
[Vierde van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]
Ik heb er wel vaker over geblogd dat antieke teksten boordevol verhalen staan die volgens onze maatstaven niet mogelijk zijn. Denk aan keizer Vespasianus die de lammen deed lopen en de blinden deed zien. Denk aan de altijd weer correct blijkende voortekens. Of denk aan de regenmaker van Marcus Aurelius. Niemand zal er in de zomer van 310 dus van hebben opgekeken dat de feestredenaar bij Constantijns quinquennalia vertelde dat de jubilerende keizer een visioen bij het heiligdom van Apollo Grannus te Grand een visioen had gehad. Hier is het betreffende deel van de toespraak in de vertaling van Vincent Hunink.
U was afgebogen naar de mooiste tempel op aarde, of nee: naar de reëel aanwezige Godheid, zoals U hebt gezien. Want ja, U hebt gezien, geloof ik, hooggeachte Constantijn, hoe uw Apollo onder begeleiding van Victoria U lauwerkransen presenteerde, stuk voor stuk goed als voorteken van dertig jaren. … Maar wat zeg ik “geloof ik”? U hébt gezien.noot







Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.