Ontcijferd: het Lineair Elamitisch

De Acropolis van Sousa, waar de meeste teksten in het Lineair Elamitisch zijn opgegraven.

Lineair Elamitisch is een schrift dat tussen pakweg 2300 en 1900 v.Chr. in gebruik is geweest in zuidelijk Iran. Laten we zeggen van Sousa in het westen via Anšan in Fars tot Kerman in het zuidoosten. Met dit schrift noteerde men een vroege vorm van het Elamitisch. Dat is een interessante taal, want ze behoort bij geen enkele bekende familie. Er is een theorie dat er een verre verwantschap is met de Dravidische talen in India, maar voor zover ik weet is daarvoor geen sluitend bewijs. De mogelijkheid tot een oostelijke achterneef van het Elamitisch maakt overigens wel dat taalkundigen geïnteresseerd kijken naar de opgravingen in Jiroft, onder Kerman, waar archeologen een heel oude stad onderzoeken. Als er een plek is waar een gedeelde voorloper gedocumenteerd zou kunnen, is het daar. Maar dan zouden de bewoners al wel in een heel vroeg stadium moeten zijn gaan schrijven.

Lineair Elamitisch

Terug naar het Lineair Elamitisch. De Franse archeologen in Sousa waren de eersten die teksten vonden in dit schrift. Dat was in 1903. Daarnaast vonden ze een pictogrammenschrift. Aanvankelijk meenden ze dat het ging om twee manieren om de oudst-bekende fase van het Elamitisch te documenteren, maar in de jaren zestig groeide het inzicht dat ze niet gelijktijdig waren geweest. Eerst was er een pictogrammenschrift, dat men gebruikte om Proto-Elamitisch te schrijven; later ontstond Lineair Elamitisch.

Onderzoekers herkennen een kleine 350 tekens, wat betekent dat het geen alfabet is, want dan zouden er twee dozijn karakters zijn geweest. Ook kan het geen lettergrepenschrift zijn, zoals het Griekse Lineair-B, want dan zouden er ongeveer honderd tekens moeten zijn geweest. Uiteraard is denkbaar dat er lokale varianten bestaan, waarbij dezelfde lettergreep op verschillende manieren geschreven kon worden. In een zo wijde regio kan in vier eeuwen wel wat variatie groeien.

De ontcijfering

Een tweetalige tekst zoals de Steen van Rosetta bestaat niet. Wat we wel hebben zijn wat ik maar even mini-bilingues zal noemen, zoals een in twee schriftsoorten genoteerde eigennaam of titel. Zo hebben onderzoekers een paar eigennamen leren lezen en twaalf tekens herkend.

Na ruim een eeuw is dat een wat mager resultaat. De verklaring is dezelfde als die voor de onmogelijkheid het Kretenzische Lineair-A te ontcijferen: de database is vrij klein en de taal niet voldoende bekend. Dat laatste betekent dat je onvoldoende herkent of een reconstructie grammaticaal correct is en het eerste betekent dat je, zelfs als je alle teksten denkt te kunnen lezen, niet weten kunt of het klopt. Desondanks kon men dankzij de twaalf karakters al wat lezen, zoals de godsnaam Napireša en de koningsnamen Eparti en Šilhaha.

De onderzoekers hadden echter een geweldige troef. Ze wisten om welke taal het moest gaan: Elamitisch. Maar ook hier lag een complicatie. Terwijl latere fasen van die taal, die ik gemakshalve “klassiek” noem, redelijk bekend zijn, is de vroege vorm nog niet zo goed bekend.

Doorbraak

In 2018 kwam er een uitbreiding van het databestand toen in Kam-Firuz, zo’n 40 kilometer ten noorden van Anšan, acht zilveren bekers met inscripties werden gevonden. Het aantal bruikbare teksten nam nu toe van tweeëndertig naar veertig. Omdat enkele tekens al konden worden gelezen, was er een basis om verder te gaan. Onafhankelijk van elkaar konden onderzoekers Kambiz Tabibzadeh, François Desset en Matthieu Kervran in 2019 dertig nieuwe tekens ontcijferen.

Twee nieuwe onderzoekers sloten zich hierbij aan, Gian Pietro Basello en Gianni Marchesi. Een paar weken geleden publiceerden ze hun resultaten in het Zeitschrift für Assyriologie (hier; €).

While the door was unlocked in 2018 and opened in 2019, it is time now to enter the room fully and propose the near-complete decipherment of Linear Elamite.

De aanpak was, achteraf bezien, vrij simpel: vergelijk de nog niet leesbare inscripties op de zilveren bekers met wel leesbare (Sumerische, Akkadische, klassiek-Elamitische) inscripties op andere metalen bekers. Nu hebben teksten uit het oude Nabije Oosten nogal eens vrij stereotype wendingen. Het woord dat na “koning” staat, wil nog wel eens de aanduiding zijn van een land terwijl op een godsnaam regelmatig “heer van…” volgt.

Dankzij de al vastgestelde waarden kon ook de godsnaam Insušinak worden gevonden, waarop de koningsnaam Puzur-Sušinak en de stadsnaam Sušen (Sousa) volgden. Een voor een gaven tekens hun waarde prijs. En dan lezen we dus teksten als

Puzur-Sušinak, koning van Awan, zoon van Šin-pishuk: Insušinak heeft hem lief. Insušinak verwoestte de stad Hupošan, die … maakte ze tot Puzur-Sušinaks slaven en bood ze hem aan. Moge degene die in opstand komt, ten onder gaan!

Conclusies

En nu komen er conclusies. Het grote aantal tekens duidt, zoals hierboven al gesuggereerd, op regionale variatie. Inmiddels kunnen onderzoekers tweeënzeventig karakters lezen; daarmee kunnen ze ruim 95% van de inhoud van de veertig teksten ontcijferen. Van een paar karakters staat de waarde vooralsnog niet vast, zodat onduidelijk blijft of dit verschillende tekens zijn of verschillende weergaven van hetzelfde klank. Er moeten tussen de 80 en 110 karakters zijn.

De betekenis van de ontcijfering is dat het databestand van vroege Elamitische teksten nu met een stuk of veertig teksten valt uit te breiden. Daarmee valt deze taalfase beter te begrijpen. Ook mogen we hopen dat het onontcijferde Proto-Elamitisch eens zal worden doorgrond. Tegelijk: onderzoekers begrijpen het Vroeg-Elamitisch ook nu nog onvoldoende om zekerheid te hebben over hun vertalingen. De grammatica is nog onduidelijk.

Belangrijk is echter vooral dat we het Elamitisch kunnen gaan bekijken als Elamitisch. De betere gedocumenteerde, latere fasen waren geschreven in het spijkerschrift, dat was ontworpen voor het Sumerisch en vooral is gebruikt voor het Babylonisch. Dat betekent dat je bepaalde klanken niet goed kunt weergeven, ongeveer zoals het door ons gebruikte alfabet een voor ons overbodige letter bevat (de X) en ons dwingt twee letters te combineren om onze /ij/ te schrijven.

Kortom, leuk nieuws.

4 gedachtes over “Ontcijferd: het Lineair Elamitisch

  1. Huibert Schijf

    Interessant verhaal. Veel vernuftig gepuzzel en een stapje vooruitgang. Zonder voldoende grote database blijft die vooruitgang beperkt. Zonder materiële onderbouw om het Marxiaans te zeggen… Dus maar hopen dat archeologen meer teksten vinden.

  2. Buitengewoon interessant!

    Maar een lettergrepenschrift van ongeveer 350 tekens is toch niet zo heel gek? OK, het is moeilijker om 350 tekens te onthouden in plaats van 100, dus het grenst aan het onpraktische, maar het kan toch?

    Als ik naar het Nederlands kijk (pakweg 20 medeklinkers, 10 klinkers), dan heb je ruwweg 20 * 20 * 10 = 4000 mogelijke lettergrepen. Die zullen misschien niet allemaal zinvol zijn, maar het zijn er echt een hoop. Als wij ooit een lettergreepschrift hadden willen ontwikkelen, dan zouden we die 4000 ongetwijfeld versimpeld hebben tot iets hanteerbaarders.

    Dat kunnen ze in het Elamitisch ook gedaan hebben, alleen hebben ze er dan 350 overgehouden en niet 100. Vermoedelijk zijn een groot deel daarvan zeldzaam (je zegt dat je met 72 karakters 95% kunt lezen, dus dat kan aardig kloppen). Die werden misschien alleen in heel specifieke situaties gebruikt, dus niet per se een lokaal verschil. Misschien hadden de Elamieten notoir moeite met dingen weggooien…

Reacties zijn gesloten.