Veel geschreeuw en weinig wetenschap (1)

Nijmegen op de Peutinger-kaart: Nijmegen zou het logische venster in de canon zijn geweest

[Afgelopen vrijdag was aan de Vrije Universiteit het Romeinensymposium, waar ik een van de sprekers was. De tekst van mijn lezing zal niets bieden wat niet allang bekend is: de voorlichting over de limes is contraproductief, omdat steeds dezelfde, vlakke boodschap wordt herhaald. Zo versterken de limes-organisaties juist bij de meer geïnteresseerde mensen de indruk dat het intellectueel weinig voorstelt en jagen ze precies die doelgroep weg die cruciaal is om de bewustzijnsverandering tot stand te brengen. De cruciale fout is dat men steeds uitgaat van wat de betrokken partijen toevallig in de aanbieding hebben, terwijl het vertrekpunt vanzelfsprekend de informatiebehoefte van het publiek behoort te zijn. Dat wist u allang, dus doorlezen op eigen risico.]

Het is als met de kruipolie die maakt dat een machine soepel draait: alles gaat beter als de informatie waarop we ons baseren accuraat is. Onderzoekers speuren naar die informatie en is deze eenmaal verworven, dan is het zaak haar zo snel en adequaat mogelijk over te dragen aan zoveel mogelijk mensen. Wetenschap is pas af als ze is gecommuniceerd.

Archeologen werken vanouds samen met musea en doen hun overdracht zo beroerd niet, maar er is verbetering mogelijk. Daarbij is de crux: het gaat om de informatiebehoefte van de ontvangers en niet om wat de zenders toevallig hebben te bieden. Bij zenders kunt u denken aan universiteiten, musea, stichtingen, re-enactors, journalisten, erfgoedhuizen en wat dies meer zij.

Ik denk dat ik over dit onderwerp iets kan zeggen omdat ik al twintig jaar de Oudheid uitleg: op mijn website staan binnenkort precies 4000 pagina’s, ik blog dagelijks, verzorg een nieuwsbrief, schreef boeken, treed op als reisleider en museumgids, organiseer met het RMO “Oog op de Oudheid”, doe journalistiek werk en verzorg cursussen, lezingen en lessen. Deze zomer heb ik gewerkt aan een project om 86.000 Oudheid-foto’s rechtenvrij online te plaatsen; momenteel begeleid ik profielwerkstukken en ook voer ik derde-lijns-gesprekken. En vooral: ik beantwoord veel mail. Denk aan twintig tot dertig vragen per week, duizend per jaar. Het is op deze ervaring dat ik het onderstaande baseer.

Een innovatief project

De limes is extreem innovatief omdat het een omkering is van het Gelderse geschiedbeeld. Dat is gevormd door de Nijmeegse geleerde Gerard Geldenhouwer, die in zijn Historia Batavica (1530; 1541) Nijmegen identificeerde als hoofdstad van de Bataven én aangaf dat “wij” in de Lage Landen afstammen van de Germanen. Ik blogde er al eens over.

Dit is het dominante beeld gebleven: je kunt de Bataafse mythe moeiteloos volgen via de ereboog voor prins Maurits naar Rembrandts “Eedgenootschap van Claudius Civilis” en de Bataafse Republiek, en daarvandaan langs Batavus Droogstoppel tot de Batavus-fietsen. Logisch, want via de afkeer van Latijnse persoonsnamen in middeleeuws Nederland, “Wat Walsch es valsch eyst” en de middelnederlandse literatuur gaat onze culturele identiteit (wat dat ook moge zijn) inderdaad terug op de Germanen. Dankzij de limes-projecten krijgt iemand die zich wil verdiepen in de Nederlandse Oudheid nu echter een omgekeerd beeld, waarin de boeman van weleer centraal staat. Dit is revolutionair.

Deze ommekeer heeft te maken met internationaal erfgoedbeleid en is deels politiek. Er is ook een interne, Nederlandse aanleiding: de in 2006 door de commissie-Van Oostrom opgestelde canon met vijftig vensters. Als je de principes (“rode draden”) uit dat project rustig bekijkt, zou het venster op de Oudheid logischerwijs de stad Nijmegen zijn geweest, maar het werd dus de limes. Omdat in de commissie geen archeoloog of oudhistoricus zat, heb ik Van Oostrom eens opgezocht om te vragen hoe de keuze was gemaakt. Hij antwoordde dat alle commissieleden dit onderwerp hadden gekend en daar zonder werkelijk debat mee hadden ingestemd. Dit is een voorbeeld van het psychologische mechanisme dat bij een vergadering niet over de belangrijkste thema’s wordt gesproken maar over onderwerpen waar iedereen van heeft gehoord.

Weerstand

Innovatie roept weerstand op. Mensen houden er immers niet van vertrouwde zaken op te geven. Zeker in een klimaat van groeiende wetenschapsscepsis is bij een innovatie als de limes een specifieke vorm van voorlichting vereist en daar is ook onderzoek naar gedaan.

Dat onderzoek is nog niet voldoende bekend. Oudheidkundigen hebben althans weinig gedaan om hun voorlichting te professionaliseren en kiezen vaak voor gemakzuchtige oplossingen: in de archeologie ligt de nadruk vaak op iets dat is opgegraven en nauwelijks op de eigenlijke inzichten. Het gaat dus wel over vondsten maar niet over archeologie. Verder wordt strijk en zet overdreven, zodat we onlangs lazen dat een ring was ontdekt van Pontius Pilatus.

Het vervelende is dat het publiek de overdrijving herkent, sceptisch is geworden en archeologen niet langer gelooft, zelfs als ze de waarheid spreken. Dat gebeurde in de Nijmeegse Aquaductenaffaire en zal zich herhalen zolang we niet professioneler worden.

[Wordt vervolgd]

13 gedachtes over “Veel geschreeuw en weinig wetenschap (1)

  1. henktjong

    – Vanaf de 11e eeuw waren latijnse (en bijbelse) namen in onze streken in opkomst en vanaf de late 13e eeuw werden ze belangrijker dat germaanse. Dat duidt niet op een hekel aan latijnse namen.
    – wat wals is vals is, is een door flaminganten (met Hendrik Consciences Leeuw van Vlaanderen voorop) gekaapte mix van een uitspraak van Jacob van Maerlant over in zijn ogen minderwaardige Franse hoofse poëzie: “die scone Walsche valsche poeten die meer rimen dan sie weten” en de zogenaamde strijdkreet uit de Brugse Metten (1302), die pas een kwart eeuw na de gebeurtenissen bij elkaar werd verzonnen (eventueel onder invloed van Maerlant…).
    Middeleeuwers waren echt niet zo bezig met hun germaanse culturele identiteit als je hier poneert, hoor.

    1. Je hoeft je er niet bewust mee bezig te houden. Er gaan dagen voorbij waarin ik er niet aan denk dat ik geen Duitser ben maar Nederlander. Het gaat om een reflex die er op cruciale momenten is en ik denk goed te verdedigen is dat een Brabander, Hollander, Fries of Vlaming rond pakweg 1350 meteen zou hebben gezegd Diets en niet Walsch te zijn.

      Wat vooral voor Vlaanderen relevant is, aangezien het als leenheer de Franse koning had.

      1. henktjong

        Ik denk dat ze eerder gezegd hadden dat ze diets spraken dan dat ze het waren. En dat gold voor Vlamingen ook. Floris V leerde bijvoorbeeld diets en walsch op school (bij tante Aleid), maar hij zal zich als Hollander hebben voorgesteld, niet als Dietser. Ik denk niet dat een Vlaming zich ooit als Walschman heeft voorgesteld heeft omdat Vlaanderen voor een groot deel een Frans leen was.

  2. Dirk

    “Wat Wals is, vals is” is in Vlaanderen bekend uit Hendrik Consciences “De Leeuw van Vlaanderen”. Die haalt het mogelijk uit een middeleeuws handschrift waarin de kreet voorkomt tijdens de Brugse Metten. Jacob van Maerlant gebruikt het rijm ook om zijn ergernis uit te drukken over de onbetrouwbaarheid van Franse literatuur: die scone Walsche valsche poeten / die meer rimen dan si weten
    Dat het in Nederland bekend is, wist ik niet.

      1. FrankB

        Slechts negen minuten eerder, dus dikke kans dat Dirk uw stukje nog niet gelezen had toen hij reageerde. Het overkomt mij ook wel eens.

        1. Dirk

          Zo is dat. Zeker omdat ik in die 9 minuten nog wat opzoekwerk wilde doen. En en passant toetsen Frans heb verbeterd, waar hier en daar wat valsch Walsch tussen stond.

    1. Het is een rot-woord, dat klopt. Maar de limes heeft inderdaad een boodschap: dat het Gelders geschiedbeeld omgekeerd kan worden en dat dat een verbetering is. Als ze dat nou eens centraal stelden, en ook wat meer verdieping boden, dan zouden ze een stuk minder mensen wegjagen.

      1. Evert van Ginkel

        Zouden er echt nog Nederlanders zijn die gebukt gaan onder het Gelderse geschiedbeeld? En zouden er zijn, die de limes dankbaar omhelzen als verlossend woord in deze? En: heeft de limes die functie ooit gehad? Ik denk dat er nogal een verschil is tussen het besef dat er Romeinen in Nederland zijn geweest (dat weten we echt al héél lang) en dat er een militaire infrastructuur (als je `grens’ zegt, krijg je een hoop gelazer tegenwoordig…) langs de Rijn lag. Dat laatste weten we toch ook alweer zo’n eeuw. Het archeologisch inzicht in een samenhangend limessysteem langs de (Neder)Rijn, anders dan een serie losse forten, dateert (denk ik) vanaf halverwege de jaren ’70 – een tijd waarin in het geschiedenisonderwijs de Bataven al waren weggepoetst, samen met een hoop andere vaderlandslievende onderwerpen.Ik weet niet of iemand, historicus of archeoloog, de herkenning van de Nederlandse limessector bewust tegenover een dominant `Gelders’ geschiedbeeld heeft geplaatst. In ieder geval heeft vandaag de dag niemand de limes meer nodig om te beseffen dat we geen Bataafse natie zijn. Voor zover hij/zij zich daar überhaupt iets bij afvraagt, of iets van de limes.wil weten.

        1. Even een snelle reactie:

          Als ik midden tijdens de Romeinenweek (focus op de limes en enige media-aandacht) word gemaild door iemand die vraagt waarom er zo weinig aandacht is voor de Nederlandse Oudheid, lijkt me buiten kijf te staan dat het Gelderse geschiedbeeld nog levend is en mensen de limes ervaren als iets wezensvreemds. Dit voorval is me bijgebleven omdat het zo helder is, maar de Germaanse wortels van een volk dat een Germaanse taal spreekt, worden wel vaker vermeld in mijn mail of als ik les geef. Ook interessant om te weten is dat ik eens in één adem ben genoemd met Adolf Hitler, omdat ik in een boek over de ROMEINEN in Nederland schreef over onze Germaanse wortels.

          Elke identiteit is een toegeschreven identiteit; er zijn geen essenties. Ik weet het. Maar dit is wel een redelijk populaire visie.

          Daar komt bij dat die negentiende-eeuwse frames steeds terugkeren. Denk aan de farce rond het “nationaal” historisch museum, bedoeld om de nationale identiteit te versterken. Een terugkeer naar de negentiende eeuw, want in de twintigste eeuw is er natuurlijk geen enkel wetenschappelijk inzicht bij gekomen.

          De omkering van het Gelderse geschiedbeeld – ik herinner me bijvoorbeeld hoe bij de opening van de Romeinenweek, een paar jaar geleden in Matilo, Paul van der Heijden er in een toespraakje op wees.

  3. jan kroeze

    Met de geschiedenis van de oudheid heb ik me nooit zo bezig gehouden. Via via kwam ik terecht op deze blog terwijl ik tot dan toe geen informatiebehoefte had betreffende het onderwerp. Maar ik vind het een prima blog en ik vind het fijn dat er dus een zender bestaat die wat te bieden heeft!
    Wat vergaderen betreft: het is een mogelijkheid om je te laten zien en je eventueel te laten gelden. Ik ga nooit naar vergaderingen, ze zijn inderdaad stompzinnig vaak en verspilling van tijd.

  4. Evert van Ginkel

    `iemand die vraagt waarom er zo weinig aandacht is voor de Nederlandse Oudheid, lijkt me buiten kijf te staan dat het Gelderse geschiedbeeld nog levend is en mensen de limes ervaren als iets wezensvreemds’.
    ik denk a) dat dat gebrek aan aandacht voor `de Nederlandse Oudheid’ erg relatief is (welke Oudheid bedoelt hij/zij trouwens? de “Romeinse”, neem ik aan… dat ligt dan toch echt aan de mailer, hoor ), en b) dat reacties als deze niet veel zeggen over de levendigheid van het GGB, noch over wat `de mensen’ denken of weten. Dat `we’ geen `Germanen’ zijn omdat we een Germaanse taal spreken, mag duidelijk zijn. De limes en de Romeinen hebben echter noch taalkundig, noch genetisch een deuk in ons pakje volksboter kunnen slaan, anders dan volkomen indirect. Een interessant historisch intermezzo, absoluut de moeite van het weten waard, maar geen omkering van een beeld dat vandaag nog ter zake doet.

Reacties zijn gesloten.