De scheve falanx

Ik beschreef gisteren hoe de Griekse legers in de vijfde eeuw waren geprofessionaliseerd en hoe er, naast de zwaarbewapende hoplieten, ook lichtbewapende peltasten waren gekomen. Dit veranderde de krijgskunst. Het werd meer dan vroeger zaak tactisch met onderdelen te schuiven.

In een traditionele veldslag hadden beide legers in twee lange rijen tegenover elkaar gestaan. Als ze elkaar waren genaderd was het vooral aangekomen op brute kracht, waarbij de linie die de andere omverduwde, de slag had gewonnen. Hierop was enige variatie mogelijk geweest, zoals het versterken van de vleugels (Marathon), en niet zelden had er ruiterij gestaan aan weerszijden van de slaglinie, maar in principe hadden alle veldslagen plaatsgevonden volgens dit stramien: twee rijen die tegen elkaar duwden. Nu waren daar dus de peltasten bij gekomen. Daarbij bleef het niet.

Lees verder “De scheve falanx”

Peltasten

Een lichtbewapende Griekse soldaat, vroege vierde eeuw v.Chr., op een Apulische krater in het Archeologisch Museum van Zagreb. Peltasten droegen overigens kleren.

Professionalisering: misschien is dat wel het beste woord om de Griekse krijgskunst van de vijfde en vierde eeuw te beschrijven. Aanvankelijk beschikte alleen Sparta over beroepssoldaten, al was dat door “Spartaan” gelijk te stellen aan “soldaat” zodat er in feite geen andere beroepen bestonden. Het eigenlijke werk werd gedaan door staatshorigen (de heloten) en andere rechtelozen of halfgerechtigden. In de loop van de vijfde eeuw kregen ook de andere Griekse steden hun beroepslegers. Zo had de stad Argos een keurkorps van duizend man.

Opvallend waren de huurlingen. Niet dat die nieuw waren. Voordat Egypte door de Perzen was onderworpen, hadden de farao’s al Kariërs en Grieken in dienst gehad. Wahibre-em-achet bijvoorbeeld. Wel nieuw was de snelle toename van het aantal huurlingen in Griekenland zélf tijdens en na de Archidamische Oorlog (431-421) en de Dekeleïsche Oorlog (415-404). Onder hen waren ontheemden, anderen waren avonturiers, terwijl er ook mannen tussen waren als Xenofon, die politieke opvattingen hadden die slecht lagen bij hun stadsgenoten. Lees verder “Peltasten”

Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Athene, Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het oude Byzantium af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk”

Kylon

Enkele skeletten uit Faleron (© Grieks ministerie van cultuur)

Een van de maffe dingen van de regering van Alexander de Grote is het gemak waarmee hij gebeurtenissen uit een ver verleden aanhaalde om zijn acties te rechtvaardigen. Hij stak Persepolis in brand omdat de Perzen 150 jaar daarvoor Athene hadden verwoest en mocht, zo vond hij, India veroveren omdat zijn voorouders Herakles en Dionysos er ooit hadden geheerst. De Indische campagne was dus eigenlijk slechts een heringebruikname van familiebezit. Of iets kort of lang geleden was of zelfs behoorde tot wat wij beschouwen als een mythisch verleden, deed voor Alexander blijkbaar niet ter zake.

Het was niet alleen Alexander wiens begrip van tijd afwijkt van het onze. Neem de Atheners, die zich na twee eeuwen Kylon nog herinnerden. Hier is wat Herodotos over deze man heeft te vertellen.

Lees verder “Kylon”

De Armeense genocide: Verzet

De resten van de oude stad van Van; citadel in de achtergrond, minaret iets links van het midden.

[Vijfde deel van een serie van zes; het eerste is hier.]

Natuurlijk verzetten de Armeniërs zich. De tegen hen ondernomen operatie hing immers al een kleine kwart eeuw in de lucht en het is niet voor niets dat Talaat Pasha eerst de Armeense dienstplichtigen uit het leger haalde en ontwapende. Zoals al aangegeven bood de bevolking van de oostelijke stad Van weerstand. Cevdet Bey, een zwager van minister van oorlog Enver Pasha, slaagde er niet in de stad in te nemen, wat hem er niet van weerhield het platteland te terroriseren. Uiteindelijk waren het de Russen die Van ontzetten en de macht overnamen in de gebieden rond het Van-meer.

Toen de Ottomaanse legers de Russen terugdreven, vluchtten de Armeniërs met hun bevrijders mee naar Oost-Armenië (d.w.z. het door de Russen beheerste deel van het gebied, de huidige republiek). Wie Van tegenwoordig bezoekt, zal ten zuiden van de citadel een eenzame minaret zien staan en links en rechts nog wat muren. Dat is alles wat resteert van de oude stad.

Lees verder “De Armeense genocide: Verzet”

Thoukydides’ betrouwbaarheid

Thoukydides (Mozaïek uit Gerasa, nu in het Altes Museum, Berlijn)

Ik had het gisteren over enkele conflicten tussen Sparta en Athene. Dat waren er vier:

In een periode van drieënzeventig jaar stonden de twee mogendheden in tweeënveertig jaren wel en in eenendertig jaren niet tegenover elkaar. Hetgeen ons brengt bij de vraag die u al wilde stellen: als er een Eerste Peloponnesische Oorlog was, was er dan ook een tweede?

Het antwoord is nee. Er is wel een gewone, ongenummerde Peloponnesische Oorlog. Die vormt het onderwerp van het geschiedwerk van de Atheense historicus Thoukydides: hij beschouwde het tweede en derde conflict als geheel, dat volgens hem dus duurde van 431 tot 404. De jaren ertussen waren weliswaar vrede, maar Thoukydides beschouwde een tussenliggende expeditie van Athene richting Sicilië (415-413) als onderdeel van wat hij beschouwde als één Peloponnesische Oorlog. De vraag is of Thoukydides daarmee gelijk heeft.

Lees verder “Thoukydides’ betrouwbaarheid”

De Lange Muren van Athene

Inscriptie over de reparatie van de Lange Muren van Athene (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Athene ligt een kilometer of zeven landinwaarts, wat het voordeel had dat de stad moeilijk van overzee viel aan te vallen: een vijand zou eerst over zee moeten komen, dan moeten ontschepen, vervolgens over land moeten oprukken en zichzelf moeten beschermen met cavalerie, wat weer betekende dat er ook duizenden paarden op de vloot moesten worden meegenomen. De Perzen hadden het in 490 v.Chr. geprobeerd, waren bij Marathon aan land gegaan maar waren niet toegekomen aan de opmars naar Athene.

Voor een vijandelijk landleger was het eenvoudiger. Dat hoefde maar een cordon om de stad te leggen om haar uit te hongeren, wat des te makkelijker was omdat er – vanaf de late zesde of vroege vijfde eeuw v.Chr. – meer Atheners waren dan door het omringende platteland konden worden gevoed. De stad was aangewezen op graanimporten van overzee. De Atheense staatsman Themistokles opperde daarom de bouw van “lange muren” naar de twee havens, Faleron en Peiraieus. Het duurde tot 460, toen het machtige Sparta de oorlog verklaarde aan Athene, eer de muren daadwerkelijk werden gebouwd, maar in 457 waren ze voltooid.

Lees verder “De Lange Muren van Athene”