3. De waarde van de humaniora

(Dit plaatje moet verplicht altijd staan bij stukjes over de geesteswetenschappen.)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het derde van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Als de oudheidkunde ons inzicht geeft in onze denkbeelden en als ze ons leert letten op wat we niet weten, is ze in feite een pedagogisch programma. Dat is een wat zware term, maar in de zin dat ze ons vaardigheden voor het leven bijbrengt, is er zeker een vormend aspect. Uiteraard geldt dit ook voor andere wetenschappen.

Er zijn hier nog meer zware termen te gebruiken die mooie gedachten uitdrukken. Het “goede, schone en ware” bijvoorbeeld. Het idee dat de kennismaking met dit drietal een mens méér mens maakt, staat bekend als “humaniora”, terwijl het proces van kennisverwerving bekendstaat als “Bildung” ofwel algemene vorming.

Wat ik beschrijf is het aloude humanistische ideaal dat mensen die zich laafden aan het goede, schone en ware, betere burgers werden die de samenleving hielpen verbeteren. In deze visie was onderwijs niet alleen een studie om kennis op te doen, maar vorming: de leerling leerde plezier beleven aan het verwerven van kennis en kon daardoor zichzelf later verder verrijken. Je leerde leren, je ging positief staan tegenover kennis.

Dit zijn natuurlijk nogal onmodieuze ideeën in een land waar onderwijs op de rijksbegroting staat als kostenpost in plaats van investering. Ik weiger de oude ideeën echter belachelijk te vinden en voeg eraan toe dat het mooiste van kennis is hoe ze mensen verbindt.

Het doel van wetenschap is immers om inzichten te verwerven die voor zoveel mogelijk mensen zo waar mogelijk zijn. De empirische onderbouwing van de vooruitgangsgedachte is dezelfde voor Australiërs, Colombianen en Polen. Kennis verbindt ook de diverse generaties. Wij hebben toegang tot meer kennis dan onze ouders, die weer beschikten over meer informatie dan onze grootouders, terwijl onze kinderen weer meer kunnen weten dan wij en ingehaald zullen worden door hun kinderen. Onze groeiende kennis is een manier om ons individuele zelf te overstijgen en als collectief de eeuwigheid aan te raken.

Ik beweer niet dat we alles volmaakt doen of dat we als mensheid nooit iets vergeten. Maar we krijgen steeds meer vat op de werkelijkheid en we kunnen, zoals gezegd, ethische keuzes maken die vroeger ondenkbaar waren. Er is niets mis met deze verheven idealen, behalve dan dat ze in de praktijk wel tegenvallen moeten.

[Vandaag bestaat mijn blog tien jaar. Ik maak een persoonlijke balans op. Dit stuk wordt vandaag nog negen keer vervolgd.]

Een gedachte over “3. De waarde van de humaniora

Reacties zijn gesloten.