Caesar dictator

Marcus Lepidus (British Museum, Londen)

Als ik u zeg dat het ergens in oktober was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar september 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

In zijn Commentaren op de Burgeroorlog vertelt hij het zelf. Hij was vertrokken vanuit Tarraco , waar hij een landdag had voorgezeten, en op weg gegaan richting Marseille. Zijn kolonels Decimus Brutus en Gaius Trebonius waren nog steeds bezig met het beleg van de havenstad. Eenmaal aangekomen

vernam Caesar dat [in Rome] een wetsvoorstel was ingediend om een dictator te benoemen, en dat praetor Marcus Lepidus hem als dictator had aangewezen.

Dictator

De benoeming tot dictator, d.w.z. een buitengewoon magistraat met absolute bevoegdheden, is een van de beslissende momenten in Caesars loopbaan. Zoals we al eerder constateerden was zijn commando over een groeiend aantal legioenen gebaseerd op zijn gouverneurschap over de Povlakte en de door hem veroverde gebieden van Gallië. Dat hij met een leger actief was geweest in Italië, de Provence en de twee Spaanse provincies was ronduit onrechtmatig. Caesar kon tegenwerpen dat het ook onrechtmatig was geweest dat de Senaat hem niet op de gebruikelijke wijze had laten meedingen naar het consulaat, maar met een jijbak rechtvaardigde hij zichzelf natuurlijk niet voldoende. (Overigens heet een jijbak ook weleens tu quoque. Het zijn de woorden die Caesar stervend zou hebben gesproken, alsof het mogelijk zou zijn te spreken met drieëntwintig dolken in je bast.)

De benoeming tot dictator bood een vorm die in elk geval voor het moment constitutioneel oogde. Maar was de benoeming zélf wel legaal? De magistratuur was eigenlijk wat uit de tijd. In de vijfde, vierde en derde eeuw was het niet ongebruikelijk geweest zulke crisisbestuurders aan te stellen; later had de Senaat bedacht dat je ook de consuls wat extra bevoegdheden kon geven.  Dat was het zogeheten “uiterste Senaatsbesluit”. Sulla had de oude magistratuur afgestoft om de staatsinstellingen te herzien. Zoiets wilde ook Caesar doen. De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos vermeldt na de benoeming in een adem door enkele hervormingen. Het precedent was er.

De eeuwige dictatuur

Maar dat zegt niet alles. In de ideale situatie wees een van de consuls, al dan niet op verzoek van de Senaat, de dictator aan. De consuls en een deel van de Senaat waren in de zomer van 49 v.Chr. echter op de Balkan, bezig om met Pompeius een leger op te bouwen voor de strijd tegen Caesar. Omdat degenen die het eigenlijk hadden behoren te doen, er niet waren, wees een praetor Caesar aan als dictator. Een noodsituatie vroeg om een noodsprong, zal men hebben gezegd, gemakshalve vergetend dat Caesar die noodsituatie had helpen veroorzaken.

De nieuwe dictator had geen alternatief dan de dictatuur. Weliswaar zou hij zich nog eens de koningskroon laten aanbieden, maar het koningschap bleek onaanvaardbaar. Dat hij geen vorm vond om zijn alleenheerschappij echt goed vorm te geven, zou hem uiteindelijk het leven kosten.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

8 gedachtes over “Caesar dictator

  1. FrankB

    “met een jijbak rechtvaardigde hij zichzelf natuurlijk niet voldoende”
    Je drukt je terecht voorzichtig uit. Want omgekeerd geldt ook: aantonen dat een argument een tu quoque is betekent nog niet dat de conclusie van het argument fout is en het tegenovergestelde juist. Van de Engelse Wikipedia:

    1. Person A claims that statement X is true.
    2. Person B asserts that A’s actions or past claims are inconsistent with the truth of claim X.
    3. Therefore, X is false.

    Het probleem zit in bewering 3. Vervang die door iets als “A heeft geen recht van spreken” of “bewering X is correct, maar niet langer relevant” en de Tu quoque hoeft geen drogreden meer te zijn. Wat weer niet betekent dat persoon B gelijk heeft.

    Je timing is weer voortreffelijk. Want uit dit stukje valt een les te trekken (en ik mag dat als amateur lekker wel): procedures zijn niets waard als de betrokken partijen excuses vinden die aan de kant te schuiven (geheel toevallig altijd in het eigen voordeel); discussies over correcte procedures halen in zulke situaties nooit iets uit en zijn tijdverspilling. Ze dienen alleen maar tot moddergooien en verantwoordelijkheid afschuiven.
    Heel actueel in de Ndlse politiek dit jaar.

  2. “alsof het mogelijk zou zijn te spreken met drieëntwintig dolken in je bast”

    Messteken zijn geen ‘dolken in je bast’ en ondanks Hollywood is het mogelijk om messteken te overleven. Zeker als die door een stelletje onhandige en angstige politici worden toegediend – van de 60 ‘heren’ weten we maar van 23 messteken. We weten ook dat er slechts één van die messteken dodelijk was. JC zou theoretisch nog wel een scherpe redevoering hebben kunnen afsteken voordat die steek zijn aorta raakte.

    “tu quoque [..] de woorden die Caesar stervend zou hebben gesproken”

    Onzin. Jona weet ook heel goed dat JC’s laatste woorden Grieks waren: “καὶ σύ, τέκνον” 🙂

  3. Anna Minis

    De moord op Caesar is een bloedstollend verhaal. Onze (overigens voortreffelijke ) leraar Grieks droeg het op zeer dramatische toon voor: ”stervend zeeg Caesar neer..zijn laatste woorden: Toi aussi, mon enfant”…en hij begreep niet waarom wij zo hard zaten te lachen.

  4. Jeroen

    Ik heb nooit ingezien waarom Caesar’s toegedichte woorden (even afgezien van het feit of hij ze nou wel of niet daadwerkelijk geuit heeft) nu een jij-bak zouden zijn (ookal stamt het daarvan af).
    Ik heb ze altijd meer opgevat als uiting van verrassing (“Jij ook al??), en niet van een beschuldiging…

    1. Karel van Nimwegen

      “Kai su” is geen verbijsterde uitroep, maar een aankondiging, zoals we uit tal van grafschriften kennen. “Cras tibi.” “Heden ik, morgen gij.”

Reacties zijn gesloten.