Sybota (4)

Een triëre op een scherf, gevonden op Korfu (Villa Mon Repos, Korfu)

[Slot van een vierdelige serie over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Ik beschreef in de eerdere delen de geleidelijke escalatie rond het eiland Korkyra. Het eerste deel is hier.]

De Korinthiërs, die dertig triëren hadden verloren, voeren tussen het wrakhout door en probeerden hun mensen uit het water te redden. De lekke, nog drijvende schepen namen ze niet op sleeptouw, want die waren vooral een obstakel als ze verder wilden varen naar Epidamnos. Dit zou de verslagenen aan het denken hebben moeten zetten, maar ze verkeerden nog in de veronderstelling dat hun tegenstanders op Korkyra wilden landen. Veel tijd om op andere gedachten te komen kregen ze niet, want al snel kwamen de Korinthiërs weer naar het noorden gevaren. Haastig brachten de Korkyreeërs en Atheners hun nog bruikbare schepen in gereedheid. Het woord is weer aan Thoukydides (in de vertaling van M.A. Schwartz):

Lees verder “Sybota (4)”

Sybota (3)

Perikles (British Museum, Londen)

[Derde deel van een vierdelig serie over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Het eerste deel, waarin ik het ontstaan van het Atheense imperium beschreef, is hier. In het tweede deel introduceerde ik onze voornaamste bron, de Atheense auteur Thoukydides.]

Ook al lag er een vredesakkoord tussen Athene en Sparta en was overeengekomen geschillen op te lossen door arbitrage, er waren altijd destabiliserende gebeurtenissen. Een daarvan was het op zich onbeduidende conflict tussen Korinthe, een Spartaanse bondgenoot, en het neutrale Korkyra, het huidig Korfu. Beide maakten aanspraak op het noordelijk gelegen Epidamnos (Dürres in Albanië) en slaagden er niet in met diplomatieke middelen tot een oplossing te komen.

In 436 vielen de Korinthiërs Korkyra aan, werden verslagen, zwoeren wraak en begonnen een nieuwe vloot te bouwen. Toen ze in 433 op het punt stonden de Korkyreeërs opnieuw aan te vallen, voelden die zich voldoende bedreigd om gezanten te sturen naar Athene om de Volksvergadering te vragen om hulp. Ook de Korinthische ambassadeur sprak – althans, dat wil Thoukydides ons doen geloven – en herinnerde de Atheners eraan dat zijn stad zich afzijdig had gehouden toen zij enkele jaren eerder hadden afgerekend met het opstandige Samos.

Lees verder “Sybota (3)”

Sybota (2)

Portret van Thoukydides uit de Romeinse villa bij Welschbillig (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

[Tweede deel van een serie van vier over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Het eerste deel, waarin ik het ontstaan van het Atheense imperium beschreef, is hier.]

Athene was de onbetwiste meester van de Egeïsche Zee. Het bleef echter moreel verplicht de oorlog tegen de Perzen voort te zetten en daarom voerden de Griekse triëren van tijd tot tijd aanvallen uit op de Perzische havensteden, waar men de Atheners moet hebben ervaren als hinderlijke piraten. Toen ze zich zelfs in de Nijldelta waagden, betaalde Perzië de Spartanen om de Atheners aan te vallen, opdat die hun troepen uit Egypte zouden terugtrekken. Wat volgde was een complexe oorlog waarin Athene zich staande hield tegen diverse vijanden tegelijk maar uiteindelijk werd gedwongen vredesonderhandelingen aan te knopen.

Het verdrag tussen Athene en Sparta werd getekend in 445 en staat bekend als het Dertigjarig Bestand. Beide partijen verplichtten zich tot wat grenscorrecties en beloofden dat ze toekomstige geschillen zouden oplossen door arbitrage. Atheners legden de eden van trouw af namens hun bondgenoten in het Egeïsche Zee-gebied en Spartanen deden hetzelfde namens de hunne op de Peloponnesos. De Atheense alliantie, die was ontstaan “door angst voor de Perzen” en was blijven bestaan “omwille van de eer”, was nu uitgegroeid tot een imperium dat was gebaseerd op een ook door Sparta erkend “eigenbelang”. Het is geen toeval dat vanaf dit moment in inscripties sprake is van “de steden waarover de Atheners heersen”.

Lees verder “Sybota (2)”

Sybota (1)

Model van een triëre (Allard Pierson, Amsterdam)

In het najaar van 478 v.Chr. kwamen vertegenwoordiger van de Griekse stadstaten samen op het eilandje Delos om daar hun tegen de Perzen gerichte strijdbond te vernieuwen. Het grote verschil met de jaren daarvoor was dat Sparta niet langer mee deed, wat enigszins curieus is omdat de oorlog nog niet voorbij was. De nieuwe leider zou Athene zijn en het was dus onder Atheense leiding dat Eïon werd ingenomen, het laatste Perzische bolwerk in Europa. Omdat er geen enkele garantie was dat de Perzen niet zouden terugkeren, bleef de strijdbond bestaan.

De Perzen kwamen echter niet terug en deze Delische Zeebond veranderde steeds meer in een Atheens imperium. Zoals de Atheners later zeiden:

We hebben het niet verworven door middel van geweld, maar doordat de Spartanen niet bereid waren verder te strijden tegen de overgebleven Perzische troepen. Daarom kwamen de bondgenoten ons vragen leiding te geven en zo hebben we onze macht kunnen uitbouwen: eerst door angst voor de Perzen, daarna omwille van onze eer en tot slot uit eigenbelang.

Tot zover de Atheense historicus Thoukydides (in de vertaling van M.A. Schwartz). Er zijn slechtere samenvattingen te geven van ontstaan en ontwikkeling van het Atheense imperium.

Lees verder “Sybota (1)”

Het Parthenon dat het Parthenon niet is

Het gebouw dat niet het Parthenon is

Een leuk nieuwtje waarvan, volgens mij, Geertje Dekkers van De Volkskrant de primeur had: het gebouw op de Akropolis in Athene dat wij het Parthenon noemen, is niet wat de oude Atheners het Parthenon noemden. U kunt het artikel van Janric van Rookhuijzen met deze link downloaden en ik begrijp dat ook de National Geographic er aandacht aan zal besteden. Het onderzoek heeft veel leuke aspecten en dan bedoel ik niet dat Van Rookhuijzen een jonge onderzoeker is, want de persoon van de onderzoeker behoort niet uit te maken. Het fijne is dat hij vondsten en teksten combineert. Dat is natuurlijk hoe het hoort maar het gebeurt veel te weinig.

De vakidioot in mij is dus echt blij. De wetenschapscommunicator die ik ook ben, is echter verward. Waarom is dit nou nieuws? Zo bijzonder is het niet dat een antiek gebouw of een oude plek altijd met de verkeerde naam aangeduid blijkt te zijn geweest. Het eerste voorbeeld dat me te binnen schiet: in mijn Xerxes in Griekenland verwijs ik ergens naar de locatie van het Aglaurosheiligdom, de plek waar de Perzen in 480 v.Chr. de Akropolis veroverden. Daarvan is een tijdje geleden vastgesteld dat die niet was waar we altijd dachten waar het was. Ander voorbeeld: ik ken iemand die een scriptie schreef over wat antieke auteurs bedoelen met Hekatompedon, een andere structuur op de Akropolis.

Lees verder “Het Parthenon dat het Parthenon niet is”

Het Akropolismuseum

Het Akropolismuseum bij nacht (foto © Akropolismuseum, Athene)

Eén van de wonderlijkste musea ter wereld is het Akropolismuseum in Athene. Het is voornamelijk gebouwd voor iets wat er (vrijwel) niet is, namelijk: de enorme collectie sculpturen van de Athena-tempel (het Parthenon), de op enkele honderden meters afstand van het museum gelegen locatie die al eeuwen tot de verbeelding spreekt.

Het verhaal is bekend: in de klassieke oudheid was de Akropolis het religieuze centrum van de stadstaat Athene, met de tempel van Athena (Parthenon) als religieus en architectonisch hoogtepunt.  Dat Parthenon heeft lang de eeuwen doorstaan, ook al werd er stevig aan en in verbouwd. Dit in tegensteling tot de kleinere tempel van Athena Nikè en de toegangspoort tot de Akropolis – de Propyleeën – die tijdens het Turkse bewind over Griekenland respectievelijk werden afgebroken en opgeblazen.

Lees verder “Het Akropolismuseum”

Waarom klassieken? (4)

Het theater van Dionysos in Athene.

Geen van de auteurs uit het Alexandrijnse pantheon der Griekse letteren leefde na 300 v.Chr. Al in de derde eeuw was op deze wijze afgebakend wat klassiek zou worden: wat aan Alexander de Grote voorafging verdiende navolging, wat erop volgde was op z’n best van onduidelijke waarde.

Er zouden nog talloze belangrijke boeken worden geschreven, maar ze zouden nooit zo populair worden als de teksten van vóór Alexander. Nieuwe genres, zoals literaire brieven, liefdesgeschiedenissen, idyllen, biografieën en satiren, zouden nooit de status verwerven die het heldendicht, de lyriek en de tragedie bezaten. Dit gebrek aan populariteit heeft ervoor gezorgd dat deze teksten minder goed zijn overgeleverd dan het klassieke materiaal.

Lees verder “Waarom klassieken? (4)”