Herodotos’ alleenheersers

Grieks theatermasker (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Een van de opmerkelijke trekken in HerodotosHistoriën is zijn focus op alleenheersers. Over de eerste koningen van een dynastie heeft hij meestal wel iets aardigs te zeggen: Gyges van Lydië, Cyrus van Perzië, Battos van Kyrene, Perdikkas van Macedonië. Dat is niet ongebruikelijk in de antieke literatuur. We vinden dezelfde sympathie voor dynastieënstichters in de Babylonische Dynastieënprofetie.  Vreemd is het niet: wie de macht wist te grijpen, moest wel gesteund zijn door de goden en het zou heiligschennis daarover anders te denken. Ook beschouwt Herodotos de Spartaanse heerser Leonidas als dapper, schetst hij de praktische wijsheid van farao Amasis en erkent hij dat de Skythische vorst Idanthyrsos een goede commandant was.

Van de andere kant: de Spartaan Kleomenes geldt als gek, Gelon van Syracuse lijdt aan grootheidswaanzin en van de Perzische vorsten die na Cyrus kwamen, spoort er niet een. Kambyses is een tiran (én een gek), Smerdis een bedrieger, Darius een kruidenier en Xerxes hoogmoedig.

Lees verder “Herodotos’ alleenheersers”

Toneel in de Oudheid

toneel_in_de_oudheid

Wat je ook mag denken van de oude Grieken en Romeinen, ze weten de aandacht wél vast te houden. Al een eeuw of zes. En terecht, want wie zich in de antieke culturen verdiept, vindt steeds weer iets om zich over te verbazen en van te genieten. Veel fans zijn lid van het Nederlands Klassiek Verbond, dat volgend jaar alweer tachtig jaar bestaat, en lezen het daarmee geaffilieerde tijdschrift Hermeneus, dat nog tien jaar ouder is.

Vanouds geven beide handen en voeten aan het Renaissance-denkbeeld dat je door kennis van de oude wereld het betrekkelijke leert zien van je eigen tijd en wat wijsheid opdoet. Beide geloven bovendien in het mooie zeventiende-eeuwse ideaal dat het genot van deze kennis, het verworven inzicht en de ontdekkingsvreugde niet het privilege moeten blijven van een geleerde elite, maar bereikbaar dienen te zijn voor iedereen.

Lees verder “Toneel in de Oudheid”

Ezechiël de Tragicus

Feniks (Allard Piersonmuseum, Amsterdam)

Familiewaarden in Griekenland: een moeder heeft haar man gedood en denkt dat haar minnaar haar zoon heeft vermoord. Ze haast zich om het lijk te zien, maar de bloedige resten blijken die te zijn van haar minnaar. Superieure ironie, want het publiek van het toneelstuk Elektra weet al dat Orestes Aigisthos heeft gedood en weet welke schokkende ontdekking Klytaimnestra zal gaan doen. Niemand zal ontkennen dat Sofokles een van de grootste toneelschrijvers aller tijden is.

Het is maar al te begrijpelijk waarom classici steeds opnieuw Sofokles en zijn collega’s Aischylos en Euripides herlezen. Al in de Oudheid geloofde men dat dit drietal niet te overtreffen viel. Er circuleerde een wetenschappelijke uitgave van hun werk, waarvan een deel over is (alle tragedies van Euripides die beginnen met een E). We weten ook dat er een geannoteerde uitgave was van driemaal zeven tragedies, een soort ‘het beste van’, geselecteerd door een goede geleerde. Zijn selectie is didactisch superieur: drie tragedies over Elektra helpen de leerling bijvoorbeeld het specifieke te zien van de benadering van Aischylos, Sofokles en Euripides.

Lees verder “Ezechiël de Tragicus”