De eerste filosofen (5): Herakleitos

Herakleitos (Nationaal Archeologisch Museum, Napels)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

De kluizenaar uit Efese

De filosoof Herakleitos minachtte de hele mensheid. Hij leefde het liefst in eenzaamheid, als kluizenaar. Hij schreef een of meerdere boeken, maar die zijn helaas verloren gegaan. Net als eigenlijk alle voorsocratische boeken kennen we hem uitsluitend via citaten bij latere schrijvers.

Zijn tijdgenoten noemden Herakleitos onnavolgbaar, omdat hij zich bediende van korte, cryptische uitspraken. “’s Mensen karakter is hun lot” is niet meteen een toegankelijk citaat. Van zijn tijdgenoten kreeg hij daarom de bijnaam ‘de Duistere’.

Herakleitos leefde in Efese, een Griekse stad niet ver van Milete, ook aan de westkust van Turkije. Hij leefde daar net als de eerder besproken filosofen in de zesde eeuw voor onze jaartelling, maar dan in het staartje van die eeuw.

Tegenstellingen

Net als Anaximandros gaat ook Herakleitos uit van tegenstellingen. Die ontstaan uit elkaar. Zo ontstaan warmte en koude volgens hem altijd tegelijkertijd. Zonder warmte kan er immers geen koude bestaan, en zonder koude geen warmte. Ook kan zonder donker geen licht bestaan, en zonder licht geen donker.

Waar Anaximandros deze theorie echter alleen toepaste op de fysische wereld, trekt Herakleitos haar door. Ook boven en beneden kunnen niet zonder elkaar bestaan. Een trap naar boven is immers precies hetzelfde als een trap naar beneden, afhankelijk van waar je staat.

En zo zijn ook de onstoffelijke zaken, zoals goed en kwaad, zaken die volgens Herakleitos slechts bij gratie van elkaar kunnen bestaan. ‘Goed en kwaad zijn één,’ zegt hij. Zonder goed bestaat geen kwaad, en zonder kwaad geen goed.

Oorlog is de moeder van alle dingen

Volgens Herakleitos ontstaat bovendien alles uit strijd. Het is door de botsing, door de afstoting en door het ‘uit elkaar scheuren’, dat er zaken ontstaan. Alle verschijnselen bestaan immers uit tegenstellingen.

Oorlog is volgens Herakleitos noodzakelijk om dingen te laten bestaan. Hij stelt dat strijd niet vernietigend is maar juist scheppend, want zonder strijd kan er geen leven of werkelijkheid zijn.

Rust bestaat niet. Herakleitos merkt op dat alles altijd in beweging is. Van hem is de beroemde uitspraak panta rhei: alles stroomt. Niemand kan zich daarom twee keer in dezelfde rivier baden. De tweede keer is niet alleen de rivier veranderd, ook de mens zelf is veranderd. Niets blijft hetzelfde. Werkelijke stilstand bestaat niet. Alle vastigheid is een illusie.

Vuur

Net als zijn voorgangers stelt ook Herakleitos dat er een oerelement moet zijn. Voor hem was dit het vuur. Alles ontstaat uit het vuur en keert ernaar terug.

Een begin van de wereld was er volgens Herakleitos niet. Aan het begin staat het vuur, maar dat vuur is er altijd geweest. Aan het eind van alles staat weer het vuur, en daarna kan alles opnieuw beginnen. Er is geen begin of einde der tijden. Ook het vuur is geen staat van stilstand.

Toch is er iets dat nooit verandert

Achter al dit vuur van het voortdurende komen en gaan van dingen zit echter iets dat blijvend is, stelt Herakleitos. Alles verloopt volgens een vaste orde, volgt vaste natuurwetten, in een vast proces waarin de tegenstellingen zich ontwikkelen. Deze wet noemt hij de logos, die hij ook wel aanduid als ‘God’.

Daarmee doelt hij dus niet op een God zoals wij die nu vooral via het christelijke geloof kennen. Het is geen scheppende of oordelende God, geen God van het hiernamaals en geen God die naast de wereld staat. God is de natuurwet volgens welke de strijd van het bestaan zich ontwikkelt, het is de wereldziel volgens welke alles verloopt: God is de Natuur.

Hier zien we een eerste invulling van het godsbegrip waar Xenofanes wellicht op doelde: de alomvattende God, die hij tegenover de Griekse goden stelde waar hij zich zo vrolijk over maakte.

Deze natuurwet, deze logos, is volgens Herakleitos de werkelijke heer en meester over de mens én de al te menselijke goden. Om een wijze te worden, moeten we deze God leren kennen, en ons leven ernaar proberen in te richten. Dat kan, omdat wij ook een deel van deze logos in onszelf hebben. We zijn er immers zelf deel van! Het kennen van de wereld kan dus via en door onszelf.

Herakleitos en India

In oosterse religies vinden we veel van deze ideeën terug. Dat de wereld te kennen zou zijn via introspectie is een gedachte die we zullen terugzien als we de Indiase religie zullen bekijken. Ook in het idee van een eeuwig ontstaan en vergaan weerklinkt het cyclisch denken van het oude India. Het idee dat alles stroomt vinden we letterlijk terug in het boeddhisme.

De kennisuitwisseling van de Grieken met India was in die tijd echter uiterst gebrekkig. Als er al invloed was, moet de kennis naar Griekenland zijn gekomen via het oude Perzië. Het is daarom zeker niet onmogelijk dat Herakleitos alles helemaal zelf bedacht heeft, in zijn lange periodes van afzondering.

Een invloedrijk type

Kluizenaar of niet, Herakleitos heeft nogal wat invloed gehad op de filosofie na hem. Van de Griekse filosofen hebben vooral de stoïcijnen veel geërfd van Herakleitos. Die hebben met name het idee van het bestaan van één logos overgenomen, volgens welke men moet leven om in harmonie te komen met het bestaan.

Ook het denken in tegenstellingen heeft navolging gekregen. We vinden het vooral terug in de dialectiek van de achttiende-eeuwse filosoof Georg Hegel, die op zijn beurt weer een grote invloed had op Karl Marx, met zijn idee van de menselijke geschiedenis als een product van de strijd der klassen.

Er zijn zelfs mensen die zeggen dat Herakleitos’ visie doorklinkt in het darwinisme en het sociaal darwinisme, waarin wordt uitgegaan van de scheppende kracht van de struggle for life. Maar belangrijk is te beseffen dat volgens Herakleitos de noodzaak van oorlog niet alleen geldt voor levende organismen. Het geldt voor alles wat bestaat. Daarmee is zijn filosofie fundamenteel anders dan de evolutiefilosofie. Hij is veelomvattender.

Herakleitos’ verheerlijking van de strijd als scheppende kracht sprak ook de negentiende-eeuwse filosoof Friedrich Nietzsche bijzonder aan. Nietzsche was zelfs zo’n grote fan van Herakleitos dat hij hem ‘de laatste grote filosoof’ noemde. Of althans: de laatste grote filosoof vóór hem, Nietzsche, zelf.

Verder is Herakleitos met wat welwillendheid te zien als voorloper van de dieptepsychologie. Niet alleen claimt hij dat hij zichzelf heeft doorvorst, hij beweert ook dat de ziel van de mens onbegrensd en dus peilloos is. Hoe diep je ook in de ziel doordringt, de bodem zal je niet vinden. Dit denkbeeld vinden we letterlijk terug bij Nietzsche en Freud.

Zo zien we dat veel ideeën van relatief moderne denkers hun fundament vinden in het denken van de zesde eeuw voor onze jaartelling, toen de mensen in Europa nog slechts samenleefden in kleine stadjes, en echte staten of zelfs maar wegen om de steden te verbinden nog niet bestonden.

Morgen komen we Herakleitos’ belangrijkste concurrent tegen.

[Deze reeks, oorspronkelijk gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net, is gebaseerd op het boek De wereld vóór God, dat een introductie biedt tot de filosofische stromingen van de oude wereld. Het hele boek is hier te bestellen.]