Faust in Waardenburg

Kasteel Waardenburg

Nederland telt enkele gerenommeerde spookkastelen. Daar kan je je schouders over ophalen, je wenkbrauwen diep over fronsen, het overlaten aan de parapsychologie of er heilig in geloven. Feit is dat diverse sagen en legenden in Nederland gaan over gebouwen waar het niet pluis is. Neem kasteel Waardenburg in de Betuwe, tegenover Zaltbommel.

Daar spookt het niet alleen, het heeft ook een bijzondere band met de legendarische doctor Faustus. Kortom, we moeten het eens hebben over bestaande kasteel Waardenburg en de historische Faustus.

Kasteel Waardenburg

Het oorspronkelijke kasteel was een motte, dus een ringburcht op een kunstmatige verhoging, en dateert uit 1265. Motte-kastelen waren niet uniek, maar de precisie van de stichtingsdatum is dat wel. We weten dat ridder Rudolph de Cock in dat jaar zijn leenheer, graaf Otto II van Gelre, verzocht een versterkte woning te mogen bouwen. Diens afstammelingen bouwden het kasteel uit met onder meer in 1283 “den sael ende ronde toern”, ongetwijfeld van steen.

Lees verder “Faust in Waardenburg”

Het Solse Gat (2)

Het Solse Gat

Het vorige blogje eindigde met de constatering dat de legende van het Solse Gat is ontstaan om het ontstaan van die kuil te verklaren. Het heeft niet ontbroken aan pogingen een historische waarheid te zoeken achter het verzonken klooster, en er is inderdaad een intrigerend gegeven.

Niet veel verderop ligt namelijk het buurtschap Drie, vroeger geschreven als Thri, en misschien vernoemd naar een Germaanse bosgod. Misschien is de ondergang van het christelijke klooster een echo van de ondergang van een voorchristelijke gebedsplaats. Ook is niet helemaal ondenkbaar, zoals we nog zullen zien, dat de latere Veluwse kermissen teruggaan op oeroude feesten voor die god Thri, al is zoiets onbewijsbaar en krijgt menig geleerde een hartverzakking als hij hoort over de Germaanse wortels van een christelijk gebruik. Er zijn te veel onzinnige speculaties geweest. Dat Drie Drie heet, kan natuurlijk ook zijn omdat er drie wegen samenkomen of omdat er vroeger drie boerderijen hebben gestaan.

Lees verder “Het Solse Gat (2)”

Het Solse Gat (1)

Het Solse Gat

In een eerder blogje behandelde ik de legende van het klooster bij het Kloosterwiel van Zaltbommel, dat wegens de zondigheid van de bewoners in het water was verzonken. Deze sage is vrijwel identiek aan de bekendste Nederlandse legende met dat Sodom-en-Gomorra-motief: het verhaal van het verzonken klooster in het Solse Gat op de Veluwe. Alvorens daarop in te gaan, eerst wat inleidende opmerkingen.

De oude Veluwe

De Veluwe bestaat grotendeels uit stuwwallen uit de voorlaatste ijstijd, het Saalien, toen het ijs reikte tot ver in Nederland. In de allerlaatste ijstijd, het Weichselien, kwamen de gletsjers niet tot in Nederland, maar was de bodem wel permanent bevroren. Daardoor kon smeltwater in het voorjaar niet makkelijk wegsijpelen in de ondergrond, waardoor beekjes ontstonden, de ondergrond ging eroderen en dalen ontstonden.

Lees verder “Het Solse Gat (1)”

Sodom en Gomorra in Nederland

Tegeltje met een verzonken kerk (Boshuis, Drie)

Iedereen kent het verhaal van Sodom en Gomorra: twee steden, vermeld in de Bijbel, die vanwege de ongehoord grote zonden van de inwoners door God werden verwoest. Het motief van zo’n wegens de slechtheid der bewoners vernietigde stad is ook bekend uit Arabische en Griekse literatuur (Filemon en Baukis). En uit Nederland, waar de zondigheid en slechtheid der bewoners zo groot moet zijn geweest dat volkskundige Jaques Sinninghe (1904-1988) in zijn Katalog der niederländischen Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten (1943) niet minder dan drie versies kon aanwijzen van het Sodom-en-Gomorra-motief:

  • SINSAG 1141: Das versunkene Schloss; schlechter Ritter von der Erde verschlukt;
  • SINSAG 1144: Das versunkene Kloster; versinkt wegen der Schlechtigkeit der Mönche;
  • SINSAG 1145: Die untergegange Stadt; versinkt wegen des Übermutes der Bewohner.

Lees verder “Sodom en Gomorra in Nederland”

De Langobardische Cyclus (3): Alboin

Een strijdscène uit een Langobardisch graf (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

[Dit is het derde van vier blogs van Dieter Verhofstadt over de Langobardische cyclus. Het eerste was hier.]

De legende van Alboin, opgenomen in de Langobardische Cyclus, is het meest “waarheidsgetrouwe” deel. Ze gaat dan ook niet terug op het Dresdener Heldenbuch of andere sagen. De voornaamste en eerder geschiedkundige bron hier is de Langobardische geschiedschrijver Paulus de Diaken. Voor zijn Historia Langobardorum putte hij uit de Origo gentis Langobardorum, het Liber Pontificalis (Boek der pausen), de verloren gegane geschriften van Secundus van Trente en de Annalen van Benevento. Hij verwerkte tevens teksten van Beda de Eerbiedwaardige, Gregorius van Tours en Isidorus van Sevilla.

De historische Alboin

De historische Alboin, zoals we die kennen via Paulus de Diaken, was inderdaad koning van de Langobarden, tussen 560 en 572. De Langobarden en hun buren, de Gepiden, bewoonden toentertijd de Pannonische vlakte: zeg maar westelijk Hongarije. Audoin, vader van Alboin, was in oorlog met Thurisind, koning der Gepiden. In de slag bij Asfeld (552) doodde Alboin een zoon van Thurisind, Turismod.noot Er is geen archeologische bevestiging van die veldslag. Asfeld zou niets anders dan “slagveld” betekenen. Men vermoedt dat de slag plaatsvond tussen de Donau en de Sava.

Lees verder “De Langobardische Cyclus (3): Alboin”

De Langobardische Cyclus (2): “Dresdener Heldenbuch”

Afbeelding uit het “Dresdener Heldenbuch”: Diederik van Bern bestrijdt een reus

[Dit is het tweede van vier blogs van Dieter Verhofstadt over de Langobardische Cyclus. Het eerste was hier.]

Het onderdeel dat me het meest intrigeerde en de aanleiding was voor deze bijdrage, is het drieluik “de Langobardische Cyclus”, “de Amelingen” en “Diederik van Bern”. Ik kende de Keltische materie met o.a. Tristan en Isolde, de Britse Arthurlegende, de Frankische romans rond Karel de Grote, de IJslandse Edda en haar invloed op de Duitse traditie, zoals het Nibelungenlied en het Hildebrandlied. Maar ik was me niet bewust van een andere uitloper van de Germaanse traditie, die wel schatplichtig is aan – of gelijkenissen vertoont met – andere legenden, maar waarvan de hoofdpersonen zich geografisch-historisch in Centraal-Europa bevinden, en met verwijzingen naar het Byzantijnse Rijk of de perikelen tussen diverse stromingen van het christendom.

De Langobardische Cyclus

De term “Langobardische Ccyclus” lijkt bedacht te zijn door Helene Guerber zelf. Ik vind immers voor die zoekterm enkel artikels die teruggaan op haar boek. In haar aanhef op het hoofdstuk vermeldt zij het Dresdener Heldenbuch uitgebracht door Kaspar von der Röhn, die zich volgens Guerber baseerde op de verhalen van Wolfram von Eschenbach en de wellicht fictieve Heinrich von Ofterdingen. De helden in deze “Langobardische Cyclus zijn Alboin, Ortnit en Rother (waarover later meer). De begeerde bruiden zijn Rosamund, Oda en Liebgart. Vijandige koningen, al dan niet de vaders van de begeerde bruiden, heten Cunimund, Constantijn en Imelot. De magische hulp komt van Alberich de Dwerg.

Lees verder “De Langobardische Cyclus (2): “Dresdener Heldenbuch””

De Langobardische Cyclus (1): Keizer en Guerber

Ik las het boek De mooiste mythen en sagen uit de Middeleeuwen, geschreven door Hans P. Keizer en in 1999 uitgegeven door Verba. Keizer heeft allerlei van zulke collecties op zijn naam, ook in het esoterische domein. Ik kon niet veel informatie over hemzelf vinden, maar zijn oeuvre duidt eerder op een vertaler-bloemlezer dan op een origineel auteur. Het boek bevat nochtans geen enkele bronvermelding en presenteert zichzelf evenmin als vertaling, terwijl het me onwaarschijnlijk leek dat het Keizers eigen werk zou zijn.

Van Keizer naar Guerber

Na wat opzoekwerk vond ik inderdaad dat het boek een bewerkte vertaling is van Myths and legends of the Middle Ages van Helene A. Guerber, waarvan de eerste editie verscheen in 1909. Zij was een Amerikaanse lerares en schrijfster van Zwitserse komaf, die leefde van 1859 tot 1929. Ondanks haar grote productiviteit als verteller en bundelaar van verhalen, is er weinig over haar leven bekend. Volgens een “Who’s who” uit 1914 heeft ze gestudeerd in Parijs. Ze moet zeker enige tijd in Europa hebben doorgebracht, aangezien ze in 1906 een omvangrijke gids uitbracht voor Amerikanen die daar willen studeren of reizen. Of een studie van mythologie deel uitmaakte van haar opleiding, is niet bekend. Dat het onderwerp haar interesseerde, is echter een understatement. Ze heeft immers de Romeinse, de Griekse en de Noordse mythologieën gebundeld en voorzien van illustraties in de negentiende-eeuwse, romantische traditie.

Lees verder “De Langobardische Cyclus (1): Keizer en Guerber”

Heldenverhalen, steeds hetzelfde

Heldenverhalen zijn steeds hetzelfde, zoals de Leeuwenkoning (StoryWorld, Groningenl klik = groot)

Je kunt verhalen op verschillende manieren analyseren. De kern is een plot waarin de diverse elementen noodzakelijk moeten samenhangen. Als twee kinderen alleen door het woud zwerven, moeten ze daar door hun stiefouders zijn achtergelaten, en dat moeten die stiefouders hebben gedaan omdat er grote armoede heerste. Er is daarnaast in een verhaal een achtergrond die je ter kennisgeving aanneemt. Alleen een scherpzinnig kind vraagt waarom een oude vrouw moederziel alleen op een afgelegen plek in het woud gaat wonen en een huis bouwt van pannenkoeken.

Ook binnen de plot zelf zijn, zeker als het om volksverhalen gaat, vaste elementen aan te wijzen. Dingen gaan in vertellingen bijvoorbeeld meestal twee keer verkeerd en de derde keer goed. Als een Griekse auteur schrijft dat Peisistratos twee keer vergeefs had geprobeerd de macht in Athene te grijpen voordat het de derde keer wel lukte, is dat een sterke aanwijzing dat de bron een mondelinge traditie is. De informatie is dus niet zo betrouwbaar. Iets dergelijks valt te zeggen over de geboorte van Caesar door middel van een keizersnede: een te gebruikelijk verhaalmotief om zomaar geloofd te mogen worden.

Deze twee voorbeelden tonen waarom de analyse van volksverhalen belangrijk is. Ze vormt een soort alarmbel die je op je qui vive maakt bij het lezen van antieke biografieën. En met het woord biografie belanden we als vanzelf bij de bestudering van mythen, sagen, legendes, heldenliederen en andere heldenverhalen.

Lees verder “Heldenverhalen, steeds hetzelfde”

De duivel bouwt een kerk

Twee leeuwenkoppen op de deur van de Dom in Aken

Aken, de residentie van de in de Middeleeuwen welhaast legendarische Karel de Grote, is de stad waar ooit de Duitse koningen, als de keurvorsten een beslissing hadden genomen, werden gekroond. Later ging de vorst dan naar Italië om zich door de paus te laten kronen tot keizer. Het was natuurlijk wel de bedoeling dat de Akense kerk waar de koningskroning plaatsvond, er een beetje leuk uitzag en daar wilde het stadsbestuur wel voor zorgen. Het probleem: er was nauwelijks geld. De leden van de raad waren dus beslist geïnteresseerd toen een vreemdeling aanbood de financiering van het project op zich te nemen.

De vreemdeling die de raadszaal betrad, ging opvallend gekleed en iedereen begreep dat hij inderdaad rijk genoeg was. Ik stel me voor dat er over en weer complimenten zijn uitgewisseld en dat na deze inleidende opmerkingen het ontbrekende bedrag zal zijn genoemd. De vreemdeling zal toegezegd hebben het op tafel te leggen, maar stelde één voorwaarde: hij wilde de ziel hebben van de eerste die de nieuwe kerk zou betreden. Het was, zoals u hebt begrepen, der Teufel höchstpersönlich.

Lees verder “De duivel bouwt een kerk”

Semiramis

Een Assyrische koningin (Pergamonmuseum, Berlijn)

Eutropius, wiens door Vincent Hunink vertaalde Korte geschiedenis van Rome onlangs in de winkel is gekomen (full disclosure: ik schreef de inleiding), vermeldt ergens een keizerin Symiasera, waarmee hij Julia Soeamias bedoelt, een uit Syrië afkomstige heerseres. Ik denk dat de rare schrijfwijze geen toeval is. Eutropius wil een herinnering oproepen aan de legendarische oosterse heerseres Semiramis, een van de grote verzinsels uit de Oudheid.

De naam

Toegegeven, de náám Semiramis heeft bestaan. De echtgenote van de Assyrische koning Šamši-Adad V (r.824-811 v.Chr.) heette Šammuramat ofwel Semiramis. Toen haar man was overleden, was ze gedurende drie (misschien vijf) jaar regent voor haar nog minderjarige zoon Adad-Nirari III. De Assyrische legers voerden in deze jaren oorlog tegen de Meden in het oosten en tegen de stad Arpad in het westen. Business as usual dus, zij het dat de commandant een vrouw was of een door haar aangewezen generaal. Veel meer weten we niet over deze koningin, behalve dan dat ze in 787 v.Chr. nog in leven was.

Lees verder “Semiramis”