biedt vele niveaus van kennis aan.

Reacties zijn gesloten.