
[Vierde van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]
Ik heb er wel vaker over geblogd dat antieke teksten boordevol verhalen staan die volgens onze maatstaven niet mogelijk zijn. Denk aan keizer Vespasianus die de lammen deed lopen en de blinden deed zien. Denk aan de altijd weer correct blijkende voortekens. Of denk aan de regenmaker van Marcus Aurelius. Niemand zal er in de zomer van 310 dus van hebben opgekeken dat de feestredenaar bij Constantijns quinquennalia vertelde dat de jubilerende keizer een visioen bij het heiligdom van Apollo Grannus te Grand een visioen had gehad. Hier is het betreffende deel van de toespraak in de vertaling van Vincent Hunink.
U was afgebogen naar de mooiste tempel op aarde, of nee: naar de reëel aanwezige Godheid, zoals U hebt gezien. Want ja, U hebt gezien, geloof ik, hooggeachte Constantijn, hoe uw Apollo onder begeleiding van Victoria U lauwerkransen presenteerde, stuk voor stuk goed als voorteken van dertig jaren. … Maar wat zeg ik “geloof ik”? U hébt gezien.noot
De naam van de stad met de mooiste tempel op aarde staat er niet bij, maar de Franse oudheidkundige Camille Jullian bewees in 1892 dat het ging om Grand, het antieke Andesina. Daar was een tempel voor Apollo Grannus, onder wie het zonlicht en de geneeskunst ressorteerden. Een wat recentere analyse van de muntvondsten bevestigde dat Constantijn de plaats heeft bezocht: terwijl in de buurgemeenten zo’n 0,6% van alle opgegraven munten dateert uit de regering van Constantijn, is dat in Grand 2,6%, waarbij vooral de munten uit de jaren 307 en 308 goed zijn vertegenwoordigd. Die zijn bovendien nauwelijks gesleten, wat betekent dat ze niet lang zijn gebruikt. Deze piek in de muntvondsten moet samenhangen met het bezoek van Constantijn en zijn manschappen aan Grand. Het is vergelijkbaar met de piek in kleingeld die Domitianus’ bezoek aan Nijmegen bewijst.
Loog Constantijn?
Een andere vraag: is Constantijns visioen pure fictie? Dat valt zeker te overwegen. Hij liet de redenaar ook zeggen dat zijn vader Constantius afstamde van keizer Claudius II, om zo de politieke fictie dat hij familie was van Maximianus in te ruilen voor een andere fictie. De claim een goddelijk teken te hebben ontvangen met, zoals ik nog zal uitleggen, vérstrekkende politieke implicaties, kan eveneens een leugen zijn. Maar ik zou ook het tegendeel overwegen: dat Constantijn wel degelijk iets heeft meegemaakt.
Er waren immers honderden mensen aanwezig bij de toespraak, onder wie officieren die met Constantijn waren meegereisd van Marseille via Grand naar zijn residentie in Trier: mensen die het konden weten als er tijdens deze tocht iets of juist niets was voorgevallen. De gedachte dat zij allemaal in een complot rond een verzonnen visioen zaten, is mijns inziens wat al te ver gezocht.
Waarneming en interpretatie
De woorden van de feestredenaar zijn te lezen op twee niveaus. Enerzijds is er de waarneming dat Constantijn kransen kreeg gepresenteerd; anderzijds is er de interpretatie dat de gevers identiek waren aan Apollo en Victoria. Wij kunnen het eerste voor zijn rekening nemen: er was iets aan de hemel te zien. Het tweede is voor ons niet acceptabel.
Het is hetzelfde met verhalen over wonderbaarlijke genezingen: een waarnemer kan constateren dat iemand is genezen op een onverwachte wijze, maar de interpretatie dat er sprake is van een wonder (met andere woorden, dat God de natuurwetten opschortte ten gunste van een patiënt) ligt buiten het terrein van de wetenschap. Een oudheidkundige kan niets met actief goddelijk ingrijpen in de geschiedenis, maar kan als historisch feit accepteren dat Constantijn iets bijzonders heeft gezien.
De vraag is wat dit kan zijn geweest. Zoveel is daarbij zeker: het heeft iets te maken met Constantijns bezoek aan Grand. Zo meteen wat speculaties.
[Dit was een bewerking/bekorting van een deel van het boek Het visioen van Constantijn, dat ik in 2018 samen met Vincent Hunink maakte. U kunt het nog bestellen.]
Zelfde tijdvak
VI Ferrata, het Gestaalde Legioen (2)augustus 8, 2023
Nieuws uit Tyrusfebruari 9, 2024
De bochelaar van Antiochiënovember 12, 2020

‘Er waren immers honderden mensen aanwezig bij de toespraak, onder wie officieren die met Constantijn waren meegereisd (…)’
Dat zegt mij niet zoveel. Er zijn redenen te bedenken om vooral te beamen wat Constantijn beweerde te hebben gezien. Dat heeft niets met een grootschalig complot van doen, maar is een kwestie van politiek die voordelig kan zijn. Net zo goed als het beamen van Constantijns verzonnen afkomst pure politiek is, zoals je zelf ook constateert.
Bij de jaarlijkse toespraak voor het parlement die Putin gisteren gaf, waarin hij ‘het westen’ maar weer eens bedreigde met de inzet van nucleaire wapens, zag ik ze ook weer zitten, stoïcijns voor zich uitstarend. Wat denken die mensen? In ieder geval is het niet altijd verstandig om te zeggen wat je werkelijk denkt, om niet in ongenade danwel uit een raam te vallen…