
Een goed museum brengt bezoekers van buiten de regio tot begrip van die regio. En omgekeerd kan een goed museum bezoekers uit de eigen regio kennis laten maken met iets buiten die regio. Museum Wierdenland in het Groningse dorpje Ezinge is zo’n goed museum. De niet-Groninger krijgt er informatie over het leven op de wierden, terwijl de Groninger er momenteel kennis kan maken met iets waar ’ie anders 1600 kilometer voor op reis moet: de Etrusken.
De expositie “Etrusken – Pracht en Macht” begint wat verontschuldigend met de constatering dat op het moment dat de eerste bewoners zich vestigden op de wierde van Ezinge, dus zo’n 2500 jaar geleden, ook de Etruskische cultuur bloeide. Even verderop lezen we over de overeenkomst tussen de wierden en de Etruskische tumuli (allebei heuvels) en over het feit dat waterbeheer zowel in het Nederlands kustlandschap als in Etrurië belangrijk was. Zulke beweringen zijn overbodig. Aandacht voor de Oudheid behoeft geen rechtvaardiging. Het tijdvak is uit zichzelf voldoende interessant. En interessant zijn de Etrusken: een stedelijke cultuur die even oud is als de Griekse en die een handelsnetwerk had dat zich, via de Hallstatt– en de La Tène-mensen, uitstrekte tot in het hoge noorden.

De tentoonstelling is al even interessant. Wie binnenloopt, passeert – heel gepast – eerst een grenssteen. Het voorwerp, afkomstig uit Cortona, heeft het opschrift TULAR RASNAL, “de grens van de Etrusken”. Ik kan iets over het hoofd hebben gezien tijdens mijn te korte bezoek, maar volgens mij was dit een van de weinige keren dat de tentoonstelling inging op de taal. Dat is ook wel zo prettig, want de onbekende verwantschap van het Etruskisch overschaduwt al te lang wat we wél weten over het Oud-Italische volk.
De bezoekers in Ezinge krijgen uitleg over de Villanova-periode, de IJzertijdcultuur waarin de Etruskische stadstaten wortelen. De bronzen armbanden zijn prachtig. Er is uitleg over de importen van Grieks (vooral Korinthisch) aardewerk en over de wijze waarop Etruskische pottenbakkers daar inspiratie aan ontleenden. Het beroemde zwarte buchero-aardewerk ontbreekt niet. Zelf vond ik de bronzen kannen uit de vijfde eeuw v.Chr. erg mooi.

Uiteraard is er aandacht voor de leverschouw, een vorm van futurologie waarin de Etruskische waarzeggers zó uitblonken dat men sprak van de Etrusca disciplina. Je hoeft geen Latijn te hebben gehad op school om dat te kunnen vertalen. Er zijn wat beeldjes van goden, waaronder een beeldschone Menrva, en een mooie gouden broche. Ik was zelf onder de indruk van twee bronzen spiegels. Even verderop was een vitrine met wat wapens, waaronder een perfect bewaarde helm. Veel materiaal komt uit Cortona.
De expositieruimte is niet heel groot, maar er staan enkele vitrines waar je omheen kunt lopen, zodat je de voorwerpen van alle kanten kunt bekijken. Dat is zeker voor het beschilderde aardewerk een pre. Alle voorwerpen komen uit de collectie van het Rijkmuseum van Oudheden, maar het zijn zeker niet alleen maar stukken uit de vaste opstelling. Er waren askistjes die ik nog nooit eerder heb gezien. En om eerlijk te zijn: het overzicht van de Etruskische cultuur is in Ezinge beter dan in Leiden.

Klein maar fijn, zoals men zegt. Laten we er echter geen doekjes om winden: Ezinge is voor veel Nederlanders en Vlamingen vér weg, en hoe mooi de expositie ook is, het gaat te ver om er speciaal voor naar Groningen te sporen en een fiets te huren. Toerisme is mooi maar het moet niet ontaarden in sport. Als u echter in het noorden bent, is “Etrusken – Pracht en Macht” beslist een omweg waard. Zeker in combinatie met de eigenlijke opstelling van Museum Wierdenland, want het leven van de Chauken, zoals de bewoners van het Noord-Nederlandse kustgebied heetten, was minstens even interessant als dat van de Etrusken.
***
De tentoonstelling “Etrusken – Pracht en Macht” duurt nog tot 12 januari.
Zelfde tijdvak
Gaat dicht: het Pergamonmuseum in Berlijnaugustus 29, 2023
Archeoloog in Soedan (10)februari 3, 2014
Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (2)februari 16, 2026

Ezinge is inderdaad niet gemakkelijk per OV bereikbaar (vanaf station Winsum is er 1 x per uur verbinding met een 8p minibus), maar het Groninger Hogeland is een fietstochtje meer dan waard. En voor de echte waaghalzen: Garnwerd, Winsum/Obergum, Niehove en Feerwerd zijn ook prachtig. Ik ga dit najaar de Etruskententoonstelling zeker bezoeken, met een Etruskologe als gids…
Toch vind ik het leuk om te leren dat de Etrusken op dezelfde manier met wateroverlast omgingen als de Oude Groningers.
Overigens is Ezinge ook vanuit ZO Groningen een eind weg met het OV.
Ik ben blij dat je de aandacht vestigt op kleine tentoonstellingen als die in Oss, Rhenen en Ezinge. Ik weet dat het een groter RMO-project is, maar je blijft hopen op duurzamere cultuurspreiding.