Kersthoax: Het huis van Jezus

Ik kon, betreffende de Tweede Hoofdwet van de Archeologie, niet méér op mijn wenken worden bediend dan door de Britse archeoloog Ken Dark. Hij kwam al eerder in het nieuws met de paashoax van dit jaar: Nazaret was groter dan gedacht. Nu lijkt hij een kersthoax voor te bereiden: hij heeft mogelijk het huis van Jezus’ ouders opgegraven!

Het is niet helemáál uit te sluiten, want de vroege christelijke gemeenschap zal de plek in ere hebben gehouden en hebben herinnerd. De vraag komt wel op waarom keizerin Helena er dan niet een archeologisch vindbare kerk overheen heeft gebouwd, zoals ze over het graf heeft gedaan. Het feit dat die vierde-eeuwse basiliek ontbreekt, suggereert vrij sterk dat de christenen destijds niet wisten waar het huis was geweest waar hun verlosser zijn jeugd had doorgebracht.

Ken Dark is er, archeologen zijnde archeologen, ook helemaal niet op uit u en mij te informeren. Welnee, archeologie is broodwinning en is er niet om de wetenschap en de samenleving verder te brengen. Archeologische persberichten zijn er dus om de fondsenwerving veilig te stellen. De redactie van de Belgische website Kerknet prikt er genadeloos doorheen met de beste koppen in tijden: op “Britse archeoloog: ‘Ik heb het huis van Jezus’ ouders ontdekt’” volgt meteen “meer onderzoek nodig”. Kom maar op met de poen.

Van het mopje over de generaal die de koning liet weten “We hebben de veldslag gewonnen, stuur snel versterkingen” kon je denken dat het grappig was. De flauwekul over de archeologie in Nazaret is serieus. Althans, als we archeologie nog serieus willen nemen. En je vraagt je zo zoetjesaan af waarom dat nog zou moeten.

17 gedachtes over “Kersthoax: Het huis van Jezus

  1. Bonne Rook

    Misschien had de Britse archeoloog gevonden: “Eerste steen gelegd door Jozef op 25 januari anno 20 BCE.

  2. Jort Maas

    Toch kun je je afvragen of dit artikel niet onbedoeld bijdraagt aan de misinformatie over archeologie. Het legt de nadruk op een persoon en extrapoleert dat naar de opvatting dat we de archeologie als geheel misschien maar niet serieus moeten nemen. Maar de werkelijkheid is dat er onmiddellijk kritiek was uit de beroepsgroep. De archeoloog Yardenna Alexandre stelt: “Er moet een nieuwe wetenschappelijke opgraving plaatsvinden. Maar zelfs dan is het vrijwel onmogelijk vast te stellen wie de oorspronkelijke bewoners zijn geweest.” Die laatste zin is hier toch wel cruciaal, en daarmee werd het artikel niet voor niets afgesloten. Dat is waar Kerknet vooral doorheen prikt. Hier ligt ook de discussie, en de kans iets uit te leggen over hoe archeologie werkt. En vooral over waar de archeologie niet zoveel verheldering kan brengen.

    Overigens ben ik het wel eens met de terecht stevige kritiek op Ken Dark. Maar Ken Dark ≠ de hele archeologische wereld.

    1. Ik begrijp je wel, maar waarom distantieert de archeologische wereld zich niet wat duidelijker? Er is een punt waar een op zich terecht “het is de ander die het fout doet, niet ik, ik ben zonder fouten” overgaat in medeplichtigheid. IEDEREEN lijdt immers onder de reputatiebeschadiging.

      Er zou, om het tot Nederland te beperken, al een wereld zijn gewonnen als het Reuvensoverleg of een ander gremium een kwaliteitsnorm zou stellen: geen persberichten voor er een wetenschappelijke publicatie is, geen enkele uiting voor het publiek waarin de zinnen “archeologie is een wetenschap” en “archeologen graven geen schatten op maar testen theorieën” ontbreken, en “geen eerste lijn zolang de tweede er niet is”. Zo moeilijk is het echt niet om het goed te doen.

      1. Jeroen

        Een groot deel van de (toegegeven; Nederlandse) berichten op archeologisch vlak, komen niet via persberichten of -voorlichters vanuit de archeologische organisatie zelf naar buiten.
        Zeker in stedelijke context staat men te fotograferen en te filmen vanaf het hek.

        Het zitten op je ei tot het volledig uitgebroed is, is een voorrecht van historici dat helaas niet voor archeologen is weggelegd.

        Beeld je in dat je op je kamer een historisch onderzoek aan het doen bent… verschillende bronnen vergelijkt… tegen een achtergrond van om de vijf minuten een getik tegen de ruit door iemand die roept of je “al iets gevonden” hebt, en wat dat allemaal wel niet moet kosten…

      2. Jort Maas

        Het is inderdaad een probleem voor de hele archeologische wereld. Maar je voelt je dan als een moslim die constant gedwongen is zich te verontschuldigen voor extremisten. Wie spreekt voor alle moslims? Wie spreekt voor alle archeologen? In een goed functionerende universiteit zouden deze mensen geen kans moeten krijgen. Zoals je zelf ook vaak aangeeft, er zijn structurele problemen. Vooral ook omdat archeologen (en andere wetenschappers) zich niet zo druk maken om epistemologie.

        Ik bedacht mij nog een ander aspect aan dit verhaal en dat is dat Kerknet ook tot op zekere hoogte boter op haar hoofd heeft. Er zijn andere manieren om dit ‘nieuws’ de wereld in te brengen. Kritisch was het in ieder geval niet heel erg.

        Geen contact met de media voor publicatie lijkt een oplossing, maar als je op een opgraving staat en je staat de media niet te woord, weet je helemaal niet wat er op papier komt. Want er komt zeker iets op papier, een opgraving is niet te verstoppen. Dan gaat het vaak fout, want de archeoloog wil interessant lijken en niet alleen met mitsen en maren aankomen. De journalist kan het allemaal niet gek genoeg zijn. Hier gaat de zoektocht naar waarheidsvinding op twee schijven mis. Maar daar hoef ik jou uiteraard niets over te vertellen. Het gaat mij alleen wat ver om op basis van deze gevallen een hele beroepsgroep af te schrijven. Als dat het criterium is, dan kunnen we het hele zaakje wel opdoeken. Iedere wetenschap heeft (meer dan genoeg) gekkies in de gelederen.

        1. Rob Duijf

          ‘(…) maar als je op een opgraving staat en je staat de media niet te woord, weet je helemaal niet wat er op papier komt.’

          Dat is een bekend probleem, niet alleen in de archeologie. Je kunt intern afspreken dat in eerste instantie alle externe communicatie via een persvoorlichter van het opgraafbedrijf verloopt. Het vraagt wat discipline om scoopscore-driftige verslaggevers te bevredigen, maar het voorkomt tegenstrijdigheden achteraf. Je kunt dan als archeoloog rustig zeggen dat er een persmoment komt, waar meer informatie zal worden verstrekt. Dat is niet ongebruikelijk, hoor. Elke zichzelf respecterende organisatie werkt zo.

          Speculaties en duimzuigerij kun je niet voorkomen, dat komt volledig voor rekening van de betreffende media.

    2. “Maar Ken Dark ≠ de hele archeologische wereld.”
      Ken Dark plus een flink aantal anderen vormen dan wel weer een patroon. Dat patroon wordt accuraat beschreven middels de Tweede Hoofdwet. Bovendien valt ook nog eens op dat dit soort berichten alleen in de aanloop naar de christelijke feestdagen de wereld in gaan.
      Eén keer is toeval. Naarmate het aantal keren toeneemt wordt het meer en meer een probleem.

  3. Jeroen

    Jona! Haal adem! Ik besef dat het chaotische tijden zijn, maar dit kan niet..

    Ik herinner me nog goed hoe je ooit ageerde tegen het idee dat wetenschap en religie niet zouden moeten mengen; je vond (vind?) dat een negentiende eeuwse, uitgekauwde discussie waar je eerlijk gezegd een beetje moe van werd. Natúúrlijk kunnen die twee denkbeelden in harmonie naast elkaar leven, volgens jou, en was het idee van kruisbestuiving ridicuul.
    Mijn antwoord dat er gehele universiteiten (vooral in de VS) bestaan die als basis het bewijzen van de letterlijke en onveranderlijke “waarheid” van de Bijbel hebben, bleef onbeantwoord.

    Eerder verbaasde je me al met het noemen van ‘archeoloog’ Jeffrey Chadwick die de lengte van Goliath zou hebben achterhaald. De man (Chadwick) werkt notabene voor Brigham Young University in Provo, welke volledig op hard-core Christelijke basis werken. Zij willen dus de Bijbel bewijzen.. wetenschap komt daarna wel een keer.

    Nu werkt Ken Dark voor Reading University in Berkshire. Zij hebben deze Christelijke doctrine niet, en ik ben eerlijk gezegd zeer benieuwd naar een reactie van hen, en hoe zij over Dark denken. DAAR zit je stukje!!
    De man zelf (Dark, dus) werkt namelijk wel met “must… proof… Bible” achtergrond, en heeft zelf het ‘Geboortehuis van Jezus’ al eerder geclaimd te hebben gevonden (!).

    Dit is géén representatieve manier waarop archeologen werken, en is net zo geldig als zeggen dat alle historici malloten zijn door te wijzen naar Ken Hovind… (hij heeft een bul van Patriot Bible University, hoor.. dus het is in orde!).

    Waar je met Obbink zo diep groef, blijf je hier aan de oppervlakte. Probeer te achterhalen waar Reading hier in steekt, en waarom zij niet direct de handen van Dark en zijn beweringen aftrekken!!

  4. Roger Rymen

    Dat zal dan gebeurd zijn via het DNA-onderzoek van het “Heilig Bloed” in Brugge en DNA-onderzoek in Nazareth zeker?

  5. Jeff

    “Archeologische persberichten zijn er dus om de fondsenwerving veilig te stellen.”

    Dit is volgens mij al de tigste keer dat je een soortgelijke bewering doet.
    En vaak snap ik het ook wel enigszins. Zeker als het gaat om nogal orthodoxe christenen (vooral in Amerika, zie bericht van Jeroen hierboven), die zo graag de Bijbel willen bewijzen. Daar is bij op zichzelf redelijke en goed opgeleide mensen (cq instituten) op deze manier waarschijnlijk wel geld te hengelen.
    Maar ik zou zo graag voorbeelden zien dichter bij huis. Ook binnen de Nederlandse archeologie zien we van tijd tot tijd van die persberichten waarbij we ons kunnen afvragen of het niet wat minder ‘spectaculair’ kan. Zijn er nu echt binnen NL fondsenverstrekkers aan te wijzen die hier gevoelig voor zijn? En voorbeelden waarbij het ook echt gewerkt heeft? Of is dit vooral veel onderbuikgevoel en/of hearsay?

    Een tijdje terug (juli 2020) kwam er een bericht naar buiten van een bekende archeoloog (VU) over gevonden Romeinse militaria en paardentuig. Deze vondsten zouden tot nieuwe inzichten leiden. Van die zogenaamde nieuwe inzichten is mij nog steeds niet duidelijk wat die dan inhouden en ik kreeg toen heel erg het gevoel dat hier gepoogd werd om nieuwe fondsen te werven voor PAN (Portable Antiquities of the Netherlands). De huidige fondsen garanderen een voortbestaan van PAN niet verder dan midden 2022 en je moet af en toe toch iets laten zien.
    Maar zijn de NWO en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, die samen PAN mogelijk maken, nu echt van die fondsenverstrekkers die nieuwsberichten zonder wezenlijke inhoud niet herkennen?
    M.a.w. ik ben sterk gaan twijfelen over mijn onderbuikgevoel dat ik hier had.

    Nogmaals … ik zou wel eens echte voorbeelden willen zien, waarbij het aantoonbaar gewerkt heeft.

    1. Rob Duijf

      Het is wel zo dat de grens tussen voorlichting en propaganda flinterdun is, Jeff. Aan de hand van archeologische opgravingen in een persbericht over jezelf de loftrompet steken, is verschillende Nederlandse gemeenten niet vreemd: zie bijv. Nijmegen, Heerlen, de limes.

  6. Christo

    ‘..waarom distantieert de archeologische wereld zich niet wat duidelijker?’

    Ik snap je punt maar: wie spreekt hier namens de archeologische wereld?

    Neem nu een fictief geval in Nederland (ik ben hier werkzaam als archeologisch adviseur). Weer een krantenbericht: ‘de oudste dit of dat…’ Ik voel me niet aangesproken om erop te reageren. En: waar zou ik dan moeten reageren? In de betreffende krant/media waar dit stukje is verschenen? Een dag later is dat weer oud nieuws en wie gaat dit lezen? Wordt het wel geplaatst? Ik kan geen reactie plaatsen op de website van mijn werkgever of een gemeente (wie leest dat?). Waar dan wel en wat is het bereik? Niet de lezers van de betreffende krant.

    Ik zou er bijna een ‘dagtaak’ aan hebben om overal op te reageren. Moet dan het Convent van Gemeentelijke Archeologen reageren? De RCE? Een provinciaal archeoloog? De AWN? Wie vertegenwoordigt de archeologische wereld in Nederland?

    En andersom: zijn er geen archeologen (die nog met de bijbel in de hand gegraven) die goede gepubliceerde wetenschappelijke opgravingen herinterpreteren naar de bevestiging van gebeurtenissen in de bijbel? Wie gaat dan daar weer op reageren?

    Het probleem is, vanuit ons standpunt duidelijk. Maar de oplossing weet ik zelf niet.

  7. r. vos

    Hoe het wel kan: in de Volkskrant van deze week reageerde Leo Verhart op een stukje over een steentijdhond uit Zweden. Een verhelderende reactie. Verder: ik ben zeer geïnteresseerd in (oude) geschiedenis maar vind in de tijdschriftenwinkels nauwelijks iets dat verder kijkt dan de redactionele neuzen lang zijn(in het Nederlands althans). Het blijft te vaak oppervlakkige praat. Ongetwijfeld zijn er serieuze vaktijdschriften – ze liggen niet in de bibliotheken en een persoonlijk abonnement gaat aardig in de papieren lopen. Tot slot: om te voorkomen dat er straks weer een bewindsman klaagt over het nut van ouwe potten en pannen in een veel te duur museum is het goed dat pers én publiek tijdig op de hoogte worden gesteld van belangwekkende zaken waarbij best een archeoloog toelichting mag geven en vragen beantwoorden. Als beginnend schoolmeester ben ik ooit eens met een bus met kinderen en ouders naar de opgraving van Louwe Kooymans in Molenaarsgraaf geweest. Prachtig, en de belangstelling voor geschiedenis was bij deze groep niet stuk te krijgen.

  8. Rob Duijf

    ‘(…) waarbij best een archeoloog toelichting mag geven en vragen beantwoorden.’

    Daar is op zich niets op tegen. Op een site bij het graven van een proefsleuf of het openleggen van een vlak zijn er altijd wel mensen nieuwsgierig naar wat je aan het doen bent. Daar hoef je als archeoloog niet geheimzinnig over te doen; je kunt iets uitleggen over de techniek en wat er te zien is.

    Dat is nog iets anders dan ‘mogelijke’ conclusies trekken terwijl het onderzoek nog in volle gang is. Dan kun je beter afspraken maken wie daarover het woord voert en wat er dan naar buiten wordt gebracht: dat kan best een gemeentelijk of provinciaal archeoloog zijn of een woordvoerder van het opgravingsbedrijf. Dan hou je de boel centraal.

    Helaas is het vaak nodig om ‘belangwekkende zaken’ juist onder de pet te houden tot het archeologisch veldonderzoek is afgerond. Veel archeologen kunnen u vertellen hoe frustrerend het is als na het weekend op een site alle sporen blijken te zijn uitgegraven door piepers en schatgravers…

  9. Ik vind bovenstaande discussie over de mogelijkheden en onmogelijkheden van “de” (universitaire?) archeologie om zich van archeologische flauwekul te distantiëren heel interessant. Geeft een aardig kijkje op de problemen.

    Er is mij als volslagen leek op dit gebied echter nog veel niet duidelijk over de rol van “de” archeologie in de productie van de “flauwekul”.

    Tot nu toe is het artikel in Kerknet de enige bron die genoemd is voor Ken Dark’s bewering dat hij mogelijkerwijs het huis van Jezus’ ouders gevonden heeft.

    Jona heeft het over een persbericht, maar geeft geen verwijzing. Bestaat er inderdaad zo’n persbericht? Waar? Van wie is het afkomstig? Wat staat dààr in?

    Als er geen persbericht is geweest, wat is dan de relevantie van de norm die Jona voorstaat (“geen persberichten voor er een wetenschappelijke publicatie is”)?

    Aangenomen dat er geen persbericht is, is het dan redelijk om te verwachten dat “de archeologische wereld” zich wat duidelijker distantieert? Het gaat om een Nederlands artikel in op een site die pretendeert “het portaal van de katholieke kerk in Vlaanderen” te zijn. Kun je van de Universiteit van Reading verwachten dat ze van dat artikel op de hoogte is? Die lezen toch geen Nederlands? Of van “de” Nederlandse archeologie? Wat zijn de normen zijn hier de normen voor?

    En als verwachten mag dat iemand van zo’n soort artikel op de hoogte is, wat zijn de normen die met betrekking tot de kwestie of het nodig of gewenst is om te reageren? Er wordt zoveel onzin gepubliceerd, je kan niet op alles reageren.

    Jort Maas beweert dat “de werkelijkheid is dat er [op Dark’s bewering] onmiddellijk kritiek was uit de beroepsgroep.” De enige bron die hij noemt is opnieuw het artikel in Kerknet. Dat artikel suggereert dat Kerknet een of andere archeoloog in dienstvan de Israëlische overheid gebeld heeft, die de gelegenheid aangreep om voor meer onderzoek te pleiten. Kritiek kan ik dit niet noemen.

    Het is mij ook niet duidelijk waarom Jona zegt dat de redactie van Kerknet er genadeloos doorheen prikt met de beste kop in tijden. Ik vermoed dat die opmerking, net als de opmerkingen die er aan voorafgaan, sarcastisch bedoeld is (Jona?), want het is overduidelijk dat Kerknet of in Dark’s val trapt of bewust aan die val mee werkt. Maar als het sarcastisch bedoeld is, wat is dan het verwijt aan “de” archeologie?

    1. Jort Maas

      Voor de duidelijkheid, de kritiek zat niet in het oproepen tot meer onderzoek (op zichzelf niet vreemd, wetenschap is altijd in beweging), maar in de laatste zin: “ Maar zelfs dan is het vrijwel onmogelijk vast te stellen wie de oorspronkelijke bewoners zijn geweest.” Ik bedoelde dus een inhoudelijke kritiek.

  10. Henk Stam

    Kerknet prikt nergens genadeloos doorheen, vrees ik, en dat zou ook merkwaardig zijn voor een website die het Belgische katholieke volksdeel bedient. Geen hoax dus, maar heuglijk nieuws voor de gelovigen. Zover ik kan nagaan is het ‘nieuws’ het eerst geplaatst op de website van de BBC. Het werd vrijwel direct daarna opgepikt door de NY Post, de Jerusalem Post (J-Post) en een aantal websites. De J-Post van 27 november (https://www.jpost.com/archaeology/have-archaeologists-found-jesuss-childhood-home-in-nazareth-650349) gaat er het uitgebreidst op in. Ik heb de auteur van het stukje gemaild, en zij (Hannah Brown) meldt mij dat de bron het recent verschenen boek van Ken Dark (The Sisters of Nazareth Convent) is. Het verscheen in september dit jaar, zag ik op de website van de universiteit in Reading. Hoofdstuk 9 van het boek heeft als titel: ‘Is this the house of Jesus?’ Ook Kerknet vond het dus interessant genoeg om er melding van te maken. In Nederland blijft het vooralsnog stil. Hier is men druk met het ombouwen van kerken tot cafés en biljartzalen.
    Dark claimt in het artikel in de J-Post overigens niets, maar schuurt er wel tegenaan, conform het adagium: absence of evidence is no evidence of absence. Hannah Brown tekent op uit de mond van de geleerde: “I haven’t said that this was certainly the ‘house of Jesus,’ just that it was probably the structure believed by Christians from the fourth century at latest to be that house, and that there is no archaeological reason why that identification is necessarily impossible.”
    Kerknet meldt verder dat ‘meer onderzoek nodig is’. Ook dit is vrees ik serieus nieuws. In de J-Post is het archeoloog Yardenna Alexandre die daarom vraagt: “She said that while Dark’s conclusion was interesting, further research was needed to confirm it.” En dat is wat Kerknet.be meldt in haar bericht: ‘Volgens Israelische archeologen is er meer onderzoek nodig voor een correcte datering.’ Dat doet vermoeden dat Kerknet.be het bericht in de J-Post (deels) als bron heeft. De auteur ervan heeft echter (nog) niet gereageerd.
    En waarom de vondst zo uitgebreid in de Jerusalem Post staat? Ik vermoed – maar dat is pure speculatie – dat men (Alexandre?) in Nazareth hoopt op grote hoeveelheden pelgrims, zodra vaccinaties dat mogelijk maken. En met de pelgrims komen dan vanzelf de creditcards.
    .

Reacties zijn gesloten.