2. Het belang van de Oudheid

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het tweede van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Die vraag, “Waarom is die Oudheid belangrijk?”, keert steeds terug. Waarom moeten ondernemers hun bouwprojecten stilleggen bij archeologische vondsten? Waarom leren kinderen aan een gymnasium oude talen? Wat moet de staatssecretaris van Cultuur met musea vol opgegraven potten en pannen?

Er zijn verschillende antwoorden. Soms lees je dat in de Oudheid iets is ontstaan dat voor ons nog steeds belangrijk is. Het tijdperk is de bakermat van onze eigen beschaving, heet het dan. Deze sociaalwetenschappelijke claim over een eeuwenlange continuïteit wordt zelden beschreven met het daarvoor ontwikkelde en noodzakelijke sociaalwetenschappelijk instrumentarium. De claim is dus zinledig.

Classici willen het belang van de Oudheid nog weleens onderbouwen door erop te wijzen dat zaken die momenteel actueel zijn – populisme, epidemieën, migratie… – er al eerder zijn geweest. Ik begrijp niet waarom ze zoiets zeggen. We hebben over het verre verleden immers weinig informatie en dat schaarse bewijsmateriaal staat ons weinig méér toe dan de constatering dat iets wat we uit het heden goed kennen en kunnen onderzoeken, er destijds eveneens is geweest. Op de vraag “waarom klassieken?” geef je dus in feite het antwoord dat over ándere tijdvakken betere antwoorden mogelijk zijn.

Maar goed. Classici antwoorden tenminste iets. Archeologen laten zelfs dat na. Toen staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra de zojuist geciteerde vraag stelde naar het belang van musea vol opgegraven potten en pannen, was het archeologisch stilzwijgen oorverdovend. Toch is juist op deze vraag een zinvol antwoord mogelijk, namelijk dat oudheidkundige musea het empirisch bewijs tonen voor de vooruitgangsgedachte. Door de eeuwen heen zijn we welvarender geworden en daardoor hebben we de mogelijkheid verworven ethische keuzes te maken die vroeger ondenkbaar zouden zijn geweest. Zo kunnen we mensen met een geestelijke handicap een menswaardiger bestaan geven. We zijn meer mans geworden en hebben daardoor de mogelijkheid meer mens te zijn. De archeologie toont die groei in potentie.

Er is nog een ander antwoord waarom de Oudheid belangrijk is. Hoewel we uit het verre verleden hooguit dingen kunnen herkennen die we uit het heden beter kennen, is dat voldoende om althans enkele antieke denkbeelden te begrijpen. Een Romeinse landeigenaar, zo weten we, kon redeneren dat zijn vrijheid alleen mogelijk was doordat anderen onvrij waren. Wij vinden dat abject, maar het is verhelderend te kijken waarom wij anders over dingen denken dan de Romeinen. Wat maakt slavernij in onze samenleving onaanvaardbaar, terwijl het ooit normaal was – en elders nog steeds is? Zo leren we onze denkbeelden beter begrijpen. We bestuderen de Oudheid om ons eigen denken te doorgronden. “Ken uzelf,” zoals de Grieken zeiden.

Overigens kun je voor deze exercitie elke andere cultuur gebruiken. Je hoeft geen Grieks, Akkadisch, Latijn of Aramees te leren; een ticket naar Tokio of Dar es-Salaam, gevolgd door onderdompeling in de plaatselijke cultuur, volstaat om te herkennen dat je eigen ideeën samenhangen met plaats en tijd.

De oudheidkunde heeft dus enkele grote inzichten over het mens-zijn onderbouwd, zoals de vooruitgangsgedachte, en helpt bij het doorgronden van het eigen denken. Er is nog een derde reden om je bezig te houden met de oude wereld: je wordt geconfronteerd met het feit dat je heel veel niet weet.

In mijn boekje Xerxes in Griekenland heb ik gebruik gemaakt van de metafoor van de schijnwerper: de antieke auteurs richtten hun licht op wat zij belangrijk vonden en niet op wat wij zouden willen weten. Dat maakt antieke teksten minder informatief dan we willen. De archeologie is een tweede bron van informatie, maar zelfs de combinatie van antieke teksten en archeologische vondsten is onvoldoende. Het voortdurende denken over wat je niet weet en over wat je zelfs niet vermoedt – de known unknowns en de unknown unknowns – vormt een belangrijke oudheidkundige vaardigheid. Het is geen toeval dat inlichtingendiensten lange tijd oudheidkundigen rekruteerden om informatie te analyseren. Lawrence of Arabia is een opvallend voorbeeld.

[Vandaag bestaat mijn blog tien jaar. Ik maak een persoonlijke balans op. Dit stuk wordt vandaag nog tien keer vervolgd.]

17 gedachtes over “2. Het belang van de Oudheid

  1. Jort Maas

    Goed stukje. Paar gedachten:

    Archeologie als empirisch bewijs voor vooruitgang. Ja, dat is in grote lijnen wel correct. Het laat zien dat er vooruitgang was. Maar het laat ook zien dat de grootste gedeelten van onze geschiedenis gekenmerkt worden door een gebrek aan innovatie en vooruitgang. Iets dat mijn collega’s soms aanstootgevend vinden, want ieder object is volgens hen ‘uniek’ en ‘bijzonder’. Feit blijft echter dat om verschillende redenen de stroomversnelling naar echte verbetering pas laat op gang kwam. Met veel valse starts. We moesten het eeuwen doen met weinig verschillende schrabbers en bijlen. Niet dat die niet interessant kunnen zijn, maar we moeten dan niet het bredere perspectief verliezen. Wat als Babbage bijvoorbeeld wel zijn machine had gebouwd? Of de Ionische school niet was doodgebloed?

    Vanuit de Verlichtingsgedachte is er ook een goede case te maken om je als cultuur/samenleving in verschillende vakgebieden te verdiepen omdat ze intrinsiek interessant zijn. Dat iets nut (vaak bedoeld men economisch) moet hebben is een verarming van onze cultuur en een verloochening van de Verlichtingsgedachte. Daarnaast staat het vooruitgang in de weg.

    Elke generatie heeft de kans en het voorrecht om de geschiedenis opnieuw te ontdekken en daarmee het contrast te zoeken met hun huidige situatie of om te kijken en begrijpen hoe iets tot stand kwam. Wanneer iets fout gaat is het eerste dat we doen terugkijken om te begrijpen. Vertel mij dus niet dat het verleden niet relevant is, en een ieder die dat wel doet heeft m.i. geen grip op een belangrijk stukje werkelijkheid.

  2. Frans Buijs

    Grappig. Ik was met iemand in het RMO en die trok precies de tegenovergestelde conclusie, namelijk dat de hele beschaving nauwelijks geëvolueerd is. Duizenden jaren geleden konden ze al de prachtigste dingen maken.

  3. Sara

    Voor mij is de oudheid een essentieel onderdeel van de Geschiedenis van de Mensheid. Proberen een antwoord te geven op vraagstukken zoals het ontstaan van godsdienst, politiek, krijgskunde, ontwikkeling van landbouw, steden.
    Als de mens zijn geschiedenis verliest door die niet meer te bestuderen, raakt hij zijn ziel kwijt, oftewel zijn menselijkheid.

  4. FrankB

    “de vooruitgangsgedachte”
    Onlangs nog door SaskiaS kristalhelder gemaakt toen ik pseudojeremieerde over de uitschakeling van Oranje door Tsjechië.

    @FransB: “de hele beschaving nauwelijks geëvolueerd is”
    Dat hangt er maar van af op welke aspecten we het meeste letten. Als iemand alleen op “de prachtigste dingen” let, nee, dan is er geen vooruitgang geboekt.

    @Sara: “Voor mij is de oudheid een essentieel onderdeel van de Geschiedenis van de Mensheid.”
    +1. Geschiedkunde – dwz. vanaf de Oerknal tot wij, nu, die op onze toetsenborden zitten te tikken – is de wetenschappelijke versie van het Grote Verhaal. Mensen hebben daar een onlesbare behoefte aan. Oudheidkundigen enz. dragen daar aan bij.

    1. Frans Buijs

      Dat was ook mijn antwoord: we houden tegenwoordig geen gladiatorengevechten en slaven meer. En dat je in een museum naar mooie dingen kijkt is natuurlijk niet raar.

      1. Wie houdt er geen slaven meer? In de VS leasen ze gevangen aan bedrijven, of dat geen slavernij is? Hetzelfde geldt voor heel veel arbeidscontracten waar de ‘werknemers’ ooit meer onderuit kunnen.

  5. Rob Duijf

    ‘“Ken uzelf,” zoals de Grieken zeiden.’

    ‘γνῶθι σεαυτόν’, ‘gnōthi seauton’ schijnen een halfdozijn Grieken te hebben gezegd. In het Latijn: ‘Nosce te ipsum’.

    Mooi hoor. Maar wat is dat nu eigenlijk, ‘zelfkennis’?

      1. Rob Duijf

        Metadata waarvan?

        We kunnen het hele lichaam anatomisch uit elkaar sleutelen, we kunnen het brein in zeer dunne coupes snijden, maar geen spoor van een ‘zelf’…

        Als we iets niet waarnemen, dan wil dat natuurlijk nog niet zeggen dat dat iets niet bestaat, al is daar geen enkele objectieve aanwijzing voor. Het is wel merkwaardig dat we kennis menen te hebben over iets dat niet waarneembaar is. Laat staan dat dat iets niet bestaat. En toch zijn er boeken vol geschreven over zelfkennis; je kunt er je hele leven mee vullen, zonder feitelijk een spat wijzer te worden…

        1. Jort Maas

          Tja, zelf is de informatie in het brein. Die ga je niet vinden met een reductionistische scalpel. ‘Zelf’ is inderdaad een nogal glibberig concept. Ik geloof in ieder geval niets van ‘Carthesiaanse Theaters’ etc.

          1. Rob Duijf

            Goed punt. Als dat zo is, wat is dan de aard van die informatie? Is het aangeboren of is het aangeleerd? Als het is aangeboren, dan is het natuur. Als het is aangeleerd, dan is het kennis.

            Geloven moet je sowieso niets. Alleen feiten tellen. Maar dat hoef ik jou niet te vertellen. Toch?

            1. Jort Maas

              Allebei. Maar in tegenstelling tot dieren, waar veel gedrag in de genen is vastgelegd, zijn wij daarvan bevrijd. Daarnaast ben ik het met je eens dat ‘geloven’ niet zo’n gelukkige uitdrukking was. ‘Denk’ was beter geweest. Maar ‘feiten’ denk ik misschien anders over dan je verwacht. Alle kennis is eigenlijk een tentatieve hypothese. Mensen hebben het heel snel en heel makkelijk over ‘de feiten’ alsof zij toegang zouden hebben tot de ultieme waarheid. De geschiedenis heeft ons vaak laten zien dat het ingewikkelder is. Ooit was Copernicus het laatste woord. Toen Newton. Daarna Einstein. En ook Einstein had niet het laatste woord. Je ziet, ik ben voorzichtig met feiten, maar ik zal niet loslaten dat er een objectieve waarheid bestaat waar we iets over kunnen leren.

            1. Jort Maas

              De ervaring die het brein voor je maakt op basis van het bestaande netwerk en huidige input. Ik voel wel wat voor de ideeen van Dennett. Er is geen klein mannetje in je hoofd die je ‘eigenlijk bent’. Het is processen ‘all the way down’. Bewustzijn is hoe het voelt om zo’n proces te zijn. Maargoed, hier is nog heel veel onbekend.

Reacties zijn gesloten.