Kopie van een model voor leverschouw (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Eerlijk is eerlijk: het bovenstaande voorwerp is niet echt. Het is een replica, aanwezig in de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Voor het origineel moet u naar Piacenza in Noord-Italië, naar de Palazzo Farnese, waar de plaatselijke archeologische collectie is te zien. Het bronzen voorwerp stelt een schaapslever voor en is vermoedelijk eind tweede eeuw v.Chr. vervaardigd.
Het voorwerpje is iets kleiner dan een handpalm. Het was, om zo te zeggen het handboek van de ingewandenschouwer, de haruspex. Zo iemand kon de toekomst voorspellen – of beter, meende de toekomst te kunnen voorspellen – aan de hand van de uitstulpingen van de lever uit een offerdier.
Een goed museum brengt bezoekers van buiten de regio tot begrip van die regio. En omgekeerd kan een goed museum bezoekers uit de eigen regio kennis laten maken met iets buiten die regio. Museum Wierdenland in het Groningse dorpje Ezinge is zo’n goed museum. De niet-Groninger krijgt er informatie over het leven op de wierden, terwijl de Groninger er momenteel kennis kan maken met iets waar ’ie anders 1600 kilometer voor op reis moet: de Etrusken.
De expositie “Etrusken – Pracht en Macht” begint wat verontschuldigend met de constatering dat op het moment dat de eerste bewoners zich vestigden op de wierde van Ezinge, dus zo’n 2500 jaar geleden, ook de Etruskische cultuur bloeide. Even verderop lezen we over de overeenkomst tussen de wierden en de Etruskische tumuli (allebei heuvels) en over het feit dat waterbeheer zowel in het Nederlands kustlandschap als in Etrurië belangrijk was. Zulke beweringen zijn overbodig. Aandacht voor de Oudheid behoeft geen rechtvaardiging. Het tijdvak is uit zichzelf voldoende interessant. En interessant zijn de Etrusken: een stedelijke cultuur die even oud is als de Griekse en die een handelsnetwerk had dat zich, via de Hallstatt– en de La Tène-mensen, uitstrekte tot in het hoge noorden.
De expositie over Mari in het het Mariemontmuseum in Morlanwelz
Ik blogde zojuist over de Bronstijdstad Mari, waaraan het Musée Royal de Mariemont in het Belgische Morlanwelz momenteel een mooie expositie wijdt: Mari en Syrie. Renaissance d’une cité au 3e millénaire. Nu duurt de geschiedenis van de stad een eeuw of twaalf, van 2900 tot 1751 v.Chr. (lage middenchronologie), dus men heeft gekozen voor de tweede helft. Dat is de tijd van de šakkanakku’s die ik in het vorige stukje noemde: eerst waren zij gouverneurs van het Rijk van Akkad, later herstelden ze de onafhankelijkheid, nog wat later (ten tijde van Ur III) heersten ze als onafhankelijke koningen en tot slot verloren ze hun onafhankelijkheid aan de Babyloniërs. Dat is nog altijd een periode van een half millennium.
Als ik het goed heb gezien, kwamen alle voorwerpen in het Mariemontmuseum uit het Louvre in Parijs. Het waren er eigenlijk niet eens zo gek veel. Sterker, enkele stukken die ik zou hebben verwacht, zoals de parelmoeren inlegreliëfs waarvan het Louvre nogal wat heeft, vallen op door afwezigheid. Mari en Syrie is zo’n tentoonstelling waar het gaat om enkele goedgekozen objecten die tekstueel (Frans, Nederlands, Engels) of met geluid worden uitgelegd. Van de stukken uit de andere musea, zoals de watergodin in het Archeologisch Museum in Aleppo, waren foto’s met uitleg. Ik kan me voorstellen dat dit niet naar ieders smaak is; sommige mensen zijn minder tekstueel dan visueel ingesteld.
Rembrandts weergave van het “teken aan de wand”. De vrouw links van de koning heeft de trekken van Rembrandts echtgenote Saskia.
Het punt kan niet vaak genoeg worden gemaakt en dus maak ik het gewoon nog maar eens een keer: we hebben over de oude wereld te weinig informatie. Daaruit volgt dat we over sommige gebeurtenissen eigenlijk te weinig weten. Hoe het Perzische Rijk is ontstaan bijvoorbeeld. Het staat vast dat toen koning Cyrus de Grote in oktober 539 v.Chr. de stad Babylon innam, hij in één moeite door het hele Babylonisch Rijk kon overnemen en dus beschikte over een goedgeorganiseerde staat, maar hoe hij dit kon doen is niet goed bekend. Halfnomadische stammen uit de bergen nemen niet zomaar een wereldrijk over.
Lange tijd zou het verhaal uit Herodotos, over wie ik onlangs schreef, zijn gebruikt om dit allemaal te verklaren. Het komt erop neer dat in Iran de Meden (in West-Iran) aan de macht waren en dat de Perzen (Zuid-Iran) hun vazallen waren. Op een gegeven moment besluit de Pers Cyrus in opstand te komen – het romantische sprookje dat moet verklaren waarom, zal ik later vandaag behandelen – en hij onderwerpt zijn voormalige overheerser. Vervolgens onderwerpt hij de Lydiërs in het westen van Turkije en daarna valt hij Babylonië aan. Ook oostelijk Iran wordt onderworpen en Cyrus komt om als hij probeert Centraal-Azië te onderwerpen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.