
[Vijfde van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]
Ik vertelde in het vorige blogje dat Constantijn op een politiek precair moment in zijn loopbaan claimde een visioen te hebben gezien tijdens een bezoek aan de tempel van de genezende zonnegod Apollo Grannus in Grand. We zouden natuurlijk willen weten wat daar precies is gebeurd.
Droomde Constantijn?
Eén theorie behandelde ik al eens in een eerder blogje. Er is namelijk een theorie dat het visioen van Constantijn eigenlijk een droom is geweest. Dat is ingegeven door het feit dat de christelijke auteur Lactantius gewag maakt van een droomgezicht.noot Probleem is echter dat Lactantius de gebeurtenis niet presenteert als de verschijning van twee heidense goden en, zoals ik verderop nog zal vertellen, de droom bewijsbaar uit zijn dikke duim heeft gezogen.
Geen weldenkend mens zou de hypothese dat Constantijn een droom heeft gehad, dus overwegen. In 1935 werd echter op een boogscheut van de plek van de Apollotempel (momenteel een bouwvallig kerkje) bovenstaande inscriptie gevonden, waarin staat te lezen dat iemand somno iussus, “na bevel in een droom”, iets had gedaan. De tekst is beschadigd, maar enkele halve letters zijn weleens aangevuld tot “Apollo Grannus”. Dat is echter maar een hypothese en er zijn volop andere lezingen mogelijk. Het idee achter de aanvulling tot “Apollo Grannus” is dat het heiligdom in Grand een orakel was, waar mensen de nacht doorbrachten om in gewijde slaap een boodschap te ontvangen.
Helemáál uit te sluiten valt het niet, maar de Apollocultus kent (anders dan de cultus van Asklepios) geen droomrituelen en de formule is nogal stereotiep. Bovendien is de aanvulling “Apollo Grannus” niet alleen hypothetisch, ze is zelfs ronduit onwaarschijnlijk. Het voorwerp mag dan zijn gevonden op een boogscheut van de tempel van Apollo Grannus, het lag op het terrein van het aangrenzende heiligdom van Bacchus.
Een halo?
Een mijns inziens plausibeler verklaring is dat de keizer rond de zon een halo heeft gezien. Zulke lichtkransen komen voor in allerlei soorten: enkelvoudig, dubbel, met dwarsbalken, met bijbogen, kruisvormig of met bijzonnen. Je kunt je voorstellen dat Constantijn in de lichtkringen de lauwerkransen herkende die Victoria hem presenteerde, je kunt je voorstellen dat hij in de zon Apollo herkende en je kunt je voorstellen dat hij in de drie kruisen het Romeinse cijfer XXX heeft herkend.

Vóór deze hypothese pleit dat de Romeinen natuurverschijnselen konden lezen als goddelijke manifestaties. De in mijn vorige blogje genoemde feestredenaar van 310 vertelt bijvoorbeeld in dezezelfde toespraak dat toen Constantijns vader Constantius, toen hij de Oceaan zag, de vader der goden aanschouwde.noot Dat Constantijn een halo heeft gezien en dit heeft uitgelegd als bewijs dat Apollo met hem was, ligt dus binnen het rijk der mogelijkheden.
Maar ook niet méér dan dat. Het vervolg van het in het vorige blogje geciteerde fragment vermeldt dat Constantijn “zichzelf heeft herkend” in een door de dichters bezongen gedaante “aan wie het koningschap over de gehele wereld toekomt”. In mijn boek Het visioen van Constantijn behandel ik vier hypothesen over de identiteti van die gedaante en geen daarvan is bewijsbaar.
Wat wél bewezen is, is dat vanaf het jaar 310 Apollo in Constantijns zelfpresentatie de rol overneemt die Hercules had gespeeld voor zijn vader Constantius en voor Maximianus. Zo stond de zonnegod, een naakte man met een stralenkrans rond het hoofd en een wereldbol in de hand, op de munten die Constantijn tijdens zijn quinquennalia uitdeelde. En het volgende plaatje is terecht beroemd.

Constantijn ruilde dus Hercules, een van de beschermgoden van de Tetrarchie, in tegen Apollo. Niemand zal van de religieuze voorkeur als zodanig hebben opgekeken. Constantijn deelde die voorkeur met bijvoorbeeld de keizers Heliogabalus, Aurelianus en Probus. Revolutionair was het echter wel. Constantijn had gebroken met de beschermgoden van de Tetrarchie, hij had gebroken met de Tetrarchie zelf.
[Wordt vervolgd.]
Zelfde tijdvak
Veel geschreeuw en weinig wetenschap (2)december 17, 2018
Twee keizerkoppenfebruari 8, 2021
Palmyra in de Late Oudheidfebruari 1, 2024

Voor mij nog steeds een van de beste argumenten tegen de bewering dat Constantijn al heel lang een latent christen was – hij was voornamelijk een opportunist die Hercules en Apollo op een voetstuk had gezet voordat hij dat met Jezus deed. O tempora o mores.
Hoewel ik er al een tijdje mee bezig ben, weet ik het niet. Aan het einde van zijn leven was hij zeker christelijk. Niet omdat hij zich liet dopen, want dat zegt niks. Nog in de Middeleeuwen lieten Syrische moslims lieten zich dopen omdat het doopsel kwaadafwerend was. Maar dat Constantijn zijn kinderen een christelijke opvoeding gaf, zegt wel iets. Ik denk ook dat de “Tweede brief aan de oostelijke provincies” wel een serieuze aanwijzing is voor ’s mans overtuigingen na 324.
Misschien moet je het zien als een jas: je trekt die aan om opportune redenen maar dat neemt niet weg dat die lekker kan zitten.