C03 | De conferentie te Carnuntum

Gedenksteen van de conferentie te Carnuntum (Museum Carnuntinum, Bad Deutsch-Altenburg)

[Derde van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

In het vorige blogje vertelde ik hoe in 306-308 na Chr. een complexe politieke situatie was ontstaan, met in het westen Constantijn als in het oosten niet erkende augustus, Maxentius als rebel en Maximianus als augustus, en in het oosten Galerius als augustus en Maximinus Daia als caesar. Maximianus had vergeefs geprobeerd zijn zoon Maxentius af te zetten, maar dat was mislukt en hij had ernstig prestigeverlies geleden.

Conferentie te Carnuntum

Ook Galerius leed prestigeverlies. Zijn interventie in Italië in 307 was mislukt en dat had zijn reputatie weinig goed gedaan. Het leek alsof de Tetrarchie, die stabiliteit had moeten brengen, op het punt stond te worden vervangen door het recht van de sterkste. Om het systeem te redden moest worden gesproken met gezag. Daarom nodigde Galerius zijn voormalige superieur Diocletianus uit om zijn licht over de situatie te laten schijnen. In Carnuntum, even ten oosten van Wenen, vond in november 308 een conferentie plaats waarbij Diocletianus, Galerius en Maximianus, de enigen die ooit onomstreden augustus waren geweest, beslisten wat er moest gebeuren. Maximianus trad opnieuw af en zegde toe zich terug te trekken in de Provence.

Om althans een schijn van legaliteit op te houden, werd Maxentius genegeerd en kreeg Constantijn te horen dat hij slechts zou worden erkend als caesar. Ter vervanging van de vermoorde augustus Severus werd een ander benoemd, Licinius. Hierna keerde Diocletianus terug naar zijn paleis in Split. Hij had weliswaar de Tetrarchie gered, maar ook nieuwe conflicten voorbereid: Licinius moest maar zien hoe hij Italië op Maxentius veroverde, Maximianus wilde niet met pensioen en Constantijn zal zich geschoffeerd hebben gevoeld.

Laatstgenoemde hield zich op dat moment bezig met de constructie van een brug bij Keulen die hem in staat zou stellen in de toekomst snel in het offensief te gaan tegen de Franken. Vermoedelijk gaf hij ook opdracht tot de bouw van andere versterkingen langs de Rijn. Na de successen in het voorafgaande jaar was het tijd om de posities te consolideren. Hij zal er echter niet van hebben opgekeken toen hij in de winter van 309/310 vernam dat zijn schoonvader in opstand was gekomen en zich had verschanst in Marseille. Constantijn wist de stad in te nemen en Maximianus lijkt zelfmoord te hebben gepleegd – al is dat vanzelfsprekend de officiële versie van de gebeurtenissen, die bedacht kan zijn om te verdoezelen dat een moordenaar met de oude vorst had afgerekend.

De positie van Constantijn

Constantijn had haast, want tegen het einde van de winter was er nieuws uit het noorden: de Franken waren opnieuw onrustig. Onderweg naar de Rijn was er echter ander nieuws: de Frankische crisis was alweer voorbij. Op zijn gemak, met een omweg langs het heiligdom van Apollo Grannus in Grand, keerde Constantijn terug naar zijn residentie in Trier.

Constantijn stond op het punt te beginnen aan zijn vijfde regeringsjaar, een moment dat behoorde te worden gevierd: de quinquennalia, het “vijfdejaarsfeest”. Hoewel hij grotere ambities had, was hij bij herhaling erkend als caesar. Hij had in vier jaar veel bereikt. Zijn grootste zorg zal zijn geweest dat Galerius tweemaal had aangegeven hem niet te erkennen als meer dan caesar. De verhoudingen waren behoorlijk verstoord. Moest Constantijn breken met de Tetrarchie en een burgeroorlog ontketenen? Het was geen aantrekkelijk idee, maar de noordelijke grenzen waren verzekerd, hij beschikte over een netwerk van potentiële bondgenoten en kon een goed getraind en opvallend snel leger inzetten.

Overwoog Constantijn dit alles? Het is een known unknown. Feit is dat de quinquennalia naderden en dat de stad Trier enkele dagen daarna haar stichting zou vieren. Het was zomer, het was feest, er waren talloze gasten uit heel Gallië. Het was de perfecte gelegenheid om een majeure beleidswijziging te laten aankondigen. En dus kreeg een van de feestredenaars een handvol suggesties voor zijn toespraak.

[Dit was een bewerking/bekorting van een deel van het boek Het visioen van Constantijn, dat ik in 2018 samen met Vincent Hunink maakte. U kunt het nog bestellen. Wordt morgenochtend vervolgd.]

Deel dit: