
Net als eind 2022 gebruik de laatste blogjes van het jaar om uw vragen te beantwoorden. In het vorige stukje beantwoordde ik twee vragen over taal; hier zijn er weer twee.
Waarom spreken we van Aramese talen en Latijnse dialecten? Is er zoveel verschil?
Ook voor deze vraag moest ik advies inwinnen bij Gert Knepper. Die herinnerde me eraan dat als je het hebt over een dialect, je het impliciet ook hebt over een standaardtaal of een gemeenschappelijke moedertaal.
Bij het Latijn is de moedertaal tegelijk de standaardtaal en ook nog heel goed bekend. Na het Grieks en het Akkadisch is het Latijn immers de derde taal uit de Oudheid, en er is in de Middeleeuwen nog een veelvoud toegevoegd aan het Latijnse corpus. Het is logisch dat we varianten van een zo goed bekende standaardtaal aanduiden als dialecten.
Bij het Aramees is de situatie heel anders. Om te beginnen was er nooit een echte standaardtaal, zelfs al heeft er zoiets bestaan als het kanselarij-Aramees dat bekend is vanaf de Assyrische tijd. Dat is echter nooit het enige Aramees geweest zoals er wel een klassiek, Ciceroniaans standaard-Latijn is geweest. Bovendien is er geen moedertaal bekend, als die er überhaupt al is geweest. Er is dus minder dat de diverse soorten Aramees verbindt, en daarom spreken we van Aramese talen.

Zijn we inmiddels in staat om alle teksten in het Lineair-A, Lineair-B en het Etruskisch te lezen en – vooral – te begrijpen?
Onbekende talen spreken altijd tot de verbeelding. En gelukkig is het allemaal niet zo deprimerend als wel wordt gedacht. Anderhalf jaar geleden is nog het Lineair Elamitisch ontcijferd. Er is gestage vooruitgang.
Lineair-B, een schrift uit de Late Bronstijd dat we kennen van Kreta en het Griekse vasteland, is gebruikt geweest om Griekse administratieve teksten te schrijven. Er zijn ongeveer 7000 tekstjes bekend, voldoende om het te kunnen lezen en begrijpen. Hier is een superleuk filmpje.
Het Lineair-A kennen we overwegend van tabletten op Kreta, is ontstaan in de Midden-Bronstijd en is vooralsnog onontcijferd. Het probleem is hier vooral dat er te weinig teksten zijn: ongeveer 1500. Zelfs als we een correcte vertaling hebben, kunnen we dat niet weten omdat er onvoldoende controlemateriaal is. Dat gezegd zijnde, allerlei tekens zijn overgenomen in het Lineair-B, en we mogen aannemen dat die tekens in het Lineair-A dezelfde waarde hebben. Er is dus een begin. Bovendien kunnen we beredeneerd gokken dat het gaat om administratieve teksten. Of het echter gaat om een soort Grieks, om een Semitische taal of om een vorm van Luwisch: we weten het vooralsnog niet.
Dat het Etruskisch een mysterieuze taal zou zijn, is een romantisch en ingeburgerd idee, maar daarom nog niet waar. We begrijpen er redelijk veel van, al blijven er vragen over. De voornaamste daarvan is die naar de verwantschap met andere talen. En het blijft frustrerend dat de langere teksten, zoals een linnen boek in het museum in Zagreb, moeilijk te begrijpen zijn. Ik behandelde de materie hier en laat het nu even rusten.
Morgen behandel ik enkele niet-talige vragen.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.