Een reliëf met de god Baäl

Baäl (Louvre, Parijs)

Een van de voordelen van een eigen blog is dat je je volgers nog eens om advies kunt vragen. Ik ben op zoek naar een woord.

Hierboven ziet u een van de beroemdste reliëfs uit de Bronstijd: het stelt de god Baäl voor, de regengod van Ugarit. Hij heeft een knots in de rechterhand en een bliksemschicht in de andere hand. Onder zijn voeten zijn golven, die de verslagen zeegod Yamm weergeven. Het kleine mannetje voor de godheid zal de koning van Ugarit wel zijn, die dit reliëf in de vijftiende eeuw v.Chr. heeft laten vervaardigen en oprichten bij de tempel van Baäl. Daar is dit voorwerp in 1932 opgegraven. Het is nu te zien in het Louvre in Parijs.

Dit is een meesterwerk, dat lijdt geen enkele twijfel. Ik ben blij dat ik dit reliëf als foto kan tonen in het boek dat ik momenteel met Hein van Dolen aan het maken ben. Dat is gewijd aan de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Filon van Byblos, die de Fenicische mythen op nogal aparte (euhemerische) wijze navertelt. Ook Baäl zal ter sprake komen, dus met dit reliëf.

En nu komt mijn probleem. Als je goed kijkt, zie je dat de beeldhouwer gebruik heeft gemaakt van de structuur van zijn materiaal. Het is een sedimentsteen, opgebouwd uit talloze laagjes. Door de steen zo te leggen dat die laagjes van rechtsboven naar linksonder lijken te lopen, suggereren de laagjes de regen. Zoals gezegd: dit is een meesterwerk.

Maar: hoe heet de laagjesstructuur van een steen? Mijn goede vriend Richard suggereert “gelaagdheid” en ik kan met dat woord leven, maar ik weet zeker dat er een andere term voor is. Het is geen grijn, geloof ik, want dat is het woord voor als de beeldhouwer de laagjesstructuur erin freest. In het Engels is het grain, maar hoe heet dat in het Nederlands? De reageerpanelen staan voor u open.

[Dit was het 464e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

Deel dit:

8 gedachtes over “Een reliëf met de god Baäl

  1. Jeroen

    Ik zou ook voor de steenhouwer geen ‘grijn’ zeggen, maar frijnen. Men brengt een frijnslag aan (de ‘nette’ lijntjes). Niet te verwarren met de scharreerslag, die een ruwer verband van lijntjes aangeeft.

  2. Kees Vlak

    Deze simpele geoloog zou het woord “laminatie” gebruiken. Alle gesteenten hebben textuur, sommigen hebben een laminatie, meestal veroorzaakt door gelaagdheid (vast ook in deze kalksteen), maar in mijn goede oude Algemene Geologie van Pannekoek staat ook een mooi voorbeeld van laminatie in een ganggesteente (een stollinggesteente die als gang in een ander gesteente is ingedrongen).

Reacties zijn gesloten.