
Wie zich bezighoudt met de geschiedenis van het oude Griekenland, focust al snel op Athene, waar de meeste bronnen vandaan komen, en op de stadstaten waarmee Athene in de klassieke tijd het meest te maken had: Sparta, Korinthe, Thebe, en in mindere mate ook Milete, Syracuse en Kyrene. Je zou haast over het hoofd zien hoe belangrijk de contacten waren met het noordelijk deel van het Egeïsche Zee-gebied. In het noordwesten lag Macedonië, in het noordoosten woonden de Thraciërs. De halve geschiedenis van het klassieke Athene draait om het beheer van Amfipolis, op de grens van de twee gebieden, waar het scheepshout vandaan kwam.
Goud
Het zuidoosten van het Balkanschiereiland had echter meer te bieden. Wie nu in het Drents Museum gaat kijken naar de expositie over Dacië, ziet het vele goud. Er waren ook goudaders in het huidige Bulgarije, terwijl de bewoners van Amfipolis ook al wisten waar het edelmetaal vandaan moesten halen.

Koning Filippos van Macedonië had Amfipolis al aan het begin van zijn regering weten te bemachtigen en had later de Thraciërs onderworpen. Het Macedonisch bewind was echter nog geen vanzelfsprekendheid – en zou dat ook nooit zijn – en om die reden lag het voor de hand dat Filippos’ zoon Alexander, eenmaal koning, eerst Thracië zou beveiligen. In de woorden van zijn biograaf Arrianus meende Alexander
dat het niet goed was de volken ten noorden en westen van Macedonië, voor hij van huis ging [om op te rukken tegen de Perzen], achter te laten zonder ze eerst stevig de les te lezen.noot
Niet alleen was het beheer van de Thracische goudaders belangrijk, de kuststrook vormde ook de belangrijkste weg naar Azië. Daar was de voorhoede van het Macedonische leger al begonnen aan de oorlog tegen het Perzische Rijk.

De Triballiërs
Het eerste doelwit van Alexander machtsdemonstratie op de Balkan waren de Triballiërs, een stam in het noorden van Bulgarije die pas een jaar daarvoor door Filippos was onderworpen en haar onafhankelijkheid wilde herwinnen nu de overwinnaar was vermoord. Met een niet al te groot leger trok Alexander in het voorjaar van 335 tegen hen op. Een groep Thraciërs blokkeerde een Balkanpas maar zij vormden geen enkel probleem voor het goedgetrainde Macedonische leger. Vrijwel zeker betrof het de Shipka-pas.
Toen de krijgers waren gedood en hun vrouwen en kinderen gevangen waren genomen, marcheerde het Macedonische leger verder naar de regio bezuiden de Donau, waar de Triballiërs woonden. Die hadden zich opgesteld op de beboste oever van een riviertje, waar Alexander ze eerst liet beschieten door zijn boogschutters. Dit dwong de Triballiërs naar open terrein te komen, waar de Macedonische zwaarbewapenden al op hen wachtten.
Toen het gevecht was begonnen en de twee linies stabiel op dezelfde plaats stonden, stuurde Alexander zijn cavalerie, die hij op zijn vleugels had geplaatst, om de Triballiërs heen. Aan de voorzijde ingesloten door de Macedonische zwaarbewapenden en aan de achterzijde aangevallen door de ruiters, gingen de Triballiërs kansloos ten onder. Sommigen vluchtten naar een eiland in de Donau, en capituleerden toen hun vijanden hun akkers brandschatten, waar op dat moment het graan klaar stond om te worden geoogst.
Het verlangen van Alexander de Grote
Inmiddels diende zich echter een nieuwe vijand aan, de Geten. Zij woonden ten noorden van de Donau – dus in het huidige Roemenië – en meenden Alexander te kunnen afschrikken door tot de tanden bewapend langs de rivier te paraderen. De Macedonische vorst beschouwde dit als provocatie en bovendien, zo schrijft Arrianus, “maakte zich een groot verlangen van hem meester om naar de overkant van de Donau te gaan”.noot
Het is zinvol even bij deze woordkeuze stil te staan. Het Griekse word voor “groot verlangen”, pothos, is rijk aan associaties. Ik blogde er tien haar geleden al eens over. Volgens de mythen belichaamde Eros’ zoon Pothos het smachten naar iets onbereikbaars, terwijl zijn broer Himeros stond voor een uitvoerbaar verlangen. Aangezien het doel van pothos alleen viel te verwezenlijken in een meer volmaakte wereld, waren er ook associaties met de dood. De Grieken hadden bijvoorbeeld de gewoonte op graven ridderspoor neer te leggen, een bloem die ze eveneens pothos noemden. Alexanders biograaf Aristoboulos lijkt de eerste te zijn geweest die dit begrip gebruikte ter typering van Alexander, die meer dan anderen het onmogelijke zou hebben willen doen.
Het was echter niet alleen Alexanders veronderstelde psychologie die hem deed besluiten de Donau over te steken. Het was niet ondenkbaar dat de Geten, als ze de indruk zouden krijgen dat ze de Macedoniërs hadden weten af te schrikken, overmoedig zouden worden en invallen zouden doen. Dat zou de Triballiërs kunnen verleiden tot opstand.
Verder was Alexanders positie als vorst weliswaar legitiem maar niet vanzelfsprekend. Een aansprekend succes aan de overzijde van de grootste rivier van Europa kon geen kwaad. Temeer omdat de Perzische koning Darius I de Grote ooit vergeefs campagne had gevoerd benoorden de Donau. Als Alexander kon zeggen dat hij de prestaties van de Perzische legers had overtroffen, zou dat een oppepper zijn voor het moreel van het expeditieleger in Azië.

De Geten
Pothos of geen pothos, Alexander moest de Donau oversteken.
De leren tentzeilen waaronder de mannen kampeerden liet hij volstoppen met hooi en hij verzamelde alle van uitgeholde boomstammen gemaakte kano’s uit de streek. Die waren er in grote hoeveelheid, omdat de bewoners ze gebruiken om te vissen op de Donau en tijdens expedities naar elkaar.noot
In het holst van de nacht stak een deel van het Macedonische leger de stroom over. Daar hielden de soldaten zich schuil tot de dag aanbrak. Toen marcheerden ze de Geten tegemoet, die zo verbijsterd waren dat ze zich niet realiseerden dat zij zelf het numerieke overwicht hadden. Toen ze waren gevlucht, plunderden de Macedoniërs nog een verlaten versterking, en ’s avonds keerden ze terug naar de zuidelijke oever.
Het was geen sensationele overwinning, maar Alexander had de Geten duidelijk gemaakt dat ze geen partij waren voor de Macedoniërs, en kon naar waarheid beweren dat hij Darius had overtroffen.
Zelfde tijdvak
Achaimenidisch Perzië (2)oktober 14, 2023
De slag bij Ipsosjanuari 12, 2023
Olympisch kampioenapril 16, 2019

“Je zou haast over het hoofd zien …”
Ik zie ook Epirus niet over het hoofd en zou daar best een historisch overzicht over willen lezen.
Ik heb een werklijst, waarop alle Romeinse provincies staan, omdat die corresponderen met de grote antieke cultuurlandschappen. Cilicië heb ik laatst al eens behandeld. Vroeg of laat zal ook Epirus wel aan bod komen.
Mary Beard over een onderwerp waar JonaL ook ook over blogt:
https://www.youtube.com/results?search_query=Donald+Trump+Roman+Emperor
Het zal ook een niet hè, het zal ook eens niet. De Romeinen moeten tot elke prijs actueel worden gemaakt, zelfs als die prijs bestaat uit volstrekte onwetenschappelijkheid.
Het antwoord van MaryB is nog veel vernietigender.
En iedereen kiest ook zijn eigen keizer om Trump mee te vergelijken.