2. Het belang van de Oudheid

Wat de Oudheid zou moeten zijn (Rijksmuseum, Amsterdam)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het tweede van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Die vraag, “Waarom is die Oudheid belangrijk?”, keert steeds terug. Waarom moeten ondernemers hun bouwprojecten stilleggen bij archeologische vondsten? Waarom leren kinderen aan een gymnasium oude talen? Wat moet de staatssecretaris van Cultuur met musea vol opgegraven potten en pannen?

Er zijn verschillende antwoorden. Soms lees je dat in de Oudheid iets is ontstaan dat voor ons nog steeds belangrijk is. Het tijdperk is de bakermat van onze eigen beschaving, heet het dan. Deze sociaalwetenschappelijke claim over een eeuwenlange continuïteit wordt zelden beschreven met het daarvoor ontwikkelde en noodzakelijke sociaalwetenschappelijk instrumentarium. De claim is dus zinledig.

Lees verder “2. Het belang van de Oudheid”

Misverstand: Bakermat

 

In Damascus wordt deze stadspoort aangewezen als de plaats waar Paulus ooit over de muur wist te ontsnappen. Weererkers zijn een middeleeuwse uitvinding en deze poort stond er niet in de eerste eeuw.

Misverstand: Het Nabije Oosten is de bakermat van onze religies, het westen van onze rationaliteit

Een van de slagzinnen waarmee het Syrisch verkeersbureau toeristen probeert te trekken, is dat Syrië de ‘cradle of faith’ zou zijn geweest, de bakermat van de religies. Het werkt: elk jaar komen er duizenden westerse christenen naar Damascus om de plek te zien waar de vrienden van de apostel Paulus hem in een mand over de stadsmuur lieten zakken om hem te laten ontsnappen. Op loopafstand drommen Iraanse pelgrims samen bij het graf van Hosseyn, de derde imam. Veel van die religieuze sites zijn van een bedenkelijke authenticiteit: het erkertje waaruit Paulus zou zijn neergelaten dateert bijvoorbeeld uit de Middeleeuwen.

Maar er is een wezenlijker probleem met het religieuze toerisme naar het Midden-Oosten. Om het te begrijpen moeten we tweehonderd jaar terug, naar Berlijn. Daar werd aan het begin van de negentiende eeuw een nieuwe universiteit gesticht waarin het wetenschappelijk bedrijf op een vernieuwende manier werd georganiseerd. De discipline van de oude geschiedenis raakte daarbij verspreid over twee afdelingen: de historicus die Griekenland en Rome wilde bestuderen, moest eerst Grieks en Latijn leren en kwam zo terecht bij de subfaculteit van de klassieke talen; de historicus die zich op het Nabije Oosten richtte, moest Hebreeuws of Arabisch leren en kwam terecht bij Semitische talen. Wat eeuwenlang samen bestudeerd was geweest, raakte zo gescheiden – en niet alleen in Berlijn, maar overal waar dit organisatiemodel werd overgenomen.

Lees verder “Misverstand: Bakermat”

NWA | Westerse cultuur

Sommige open deuren moet je gewoon intrappen. Ik zou u teleurstellen als ik schreef over westerse cultuur zonder u te trakteren op dit belegen grapje.
Ik zou u teleurstellen als ik schreef over westerse cultuur zonder u te trakteren op dit belegen grapje.

In mijn reeks rond de vragen van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) vandaag een kwestie die mij zelf buitengewoon boeit:

Wat is de oorsprong van de Westerse cultuur?

Antwoorden zijn er momenteel niet. Een van de deelvragen stond al op de vorige Wetenschapsagenda, die van 2011, en dat wil zeggen dat dit een erkend wetenschappelijk vraagstuk is. Onoplosbaar als de kwestie is, kan ik wel de contouren schetsen van het probleem. In de eerste plaats is er de vraag wat een cultuur is. De beroemde definitie van E.B. Taylor, de vader van de culturele antropologie, luidt als volgt:

Culture, taken in its wide ethnographic sense, is that complex whole which includes knowledge, belief, art, morals, law, custom, and any other capabilities and habits acquired by man as a member of society.

Deze mooie definitie, waarvan ik me nog herinner dat die indruk op me maakte tijdens mijn antropologiecolleges, brengt het probleem met zich mee dat je een cultuur beschrijft als een kolossale verzameling elementen – laten we zeggen 100.000 – terwijl die voortdurend veranderen. Hoe lang kun je dan nog spreken van dezelfde cultuur? Niemand zal zeggen “bij 99.999”, maar wat denk je van “bij 98.000”? (Een Vlaming, die nauwelijks verschilt van een Nederlander, zal zich niet snel rekenen tot de Nederlandse cultuur.) Het zou helpen als we onderscheid konden maken tussen cultuurelementen die zó belangrijk zijn dat we ze absoluut niet kunnen missen en cultuurelementen die wat minder cruciaal zijn.

Lees verder “NWA | Westerse cultuur”

Culturele eerstes

gobekli_tepe_05_er
Göbekli Tepe

Wie in de achttiende eeuw zou hebben gevraagd waar de beschaving vandaan kwam, zou hebben kunnen rekenen op verbaasde reacties: uit Mesopotamië natuurlijk! De Bijbel was daarover immers duidelijk: de eerste hoofdstukken van de Bijbel spelen in de Hof van Eden, op de vlakte van Sinjar en in de stad Harran. Ook de steden Babylon en Ur, die wat zuidelijker liggen, worden vermeld. De vroegste mensen hadden gewoond in Mesopotamië en waren daar hun paradijselijke superioriteit kwijtgeraakt. Uitzwervend over de wereld waren ze gedegenereerd.

Je zou in de achttiende eeuw ook een ander antwoord hebben kunnen krijgen, dat een andere definitie van beschaving veronderstelt. Sinds de Renaissance was men van mening dat het vooral Rome was geweest waar de wereldgeschiedenis een sprong voorwaarts had gemaakt. Daar was getoond hoe je efficiënt moest besturen, mooie kunst kon maken, goed kon schrijven. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond een derde theorie: toen kregen de Grieken de reputatie als eersten het stadium van primitiviteit te hebben verlaten en dat der beschaving te hebben bereikt. Griekenlands voortreffelijkheid werd vooral verkondigd door J.J. Winckelmann, en ook al was zijn verklaring stapelgek, dit idee bleef nog enige tijd in zwang. Het scheelde weinig of de Griekse originaliteit zou zijn vastgelegd in de preambule van de Europese Grondwet, en dat zou dan even absurd zijn geweest als de wet waarmee Indiana de waarde van pi wilde vastleggen.

Lees verder “Culturele eerstes”

Rome en wij

Zomaar een Romein (Antikensammlung, Munchen)

U kent de scène uit Life of Brian. Een anti-Romeinse verzetsgroep, het Volksfront van Judea, is in vergadering en de voorzitter herinnert eraan dat de Romeinen de bevolking onderdrukken en niets goeds tot stand brengen. Dan volgt de beroemd geworden retorische vraag “What have the Romans ever done for us?”, waarop meteen iemand antwoordt dat de bezetter een waterleiding heeft aangelegd. Nadat iedereen zaken heeft genoemd die de Romeinen wél hebben gedaan, herhaalt de voorzitter zijn vraag in iets aangepaste vorm:

All right… but apart from better sanitation and medicine and education and irrigation and public health and roads and a freshwater system and baths and public order… what have the Romans done for us?

Lees verder “Rome en wij”

‘What have the Romans ever done for us?’

Het aquaduct van Tyana

Het is vermoedelijk een van de bekendste scènes uit Monty Python’s satire op religieus leven, Life of Brian: de Joodse opstandelingen die hun verzet tegen de Romeinen proberen te rechtvaardigen. ‘Wat hebben de Romeinen nou ooit gedaan voor ons?’, vraagt de leider retorisch.

Totaal onverwacht geeft iemand een antwoord: ‘De waterleiding’, waarna anderen de riolering, wegen, een irrigatiekanaal, gezondheidszorg, wijn en het badhuis noemen. De leider geeft het allemaal toe, maar blijft bij zijn punt:

But apart from better sanitation and medicine and education and irrigation and public health and roads and a freshwater system and baths and public order… what have the Romans done for us?

Lees verder “‘What have the Romans ever done for us?’”