Faits divers (22): Boeken

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer twee boeken.

Romeinse Rijk

Eerst maar eens een boek dat ik al een tijdje geleden heb gelezen: The Roman World from Romulus to Muhammad van Greg Fisher (2022). Het is een nogal traditioneel overzicht van de geschiedenis van – u raadt het al – het Romeinse Rijk. Volmaakt is het niet; de landkaarten hadden stukken beter gekund en de nadruk ligt wel erg op generaals en oorlogen. Grotemannengeschiedenis dus.

Zulke boeken krijgen tegenwoordig soms het verwijt dat ze het patriarchaat steunen en hoewel ik de ratio van die kritiek kan volgen, vind ik een veel fundamenteler probleem dat in dit boek de relatie tussen dieperliggende processen en oppervlakkige evenementen onderbelicht is. Een historicus moet in elk geval de feiten en oorzaken zo intersubjectief mogelijk presenteren; dat resultaat kan dan later een rol spelen in andere, meer politieke discussies.

Lees verder “Faits divers (22): Boeken”

Vragen rond de jaarwisseling (2)

Mozaïek met een Aramese inscriptie (Louvre, Parijs)

Net als eind 2022 gebruik de laatste blogjes van het jaar om uw vragen te beantwoorden. In het vorige stukje beantwoordde ik twee vragen over taal; hier zijn er weer twee.

Waarom spreken we van Aramese talen en Latijnse dialecten? Is er zoveel verschil?

Ook voor deze vraag moest ik advies inwinnen bij Gert Knepper. Die herinnerde me eraan dat als je het hebt over een dialect, je het impliciet ook hebt over een standaardtaal of een gemeenschappelijke moedertaal.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”

Midden in de winternacht …

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

… ging de hemel open en God zond het kindje Jezus neder, overeenkomstig zijn geboortester, terwijl de engelen hymnen zongen. Zo staat het in Soera 97 van de koran — maar enkel en alleen zoals Luxenberg die leest. Een moeder komt hier niet ter sprake, een stal evenmin.

Kerstmis in de Koran

Chistoph Luxenberg is het pseudoniem van een Syrische christen, woonachtig in de buurt van het bijna gelijknamige groothertogdom. Hij verwierf een zekere roem met zijn Die syro-aramäische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschlüsselung der Koransprache (2000), waarin hij stelt dat de Koran geschreven is in een Syrisch-Arabische mengtaal en dat vele teksten pas begrijpelijk worden als je ze als Syrisch leest. Het beroemdst werd wel zijn opvatting dat de houri’s in het paradijs eigenlijk alleen maar witte druiven zijn. Alsof een mens daarvoor al die moeite zou doen! Zijn boek kreeg veel aandacht in de pers, werd vijfmaal herdrukt en in het Engels vertaald; en dat hoewel het alleen leesbaar is voor semitisten met kennis van het Syrisch en het Arabisch. Vlak na 9/11 kreeg de Luxenberg-these de wind in de rug, omdat veel mensen het een prima idee vonden dat ‘de islam’ eens een flink pak slaag kreeg.

Lees verder “Midden in de winternacht …”

Arabisch schrift

Inscriptie, Grieks en Nabatees, uit Petra; het Nabatese alfabet was de voorloper van het Arabisch schrift

Soms kan ik dat zo ineens hebben, dat ik ergens een opschrift zie en denk: “Die letter is mooi”. Met westerse letters heb ik dat maar zo nu en dan. Met Arabische letters heb ik dat daarentegen bijna altijd. Natuurlijk, ze lijken op vermicelli, maar wat je ook schrijft, het wordt als vanzelf kalligrafie. Alle reden dus om te gaan luisteren toen Marijn van Putten (over wiens Koranonderzoek ik al eens eerder blogde) onlangs een lezing verzorgde over de geschiedenis van het Arabische schrift.

Of beter, over de antieke wortels van het huidige Arabische schrift, want op het Arabische Schiereiland zijn vele soorten schrift ontstaan. De afgelopen tijd zijn letterlijk tienduizenden inscripties gevonden in diverse zogeheten Zuid-Semitische alfabetten. Zo hadden de oases van Tayma, Dumah en Dedan elk een eigen alfabet en kende ook Jemen een eigen schrift. De geschreven rijkdom van Arabië is een van de grote oudheidkundige ontdekkingen van de laatste tijd.

Lees verder “Arabisch schrift”

Inscripties uit Arabië

Safaïtische inscriptie (Wadi Rum)

De laatste decennia zijn er tienduizenden pre-islamitische en vroegislamitische rotsinscripties op het Arabische Schiereiland gevonden en voor een deel al uitgegeven. In tot dusver nog onbekende Semitische talen, in een verscheidenheid van alfabetten in verschillende stadie van ontwikkeling. Uitgaven van zulke inscripties zien er vaak nogal ontmoedigend uit; dat zal bij andere cultuurgebieden niet anders zijn. U kent ze misschien: veel tekstjes van één of anderhalf regeltje, veel puntje puntje puntje waar letters onduidelijk waren en tussen vierkante haken één of twee letters die de uitgever meende te kunnen aanvullen. In de tentatieve vertaling is dan bij voorbeeld te lezen dat X hier begraven ligt, of dat er iets gewijd wordt aan een bepaalde godheid.

Oude en nieuwe talen uit Arabië

Maar in de handen van specialisten zijn al die inscripties uit Arabië goud waard. Hele nieuwe talen worden er ontdekt (bijv. Safaïtisch), reeds bekende talen worden bekender, de ontwikkeling van diverse alfabetten is te volgen, handelsroutes en de verbreiding van stammen en staatjes over het schiereiland worden zichtbaar. Het is niet overdreven te zeggen dat de oude geschiedenis van Arabië door die inscripties geheel moet worden herschreven, inclusief het ontstaan van de islam. Maar het is allemaal nog zo nieuw; het zal nog even duren voordat er een handzaam geschiedenisboek op tafel ligt.

Lees verder “Inscripties uit Arabië”

Het oudste Babylon

Stèle met een afbeelding van een moeder met kind (Pergamonmuseum, Berlijn)

U kent de stad als Babylon, maar dat is Grieks. Het geeft de naam Babillu weer, een naam uit een onbekende taal. Later, toen de bewoners van Mesopotamië Semitische talen als Akkadisch waren gaan spreken, dus na pakweg 2400 v.Chr., herkenden ze er twee van hun eigen woorden in: Bab en ili, “poort der goden”. We zouden meer over de oudste fase van de stad weten, maar de resten liggen onder het grondwaterpeil van de Eufraat en opgraving is vrijwel onmogelijk. Uit schriftelijke bronnen blijkt echter dat de stad belangrijker begon te worden na de val van het rijk van de Derde Dynastie van Ur, toen de Amorieten het gebied binnenvielen en de macht overnamen in Babili.

Het rijk van Babylon

Mesopotamië assimileerde nieuwkomers eigenlijk altijd en de Amorieten waren geen uitzondering. Ze kregen weliswaar de macht maar “mesopotamiseerden”. In het eerste kwart van het tweede millennium v.Chr. verenigde Babylon, onder leiding van een van oorsprong Amoritische dynastie, het Tweestromenland. De bekendste koning van dit Oud-Babylonische Rijk is Hammurabi. Hij leefde in de eerste helft van de achttiende eeuw. Er speelt hier een fascinerende chronologische kwestie, waarover ik hier blogde. Als u geïnteresseerd bent in de pervertering van het oudheidkundig debat, is dit stukje iets voor.

Lees verder “Het oudste Babylon”

De Arabisering van de Maghreb

De grote moskee van Kairouan

Een tijdje geleden kreeg ik een vraag naar de arabisering van de Maghreb. Anders gezegd: waarom zijn de mensen in het noordwesten van Afrika Arabisch gaan spreken? Vroeger spraken ze immers Latijn en daarvoor woonden er mensen die een taal spraken die ik gemakshalve Numidisch zal noemen. Ook zijn er nog Berbers. Kortom, hoe zit het?

Ik ben geen arabist en elk antwoord dat ik geef moet met een korreltje zout worden genomen. Ik denk echter dat ik wel een paar factoren kan noemen.

Verovering

Primo, de Arabische veroveringen vormden hoe dan ook de beslissende factor. In 647 intervenieerde een Arabisch leger in een burgeroorlog in wat bekendstond als het Exarchaat van Karthago, ofwel het door de Byzantijnen op de Vandalen heroverde Afrika. Bij het huidige Sbeitla versloegen de Arabieren een opstandeling – let op: ze werkten hier samen met de Byzantijnen – en lieten zich vervolgens afkopen. Een kwart eeuw later rukten de Arabieren op tot Kairouan, en weer een kwart eeuw later (in 695 om precies te zijn) viel Karthago. De Byzantijnen heroverden de stad en verloren haar definitief in 698. Daarmee lag de weg naar het westen open. Berbers boden nog weerstand maar in 708 stonden de Arabische troepen aan de Atlantische Oceaan. Drie jaar later staken ze de Straat van Gibraltar over. Het Rijk van Toledo, centraal georganiseerd als het was, viel in één klap.

Lees verder “De Arabisering van de Maghreb”

Nieuwe oude alfabetten

Dedanitische inscriptie (Koning Saoed-universiteit, Riyad)

Ik heb al eens geschreven dat het niet de Feniciërs waren die het alfabet uitvonden, al hebben ze het wel doorgegeven aan de Grieken. Sinds het begin van de twintigste eeuw is bekend dat in de Sinaï-woestijn al alfabetisch werd geschreven in wat egyptologen de Tweede Tussenperiode noemen, tussen 1800 en 1550 v. Chr.

Primitievelingen

Nog oudere aanwijzingen voor het gebruik van iets dat alfabetisch kan worden genoemd, komen uit de Wadi el-Hol in Boven-Egypte. Daar lijken vermoedelijk West-Semitisch-sprekende arbeiders rond 1900 v.Chr. graffiti te hebben aangebracht. Je kunt je voorstellen hoe Egyptische klerken op die mensen neerkeken: wie een beetje wilde schrijven moest honderden hiërogliefen kennen, dat stelletje primitievelingen kende maar twee dozijn tekens, wat een simpelaars toch, die Aziaten konden nog niet eens een fatsoenlijk determinatief noteren.

Lees verder “Nieuwe oude alfabetten”

De eerste wereldtaal

[Vandaag een gastbijdrage van mijn goede vriend Richard Kroes, die heel veel weet van oosterse talen en wiens blog u ook eens moet bekijken.]

Vanavond is de officiële presentatie van een boek dat ik stiekem al gelezen heb: De eerste wereldtaal, de geschiedenis van het Aramees van Holger Gzella, professor Hebreeuwse en Aramese Taal- en Letterkunde in Leiden, uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep. Ik kreeg de proefdrukken toegestuurd en heb het boek direct verslonden. Aramees, dat kent u als de taal die Jezus sprak. Gzella krijgt regelmatig een vraag om uitspraken van de timmerman uit Nazareth in het Aramees. Voor een tatoeage.

Op dergelijke vragen gaat hij doorgaans niet in, want hoe Jezus zijn moerstaal sprak, daar weten we eigenlijk niet heel veel van. Het Aramees dat we kennen uit de periode waarin hij leefde, is de Aramese schrijftaal uit de Dode Zee-rollen, en dat sprak de gewone bevolking niet. Arameese spreektaal kennen we wel: het Palestijns Aramees, maar de bronnen daarvoor zijn van enkele eeuwen daarna. En dan weten we bovendien nog dat Jezus sprak met een Galilees accent, waar we helemáál niks over weten.

Lees verder “De eerste wereldtaal”

Goropiseren

Goropius Becanus, naar wie het goropiseren is genoemd

Goroposiseren is een wat onaardige jargonterm. Ze is afgeleid van de naam van een zestiende-eeuwse geleerde, Jan van Gorp ofwel “Goropius”. Deze man is berucht geworden omdat hij de wonderlijkste etymologieën bedacht om te bewijzen dat het Nederlands ’s werelds oudste taal was. Die beruchtheid is te betreuren, want hij was ook een van de eersten die begreep dat talen een verleden hebben en dat de bestudering van talen licht kon werpen op dat verleden.

De bestudering van etymologieën kan inderdaad belangrijk zijn. Als je niet zou weten dat Rotterdam aan de Rotte lag, zou je het bestaan van dat riviertje én een belangrijke gebeurtenis uit de vroege geschiedenis van die stad kunnen afleiden uit de naam. Etymologie-studie kan ook belangrijk zijn bij de ontcijfering van dode talen. Je kunt er echter ook verschrikkelijk de mist mee ingaan.

Lees verder “Goropiseren”