De mijnen van Laurion

Een van de groeven van Laurion

Oude Grieken, economie en technologie. Over deze drie-eenheid waren historici lange tijd kort en duidelijk: daar hoefden ze niet veel aandacht aan te besteden, want van door technologie gedreven economische groei was niet of nauwelijks sprake geweest. Dat beeld is intussen bijgesteld, omdat men de economie in de Griekse Oudheid niet meer met die van moderne naties vergelijkt maar in zijn eigen context bestudeert. En dan kan men constateren dat bijvoorbeeld de lier, de katrol en de borgvertanding, die de basis vormden voor een kraan, Griekse technologische vindingen waren met economische gevolgen.

Tot nu toe had archeologisch onderzoek geen rol gespeeld bij de studie van de economische impact van technologische ontwikkeling in het antieke Griekenland. Een recent Belgisch proefschrift over de Laurion-zilvermijnen heeft daarin verandering gebracht.

Lees verder “De mijnen van Laurion”

De Derde Heilige Oorlog (2)

Filippos II, portret uit de villa van Welschbillig (Landesmuseum, Trier)

[Tweede deel van een stuk over de Derde Heilige Oorlog. Het eerste was hier.]

Thessalië

De Derde Heilige Oorlog werd beslist in Thessalië. De Thessaliërs waren een federatie van poleis, waarvan Larissa traditioneel het belangrijkst was. In de voorafgaande jaren had Ferai meer invloed gekregen en het was Ferai geweest dat in de Derde Heilige Oorlog van Thebe naar Fokis was overgelopen. Dat zat de leiders in Larissa niet lekker, die besloten hulp te vragen bij Filippos van Macedonië.

Ferai vroeg daarop hulp in Fokis en Onomarchos reageerde door eerst zijn broer te sturen met 7000 man en er vervolgens zelf op af te gaan met 20.000 man. De aantallen zijn geloofwaardig en suggereren dat Fokis Thessalië niet alleen wilde helpen, maar ook op eigen voorwaarden wilde herorganiseren. De inzet bestond uit de Thessalische stemmen in de Delfische Amfiktyonie: als Fokis die controleerde, kon het de Amfiktyonie laten stemmen tegen verdere voortzetting van de Derde Heilige Oorlog.

De gecombineerde strijdmacht van Ferai en Fokis was groter dan alles wat Filippos in het veld kon brengen, en het hielp niet dat Onomarchos tijdens de veldslag katapulten inzette. Dat was nieuw, want dit wapen had tot dan toe alleen dienst gedaan bij belegeringen. Het resultaat was een van de weinige Macedonische nederlagen uit de jaren van Filippos.

In 352 keerde hij terug, met een groter leger dan ooit. Ook Ferai en Fokis hadden zich versterkt. Zelfs Athene leverde manschappen. Volgens Diododoros ontmoetten de twee legers elkaar op een grote vlakte bij de zee, ergens ten zuiden van het huidige Volos. De Macedonische soldaten gingen getooid met lauwerkansen, aangezien ze streden voor Apollo, wiens heiligdom door de Fokenzen was geplunderd. De slag op het Krokusveld geldt als de bloedigste uit de Griekse geschiedenis. Zeker 6000 Fokenzen sneuvelden en de krijgsgevangenen – heiligschenners immers – werden mensonterend behandeld. Onomarchos stierf aan het kruis.

Het slot

Thebe, dat de oorlog had ontketend, was nog altijd zwak. Te zwak om te profiteren van de Fokenzische nederlaag. Het Aziatische expeditieleger van Pammenes was bovendien verslagen en zag zich gedwongen in dienst te treden van de Perzische koning Artaxerxes III, die het inzette in zijn oorlog tegen de opstandige stad Sidon.

Het was dus niet Thebe dat profiteerde van de vernietiging van het leger van Fokis. In de volgende jaren verenigde Filippos Thessalië in personele unie met Macedonië. De stemmen in de Amfiktyonie waren voortaan voor Filippos, wat feitelijk neerkwam op een erkenning dat hij geen barbaar was maar een Griek. Nu gold de Macedonische koninklijke familie al langer als Grieks, maar voortaan betrof dit het hele koninkrijk.

Filippos wilde meer, maar een inval in Fokis stelde hij uit omdat de Atheners Thermopylai bezetten. Onomachos’ broer Fayllos kon daardoor de strijd voortzetten en hij onderwierp zowaar verschillende steden in het grensgebied tussen Fokis en Thebe. Zo sleepte de oorlog zich voort tot Thebe, murw geslagen, in 347/346 de Macedoniërs om hulp vroeg.

Filippos wist de Atheners, die Thermopylai opnieuw hadden willen bezetten maar oorlogsmoe waren, op het verkeerde been te zetten en brak door naar Fokis. Daar kon hij vredesvoorwaarden dicteren – en dat deed hij. De huurlingen die Fokis hadden gesteund, kregen vrije aftocht en we vinden hen later in Perzische dienst. Fokis, dat nu geen leger meer had, moest de veroverde steden teruggeven. De Fokenzen moesten enorme sommen geld betalen en hun rechten in de Amfiktyonie overdragen aan Macedonië. De bewoners behielden echter hun land, wat misschien meer was dan ze hadden mogen hopen.

Conclusie

Na Sparta en Athene waren ook Thebe en Fokis vernederd en verslagen. Filippos was heer en meester in Midden-Griekenland. Macedonië had erkenning gekregen als Griekse grootmacht en beheerste het panhelleense orakel van Delfi.

We kunnen Filippos’ voorwendsel te strijden om de eer van Apollo terzijde schuiven als een cynische maskerade. Er is echter geen reden om te betwijfelen dat dit voor veel Grieken en Macedoniërs wel degelijk de kern van de zaak vormde. Aan de ene kant stond de naakte agressie van Thebanen, aan de andere kant stonden de heiligschennende Fokenzen: geen van beide partijen verdiende sympathie. Het voornaamste gevolg van de Derde Heilige Oorlog was dan ook demoralisering.

Nog een conclusie: er had een geschiedschrijver van het kaliber Thoukydides moeten zijn, die over deze jaren schreef. De Bondgenotenoorlog en de Derde Heilige Oorlog hadden ingrijpender gevolgen dan de Peloponnesische Oorlog, waar veel meer aandacht voor is.

De Derde Heilige Oorlog (1)

Marcherende hoplieten (Louvre, Parijs)

In mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, beschreef ik vorige week de Bondgenotenoorlog (357-355 v.Chr.). Die eindigde toen de Atheners, door de dreiging van een Perzische vlootinterventie, de handdoek in de ring gooiden. Zo verloren ze hun imperium. De democratie hield het nog wat langer uit maar het einde van het klassieke Athene kwam in zicht. Wat ik niet noemde was dat de Atheense alliantie ook weleens een succesje boekte, zoals die keer, kort voor het uitbreken van de Bondgenotenoorlog, toen het eiland Euboia aansluiting zocht.

Dat zat de Thebanen niet lekker. Hun stad had Sparta verslagen – ik blogde er al over – en had later de Spartaanse orde op de Peloponnesos voorgoed vernietigd. Nu Thebe de nieuwe leider van Griekenland was, kon het niet zomaar toestaan dat Euboia afvallig was. Een conflict met Athene was echter iets dat het niet wilde. Het Atheense debacle lag, toen Euboia afviel, nog anderhalf jaar in de toekomst. Om te tonen dat Thebe niet met zich liet spotten, zocht het een andere oorlog. Het doelwit was Fokis, het landschap ten westen van Boiotië (het landschap waarin Thebe lag). Het voorwendsel: de Fokenzen zouden land hebben bebouwd dat eigendom was van Apollo, de god van Delfi.

Lees verder “De Derde Heilige Oorlog (1)”

De Atheense Bondgenotenoorlog

Artaxerxes III Ochos (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Een tijdje geleden gaf ik in mijn reeks over het eerstejaarshandboek oude geschiedenis, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, aan dat het dicht bij de bronnen blijft en daardoor niet goed in balans is. We lezen veel over de Perzische Oorlogen en over de Peloponnesische Oorlog, en dit laatste precies volgens de selectie die Thoukydides aanbrengt, maar de Bondgenotenoorlog en de Derde Heilige Oorlog komen er bekaaid vanaf. De bronnen laten zich daar niet zo een-twee-drie navertellen. Jammer, want deze twee conflicten schiepen het vacuüm dat Macedonië zou vullen. Ze markeren feitelijk het begin van het einde van de Griekse vrijheid. Om die reden blog ik vandaag toch eens over de Bondgenotenoorlog, die u moet plaatsen tussen 357 en 355 v.Chr.

De Tweede Delische Zeebond

Eerst nog even dit: door de opkomst van Thebe – hierover schrijven De Blois en Van der Spek wel het een en ander – waren de kaarten in het Griekse moederland grondig geschud. Zeker na de slag bij Leuktra in 372 was Sparta niet langer de supermacht die het ooit was geweest. De Atheners hadden al in 378 een tweede Delische Zeebond opgericht, die minder hoorde te gelden als een eigen imperium, wat een veelgehoorde klacht was geweest bij de oorspronkelijke Delische Zeebond. Het probleem was dat Athene zijn herwonnen bondgenoten niet goed wist te beschermen.

Lees verder “De Atheense Bondgenotenoorlog”

Oude olijfbomen

Laërtes’ olijfboom

Drie jaar geleden was ik in Souk Ahras, een klein Algerijns stadje dat ooit Thagaste heette en dat de geboorteplaats is van Augustinus. Er zijn geen opvallende resten uit de Romeinse tijd, maar achter het gemeentehuis toont men een olijfboom die, zo vertelt men, eeuwenoud is. Ik blogde er destijds over – lees maar – en schreef toen dat de christelijke veelschrijver de boom minimaal zou kunnen hebben gezien.

Het is niet de enige oeroude olijfboom. Het exemplaar hierboven staat op Ithaka en men vertelt ter plekke dat de vader van Odysseus, Laërtes, er weleens ging zitten als hij het gedonder in het paleis zat was. In Athene wijzen ze Plato’s olijfboom aan. In Libanon staan bij Bcheale zestien bomen die zouden zijn ontstaan toen Noach het olijftakje zou hebben geënt dat de duif hem na de Zondvloed had gebracht. Op de Olijfberg in Jeruzalem tonen ze u de bomen waaronder Jezus zou hebben gebeden voordat Judas hem kwam verraden.

Lees verder “Oude olijfbomen”

De Peloponnesische Oorlog (2)

Inscriptie met de namen van gesneuvelde Atheners (Louvre, Parijs)

In het eerste stukje legde ik de hoofdlijn van de oorlogen tussen 431 en 387 v.Chr. uit. Wat opvalt in het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, is hoe traditioneel het is. De auteurs volgen Thoukydides, die de Archidamische en Dekeleïsche Oorlog samenneemt tot één conflict. De Korinthische Oorlog, die uitbrak na Thoukydides’ dood, behandelen ze afzonderlijk.

Voor wat samen hoort en wat niet, volgen ze dus het oordeel van hun bron. Daar ligt een reëel probleem, want het is denkbaar dat als Thoukydides langer had geleefd, hij alle drie oorlogen had beschreven. Er is namelijk een aanwijzing dat hij Athenes herstel nog heeft herkend, aangezien hij het ergens heeft over de onvermijdelijkheid waarmee dingen zich ongeveer herhalen zoals ze al zijn gebeurd. De discussie over de interpretatie daarvan is hopeloos complex en hangt samen met die over zijn sterfjaar.

Lees verder “De Peloponnesische Oorlog (2)”

De Peloponnesische Oorlog (1)

Het graf van Alkias van Fokis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In de reeks over het handboek waarover ik regelmatig blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, kom ik aan bij de reeks conflicten die samen bekendstaan als de Peloponnesische Oorlog. Ik heb er al vaker over geschreven. Mijn samenvatting zal kort zijn. Over een half uur diep ik het uit.

De Archidamische Oorlog (431-421)

Athene en Sparta waren al eerder ten strijde getrokken, van 460 tot 445. Dat was geëindigd met een verdrag dat bekendstaat als de Dertigjarige Vrede. Die begon echter al na een decennium te rafelen, toen de Atheners zich in de invloedssfeer van Korinthe mengden. Eén conflict betrof de stad Poteidaia, een ander de relatie tot Korfu. Ik blogde erover. Sparta koos uiteindelijk partij voor Korinthe en eiste dat Athene zijn bondgenootschap ontbond. Athene weigerde en de oorlog kwam.

De Archidamische Oorlog duurde van 431 tot 421 v.Chr. Sparta slaagde er niet in zijn oorlogsdoelen te bereiken en we kunnen dus zeggen dat Athene, dat zijn imperium niet hoefde ontbinden, de oorlog won. Vrede was het echter niet.

Lees verder “De Peloponnesische Oorlog (1)”

Plato (3): De richtingloze democratie

Kroning van de Atheense Volksvergadering (Agoramuseum, Athene)

[Dit is de derde aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.] 

We gaan, zoals in het vorige stukje aangekondigd, eerst eens kijken naar hoe Plato stond tegenover de democratie. Wie hoopt dat hij een bevlogen democraat is geweest, zal teleurgesteld zijn. Bij het beschrijven van een democratie trekt Plato verschillende pijnlijke vergelijkingen.

Zo is een democratie volgens hem als een kleuterklas die moet kiezen wie het beste dieet voorschrijft: de banketbakker of de dokter. Natuurlijk kiezen de kinderen voor de banketbakker. Maar is dat wel de beste keuze met het oog op hun gezondheid of hun toekomst? Natuurlijk niet. En dat is nu juist het probleem.

Lees verder “Plato (3): De richtingloze democratie”

De Delische Zeebond: het Atheense imperium

Fragment van de Atheense Tribuutlijst (Epigrafisch Museum, Athene)

Een nieuwe donderdag, een nieuw stuk in mijn reeks over het handboek dat we inmiddels zo goed kennen, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Ik wees er al op dat de auteurs bij hun beschrijving van de Perzische Oorlog dicht bij Herodotos blijven. Ook attendeerde ik erop dat ze zich concentreren op Athene en Sparta, hoewel er meer belangrijke Griekse stadstaten zijn geweest, zoals Kyrene en Syracuse. Het is niet anders. Athene en Sparta zijn nu eenmaal de steden waarover we de meeste informatie hebben.

Als het gaat om het Atheense imperium, komen De Blois en Van der Spek wat vrijer van hun bronnen. Voor de periode tussen de Perzische Oorlogen en de Archidamische Oorlog (dus zeg maar 478-432) beschikken we namelijk niet over zoveel teksten. Alleen Diodoros van Sicilië biedt een volledig overzicht. Het zijn de jaren waarin Athene voor de eerste keer een imperium bouwde; aan het tweede imperium, dat eindigde met een smadelijke diplomatieke nederlaag tegen de Perzen, besteden De Blois en Van der Spek minder aandacht.

Lees verder “De Delische Zeebond: het Atheense imperium”

De dood van Sokrates

Fragment uit Plato’s Faidon (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Een korte serie over de man die de Grieken en Romeinen aanduidden als de vader van de filosofie: de Athener Sokrates. Het eerste deel was hier.]

Elk kritisch persoon kan vroeg of laat op tegenstanders rekenen. Dus ook Sokrates. Op late leeftijd wordt hij aangeklaagd wegens blasfemie en het verpesten van de jeugd. Sokrates’ vrienden sporen hem vervolgens aan de stad te ontvluchten, maar Sokrates weigert. Zijn plaats is in Athene. In de rechtbank verdedigt hij zich door te betogen dat hij in goddelijke opdracht de zielen van zijn stadgenoten zuivert.

Wanneer hij ondanks zijn pleidooi door een krappe meerderheid wordt veroordeeld en zijn eigen straf mag voorstellen, beweert hij spottend dat zijn enige gepaste straf een staatspensioen is. Om het niet te bont te maken stelt hij vervolgens een zeer lage geldboete voor. Die arrogante toon komt hem duur te staan. Een grote meerderheid pleit nu voor de zwaarste straf: de gifbeker.

Lees verder “De dood van Sokrates”