Asmahan, prinses en zangeres

Asmahan

Vandaag is het tachtig jaar geleden dat de Arabische zangeres Asmahan overleed. Of werd vermoord. We zullen nooit weten of het een echt ongeluk was, of eerwraak, of een afrekening met een spionne. Maar daarover straks. Eerst: wie was Asmahan?

Asmahan was een artiestennaam. Ze heette eigenlijk Amal al-Atrash en kwam uit een familie van Syrische druzen. Niet zomaar een familie: de Al-Atrash-clan vormde feitelijk hoge adel en we kunnen haar beschouwen als prinses. Haar vader bekleedde dan ook een voorname bestuursfunctie in het Ottomaanse Rijk en Amal, geboren in 1912, groeide op in weelde. Maar ook in vooraanstaande families gaan weleens dingen verkeerd en Amals moeder zag zich in 1922 gedwongen haar man te verlaten. Het kwam niet alleen door een slecht huwelijk, maar ook doordat de Al-Atrash-clan een belangrijke rol speelde in het verzet tegen de Fransen, die na de Eerste Wereldoorlog Syrië als mandaatgebied hadden gekregen. De druzen streefden naar onafhankelijkheid, de Al-Atrash-clan kreeg het hard voor de kiezen en Amals moeder onttrok zich aan die stress.

Lees verder “Asmahan, prinses en zangeres”

Watergate (1): Politieke spionage

President Nixon vóór Watergate hem tot aftreden dwong

Op een vrijdagavond in juni 1972 deed Frank Wills, de nachtwaker van het Watergategebouw in Washington DC, een vreemde ontdekking: het slot van een deur op de begane grond bleek te zijn afgeplakt met een stukje tape. Hij haalde het weg en noteerde het voorval in zijn logboek. Na een hamburger te hebben gegeten, besloot hij een extra ronde te lopen. Er was een paar weken ook al eens ingebroken en Wills wilde geen risico nemen. Tot zijn verbazing constateerde hij dat er opnieuw een stukje tape was aangebracht. Er waren insluipers.

Wills sloeg alarm. Het was inmiddels zaterdag 17 juni, kwart voor twee, vandaag tweeënvijftig jaar geleden. De politie was al min of meer ter plekke, omdat agenten in burger postten bij een groep demonstranten. Zo konden ze al een paar minuten na het alarm een vijftal inbrekers arresteren. Op de zesde verdieping, het Nationale Hoofdkwartier van de Democratische Partij. De scène was ronduit absurd: de agenten gingen gekleed als hippies, terwijl de dieven dure smokings droegen. En ze waren voorzien van afluisterapparatuur.

Lees verder “Watergate (1): Politieke spionage”

Afscheid van Beiroet

Kim Philby woonde op de vijfde verdieping in dit huis aan de Kantari Street, Beiroet

Mijn laatste dag in Beiroet begon met een vroeg ontbijt met journalist Michael Young, die ik weleens eerder heb gesproken. Eén van de dingen die ik wilde weten was waar Kim Philby, de roemruchte spion, nu had gewoond voordat hij zich in januari 1963 uit de voeten maakte naar de Sovjet-Unie. Ik had afgelopen dinsdag al gezocht naar het huis, waarvan ik wist dat het bestond, en bleek er recht voor te hebben gestaan zonder het te herkennen.

Young en ik hadden het verder over de dingen die je zoal kunt verwachten: “the situation”, de conclusie dat het Libanese systeem sinds 2020 definitief kapot was, dat het land zichzelf zonder regering nog enigszins draaiend hield, dat Hezbollah de staat de facto had overgenomen, dat het er al met al niet goed voorstond, maar dat de gevarieerdheid van de bevolking een nog steeds bestaande troef was.

Ik denk dat wereld zich – daar kan zelfs de conservatiefste conservatief het mee eens zijn – snel zal moeten aanpassen en dat het grootste gevaar voor iedere samenleving de nostalgie is naar een overzichtelijker verleden dat nooit heeft bestaan. In Libanon zijn er federalisten, die denken dat het opsplitsen van het land een manier is om de luiken dicht te doen, maar Young meende dat dat niet zou lukken.

Lees verder “Afscheid van Beiroet”

Snouck Hurgronje

Wie in Leiden over het Rapenburg naar het Academiegebouw wandelt, passeert op nummer 61 het huis waar Christiaan Snouck Hurgronje heeft gewoond. Afgezien van de in steen gebeitelde naam herinnert er weinig aan de geleerde, die leefde van 1857 tot 1936 en tot op de dag van vandaag ietwat omstreden is. Snouck was namelijk de islamoloog die de strategie ontwierp waarmee generaal Van Heutsz tussen 1898 en 1903 de bevolking van Atjeh onderwierp. Niet iedereen kan, om het zacht uit te drukken, waardering opbrengen voor de architect van een koloniale oorlog.

Er is echter meer. Snouck Hurgronje had zich in 1885, minimaal in naam, bekeerd tot de islam en had enige tijd in Mekka en gewoond en gestudeerd. Voor menig moslim gold hij als vertrouwenspersoon, ja als leraar. Tegelijk schreef hij rapporten voor de Nederlands-Indische autoriteiten, waarin hij doorgaf wat hem was verteld. Was het, zoals Snouck Hurgronjes biograaf Philip Dröge in zijn onlangs verschenen boek Pelgrim opmerkt, wel eerlijk van de Nederlandse geleerde om de mensen die hem bewonderden, zó te belazeren? Was hij niet in feite gewoon een spion?

Lees verder “Snouck Hurgronje”

Stoddart en Connolly in Buchara

De audiëntiehof in de citadel van Buchara, waar noch Stoddart, noch Connolly de juiste geloofbrieven wist te tonen.
De audiëntiehof in de citadel van Buchara, waar noch Stoddart, noch Connolly de juiste geloofbrieven wist te tonen.

Ik schrijf dit in Buchara, een plaats die mogelijk heeft gediend als residentie van Spitamenes, de man die in het voorjaar van 329 v.Chr. Bessos uitleverde aan Alexander, te laat ontdekte wat de Macedonische heerschappij inhield, in de late zomer in opstand kwam en het de Macedoniërs behoorlijk lastig maakte. Een Macedonisch leger dat richting Buchara werd uitgezonden, werd aan de rivier de Polytimetos (Zarafshan) door de Sogdiërs vernietigd. Pas in 327, na de stichting van steden als Kampyr Tepe en door de vestiging van duizenden Griekse huurlingen werd het gebied voldoende worden gepacificeerd om Alexander zonder gezichtsverlies verder te laten trekken.

De Macedoniërs bezetten Buchara later wel, maar de regio werd weer opgegeven. Pas in de Middeleeuwen kwam het waterrijke gebied in de Kyzyl Kum-steppe onder westerse aandacht, maar het zou tot de negentiende eeuw duren voor het echt goed bekend werd. De wederzijdse ontmoeting verliep, voorzichtig uitgedrukt, niet al te best, zoals de Britse kolonel Charles Stoddart tot zijn verdriet ondervond.

Lees verder “Stoddart en Connolly in Buchara”

Spionage

Of het nu het cynische realisme is van The Spy Who Came in from the Cold of de romantiek van een James Bond-film, het werk van inlichtingendiensten fascineert. Ik ben wel eens wezen lunchen met een medewerker van de AIVD en maar nauwelijks minder leuk dan het gesprek was dat ik stoer kon vertellen een spion te hebben gesproken.

Men zegt dat het echte inlichtingenwerk niet zo romantisch is en dat zou best waar kunnen zijn. De medewerkers van de Israëlische inlichtingendienst die mij ooit wat vragen stelden, deden in feite bureauwerk. Als er dan ook maar weinig landen zijn met een minder romantisch karakter dan Nederland, dan moet een boekje over het werk van inlichtingendiensten in eigen land wel heel saai zijn.

Lees verder “Spionage”

Unperson of the Year

Zoals bekend heeft Time Magazine de gewoonte elke december iemand uit te roepen tot “person of the year”. Het gaat dan om iemand die de aandacht van de journalisten heeft weten te trekken met opmerkelijke uitspraken of daden. Of, anders gezegd, de man of vrouw waarmee de meeste exemplaren van Time werden verkocht. Dit jaar is het geen ander dan paus Franciscus.

Niks mis mee. De man is er, met een heel simpel “back to basics”, in geslaagd het Vaticaan weer te maken tot een morele autoriteit. Niet dat je het met zijn opvattingen eens moet zijn. Ik denk dat de pauselijke weerzin van abortus, hoezeer ook voortkomend uit de leer van zijn kerk, niet getuigt van veel empathie tegenover de vrouwen die naar het ziekenhuis moesten. Ik denk ook dat een groot deel van het pauselijk optreden vooral bewijst dat hij slim weet om te gaan met de media. Wie ’s nachts anoniem aalmoezen gaat geven, wéét dat het zal uitlekken. Een paus is immers nooit anoniem. Dit gezegd zijnde, ik vind de huidige paus, vergeleken met zijn twee voorgangers, een verademing.

Lees verder “Unperson of the Year”

PRISM

Kort voor de inhuldiging van koning Willem-Alexander was er het kleine berichtje dat de AIVD zo’n honderd geïsoleerd levende mannen (“lone wolves”) in het vizier hield. Het bericht zal, na de aanslagen in Apeldoorn en Alphen aan den Rijn, maar weinigen hebben verbaasd. Dat we in de gaten worden gehouden, is inmiddels zó algemeen bekend dat het aanleiding was tot grapjes. Ik heb althans een stuk of wat vrijgezelle mannen horen opmerken dat ze nu extra voorzichtig zouden zijn.

Hoe dat in de gaten houden eruit ziet, weet elke computergebruiker. Niemand online heeft enige privacy. Facebook is een makkelijk voorbeeld: ook wie zijn privacy-instellingen scherp afstelt, krijgt verdraaid goed gerichte advertenties voor de kiezen. Er was laatst een bericht dat er algoritmes zijn waarmee kan worden vastgesteld of een anonieme computergebruiker een vrouw of een man was.

Lees verder “PRISM”

Koude Oorlog

Toen ik laatst over Blake en Mortimer blogde, noemde ik en passant dat in die verhalen het werk van inlichtingendiensten nog een zekere grandeur heeft. Niet de grandeur van Bond, James Bond, die oude talen heeft gestudeerd, geniet van casinobezoek en weet hoe hij een vesper moet mixen. Nee, het ging me erom dat kapitein Blake van MI5 geen rat is: het is een krijger met een erecode, die ook zijn vijanden met “u” aanspreekt en luistert naar wat deze te zeggen hebben. Ik vergeleek dat met de cynische wereld die John le Carré schetst in The Spy Who Came in from the Cold, dat even oud is: dit jaar een halve eeuw.

Alle reden om het boek te herlezen en er opnieuw door geschokt te zijn. Ik denk dat u de roman wel kent – anders nu stoppen met lezen, en naar de boekhandel om een van de beste boeken van de vorige eeuw te kopen – maar ik fris uw geheugen even op.

Lees verder “Koude Oorlog”