Hallstatt

Reconstructie van een wagen uit de IJzertijd (Palais Rohan, Straatsburg)

Het is maar hoe je ernaar kijkt. De door mij bewonderde archeoloog Barry Cunliffe meende dat de Keltische cultuur ontstond vanuit een elite die de handel beheerste tussen de Griekse en Italische culturen in het zuiden en de leveranciers van ruwe grondstoffen in het noorden, waar tin en barnsteen werd gewonnen. Daar valt best iets voor te zeggen: Champagne, Lotharingen, de Elzas, het Zwarte Woud, Beieren en Bohemen (het gebied waar de Keltische La Tène-cultuur ontstond) liggen inderdaad tussen zuid en noord.

Je kunt het ontstaan van de Centraal-Europese IJzertijdculturen ook zien als een autonome ontwikkeling. Benoorden de Alpen werden allerlei metalen gewonnen: veel ijzer, een beetje tin en koper (de bestanddelen van brons), en daarnaast ook zout, dat kwam uit mijnen in de noordelijke uitlopers van de Alpen. Degenen die rijk werden van de metaal- en zoutwinning ruilden hun producten tegen textiel, levensmiddelen, pelzen, huiden en slaven. Hierdoor ontstond tussen Champagne en Bohemen een handelsnetwerk. De elite van de tussenhandelaren toonde haar kapitaal door zich te laten begraven in wagengraven. Dit was het begin van de Hallstatt-cultuur, die is te beschouwen als de voorganger van de Keltische La Tène-cultuur.

Helemaal aan de periferie van dit netwerk, aan de Noordzee, werd zeezout gewonnen, dat iets anders was dan het mijnzout van de noordelijke hellingen van de Alpen. Het lijkt erop dat de Vorst van Oss, waarover ik gisteren blogde, rijk is geworden doordat hij zout kon leveren aan de Hallstatt-elites in Champagne en Lotharingen. Kooplieden zullen het product hebben vervoerd over de rivier de Maas.

De Vlaamse wetenschapsjournalist Herman Clerinx, auteur van een boek over de IJzertijd, wijst me op nog een ander product waarin de Vorst van Oss geïnteresseerd zal zijn geweest: textiel. De Kempen vormden een uitgebreid heidegebied, ideaal voor schaapskuddes, en wol was in de Oudheid en Middeleeuwen een luxeproduct. De steden van Vlaanderen en Holland baseerden er later hun welvaart op. De Vorst van Oss moet ook deel hebben genomen aan de lakenhandel.

Ergens in het zuiden – je zou haast geneigd zijn te denken: op een voorloper van de jaarmarkten van Champagne – haakte het handelsnetwerk langs de Maas in het grote Hallstatt-handelsnetwerk. Zo kon de Heer van Oss beschikken over een zwaard dat was vervaardigd in Beieren en kon hij worden begraven in een emmer uit het oostelijke Alpengebied.

De Hallstattcultuur wordt in vier periodes onderverdeeld: A en B duurden van pakweg 1200 tot 800 en vallen samen met wat in Griekenland de “Dark Age” wordt genoemd. Hallstatt C en D duurden tot pakweg 450, gaan over in La Tène en vallen ruwweg samen met de Archaïsche Periode van Griekenland. Het is geen toeval dat er enige synchronie is, want door handel stonden de Griekse en de Centraal-Europese gebieden in nauw contact. Dat illustreert dat Cunliffes visie, dat Hallstatt en La Tène waren gerelateerd aan de Mediterrane wereld, ook nog niet zo gek is.

9 gedachtes over “Hallstatt

  1. Rob Duijf

    ‘Het lijkt erop dat de Vorst van Oss, waarover ik gisteren blogde, rijk is geworden doordat hij zout kon leveren aan de Hallstatt-elites (…)’

    Waar blijkt dat uit?

    1. FrankB

      Zuiver zout wel, ja. Zeezout noch mijnzout is zuiver. Water in Rotterdam verschilt daarom ook van water dat in de duinen wordt gewonnen.

      1. @frank: gewonnen zout is in 1e instantie nooit zuiver, dat snapt iedereen, maar zout blijft zout. In bepaalde winkels kan je zeezoiut kopen, maar het is duurder dan gewoon mijnzout. Dat is idioot naar mijn mening.Ik las zelfs een recept waarin duidelijk werd aangegeven dat zeezout gebruikt diende te worden.

    2. Rob Duijf

      Zout was het goud van de oudheid vanwege de conserverende werking; zo kun je er producten langer mee bewaren. Dus door in onze contreien zeezout te winnen, bijvoorbeeld uit de as van zouthoudend laagveenturf (moernering), kon men het monopolie van het mijnzout doorbreken.

  2. henktjong

    Laken in de bronstijd? Ik dacht het niet. Het proces om laken te maken van wollen stoffen dateert voor zover ik weet uit de 11e eeuw en werd in Vlaanderen het eerst toegepast. Men weefde inderdaad wollen stoffen vanaf de steentijd, maar dat waren geen gevolde en geschoren lakens.

    1. Geen laken, maar wel prachtig gekleurde wollen stoffen, vergelijkbaar met de wollen tartans zoals wij ze nu nog kennen uit Schotland. Er werd overigens ook linnen verwerkt. Geeft Clerinx ook uitsluitsel over de vorm waarin de wol naar het zuiden ging? Dat kan als al dan niet gereinigde vezels, ruwe wol dus, maar ook in gesponnen vorm als garen of in geweven vorm als wollen ‘doek’.
      Ik neem aan dat de wol in ruwe of gereinigde vorm naar het zuiden ging en daar ter plekke werd gesponnen, eventueel geverfd en geweven. De textielen van de Hallstattcultuur zijn vermaard.

Reacties zijn gesloten.